den haag, 16 juni 1999

bijdrage van peter rehwinkel (pvda) aan het plenaire debat rakimg kamer en verslag bouwbegeleidingscommissie (26 478, 26 491, 11 107 nr. 96)

het is een goede gewoonte om in dit debat dank en waardering uit te spreken voor het werk dat alle medewerkers in dit gebouw iedere dag weer verrichten. het is míjn gewoonte om elk jaar wat specifieker te zijn. mag ik dit jaar de medewerkers van de postkamer in het bijzonder noemen? de deur wordt bij hen platgelopen, maar altijd even vriendelijk staan de medewerkers van de postkamer je te woord. hoe attent is het wanneer men de moeite doet om je bij naam te kennen! zonder de grote inzet van het kamerpersoneel zouden wij niet in staat zijn om als parlement te functioneren. namens mijn fractie wil ik daarvoor graag dank uitspreken. altijd weer is het een bijzondere ervaring om een debat te voeren over het functioneren van de eigen organisatie. hoewel ogenschijnlijk triviale onderwerpen eveneens aan bod zullen komen, wellicht de suboptimale maatvoering van soepkommen, verdient de raming een serieuze behandeling. het doet mij daarom deugd dat dit jaar weer meer partijen hebben deelgenomen aan de schriftelijke ronde voorafgaand aan dit debat.

vanaf volgend jaar zal ook door de kamer een jaarverslag worden gepresenteerd, net zoals ministeries dat in de toekomst doen. de kamer kan dan in de raming een aantal prioriteiten aangeven, die door middel van het jaarverslag aan de hand van concrete prestatiegegevens worden gecontroleerd. ik sluit mij graag aan bij de oproep van het hoofd fez in de kamerbode. ik citeer: "Om de begrotingen de transparantie te geven die we nastreven zouden we van de fracties, met respect voor hun autonomie, wat meer gegevens en kengetallen over het personeel willen hebben. Deze gegevens zijn voor wat betreft het ambtelijk apparaat immers ook in de Raming opgenomen." Ik hoop dat de fracties de gevraagde bereidheid zullen tonen.
De ingezette reorganisatie van de Kamer moet uiteindelijk leiden tot een structuur waar verantwoordelijkheden gedragen worden op een zo'n laag mogelijk niveau. Mijn fractie steunt dat streven van het Presidium en is het met de Ondernemingsraad eens dat daarvoor adequate scholingsprogramma's vereist zijn. Als het geld voor die scholing gehaald moet worden uit het bestaande budget, rijst bij mij de vraag ten koste waarvan dit zal gaan gebeuren? Met andere woorden: tot welke herschikking van prioriteit bij de reorganisatie leidt extra geld voor scholing? Een reorganisatie is een lastige, onzekere tijd voor een organisatie, waarbij veel wordt gevergd van de medewerkers en leidinggevenden. Het komt daarom slecht uit dat per 1 januari 2000 één van de twee directeuren met pensioen gaat terwijl de tijdelijke detachering van de andere op diezelfde datum afloopt. Mijn fractie vraagt zich daarom af of de continuïteit van de organisatie hierdoor niet teveel in gevaar komt.

De Kamer is geen gewone organisatie. Wij hebben allemaal de laatste weken kunnen ervaren dat de werktijden nogal kunnen wisselen. Dat vergt een flexibele instelling van het kamerpersoneel; iets waar een goede financiële beloning tegenover hoort te staan. De leden van mijn fractie vinden het daarom logisch dat ambtenaren in de Kamer die werkzaam zijn in een "vergadergebondenfunctie" recht hebben op een standaard toelage. Daarnaast wordt nog een extra schaal bovenop de functionele maximumschaal toegekend. De PvdA-fractie zou graag de reden willen weten van deze zogenaamde kamerschaal: daarover vinden we in de nota van het verslag weinig terug. Maken alle ambtenaren van deze extra schaal gebruik, is eveneens een vraag van onze kant. In de nota n.a.v. het verslag wordt gemeld dat een onderzoek is gestart naar de omvang van het personeelsbestand van het Facilitair Bedrijf. Dat mochten we ook veronderstellen na een kameruitspraak van twee jaar geleden. Mijn fractie is benieuwd hoe het staat met het onderzoek en wanneer de uitkomsten bekend zullen zijn. Wordt uitdrukkelijk aandacht besteed aan de verdeling van de werklast; misschien kan daarover iets door de voorzitter van het presidium worden gezegd.

