expostbus51


MINISTERIE VROM

https://www.minvrom.nl

MIN VROM:Bouwprognoses 1999-2004

Dit is een origineel persbericht.
Niet het ANP, maar de afzender van dit bericht is verantwoordelijk voor de inhoud.

Bouwprognoses 1999-2004: Bouw profiteert van conjunctuur

De bedrijfstak bouwnijverheid ontwikkelt zich voorspoedig. Na een stijging van de (in guldens gemeten) bouwproductie met ruim 2% in 1998 wordt voor 1999 en 2000 een jaarlijkse productiestijging verwacht van 3%. Voor de middellange termijn (2001-2004) is het vooruitzicht minder positief: een gelijkblijvende productie of een lichte stijging. Dit schrijft coördinerend bouwbewindsman staatssecretaris Remkes (VROM) in de 'Bouwprognoses 1999-2004' die hij vandaag aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De gunstige ontwikkeling op de korte termijn in de bouwsector hangt nauw samen met de gunstige algemeen economische conjunctuur. Volgens de Macro Economische Verkenning 2000 van het Centraal Planbureau groeit de economie (BNP) dit jaar met 2,75% en volgend jaar met 2,5%. Na de groeicijfers van 3,8% in 1997 en 3,7% in 1998 betekent dit een duidelijke vertraging, maar minder scherp dan eerder werd verwacht. Het bouwkundig groot en klein onderhoud, bijna de helft van de bouwproductie, groeit de komende jaren gestaag met 2 tot 3 %. De nieuwbouwproductie fluctueert met de algemeen economische conjunctuur: 3 tot 4% groei in 1999 en 2000 en een lichte daling in de periode 2001-2004.

Ook de bouwwerkgelegenheid stijgt op de korte termijn. Na een stijging in 1998 met 14.000 tot 458.000 arbeidsjaren (werknemers en zelfstandigen tezamen) volgt in 1999 en 2000 een verdere stijging met in totaal 18.000 tot 477.000. Door de sterk toenemende werkgelegenheid en het matige arbeidsaanbod in de bouw toont de bouwarbeidsmarkt, meer dan de rest van de arbeidsmarkt, tekenen van krapte. Voor latere jaren wordt een geleidelijke daling van de werkgelegenheid verwacht tot circa 464.000 in 2004.

Belastingplan
Onlangs heeft de regering de Belastingherziening 2001 aan de Tweede Kamer aangeboden.
Het Centraal Planbureau heeft becijferd dat de inflatie met 1,2%-punt toeneemt (lange termijn-effect) vooral door de BTW-verhoging en de verhoging van de energiebelasting. Daartegenover staat dat de loonvoet met 1,5%-punt daalt. Omdat de bouw een arbeidsintensieve sector is zullen de bouwkosten naar verwachting door de operatie per saldo niet veel wijzigen en wordt ook geen grote invloed op het bouwvolume verwacht.

Onderverdeeld naar sector ziet het beeld er als volgt uit. De woningbouw toonde in 1998 een tegenvallende ontwikkeling, die zich voortzet in 1999. De productie daalde vorig jaar zelfs licht met 1% en voor 1999 wordt een gelijkblijvende productie verwacht. De oorzaak is de licht dalende nieuwbouwproductie. Hoewel de omstandigheden vooral voor nieuwe koopwoningen gunstig zijn daalde in 1998 het aantal afgegeven gemeentelijke bouwvergunningen. Dit komt vooral door een krapte aan beschikbare bouwlocaties.
Voor de komende jaren zullen de grote VINEX-locaties echter tot volledige productie komen, zodat voor de jaren 2000-2001 een stijging van de woningbouwproductie wordt verwacht van gemiddeld 2% per jaar.
Voor de jaren na 2001 is de gedaalde woningbehoefte echter de bepalende factor voor de woningproductie. En daarmee zal ook de woningproductie weer gaan dalen. Het gaat in de nieuwbouw daarbij vooral om duurdere koopwoningen. De bouw van huurwoningen blijft op een laag niveau.
De daling in de bouwproductie op middellange termijn wordt getemperd door de voortgaande stijging van de kwaliteit van nieuwbouwwoningen (uitgedrukt in de bouwsom per woning) en door de voortgaande stijging van het (groot-)onderhoud.

Vooral de utiliteitsbouw groeit op de korte termijn flink: in 1998 7% productiegroei en voor 1999 en 2000 wordt een stijging van respectievelijk 7% en 3% verwacht. Het gaat vooral goed met de bouw van kantoren voor de commerciële verhuur, een deelsector die een sterk cyclische bouwproductie kent. Ook voor de agrarische sector (herstructurering) en de vervoersector wordt veel gebouwd. In de overheidssfeer is de productieontwikkeling gematigd, met uitzondering van het onderwijs waar de bouwproductie stijgt in verband met extra gelden voor afnemende klassegroottes. Voor de periode 2001-2004 wordt een gelijkblijvende productie in de utiliteitsbouw verwacht. In de conjunctuur gevoelige deelsectoren, zoals kantoren voor de verhuur, ligt na de huidige hausse een productiedaling in de rede, voor de meeste andere deelsectoren wordt een stijgende productie verwacht.

In de grond- weg- en waterbouw stijgt de bouwproductie in 1999 en 2000 sterk (7% per jaar) na een door incidentele factoren gematigde productieontwikkeling in 1998 (1%). De stijging hangt samen met de bouw van een aantal zeer grote infraprojecten zoals de HSL-Zuid, de Betuwelijn en metroprojecten, maar ook met de forse investeringen voor telecommunicatie (internet) .
Voor de jaren 2001-2004 stijgt de gww-productie per saldo niet verder en kan de productie indien grote projecten tijdig gereedkomen zelfs licht dalen.

Tabel Kerngegevens 1995-2004

CBS


a) Afzet Bouwnijverheid, exclusief interne leveringen, in miljoenen guldens, prijsniveau van 1998.
b) Productie bouwnijverheid en -installatiebedrijven op basis van Nationale Rekeningen CBS, exclusief onderhoud
c) Niveau in 2004.
d) Bron College van Toezicht Sociale Verzekeringen, inclusief schilders en baggeraars.
e) Procentuele mutatie van het prijsindexcijfer voor nieuwbouwwoningen (in de sociale huursector).
f) Bron: Centraal Planbureau, Macro Economische Verkenning 2000.

19 okt 99 14:57

Deel: ' Bouwprognoses 1999-2004 Bouw profiteert van conjunctuur '




Lees ook