Nieuws van de Socialistische Partij


Debat Nederlandse deelname KFOR - eerste termijn Harry van Bommel


11-06-99

De heer Van Bommel (SP): Mevrouw de voorzitter! Na een lange periode van escalatie van geweld
is er nu eindelijk sprake van deëscalatie
in de regio. Er ligt een akkoord. De bombardementen zijn gestopt. Er is sprake van een Veiligheidsraadsresolutie. Dat is een goede zaak. Zoals bekend, is de
SP van het begin af aan tegen de bombardementen geweest. Wij hebben steeds geoordeeld dat
het middel erger was dan de kwaal. Wij vonden
het erg onverstandig om op deze manier in
te grijpen in een regio die wordt gekenmerkt
door nationale en etnische tegenstellingen.
Wij zijn die mening onveranderd toegedaan.
Een en ander blijkt ook uit de balans. De
voorlopige balans is namelijk een trieste.
Er is sprake van bijna een miljoen vluchtelingen buiten Kosovo en honderdduizenden binnen
Kosovo. Er is sprake van grootschalige vernietiging in Kosovo en in andere delen van Joegoslavië.
Er is een onbekend aantal doden en gewonden
in Kosovo en in andere delen van Joegoslavië.
Ten slotte is er sprake van instabiliteit
in de hele regio. In die situatie is geen
sprake van winnaars.
Er is nu sprake van een politiek en militair
akkoord, wat een nieuwe situatie is, ook
voor de SP. Alle fracties wordt gevraagd
nu te kijken naar vervolgstappen. De regering
stelt dan ook voor, te komen tot deelname
aan de internationale vredesmacht in Kosovo.
Vooraf moet voor de SP-fractie op een aantal
punten duidelijkheid komen, vooral over de
politieke doelen. De vraag is namelijk wat
de toekomst Kosovo gaat brengen. De algemene
opvatting was steeds dat afscheiding van
Kosovo ongewenst was. Dat zou leiden tot
een nieuwe carrousel van eisen en oorlogen.
Is het uitgangspunt van de Nederlandse regering nog steeds dat Kosovo onderdeel moet blijven
van Joegoslavië? Want welke situatie dreigt
er? Dat er een Kosovo komt met alleen etnische
Albanezen, omdat de Serviërs wegtrekken.
Als er een openbaar bestuur van alleen etnische Albanezen komt, wat wordt dan de relatie
met de rest van Joegoslavië? Blijft Kosovo
op termijn wel binnen Joegoslavië? Ik vraag
dat ook gezien de resolutie die er ligt,
want in paragraaf 11 daarvan staat dat in
afwachting van een definitieve regeling er
autonomie en zelfbestuur in Kosovo moeten
komen, volledig rekening houdend met de akkoorden van Rambouillet. In hoofdstuk 8 van Rambouillet staat dat na drie jaar op een internationale
bijeenkomst wordt besloten hoe een definitieve
regeling voor Kosovo tot stand moet komen:
op basis van de wens van de bevolking, de
mening van de relevante autoriteiten, de
mate waarin partijen zich aan het akkoord
houden en de slotakkoorden van Helsinki.
Met andere woorden: is sprake van een openeinderegeling, waarbij pas over drie jaar wordt besloten
of Kosovo onderdeel blijft uitmaken van Joegoslavië? Gaat de Nederlandse regering eventueel meewerken aan afscheiding van Kosovo? Daarover moet
absolute duidelijkheid komen.
Voorzitter! Ook over het UCK moet duidelijkheid komen. Steunt dat onverkort het akkoord,
en wat indien het dat niet doet? Gaat de
vredesmacht dan militair optreden tegen het
UCK? Hoe zit het met de verdeeldheid binnen
de groep etnische Albanezen, waarvan tot
op heden vaak sprake was? Het risico bestaat
dat het UCK net als in oktober vorig jaar
de posities van de vertrekkende Serviërs
inneemt. Hoe beoordeelt de Nederlandse regering dit risico? Een lastig probleem is de demilitarisering van het UCK. De vredesmacht wordt daarvoor
verantwoordelijk. De vraag is hoe dat in
