Vianen, 23 juni 1999

Boeiend verhaal en praktisch naslagwerk

"De meest gestelde vragen
over insulinepomp therapie"

In Nederland hebben bijna drieduizend mensen met diabetes een insulinepompje, dat zorgt voor een continue insulinetoediening. Deze mensen zijn met enkele injecties per dag niet goed te behandelen. Het boekje "De meest gestelde vragen over insulinepomp therapie" is deze week verschenen en beschrijft in heldere taal alle facetten van de insulinepomp.

Het boekje kan worden gelezen als een boeiend verhaal, maar is ook te gebruiken als praktisch naslagwerk. Het begint met enkele persoonlijke levensverhalen van mensen met diabetes, die vertellen waarom zij zijn begonnen met de insulinepomp. Vaak moeten er weerstanden worden overwonnen, maar als betrokkenen zich eenmaal realiseren dat de insulinepomp echt bijdraagt aan hun gezondheid, verandert hun "nee" in een "ja". Veel pompgebruikers erkennen achteraf dat zij er eerder aan hadden moeten beginnen.

Hoofdstuk 2 gaat in op medische vragen: duidelijk wordt uitgelegd dat de kans op diabetescomplicaties door pomptherapie kleiner wordt. In hoofdstuk 3 worden alle praktische kanten van de pomp belicht, zoals bediening, wijze van dragen, hulpmiddelen, zelfregulatie, sport en vakantie. Het laatste hoofdstuk gaat over kinderen die in aanmerking komen voor insulinepomp therapie. Het boekje is geïllustreerd met verhelderende tekeningen.

Niet eerder verscheen er in Nederland zo'n uitgebreid werk over insulinepomp therapie, gericht op de medische professie, gebruikers van de pomp en hun omgeving. Het boekje is ook uitermate geschikt voor mensen met diabetes die pomptherapie overwegen. De auteurs hebben allen ruime wetenschappelijke en praktische ervaring met de insulinepomp, bij zowel volwassenen als kinderen.

"De meest gestelde vragen over insulinepomp therapie", ISBN 90 804914 1 1. Auteurs: drs. Roel Hoogma (internist), Anita Dijkhuizen en Patrick Sevenans (diabetesverpleegkundigen). Prijs ƒ 29,95. Inlichtingen bij de uitgever: Disetronic Medical Systems, telefoon (0347) 373175, fax (0347) 374798, e-mail .


***********

ACHTERGROND

Vianen, 23 juni 1999

Wat is insulinepomp therapie?

De insulinepomp is een apparaatje zo groot als een creditcard, dat via een slangetje verbonden is met het lichaam van de diabetespatiënt. Iedere drie minuten geeft het pompje een kleine hoeveelheid insuline af. Voor de maaltijden en in bijzondere omstandigheden (sport) kan de insulinedosering gemakkelijk worden aangepast. De pomp kan ook gedurende enige tijd worden afgekoppeld (zwemmen, douchen).

De meeste mensen met insuline-afhankelijke diabetes spuiten enkele malen per dag insuline met behulp van een injectiepen. Een toenemend aantal diabetespatiënten is op deze manier niet goed te behandelen: zij hebben een continue insulinedosering nodig, zoals in feite ook gebeurt bij gezonde mensen met een goed werkende alvleesklier.

Dankzij de continue insulinetoediening vanuit het pompje kunnen de bloedglucosewaarden van de diabetespatiënt beter in de hand worden gehouden, hetgeen de kans op complicaties (zoals aan ogen, nieren, voeten, hart en bloedvaten) verkleint. Een grootschalige studie in Amerika (DCCT) heeft aangetoond dat het aantal complicaties sterk daalt, wanneer de diabetes wordt behandeld met insulinepomp therapie.

Zwangerschap

Ook zwangere vrouwen met diabetes - bij wie zéér goede bloedglucosewaarden van essentieel belang zijn - maken dikwijls gebruik van de insulinepomp. Tijdens de zwangerschap kan met name de nachtelijke insulinebehoefte grote variaties vertonen, waarbij pomptherapie uitkomst biedt. Zo kunnen vrouwen met diabetes tóch een gezonde baby ter wereld brengen.

Zelfs enige tijd voorafgaand aan de bevruchting dient de diabetes al perfect geregeld te zijn. Een goede instelling is van belang voor de aanstaande moeder én het kind: met name de kans op aangeboren afwijkingen bij de baby wordt daarmee kleiner.

Insuline: onmisbaar hormoon

Bij mensen die geen diabetes hebben, wordt het onmisbare hormoon insuline in de alvleesklier gemaakt. Insuline zorgt ervoor dat de lichaamscellen toegankelijk worden voor glucose. Is er niet genoeg insuline, dan blijft de lichaamscel gesloten en verlaat de glucose via de urine het lichaam. Ook is het mogelijk dat er weliswaar voldoende insuline is, maar dat deze zijn werking niet goed kan doen (insuline-resistentie). Naar schatting 500.000 Nederlanders lijden aan diabetes.


**********

Deel: ' Boek 'Meest gestelde vragen over insulinepomp therapie' '




Lees ook