Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Overzicht van de correspondentie met het parlement

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
DL.1999823
datum
01-03-1999

onderwerp
Herstructurering pluimveehouderij
(TRC 99/13270) doorkiesnummer

bijlagen

Op 6 november jl. heb ik wettelijke maatregelen aangekondigd die - feitelijk met ingang van dezelfde datum – leiden tot een landelijke bevriezing van de omvang van de pluimvee-stapel. Deze maatregel is bedoeld om een verdere vergroting van de mestoverschot-problematiek te voorkomen. In het licht van het proces van herstructurering van de pluimveehouderij is bevriezing van de pluimveestapel een noodzakelijke eerste stap. Met deze pas-op-de-plaats wordt voor de pluimveesector ruimte gecreëerd om initiatieven te ontplooien en te komen tot een adequaat antwoord op de naast de mestproblematiek aan de orde zijnde problemen op het punt van milieu, dierenwelzijn en productveiligheid. Met deze brief wil ik u informeren over de huidige stand van zaken van het herstructureringsproces voor de pluimveehouderij.

Wat betreft het wetsvoorstel betreffende de invoering van een stelsel van pluimveerechten heeft de Raad van State advies gegeven. Binnenkort wordt het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer aangeboden.

Afspraken inzake herstructurering pluimveehouderij

Zoals in het regeerakkoord is aangegeven, zal de overheid ingrijpen als de sector voor het jaar 2000 niet de noodzakelijke maatregelen heeft genomen om tot oplossing van de maatschappelijke knelpunten te komen.

up

datum
01-03-1999

kenmerk
DL.1999823

bijlage

Ik heb eind 1998 met vertegenwoordigers van de pluimveesector afgesproken dat zij uiterlijk oktober 1999 een herstructureringsplan gereed zullen hebben. In dit plan dient een pakket van concrete maatregelen te zijn uitgewerkt, waarmee de gesignaleerde knelpunten op het vlak van milieu, dierenwelzijn en productveiligheid adequaat worden opgelost. Op grond van deze rapportage wil ik eind 1999 het beleidsvoornemen over de herstructurering pluimveehouderij aan de Tweede Kamer aanbieden. Voor het zomerreces zal ik met de pluimveesector en maatschappelijke organisaties over de contouren van het plan overleg plegen, opdat een verdere uitwerking in de tweede helft van 1999 kan plaatsvinden.
Tevens heb ik voorgesteld om de discussie over de herstructurering pluimveehouderij in een breed maatschappelijk verband met betrokkenheid van maatschappelijke organisaties te voeren. Dit heeft geleid tot het instellen van een stuurgroep waaraan de volgende participanten deelnemen:

* pluimveehouders (NOP), veevoederindustrie (FOOM), slachterijen (Nepluvi) en eierhandel (Anevei);

* Dierenbescherming, Stichting Natuur en Milieu, werknemersorganisaties;

* het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Deze stuurgroep staat onder voorzitterschap van de heer J.G.M. Alders, voormalig Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en thans Commissaris van de Koningin in Groningen. De uitkomsten van de stuurgroep zullen voor mij in belangrijke mate bepalend zijn voor de definitieve invulling van de herstructurering pluimveehouderij.

In het kader van herstructurering pluimveehouderij zal het zwaartepunt van de discussies in eerste instantie worden gelegd bij de volgende problemen:

* Bijdrage pluimveesector aan het landelijk mestoverschot: Minas vereist evenwicht op de nationale mestmarkt. Het landelijk mestoverschot wordt veroorzaakt door de bedrijven met een bedrijfsoverschot, te weten varkensbedrijven en pluimveebedrijven.

De pluimveesector dient voor haar bijdrage aan het landelijk mest-overschot de verantwoordelijkheid te nemen om het ontstaan van een mestoverschot te voorkomen. Dit kan door bijvoorbeeld export van gevaloriseerde pluimveemest en verbranding van pluimveemest.

* Huisvesting van legkippen en ouderdieren: De huidige batterijsystemen bieden geen basisvoorzieningen voor natuurlijke gedragingen door het ontbreken van voldoende ruimte, voldoende strooisel, legnest en zitstok.
In Nederland moeten legkippen naar mijn opvatting kunnen beschikken over deze basisvoorzieningen. Op dit moment is de EU-discussie nog volop gaande. Ik zet bij deze discussie in op het afschaffen van de legbatterij in EU-verband en het realiseren van deze essentiële welzijnsvoorzieningen.

Ook indien in de Europese Unie niet tot besluitvorming wordt gekomen of onvoldoende resultaat wordt geboekt, zal de ambitie moeten liggen in het realiseren van deze essentiële welzijnseisen.
* Snelle groei en bezettingsdichtheid van vleeskuikens en kalkoenen: De huidige fysiologie van de vleeskuikens en kalkoenen is niet afgestemd op de extreem hoge groeisnelheden. Dit leidt tot grote welzijnsproblemen bij de betrokken dieren. Afgelopen jaren is er onderzoek verricht naar de problemen bij de hoge groeisnelheden van vleeskuikens. Nu moeten er voorstellen worden ontwikkeld om dit probleem te voorkomen en op te lossen.
Daarnaast wil ik voorkomen dat te veel vleeskuikens en kalkoenen per m² worden gehouden.

Ik verwacht tenminste van de stuurgroep dat het herstructureringsplan voor de pluimvee-sector concrete oplossingen voor de bovenstaande maatschappelijke knelpunten bevat. Voor wat betreft andere relevante onderwerpen, zoals productveiligheid, diergezondheid en ruimtelijke ordening, lopen reeds beleidstrajecten om problemen op dit vlak op te lossen.

Wat betreft deze onderwerpen verwacht ik dat het herstructureringsplan op deze trajecten aansluit en dat deze beleidstrajecten integraal worden meegenomen in het uiteindelijke voorstel. Hierbij kan het noodzakelijk zijn om aanvullende maatregelen op de bestaande beleidstrajecten in het voorstel op te nemen.

De minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

drs. H.H. Apotheker

Deel: ' Brief Apotheker inzake herstructurering pluimveehouderij '




Lees ook