Partij van de Arbeid


30 september 1999

Bijdrage van de PvdA-fractie aan het Algemeen Overleg ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid, reïntegratie en verwante onderwerpen

Woordvoerster: José Smits

 

De ontwikkelingen rond WAO en ziekteverzuim is een onderwerp met een zekere geladenheid. Ik hoef niemand hier te herinneren aan de emoties die begin jaren '90 speelden toen we ons geconfronteerd zagen met een snel oplopend aantal WAO-ontvangers, rond de 900.000. Destijds zijn ingrijpende, soms pijnlijke, maatregelen getroffen.

Je zou verwachten dat we sindsdien ook bijgeleerd hebben. Dat we ons niet zozeer door emotie maar door kennis van zaken laten leiden. Ik zie het in de WAO-discussie nog te weinig gebeuren.

Elke keer als er een nieuw cijfer over de volume-ontwikkeling van de WAO bekend wordt gemaakt, voelen velen zich vrij de aanval op WAO'ers en hun inkomenspositie te openen. De WAO stijgt in absolute aantallen en dan kan niet iedereen zich meer beheersen.

De staatssecretaris van Sociale Zaken maakt zich zorgen over de volume-ontwikkeling en suggereerde bij de presentatie van zijn begroting dat werkgevers er beter aan zouden doen het ziekengeld van werknemers niet langer aan te vullen. Wellicht zouden CAO-afspraken hierover niet langer algemeen verbindend moeten worden verklaard. Zijn veronderstelling is kennelijk dat zieke werknemers een financiële prikkel nodig hebben om hun verzuim te beperken.

Hoe verhoudt zo'n pleidooi van de VVD-staatssecretaris zich nu met de actie van VVD-minister Jorritsma om haar kerngezonde ambtenaar van Wijnbergen zogenaamd ziek naar huis te sturen? Moet de VVD zich niet eens onderling beraden over de vraag wie nu geprikkeld moet worden tot goed gedrag?

Overigens: Werkgeversorganisaties zien, heb ik inmiddels begrepen, niets in zo'n prikkel, het is althans niet opgenomen in het advies van de Stichting van de Arbeid over ziekteverzuim zoals dat vanmorgen is opgesteld.

Wat de PvdA dwarszit, is dat in de discussie rond Wulbz en WAO een vals, in ieder geval eenzijdig, beeld wordt opgehangen. Het beeld is dat Nederland er deplorabel aan toe is omdat we 900.000 WAO'ers hebben, wat twee keer zoveel is als in het omringende buitenland, en dat al het ingezette beleid nergens toe heeft geleid.

Ik wou graag de werkelijkheid achter dat beeld schetsen.

Het aantal WAO'ers stijgt maar dat is gezien de groei van de beroepsbevolking en ons appèl op oudere werknemers om langer door te werken, niet onlogisch.

In het ons omringende buitenland zijn de toelatingsvoorwaarden voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering scherper. Dat betekent dat zieke werknemers daar eerder een werkloosheidsuitkering krijgen of zoals in België, met vervroegd pensioen worden gestuurd. Als je afziet van het etiketje WAO of WW, blijkt dat Nederland naar verhouding veel minder uitkeringsontvangers heeft dan België, Duitsland, Frankrijk en Groot Brittannie.

Een ander aspect van het valse beeld is, dat soms wordt verondersteld dat die 900.000 WAO'ers zo de arbeidsmarkt op kunnen. Maar een flink deel, eenderde, heeft betaald werk naast de uitkering. Het zou van realisme getuigen te erkennen dat 600.000 arbeidsongeschikten al langer dan zes jaar zijn aangewezen op de WAO. Vooral de ouderen onder hen komen moeilijk weer aan de slag. Verder zijn er 100.000 WAO'ers die vanaf hun geboorte of hun jeugd gehandicapt of chronisch ziek zijn. Niet alle ziektes en handicaps zijn uit te bannen. Er zijn grenzen aan de mate waarin we van die groep mensen verlangen dat ze fulltime inzetbaar zijn op de veeleisende Nederlandse arbeidsmarkt.

