Blog: Het beroepsgeheim is geen rustig bezit

Blog: Het beroepsgeheim is geen rustig bezit27 september 2017• BLOG

Stel: de politie belt alle ziekenhuizen in de regio met de vraag of er op de Spoedeisende Hulp iemand is behandeld met een schotwond. Moet een arts van de Eerste Hulp hier antwoord op geven?

Voor iedere hulpverlener in de zorg geldt een beroepsgeheim. Dat wil zeggen dat de hulpverlener verplicht is om te zwijgen over alles wat hem of haar door de patiënt is toevertrouwd. Dat gaat niet alleen om medische gegevens, maar ook om andere informatie die in de relatie tussen hulpverlener en patiënt naar voren komt.

Het medisch beroepsgeheim is een groot goed. Het dient een algemeen en een individueel belang. Het algemeen belang bestaat uit het waarborgen van een onbelemmerde toegang tot hulpverlening in de gezondheidszorg. Iedereen moet zich vrij voelen om medische hulp te zoeken, ook al heb je bijvoorbeeld iets strafbaars gedaan.

Individuele belang

Het individuele belang betreft de privacy van de patiënt. Een patiënt moet erop kunnen vertrouwen dat de informatie die hij aan de hulpverlener geeft niet zomaar op straat komt te liggen. De wetgever vindt het medisch beroepsgeheim zo belangrijk, dat het bijna altijd zwaarder weegt dan bijvoorbeeld  waarheidsvinding na een strafbaar feit. De arts van de Eerste Hulp in het voorbeeld geeft  daarom in principe geen antwoord op de vraag van de politie.

Er wordt wel steeds vaker gepleit voor versoepeling van het medisch beroepsgeheim. Dat gebeurt vooral bij incidenten waarbij onschuldige slachtoffers vallen. Een voorbeeld is het door de copiloot opzettelijk laten neerstorten van een vliegtuig van Germanwings in de Franse Alpen. De copiloot had last van psychiatrische problemen en was hiervoor in behandeling. Hadden zijn hulpverleners hun geheimhoudingsplicht moeten doorbreken en de luchtvaartmaatschappij moeten inlichten, zodat de copiloot niet meer had kunnen vliegen? Bij kindermishandelingszaken wordt vaak dezelfde oproep aan kinderartsen gedaan in de media: doorbreek het beroepsgeheim bij verdenking van kindermishandeling om veel leed te voorkomen.

Oproep

De artsenfederatie KNMG en de meeste artsen vinden echter dat versoepeling van het medisch beroepsgeheim ongewenst is, omdat dit situaties zoals met de copiloot niet zal voorkomen. Want als mensen de stap naar de zorg niet meer durven te zetten uit angst om bijvoorbeeld aangegeven te worden bij de politie, dan zullen zij ook niet meer de hulp krijgen die juist deze ernstige situaties voorkomt. Een meldplicht bij een vermoeden van kindermishandeling ondermijnt de mogelijkheid om een vertrouwensrelatie aan te gaan met meestal kwetsbare ouders en kinderen die vaak zorg mijden. Dat geldt zeker als de ouders  weten dat de hulpverlener een meldplicht heeft. Het kind kan daarvan de dupe zijn. Want als een ouder zich in het nauw gedreven voelt, kan dat juist kindermishandeling of verwaarlozing doen toenemen.

Beroepsgeheim doorbreken

Tegelijkertijd weten zorgverleners ook dat het beroepsgeheim soms wel doorbroken mag worden.  Met toestemming van de patiënt mag een zorgverlener informatie met derden delen. Dat gebeurt bijvoorbeeld als een patiënt in meerdere ziekenhuizen onder behandeling is en het voor de zorg noodzakelijk is gegevens uit het andere ziekenhuis op te vragen. Soms is het doorbreken van het beroepsgeheim ook wettelijk verplicht. Dit is het geval als een patiënt een zeer besmettelijke ziekte heeft (zoals kinkhoest, mazelen, hepatitis). Zo’n besmetting wordt verplicht gemeld aan de GGD, om verdere verspreiding te voorkomen.

Conflict van plichten

De derde reden om het beroepsgeheim te doorbreken is het zogenoemde ‘conflict van plichten’. Dat houdt in dat een zorgverlener het beroepsgeheim doorbreekt om ernstige schade voor een patiënt of een ander te voorkomen. Stel, op de Spoedeisende Hulp wordt een dronken motorrijder behandeld nadat hij onderuit is gegleden met zijn motor. Nadat hij is behandeld wil hij, nog steeds dronken, weer op zijn motor stappen. De arts van de Eerste Hulp mag de politie bellen om schade aan de patiënt  en aan andere weggebruikers te voorkomen.

De beslissing om het beroepsgeheim te doorbreken in zo’n geval is niet eenvoudig. De zorgverlener moet er  in elk geval alles aan doen om toestemming van de patiënt te krijgen. Ook  moet er geen andere weg zijn om het probleem op te lossen, en moet het vrijwel zeker zijn dat door te spreken de schade kan worden voorkomen of beperkt. Bij de Duitse copiloot hadden de zorgverleners blijkbaar vooraf geen concrete aanwijzingen voor acuut gevaar. Zij besloten te zwijgen.

Het beroepsgeheim is geen rustig bezit. Het is een groot goed dat elke burger zich vrijelijk tot een arts kan wenden en zijn medisch geheim een geheim blijft. Bij het doorbreken van het beroepsgeheim moet steeds een afweging wordt gemaakt tussen individuele en collectieve belangen. En soms is dat ontzettend moeilijk.

Dr. Martine de Vries is kinderarts en medisch ethicus.De voorbeelden in deze blog zijn ontleend aan de KNMG Handreiking Beroepsgeheim en politie/justitie, Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, februari 2012.

Deel: ' Blog Het beroepsgeheim is geen rustig bezit '




Lees ook