Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Brief aan de Tweede Kamer over Hoofdlijnennotitie rampenbestrijding

Inleiding
Bij brief van 9 december 1998 (kenmerk EB1998/60674) heb ik aangekondigd de Kamer dit voorjaar een beleidsvisie over rampen-bestrijding te doen toekomen. Deze toezegging vloeit onder andere voort uit de regeringsverklaring waarin het kabinet heeft aangegeven de versterking van de rampenbestrijding te willen voortzetten en is tevens gedaan bij de beantwoording op kamervragen gesteld naar aanleiding van het uitbrengen van het eindrapport van de parlementaire enquêtecommissie Bijlmer. Voor een verdere versterking van de rampenbestrijding in Nederland is de steun van alle betrokkenen onontbeerlijk. Dit betekent dat ik u in dit stadium in bijlage een notitie ter informatie doe toekomen waarin ik de hoofdlijnen aangeef waarlangs mijns inziens de beoogde versterking van de rampenbestrijding zal kunnen plaatsvinden. Hierover zal de komende maanden met het betrokken veld verder worden gesproken. De uitkomsten van deze discussie zullen in de definitieve beleidsnota Rampenbestrijding worden verwerkt, die later dit jaar aan de Kamer zal worden aangeboden. Onderstaand zet ik u in het kort de belangrijkste uitgangspunten van de voorliggende hoofdlijnennotitie uiteen.
Korte inhoud hoofdlijnennotitie rampenbestrijding De hoofdlijnennotitie schetst de wijze waarop de huidige rampenbestrijdingsorganisatie kan worden versterkt. Een versterking die dient voort te borduren op de reeds bereikte resultaten van de Projecten Versterking Brandweer (PVB) en Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (PGHOR). Hoewel beide projecten tal van verbeteringen hebben bewerkstelligd en in gang hebben gezet, is ook duidelijk dat er nog een aantal belangrijke knelpunten moet worden opgelost.
In de te zetten stappen daartoe staat het Rijk niet alleen. De rampenbestrijding is primair een gemeentelijke
verantwoordelijkheid waarbij diverse partners als brandweer, politie, gezondheidsdiensten, waterschappen, gemeentelijke diensten, maar ook bijvoorbeeld de krijgsmacht in bijstand, betrokken zijn. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een zogenoemde
systeemverantwoordelijkheid voor de rampenbestrijding. Deze verantwoordelijkheid, die de verantwoordelijkheden van de andere departementen op het terrein van de rampenbestrijding onverlet laat, behelst de zorg voor een adequate werking van het rampenbestrijdingssysteem als zodanig. Concreet betekent dit, dat BZK de voorwaarden dient te scheppen, op basis waarvan de bij de rampenbestrijding betrokken besturen en diensten de hen toebedeelde verantwoordelijkheden kunnen uitoefenen. Voorgesteld wordt om langs de volgende drie sporen tot de beoogde versterking van de rampenbestijding te komen


* versterking van de (bestuurlijke) samenwerking tussen de bij de rampenbestrijing betrokken partners;

* meer aandacht voor pro-actie en preventie;

* ondersteuning van het proces van risicowaardering.

Versterking van de (bestuurlijke) samenwerking
Het huidige systeem van de rampenbestrijding stoelt op de gedachte dat de organisaties die betrokken zijn bij de dagelijkse hulpverlening die taken ook hebben bij de rampenbestrijding, waarbij de brandweer in geval van een ramp of zwaar ongeval, zowel bij de voorbereiding als bij de uitvoering (daadwerkelijke inzet) een coördinerende rol heeft. De rampenbestrijdingsorganisatie is zodoende een keten van partners die onder coördinatie van de brandweer als één geheel moet functioneren. Samenwerking is dan ook cruciaal. Om deze samenwerking bij de bestrijding van rampen en de voorbereiding daarop verder te versterken wordt voorgesteld om te komen tot territoriale congruentie. Naar verwachting kan een congruente gebiedsindeling van de regionale brandweer en de geneeskundige hulpverlening bij rampen en zware ongevallen op de schaal van de regionale politie voor het jaar 2002 geëffectueerd zijn.
In een aantal regios zijn de betrokken gemeenten overgegaan tot een vorm van bestuurlijke integratie van de regionale brandweer en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. De Raad voor het openbaar bestuur brengt nog dit jaar advies uit over de vraag of en in hoeverre deze ontwikkeling gestimuleerd dient te worden.

Meer aandacht voor pro-actie en preventie
De laatste jaren is hard gewerkt aan de verbetering van de schakels repressie en preparatie in relatie tot de rampenbestrijding. Steeds meer is het besef ontstaan dat de meeste winst nu evenwel aan de voorkant van de veiligheidsketen te behalen is. In dit kader is de regering voornemens een risicobeleid te ontwikkelen, waarin wordt aangegeven wat een aanvaardbaar veiligheidsniveau is bij grootschalige projecten, wanneer de hulpverlening adequaat kan optreden bij calamiteiten en welke risicos overblijven na toepassing van pro-actieve en preventieve maatregelen, die overigens niet behoeven te leiden tot vertraging van de voor de totstandkoming van projecten noodzakelijk te volgen procedures.

Ondersteuning van het proces van risicowaardering
De rampenbestrijding dient berekend te zijn op de risicos die niet of onvoldoende met de schakels pro-actie en preventie zijn te voorkomen, te beperken of te beheersen. Dit houdt in dat de prestaties van de operationele organisaties voor de hulpverlening en rampenbestrijding moeten zijn afgestemd op deze per regio geïdentificeerde risicos. Vanuit de verantwoordelijkheid van BZK zal ik het bestuurlijke en operationele veld stimuleren en waar nodig ondersteunen bij de te zetten stappen in het proces van risicowaardering.

Financiën

De versterking van de rampenbestrijding zal gepaard moeten gaan met een structurele financiële impuls ten behoeve van de brandweer en de organisatie van de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. Op basis van onderzoek zijn de totale kosten geraamd op circa 145 miljoen structureel.
De regering is voornemens om in deze kabinetsperiode substantieel te investeren in de versterking van de rampenbestrijding. Concreet zal het rijksaandeel in de rampenbestrijding, samen met de bedragen die reeds vorig jaar en dit jaar zijn vrijgemaakt, in 2003 zijn toegenomen tot 85 miljoen structureel.

Daarnaast heb ik met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten overleg gevoerd over de financiële inspanning van de gemeenten. De gemeenten hebben de afgelopen jaren een forse bijdrage geleverd aan de kwaliteitsverbetering van de brandweerzorg en de rampenbestrijding. Uit een extern onderzoek blijkt dat gemeenten in de periode 1997-1999 tussen de 55 en 65 miljoen meer zijn gaan uitgeven en dat het grootste deel hiervan voortvloeit uit de in het kader van de versterking rampenbestrijding te realiseren kwaliteitsverbetering van de brandweer. Gemeenten hebben hiermee aangetoond hun
verantwoordelijkheid voor de aanpak van knelpunten bij de gemeentelijke brandweren voortvarend aan te pakken.
Met de bestaande en de nieuwe hiervoor ter beschikking komende rijksmiddelen en de middelen die gemeenten hiervoor extra uitgeven, mag worden verwacht dat de voorgestane versterking van de rampenbestrijding de komende jaren geleidelijk kan worden gerealiseerd.

DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,

G.M. de Vries

Deel: ' Brief aan Kamer over Hoofdlijnennotitie rampenbestrijding '




Lees ook