De PvdA vraagt de erkenning voor dat gegeven. De augustusrapportage van het CTSV gaat daar ook op in. Letterlijk geeft het CTSV aan: er zijn grenzen aan de groei van de reïntegratie.

Ik vraag de staatssecretaris hierop te reageren.

De PvdA vindt dat het afgelopen moet zijn met het ondermijnen van de inkomenszekerheid van werknemers die door ziekte of gebrek niet meer volop mee kunnen draaien. Het veroorzaakt paniek bij betrokkenen en het leidt de aandacht af van waar het werkelijk om moet gaan.

Het debat over de WAO moet een debat worden over preventie en reïntegratie. De PvdA vindt dat er wel degelijk nog veel knelpunten zijn, die kunnen worden verbeterd.

Zo'n knelpunt is dat we ontstellend weinig bruikbare informatie hebben. Een tweede is dat er sprake is van een weinig actieve reïntegratiepraktijk, zowel in het eerste ziektejaar als in de WAO-periode daaropvolgend. Een derde knelpunt is de gebrekkig geregelde positie van de werknemer.

Eerst de informatievoorziening. Het is niet duidelijk of de Wet Uitbreiding Loondoorbetaling Bij Ziekte nu eigenlijk heeft geleid tot een daling van het ziekteverzuim. Sinds de invoering van de wet is het verzuim landelijk gemiddeld gelijk gebleven: rond 5 procent. Maar er zijn grote verschillen tussen kleine en grote bedrijven en verschillen tussen bedrijfssectoren. Maar we weten niet goed of kleine bedrijven financieel voldoende profiteren van hun lage verzuim. We weten ook niet waarom het verzuim in de ene sector zoveel hoger is dan in de andere.

Waarom steken de zorg en het onderwijs zo ongunstig af? Het verzuim in beide sectoren is vijftig procent hoger dan gemiddeld en de kans om in de WAO te raken tweemaal zo hoog dan gemiddeld.

Ik moet daarom altijd een beetje zuchten als ik de discussie hoor over de vraag waarom tegenwoordig zoveel vrouwen in de WAO belanden. In de zorg en onderwijs werken vooral vrouwen. Als we het verzuim in beide sectoren terugdringen naar normale proportie, is ook de grote toestroom van vrouwen naar de WAO grotendeels teruggedrongen. Dan hoeven we het ook niet meer te hebben over de vraag of vrouwelijke werknemers soms in de WAO blijven hangen, omdat hun houding ten opzichte van betaald werk wordt beïnvloed door het kostwinnersdenken.

Ik zei: er zijn grote verschillen tussen sectoren als het gaat om verzuimcijfers en WAO in- en uitstroomcijfers of het aandeel arbeidsgehandicapten met werk in een sector. Als we al sectorcijfers hebben, dan zijn ze te globaal om daar conclusies aan te kunnen verbinden. Uitvoeringsinstellingen weten precies hoe hoog de uitkeringen zijn, die ze moeten betalen aan de WAO'ers in hun bestand, maar ze hebben doorgaans geen idee welke van hun WAO'ers direct bemiddelbaar zijn voor werk. Er zijn tegenwoordig steeds meer werkgevers die graag arbeidsgehandicapten in dienst willen nemen. Werkgevers en vakbeweging maken steeds vaker met elkaar CAO-afspraken over de werving van arbeidsgehandicapten. Maar de uitvoering van zulke afspraken stokt, omdat uitvoeringsinstellingen de arbeidsgehandicapten niet aan kunnen leveren.

Hoe kan dat, vraag ik de staatssecretaris en vooral hoe denkt hij de situatie te verbeteren?

Onze suggestie is om het LISV de opdracht te geven bruikbare informatie per sector te verzamelen. Dan bedoel ik in ieder geval die sectoren waarvoor nu sectorraden bestaan.

Het gaat om gegevens over het ziekteverzuim per sector, de instroom van WAO-aanvragers, de uitstroomgegevens per sector, het aandeel WAO'ers met betaald werk per sector en het aandeel arbeidsgehandicapten per sector.