de praktijk gestalte moet krijgen. Binnen
welke termijn moet demilitarisering plaatsvinden? Hoe schat de Nederlandse regering de bereidwilligheid van het UCK in?
Voorzitter! Nu er een akkoord ligt, zal
de internationale gemeenschap verder moeten
met Joegoslavië. Is de inzet van de Nederlandse regering dat er een Marshallplan voor de
hele regio komt, dus niet alleen voor Kosovo,
maar ook voor andere delen van Joegoslavië?
Joegoslavië en andere delen buiten Kosovo
uitsluiten van steun staat gelijk aan het
creëren van nieuwe tegenstellingen. Ik vraag
de Nederlandse regering naar haar standpunt
op dit onderdeel. Deelt zij de visie van
de Amerikaanse president Clinton dat Milosevic
eerst weg moet, alvorens er steun komt voor
delen buiten Kosovo? Indien ja, verwacht
zij dan een spoedig vertrek van Milosevic?
Voorzitter! Het moeilijkste en gevaarlijkste
deel komt nog. Om de terugkeer van de vluchtelingen mogelijk te maken, zal er onderdak moeten
komen en zal veiligheid gecreëerd moeten
worden. Want om de vluchtelingen was het
toch allemaal te doen? Een gigantische onderneming, omdat het gaat om vele honderdduizenden mensen. Een probleem apart is de positie van de Russen. Toen de Russen zich diplomatiek inspanden,
kwam er van alle kanten lof. Toen werd hun
neutrale positie ingezet om tot resultaten
te komen. Nu de Russen een bijdrage aan de
naleving van de akkoorden willen leveren,
lijken zij te worden geweerd. Wat zit daarachter? Wat is het verschil van mening tussen de
Russen en de NAVO? Wat wordt de reactie van
de NAVO als de Russen inderdaad eerder dan
de NAVO in Kosovo aankomen en daar troepen
stationeren? Sluit de regering uit dat er
eventueel conflicten ontstaan in Kosovo zelf,
wanneer de Russen daar een eigen zone gaan
verdedigen?
Voorzitter! Er is nu sprake van deëscalatie,
wat de SP verheugt. Verdere deëscalatie vraagt
een oplossing van de acute situatie. Er is
sprake van een veiligheidsvacuüm, en daarom
is ook de SP genegen in te stemmen met het
zenden van een troepenmacht. Maar voordat
wij zover kunnen komen, mogen wij op een
drietal punten absolute helderheid van de
regering verlangen. Ten eerste mag het zenden
van een troepenmacht op geen enkele manier
leiden tot het alsnog voeren van een grondoorlog. Als de wil van de strijdende partijen wegvalt,
zullen wij moeten terugtrekken uit de regio.
Ten tweede moet er volstrekte helderheid
komen over het politieke doel: geen afscheiding van Kosovo. Ten derde moet er een oplossing
komen voor de problemen met de Russen. Ik
nodig de regering uit op deze drie punten
volstrekte helderheid te geven.
De heer Hoekema (D66): Sluit de heer Van
Bommel uit dat de luchtacties van deze drie
maanden hebben bijgedragen aan het bereiken
van het akkoord dat dezer dagen is bereikt?
De heer Van Bommel (SP): Uitsluiten doe ik
heel weinig. De luchtacties, de bombardementen
op Kosovo hebben naar mijn stellige overtuiging te lang geduurd, hadden niet moeten beginnen
en er had zelfs niet gedreigd moeten worden
met geweld. Ik denk dat door het dreigen
met geweld er een autonoom proces is ontstaan,
waarbij de NAVO uiteindelijk in de situatie
verzeild is geraakt dat ze omwille van de
eigen geloofwaardigheid die luchtaanvallen
uit heeft moeten voeren. Het middel is in
dit geval, dat is de kern van mijn antwoord,
erger gebleken dan de kwaal.
De heer Hoekema (D66): De heer Van Bommel
blijft de luchtacties dus ook met terugwerkende kracht namens zijn fractie afkeuren.
De heer Van Bommel (SP): Dat heeft u juist
begrepen.

Deel: ' Bijdrage SP aan debat Nederlandse deelname KFOR '




Lees ook