's-Hertogenbosch, november 1999

Brabantse Koek als Prentenboek
Koekplanken met een verhaal

3 december 1999 t/m 21 januari 2000

Gedurende de wintermaanden presenteert het Noordbrabants Museum in de Tuingalerij een tentoonstelling over koekplanken. Bij taai-taai en speculaas denkt men meteen aan de figuur van Sint-Nicolaas als kindervriend. Maar tot in deze eeuw gaven vooral volwassenen elkaar koeken bij feesten zoals Sinterklaas, Nieuwjaar, Driekoningen, Vastenavond en met kermissen. De voorstellingen op de koeken waren ontleend aan het dagelijks leven, de bijbel, historische gebeurtenissen of aan verhalen en legenden.

Dieren vormden een gewild onderwerp voor koekbakkers. Soms werden ze afgebeeld vanwege hun symbolische betekenis. Zo stond de olifant voor zachtmoedigheid, de os voor welvaart en het hert voor gezondheid en een lang leven. Het varken, daarentegen, had een minder gunstige betekenis: het symboliseerde dronkenschap, vetzucht en gierigheid. Verder tonen de koekplanken uit de achttiende en negentiende eeuw een heel scala aan alledaagse beroepen die inmiddels al weer lang zijn uitgestorven, zoals de lantaarnaansteker, spinster en karnster. Zelfs de modernste vervoermiddelen werden in het hout gesneden. In de vorige eeuw kon men getrakteerd worden op een speculazen driemaster of stoom-raderboot.

Het ging bij het geven niet om de koek alleen. De koeken brachten door hun vorm en voorstelling ook een bepaalde boodschap over. Het geven van deze lekkernij kon een blijk van waardering zijn, maar ook een waarschuwing inhouden en dus een vorm van (bedekte) kritiek of plagerij zijn. Vrijers en vrijsters gaven elkaar koeken om hun genegenheid tot uitdrukking te brengen. Lans en zwaard waren de attributen van de vrijer; korf, vogel en bloem die van de vrijster. Als liefdes- of huwelijkssymbool golden verder de krans, de ring, het altaar, de bloemenmand en natuurlijk het hart. Maar de tentoonstelling laat ook baksels zien met een minder romantische boodschap. Een echtgenote die thuis de baas speelde kon bijvoorbeeld een koek verwachten met daarop een vrouw met een broek aan of een voorstelling van een vrouw die met een man vecht om de broek. Zowel gever als ontvanger begrepen de betekenis hiervan.

Dat de voorstellingen bewaard bleven, heeft te maken met de wijze waarop de bakkers omgingen met de koekplanken. Koekplanken werden vaak geërfd of door collega's overgenomen. Wanneer bakkers hun eigen koekplanken sneden, dan gebeurde dat in de meeste gevallen naar het voorbeeld van oudere exemplaren. Zo bleven veel voorstellingen, de 'prenten in hout', eeuwenlang bewaard, ook al raakte geleidelijk de betekenis in het vergeetboek.

De tentoonstelling Brabantse koek als prentenboek laat enkele tientallen koekplanken zien die tussen 1650 en 1900 zijn vervaardigd. Alle planken zijn afkomstig uit de eigen collectie van het Noordbrabants Museum.

Aan de redacties:
Voor meer informatie en beeldmateriaal kunt u telefonisch contact opnemen met Lucie Kuijpers (073-6877808) of Jan de Hond (073-6877815) of per e-mail via info@noordbrabantsmuseum.nl

Deel: ' Brabantse Koek als Prentenboek in Noordbrabants Museum '




Lees ook