Wij hebben eerder gevraagd om in overleg met sociale partners afspraken te maken over streefcijfers van aandelen arbeidsgehandicapte werknemers per sector. Wij achten zulke streefcijfers essentieel. Als ze niet tot stand komen, kun je vrezen dat werkgevers in die sectoren zich liever weinig gelegen laten liggen aan hun maatschappelijke taak. In dat geval moeten we haast maken met het eerder door ons bepleite ontslagverbod voor gedeeltelijk arbeidsgehandicapten. We willen hoe dan ook dat werknemers die door ziekte of gebrek minder goed uit de voeten kunnen, toch aan de slag blijven.

De reïntegratiepraktijk is lang niet zoals hij zijn moet. In het eerste ziektejaar is de samenwerking tussen Arbodiensten en uitvoeringsinstellingen niet goed. We hebben hier eerder gesproken over een wijziging van het poortwachtersmodel. Ik denk dat iedereen wel erkent dat de toen gemaakte afspraken nog niet ver genoeg gaan. In de verhouding tussen Arbo-diensten en werkgevers aan de ene kant en uitvoeringsinstellingen en het publieke WAO-belang aan de andere kant, zitten tegenstrijdigheden. Uvi's en Arbo-diensten moeten met elkaar samenwerken als het gaat om het voorkomen van langdurig verzuim. Maar de UVI moet tegelijk controleren of de Arbo-diensten en werkgevers wel hun uiterste best doen om WAO-aanvragen te voorkomen. Hoe kan een UVI hartelijk samenwerken als ze tegelijk ook de boeman is die controleert en sanctioneert?

In de praktijk wordt ook de positie van de werknemer ondermijnd door die dubbele rol van UVI's. Een UVI moet adviseren over pogingen een zieke werknemer bij de eigen werkgever te reïntegreren. Maar vervolgens moet de UVI ook beoordelen of ontslag van zo'n zieke werknemer terecht is als de reïntegratie mislukte. De UVI controleert zo haar eigen inspanningen.

Ik weet dat de rol van UVI's nog volop in discussie is, maar wil de staatssecretaris ingaan op die spanning?

We zijn het eens met de plannen om arboconvenanten af te sluiten met 20 bedrijfssectoren over een gerichte aanpak van verzuimpreventie. Maar waarom moet het tot het najaar 2000 duren voor de convenanten tot ondertekening komen? De zorg en het onderwijs zijn in grote problemen met hun hoge verzuim. Ik vraag de staatssecretaris al komend najaar een concreet plan van aanpak te maken voor beide sectoren in overleg met werkgevers, vakbonden en verzekeraars, waarin partijen zich vastleggen op het terugdringen van het ziekteverzuim.

Dan als het gaat om reïntegratie van werknemers die eenmaal in de WAO zijn beland of daar na langdurige ziekte in dreigen te komen.

Uitvoeringsinstellingen en arbeidsvoorziening maken tegenwoordig met elkaar afspraken over in te kopen trajecten voor arbeidsbemiddeling. Er worden afspraken gemaakt over fase-indeling van werkzoekende arbeidsgehandicapten en hun afstand tot de arbeidsmarkt en bijbehorende budgetten. Op papier ziet het er indrukwekkend uit, maar levert dat nu uiteindelijk meer banen op voor WAO'ers? Biedt het nu echt soelaas voor werkgevers die dringend verlegen zitten om goede arbeidskrachten?

Je kunt het betwijfelen gezien de bevindingen in de CTSV-rapportage dat amper sprake is van directe actieve bemiddeling en het afnemende gebruik van subsidies en andere ondersteunende reïntegratie-instrumenten.

WAO'ers worden gekeurd en herkeurd, gefaseerd en getrajecteerd en soms geschoold, maar zijn er wel genoeg functionarissen bij UVI's en arbeidsbureaus die ook nog eens de telefoon pakken en werkgevers rechtstreeks vragen of ze nog goede mensen kunnen gebruiken? Wil de staatssecretaris reageren op de bevinding van het CTSV dat van directe actieve bemiddeling weinig sprake is?

