Partij van de Arbeid

Bijdrage PvdA-fractievoorzitter Wouter Bos aan het Kamerdebat over Irak,
dinsdag 18 maart 2003

Op een paar rotsblokken in de Atlantische Oceaan is op symbolische, maar niet mis te verstane wijze de Veiligheidsraad buiten spel gezet. Waar Blixs en El Baradei vaststelden dat de combinatie van VN inspecteurs en zware druk (door middel van onder andere een eenduidige Veiligheidsraadresolutie
-vijftien tegen nul-) nog steeds konden leiden tot de vreedzame ontwapening van Irak, hielden Bush, Blair en Aznar het zondagmiddag voor gezien.

Zelfs de checkboek diplomatie, op zichzelf al een blamage, bleek niet meer te werken. In feite bleek op de Azoren een oorlogskabinet te vergaderen.

Veel burgers ook in Nederland zullen zich verschrikkelijk onmachtig voelen nu het perspectief van een oorlog met rasse schreden nadert.

Peilingen lieten vanochtend zien dat ook in Nederland minder dan 25 procent van de bevolking het besluit van de Verenigde Staten steunt om op dit moment oorlog te gaan voeren.

De publieke opinie en vele landen in de Verenigde Naties zijn niet overtuigd over de ernst van de dreiging in combinatie met het einde van de diplomatie. De relatie met het meerkoppige monster van het terrorisme na 11 september - dat ook wat ons betreft zeer fors bestreden moet worden - is voor anderen dan Cheney en Rumsfeld onvoldoende gelegd.

Het is te betreuren dat de leiders van de Veiligheidsraad zich zo diep hebben ingegraven dat een voor de hand liggend compromis waarbij militaire druk werd gekoppeld aan een redelijke deadline, vast te stellen met behulp van de wapeninspecteurs en met heldere ijkpunten voor Irak als het gaat om ontwapening, gesmoord is.

De Verenigde Staten en de Verenigde Naties zijn elkaars gevangene geworden waar ze in feite voorwaarde voor elkaar zijn. Het is onbegrijpelijk dat compromissen, zoals aangedragen door Chili en Canada, door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk van de hand zijn gewezen.

De lijn van de VN is vroegtijdig afgebroken zoals premier Balkenende vanmorgen terecht zei en alleen al om die reden kunnen wij het besluit van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk niet steunen.

Het is onbegrijpelijk dat landen als Frankrijk en Engeland binnen het kader van de EU zich zodanig hebben ingegraven dat een eenduidige Europese Veiligheidsraadpositie nooit tot stand kwam.

De internationale rechtsorde heeft op een ontijdig moment ernstige averij opgelopen en juist een land als Nederland - hoofdstad van het internationale recht - zal alles op alles moeten zetten om dit tij te keren.

Dat lijkt nu de eerste opdracht.

De PvdA-fractie heeft het militaire middel als laatste redmiddel nooit uitgesloten, omdat voor de noodzakelijke uitvoering van resolutie 1441 dit middel noodzakelijk zou kunnen zijn. Dat blijf ik ook vandaag vasthouden gezien de nog steeds tekortschietende medewerking van het totalitaire Irak. Dit is geen debat tussen pacifisten en oorlogshitsers of tussen pro- en anti-Amerikanen.

Dit is wel een debat over de vraag of alles gedaan is om de oorlog te vermijden.

Oorlog als laatste middel is door ons dus nooit uitgesloten.

Maar wij hebben er ook nooit een misverstand over laten bestaan dat de stap van een preventieve oorlog alleen kan plaatsvinden als allerlaatste redmiddel en op basis van duidelijke politieke steun in de Veiligheidsraad.

Zo niet dan is het risico van onzorgvuldigheid bij oorlogsvoering, het gevaar dat landen zich in de toekomst tegen interventie verzetten door zich nucleair te bewapenen, en het gevaar van een terroristische reactie eerder groter dan kleiner.

Zonder overtuigende steun van de Veiligheidsraad is een preventieve oorlog dus een substantieel risico.

Internationale samenwerking voor wereldwijde problemen van aids tot terrorisme vereisen samenwerking.

Daar hebben we de Verenigde Naties voor nodig. Het is niet perfect, maar het beste wat we hebben.

Die vereiste brede politieke steun in de Veiligheidsraad om nu een oorlog te beginnen, is er niet en dus kan de PvdA hier ook geen steun aan geven.

Ook juridisch is de legitimatie voor militaire actie zonder een tweede resolutie van de Veiligheidsraad op zijn minst twijfelachtig.

Natuurlijk, recht is geen wetenschap, maar het feit dat de tweede resolutie niet in stemming is gebracht wijst op onvoldoende steun en daarmee op onvoldoende legitimatie.

De grote verliezer vandaag is de internationale rechtsorde. Nederland is en wil graag de internationale, juridische hoofdstad zijn en heeft de bescherming van de internationale rechtsorde in haar Grondwet staan. Voor de PvdA betekent dat: bij twijfel niet doen.

Ook wij vonden en vinden dat aan "material breach" "serious consequences" moeten kunnen worden verbonden. Maar wel na tussenkomst van de Veiligheidsraad en, zoals wij steeds gezegd hebben, met oog voor proportionaliteit en effectiviteit.

In dat licht vinden wij het relevant dat Koffi Annan heeft gezegd dat een unilaterale militaire actie van een aantal geallieerden op zijn minst op gespannen voet staat met de internationale rechtsorde.

De PvdA sluit zich hierbij aan.

Daarbij komt dat de doelstellingen van het conflict onduidelijk blijven en zich lijken te richten op regime change nu President Bush Hussein gisterenavond nog 48 uur heeft gegeven om zijn land te verlaten.

