expostbus51


MINISTERIE LNV

https://www.minlnv.nl

MIN LNV:herstructurering Varkenshouderij

de Voorzitter van de Tweede Kamer der
Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA 's-Gravenhage

07-05-1999

herstructurering varkenshouderij

Geachte Voorzitter,

Met deze brief informeer ik u over de gevolgen van het op 4 mei jl. door de fungerend president van de Haagse rechtbank gewezen vonnis in het derde kort geding van de Nederlandse Vakbond Varkenshouders (NVV) tegen de Staat met betrekking tot de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv).


1. Achtergrond
Bij het vonnis van 23 februari jl. van dezelfde rechter in het tweede kort geding van de NVV tegen de Staat zijn de hoofdstukken II tot en met IV van de Whv buiten toepassing ver-klaard voor varkenshouders die lid zijn van de NVV. Deze voorziening geldt totdat in de lopende bodemprocedure van de NVV tegen de Staat is beslist dat de Whv niet in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM, dan wel in een adequate schaderegeling is voorzien. De president heeft - uiteraard - het gebod tot buiten toepassing lating van de Whv beperkt tot de eisers, derhalve de leden van de NVV, daarbij overwegende dat een deel van de branche juist niet een opschorting van de Whv wenst. Tegen de uitspraak heeft de Staat spoedappèl aangetekend bij het gerechts-hof te .s-Gravenhage.

Wat betreft het bezwarende onderdeel van die wet, te weten de handhaving van het pla-fond van het varkensrecht, heb ik aan de uitspraak vanuit een oogpunt van rechtsgelijkheid en rechtszekerheid ook gevolg gegeven tegenover anderen dan NVV-leden. Daarbij heb ik tegelijk een tijdelijke wet aangekondigd waarbij het effect van de 1e 10%-korting van de Whv wordt uitgesteld tot in de bodemprocedure duidelijkheid is verkregen. Deze wet moet zeker stellen dat het met 10% verhoogde plafond van het varkensrecht met terugwerkende kracht tot 23 februari jl. kan worden gehandhaafd. Ik verwijs naar mijn brieven van 26 fe-bruari en 8 maart jl. (kamerstukken II 1998/99, 25. 448, nrs. 21 en 29).

Aangezien het kortgedingvonnis uitsluitend betrekking had op NVV-leden, heb ik echter tegelijkertijd ge-oordeeld dat aan varkenshouders die geen lid zijn van de NVV niet de mo-gelijkheid mag worden ont-houden om onderling varkensrechten over te dragen, of om deel te ne-men aan de Opkoop-regeling varkensrechten en de Beëindigings--regeling var-kens-houderijen in de EHS (BEVAR). Voor de overdracht van var-kensrechten is ingevolge de artikelen 18 en 20 van de Whv registratie door het Bureau Heffingen van de door partijen gedane kennisgeving van overgang van het varkensrecht vereist. In het kader van de Op-koopregeling varkensrechten en de BEVAR geldt als subsidievoorwaarde dat het gehele op het bedrijf rustende varkensrecht komt te ver-vallen, waartoe het Bureau Heffingen de kennisgeving van het vervallen van het var-kensrecht, bedoeld in artikel 30 van de Whv, moet registreren.

Om er zeker van te zijn dat partijen zich bij hun beslissing om gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheden ten volle bewust zijn van de strekking van het kortgedingvonnis - en dus van de voorziening waar-op ook zij aanspraak zouden kunnen maken als zij in rechte een vergelijkbare vordering als de NVV zouden instellen - heb ik naar aanleiding van het kortgedingvonnis van 23 februari jl. tot twee aanvullende maatregelen besloten. Ten eerste zijn alle varkenshouders over het kortgedingvonnis geïnformeerd; dit bij brief van het Bureau Heffingen van 25 maart jl. Ten tweede wordt van varkenshouders die een kennisgeving van overgang van het varkensrecht hebben gedaan of die een subsidie-aan-vraag in het kader van de Opkoopregeling varkensrechten of de BEVAR hebben gedaan gevraagd een verklaring van geen bezwaar over te leggen. Hun wordt gevraagd te ver-klaren dat zij in het licht van het kortgedingvonnis geen bezwaar hebben tegen registratie van de kennisgeving van overgang van het varkensrecht, waarbij .afroming. van 40% van de rechten plaatsvindt, respectievelijk om te verklaren dat zij geen bezwaar heb-ben tegen registratie van de kennisgeving van het vervallen van het varkensrecht. Het gaat daarbij in feite om een herbevestiging van de wil van de varkenshouder om de transactie door te laten gaan.