In dit gebouw lopen veel journalisten rond; in de media is ook aandacht voor de huishoudelijke gang van zaken in deze organisatie. Zo berichtte een groot landelijk ochtendblad eerder dit vergaderjaar over de commotie die in de Kamer ontstond toen plotseling het aantal plakjes broodbeleg van drie naar twee werd gereduceerd, zonder dat de prijs werd aangepast. Die commotie viel dacht ik wel mee, maar feit is dat het beleg hier duur wordt betaald. Naast aandacht voor het beleg staat ook het rookbeleid van de Tweede Kamer regelmatig in het middelpunt van de belangstelling. Beelden van bewindslieden of kamerleden die roken op plaatsen waar dat niet mag, doen het altijd goed. Zeker op een gevoelig terrein als het roken dienen wij ons hier bewust te zijn van de publiciteitsgevoelige positie waarin wij ons bevinden. Dat breekt een verantwoordelijkheid met zich mee. Politici en journalisten zij eigenzinnige mensen, die misschien moeilijk zijn te corrigeren. De regels gelden echter voor iedereen. Daarom dient voorkomen te worden dat een selectief beleid gevoerd gaat worden waarbij tegenover bepaalde groepen corrigerend wordt opgetreden terwijl op datzelfde moment andere gebruikers van dit gebouw zich straffeloos kunnen onttrekken aan het rookverbod. In werkruimtes mag worden gerookt tenzij daartegen bezwaar wordt aangetekend. Mijn fractie vindt de motivatie die het Presidium geeft om de ledenkoffiekamer en persbuffet als werkruimte te bestempelen, niet overtuigend. Wij zouden graag een uitgebreidere toelichting ontvangen.

Sinds enkele maanden is een experiment bezig met de openstelling van de Bistro. Een experiment betekent dat uiteindelijk beoordeeld zal worden of na de experimentele fase de Bistro definitief open zal blijven of dat geen voortzetting zal volgen. Mijn fractie vraagt zich af wanneer het moment van een definitieve beslissing zal zijn. Wij hebben ook nog een korte vraag over het Ledenrestaurant. Het blijkt dat op vergaderloze dagen geen kranten op de leestafel worden gelegd. Veel van mijn collega's zijn echter op dagen dat er niet vergaderd wordt in dit gebouw en zouden er prijs op stellen als eveneens op die dagen de mogelijkheid werd geboden om kranten te lezen in het restaurant. Misschien dat daar dan ook het Parool weer bij kan zijn, die tegenwoordig niet meer op dag van verschijning valt aan te treffen.

Wij leven in een tijd waarin de computer een steeds belangrijkere plaats gaat innemen in het dagelijkse leven van veel werknemers. Dat geldt zeker voor de mensen die werkzaam zijn in dit gebouw. Uit recent onderzoek blijkt dat driekwart van de mensen regelmatig zijn computer uitscheldt; een gedeelte daarvan gaat nog verder en gaat zijn of haar computer zelfs fysiek te lijf. Nou weet ik niet of de automatiseringsdienst in de Kamer regelmatig mishandelde computers binnenkrijgt; wie echter werkzaam is in dit gebouw wordt regelmatig opgeschrikt door medewerkers die allerlei verwensingen uiten tegen hun computer die niet doet wat zij willen. Hiermee wil ik niet de Dienst Automatisering de schuld geven van onwillige computers. Integendeel, de dienst lost veel problemen van gebruikers op. Juist vanwege het belang van een goede informatievoorziening en om irritatie bij gebruikers te voorkomen, dient echter voortdurend geïnvesteerd te worden in het automatiseringsbeleid. Een constante kwaliteitscontrole is vereist, waarbij de mening van de kamerbewoners een belangrijke rol moet spelen. Ik geloof dat op dit moment niet alleen maar positieve verhalen vallen op te tekenen. Momenteel worden veel inspanningen geleverd om over te schakelen op een nieuw besturingssysteem en om te komen tot integratie van bestanden. Mijn fractie juicht die ontwikkeling toe en er bestaat begrip dat in een overgangssituatie niet alles vlekkeloos verloopt. Een van de doelen van de herstructurering is om te komen tot een volledige digitale informatievoorziening. Dat zou betekenen dat een einde komt aan de levering van stukken op papier. Gezien de enorme hoeveelheden papier die wij dagelijks krijgen, waarvan een groot deel direct de prullenmand in verdwijnt, kan een reductie van het papierverbruik geen kwaad. Mijn fractie hecht er echter aan dat eerst een discussie moet worden gevoerd over de vorm van de toekomstige informatieverschaffing. In ieder geval mag niet eerder een einde komen aan informatieverstrekking op papier voordat het nieuwe digitale systeem vlekkeloos functioneert.

Naast een interne informatievoorziening naar de leden en de medewerkers heeft de Kamer ook de taak het publiek zo goed mogelijk van informatie te voorzien. De PvdA-fractie is van mening dat deze informatie zo gemakkelijk mogelijk en bij voorkeur kosteloos voor het publiek beschikbaar moet zijn.