De rechtspositie van werknemers verdient wat ons betreft meer aandacht. De PvdA verwacht van de staatssecretaris dat hij het recht op reïntegratie van de werknemers nader vorm geeft. Een werknemer kan altijd een Uvi advies vragen. Wij willen dat een werknemer ook rechtstreeks voorzieningen kan aanvragen, actieve bemiddeling kan verlangen en recht heeft op begeleiding van een arbeidsdeskundige. Het CTSV stelt dat de helft van de gedeeltelijk arbeidsongeschikten geen hulp krijgt ten behoeve van reïntegratie bij een nieuwe werkgever.

Ik heb eerder gezegd dat we af moeten van het beeld dat 900.000 WAO'ers klaar staan voor de arbeidsmarkt. Het direct te bemiddelen bestand is kleiner. Maar voor die kleinere groep moet wel alles uit de kast worden gehaald.

Ik heb er zo dringend behoefte aan goed uit te zoeken of de reïntegratiepraktijk voldoet aan onze verwachtingen. Het CTSV is kritisch. Die concludeert bijvoorbeeld ook dat het gebruik van reïntegratie-instrumenten uit de Wet REA achterblijft. TNO ondervroeg Arbo-diensten naar het gebruik van Rea-instrumenten en ook die bevindingen geven geen rooskleurig beeld. Een internationale vergelijking, recent naar ons gestuurd, laat zien dat we niet zo somber hoeven te zijn. Maar cijfers van het LISV, beschikbaar via internet, over het aantal daadwerkelijke plaatsingen van arbeidsgehandicapten, zijn weer negatiever.

Er was in 1998 geld beschikbaar voor 63.000 'trajecten', zeg maar pogingen tot bemiddeling. Uit de LISV-gegevens blijkt dat in 1998 ruim 10.000 arbeidsgehandicapten een baan hebben gekregen en dat voor 20.000 een scholing is betaald of een aanpassing op de werkplek is betaald. Vindt de staatssecretaris dat een goede score?

Ik denk dat het een goede zaak is als we een serie hoorzittingen organiseren waarin we een beter beeld krijgen van de dagelijkse reïntegratiepraktijk. Ik wil weleens horen van de functionarissen bij Arbo-diensten, arbeidsbureau, uitvoeringsinstellingen, werkgevers ondernemingsraden, en personeelschefs waar het lukt en waarom en waar het niet op gang komt en wat ze daarin hindert.

De hoorzittingen die ik vraag zijn wat ons betreft bedoeld als broodnodige extra op de eerder via een motie van Jeltje van Nieuwenhoven gevraagde evaluatie van de wet REA. Die evaluatie zou anderhalf jaar na inwerkingtreding van de wet gereed moeten zijn. De staatssecretaris geeft aan in mei volgend jaar met evaluatiegegevens te komen. Dat is zowat een half jaar te laat. We denken dat we uiterlijk voor het einde van het kerstreces de gegevens moeten hebben. Kort daarna kunnen we hoorzittingen houden om vervolgens met de regering te overleggen over de bevindingen.

Vanochtend kregen we even zicht op een nieuw CTSV-onderzoek naar de manier waarop UVI's omgaan met keuringsstandaarden en het FIS-systeem. De gegevens zijn op het eerste gezicht verontrustend. Ik wil graag op korte termijn een reactie van de staatssecretaris zodat we zo snel mogelijk een apart overleg kunnen hebben over de keuringsstandaarden.

Tot slot. Ik heb begrepen dat de augustusrapportage van het CTSV wellicht een andere vorm krijgt en dat het LISV de rapportage voortaan deels gaat uitvoeren. Voor ons staat een ding voorop. De kamer heeft via een motie Woltgens gevraagd om een jaarlijkse, onafhankelijke kwantitatieve en kwalitatieve beoordeling van de ontwikkelingen rond arbeidsongeschiktheid. Om zo'n jaarlijkse rapportage te maken moet zelfstandig onafhankelijk onderzoek worden uitgevoerd door het CTSV zelf. Het kan niet zo zijn dat het CTSV straks alleen nog een oordeel uitspreekt over een LISV-rapportage waarna dat naar ons wordt gestuurd. Wij willen de augustusrapportage van het CTSV blijven ontvangen al wil ik niet twisten over de maand waarin het ons wordt opgestuurd.

Deel: ' Bijdrage PvdA Algemeen Overleg ziekteverzuim '




Lees ook