Wij hopen van harte dat hij dit doet, maar hebben weinig hoop gezien de geschiedenis van deze dictator.

Wij kunnen het besluit dat door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk genomen is dus onmogelijk steunen. Dit is niet hoe wij vinden dat conflicten in de wereld beslecht moeten worden. Ook de regering zelf gaf enige tijd geleden nog aan, bij monde van minister De Hoop Scheffer, dat er meer tijd nodig was voor de wapeninspecteurs om hun werk te doen.

Maar die tijd is ze dus niet gegeven.

Met niet alleen de internationale rechtsorde als grote verliezer, maar ook en vooral de slachtoffers die ongetwijfeld gaan vallen.

Wat Nederland hiervan vindt zal voor de verdere gang van zaken niet veel uit maken. Toch vinden wij het belangrijk dat de Nederlandse regering duidelijk maakt hoe zij hierin staat. Van steun voor het nu genomen besluit kan wat ons betreft geen sprake zijn. Ook kan er wat ons betreft geen sprake zijn van actieve Nederlandse betrokkenheid bij het conflict. Dat betekent: geen mensen en materieel. Wij gaan dus geen oorlog voeren en wij nemen ook geen verantwoordelijkheid voor deze oorlog. Dat is de politiek relevante conclusie van deze stellingname en ik vraag de Minister President te bevestigen dat deze conclusie ook in zijn brief van vandaag besloten ligt.

Dit laat uiteraard onverlet dat deze positie op geen enkele wijze impliceert dat er partij wordt gekozen voor Saddam Hussein. Niemand van ons zal aan zijn kant willen staan. En natuurlijk moet hij ontwapenen. Maar in de ogen van diegenen die dat bij uitstek kunnen beoordelen, Blix en El Baradei, waren er nog mogelijkheden om dat doel te bereiken zonder onze toevlucht tot oorlog te hoeven nemen. Dit is simpelweg de verkeerde beslissing op het verkeerde moment.

In dit licht is voor onze beoordeling van de brief van het kabinet, een punt dat door de Minister President in zijn verklaring is gezegd, van groot belang.

Wij hebben hem horen zeggen "Gesteld voor de keuze Hussein of Bush/Blair, kiest de regering voor Bush/Blair. Vandaar onze politieke steun". Deze formulering roept bij ons de vraag op of de "politieke steun" waarvan kennelijk sprake is, vooral betrekking heeft op de vraag "stel dat je moet kiezen als ze met elkaar aan het vechten zijn, voor wie kies je dan" of dat het een oordeel over het besluit van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk betreft.

Hier krijgen wij graag nadere duidelijkheid over.

Ik constateer overigens in dit verband dat ook de Minister van Buitenlandse Zaken in zijn brief constateert dat ook het uitblijven van een nadere VR-uitspraak ook gevolgen heeft voor het nationale draagvlak voor verdere Nederlandse betrokkenheid. Het lijkt mij dat dit alle partijen in deze Kamer een zorg moet zijn.

Het is om die reden voor ons van groot belang dat de Nederlandse regering heeft toegezegd dat zij geen eigen actieve militaire bijdrage zal leveren aan operaties ten aanzien van Irak. Niet zozeer vanwege gebrek aan draagvlak in de samenleving, maar vooral omdat dit gebrek aan draagvlak een gevolg is van het feit dat de Veiligheidsraad niet met deze interventie instemt.

Voor de verdere houding en standpuntbepaling van de Nederlandse regering zou wat ons betreft voorop moeten staan dat aan de verdeeldheid die nu is ontstaan in Europa en in het bondgenootschap zo snel mogelijk een eind komt. Het zou Nederland sieren, nogmaals ook vanuit ons positie als hoofdstad van het internationaal recht, hier initiatieven te nemen en ik zou de Minister President willen vragen hier op de aanstaande EU-top mee te willen beginnen.

Tevens vragen wij de Nederlandse Regering er bij de landen die waarschijnlijk tot een oorlog zullen overgaan er op aan te dringen dat dit met proportionele middelen gebeurt en op basis van het humanitaire recht. En er tevens op aan te dringen dat de Verenigde Naties zo spoedig mogelijk betrokken wordt bij de humanitaire en politieke gevolgen van deze oorlog.

Het enige criterium is hier de toekomst van het Irakese volk.

Het zal de VN moeten zijn die er voor zorgt dat een eventuele regimeverandering in Irak leidt tot grotere kansen voor alle bevolkingsgroepen in Irak.

Het is voor iedereen duidelijk dat de huidige spanningen rond Irak ook verband houden met andere brandhaarden. Het is ons bekend dat minister De Hoop Scheffer zich actief heeft getoond in het overtuigen van de Amerikanen dat ook hier internationale initiatieven noodzakelijk zijn zodat de perspectieven voor een vreedzaam samenleven van het Israëlische en Palestijnse volk weer langzaam reëel worden. Wij willen hem vragen hier met nog meer energie mee door te gaan.

Ten slotte willen wij hem en de Minister President vragen om, zo nodig in contact met bijvoorbeeld de Hoge Commissaris van de Vluchtelingen, met voortvarendheid het antwoord op de ongetwijfeld grote humanitaire gevolgen van een eventuele oorlog ter hand te nemen. Juist de landen die menen nu al tot oorlog over te moeten gaan, hebben een verantwoordelijkheid ook op dit punt de nodige initiatieven te nemen.

Laten we hopen dat deze ellende snel voorbij is met zo min mogelijk slachtoffers. Vandaag zijn wij allemaal verliezers.

Deel: ' Bijdrage Wouter Bos aan Kamerdebat over Irak '




Lees ook