Ik zou nu graag verder gaan met het Ledenthuisproject. Dit project voldoet nog niet aan alle verwachtingen, getuige ook de brief die collega Leers hierover heeft geschreven. Ook binnen mijn fractie bestaan nog vele twijfels en vragen over dit project.. Wij zijn het met het Presidium eens dat bij een gebrek aan verbeteringen de mogelijkheid open moet worden gehouden om het contract met Wang te verbreken. Er kan veel kritiek worden geleverd op de service; een pluspunt is echter dat Wang 24 uur per dag bereikbaar is. Als de relatie met Wang wordt heroverwogen en alternatieven worden bekeken, dient de 24-uurs service zeker een rol te spelen. Op dit moment wordt gewerkt aan de mogelijkheid om rechtstreeks in te bellen bij de Tweede kamer. Mijn fractie vraagt zich af of de Kamer deze voorziening noodzakelijk in eigen beheer zou moeten uitvoeren of dat gebruik kan worden gemaakt van een openbare aanbesteding? Wij zijn ook benieuwd naar de gevolgen voor leden die niet in Den Haag wonen: zullen zij nu interlokaal moeten gaan bellen met de nodige gevolgen voor de telefoonrekening? Met betrekking tot het inbellen willen we ook nog de vraag stellen of het mogelijk is om thuis vanaf een eigen computer in te bellen. Zo nee, kan deze mogelijkheid dan worden gecreëerd? Bijvoorbeeld voor slechtzienden blijkt de laptop minder goed bruikbaar. De laptop wordt te zwaar gevonden om mee te nemen op reis. Kan bij een eventuele opvolger van het Hewlett Packard-type daarop worden gelet? Sommige collega's hebben speciaal voor het Ledenthuisproject ISDN laten aanleggen. Het modem van de laptop is echter analoog en past niet op ISDN. Het analoge modem is op kosten van de kamer. Voor ISDN lopen voor de kamerleden de kosten echter op tot fl. 600,-- a fl. 800,--. Wij vragen ons af of er voldoende reden voor is dat de leden deze kosten zelf dragen. Een laatste opmerking over het Ledenthuisproject. Om goed thuis te kunnen werken zou het zeer wenselijk zijn om vanaf het eigen huis toegang te krijgen tot Parlando. Wanneer wordt dit mogelijk gemaakt?

Een heel ander aspect van de veranderende informatieverschaffing is het plan om te komen tot integratie van de bibliotheek, de pers- en tijdschriften documentatie, de parlementaire documentatie en het archief. Deze integratie leidt mogelijk tot de invulling van documentatie centra. Gezien het bestaande ruimtegebrek in dit gebouw vraagt mijn fractie zich af waar deze centra zullen worden gevestigd en of dit ten koste gaat van bestaande vergaderruimte? Wordt de Kamer nog betrokken bij de inrichting en plaatsing van documentatie?

Tenslotte wil ik nog aandacht besteden aan enkele losse punten. Ten eerste is de PvdA-fractie benieuwd wat de gevolgen zullen zijn als de Tweede Kamer er niet in slaagt te voldoen aan de inspanningsverplichting in het kader van de doelmatigheidstaakstelling uit het Regeerakkoord.

Mijn fractie is verheugd dat de groenstrook tussen de nieuwbouw en het Binnenhof zal worden verfraaid. Onze vreugde zal nog groter worden als na de opknapbeurt deze tuin zal worden opengesteld voor de gebruikers van het Kamergebouw en wordt voorzien van bankjes. Ik kan mezelf een leukere omgeving voorstellen, maar sommige collega's kennelijk niet.

Het volgende punt betreft de Statenpassage. Al jarenlang wordt gesproken over een ruimer openstelling van deze ruimte voor het publiek. Mijn fractie vraagt zich af hoe het staat met deze plannen. De bewegwijzering in en rond het kamergebouw laat te wensen over. Hoe vaak moet niet de weg naar het toilet worden gewezen? Realiseert het Presidium zich dat op de buitenkant van dit gebouw nogal onopvallend staat vermeld dat de Tweede Kamer der Staten-Generaal er is gehuisvest of het moet in het brailleschrift zijn dat ik en vele andere mensen niet kunnen lezen. Veel mensen kennen de beroemde vergaderzaal wel van de televisie, maar de buitenkant van ons nationale parlement al veel minder. Hun moet misschien wat meer hulp worden geboden.

Ik sluit mijn bijdrage af met een opmerking over onze eigen geschiedenis. In het algemeen wordt weinig aandacht besteed aan de cultuur en geschiedenis van de Kamer, ook door de Kamer zelf. Mijn fractie ziet hier graag verandering in komen en wij vragen ons af of daarvoor mogelijkheden zijn. Bijvoorbeeld door een functionaris binnen de organisatie specifiek te belasten met deze taak. Ik hoor er graag de mening van het Presidium over.

Deel: ' Bijdrage Rehwinkel (PvdA) debat Raming Kamer '




Lees ook