Voor het inzenden van de verklaring van geen bezwaar is een termijn van 4 weken gesteld. Het gaat daarbij om een ordemaatregel. Wordt de verklaring niet binnen 4 weken door de varkenshouder teruggestuurd, dan wordt de kennisgeving van overgang van het varkens-recht niet in behandeling genomen en aan partijen geretourneerd, onder terugstorting van de betaalde leges; uiteraard laat dit onverlet dat partijen in een later stadium opnieuw een kennisgeving van overgang met een verklaring van geen bezwaar kunnen insturen. Waar het de Opkoopregeling varkensrechten en de BEVAR betreft, wordt bij te late inzending van de verklaring weliswaar de subsidie geweigerd, maar dat laat onverlet dat de be-trok-ken varkenshouder in een later stadium aan een opkoopregeling kan deelnemen; zoals bekend heeft het kabinet ten behoeve van opkoop fl. 220 miljoen beschikbaar gesteld, bovenop de daarvoor beschikbare gelden binnen de voor de herstructurering uitgetrokken fl. 475 miljoen.

Na ampele overweging heb ik naar aanleiding van het kortgedingvonnis van 23 februari jl. besloten dezelfde beleidslijn ook ten aanzien van NVV-leden toe te passen, enerzijds omdat ik het uit een oogpunt van rechtsgelijkheid onbehoorlijk vond om hen deze be-gunstigende voorzieningen te onthouden en anderzijds omdat het mijn stellige overtui-ging was dat niemand gedwongen kan worden om een te zijner behoeven getroffen rech-terlijke voorziening tegen zich te laten werken wanneer dat in zijn nadeel zou zijn. Voor deze laatste opvatting vind ik steun in artikel 3:305a, vijfde lid, van het Burgerlijk wetboek. Dat artikellid biedt een individueel NVV-lid het recht om, hoewel de NVV een uitspraak ten behoeve van al haar le-den heeft verkregen, zich te verzetten tegen de werking van de uit-spraak ten opzich-te van hem. Dit verzet, tegen enkel dit onderdeel van de buiten toepas-sing verklaring van de Whv, kan hij tot uitdrukking brengen met de verklaring van geen bezwaar. Door deze beleidslijn zouden ook problemen kunnen worden voorkomen in situaties waarbij sprake is van een transactie tussen een NVV-lid en een niet-NVV-lid.

Ik informeerde uw Kamer eerder over deze beleidslijn tijdens onder meer het Algemeen Overleg van 22 maart 1999 (kamerstukken II 1998/99, 25 448, nr. 31) en mijn brief van 15 april jl., met kenmerk TRCJZ/1999/3888.


2. Kortgedingvonnis 4 mei jl.
In het kortgedingvonnis van 4 mei jl. spreekt de fungerend president als haar oordeel uit dat de Staat in strijd met het kortgedingvonnis van 23 februari jl. en daarmee jegens NVV-leden onrechtmatig heeft gehandeld. Deze onrechtmatigheid is er naar haar oordeel in gelegen dat de NVV-leden door de hierboven beschreven beleidslijn zouden zijn verplicht om zich er thans over uit te spreken of zij eerder gedane aanvragen in het kader van de Whv al dan niet handhaven, terwijl ingevolge het kortgedingvonnis van 23 februari jl. de Staat zich hangende de bodemprocedure jegens de leden van de NVV dient te onthouden van alle activiteiten ter uitvoering van de hoofdstukken II tot en met IV van de Whv. De fungerend president beveelt vervolgens om in het ledenorgaan van de NVV te (doen) publiceren dat de passage in de brief van het Bureau Heffingen over het doorgang kunnen vinden van de verhandeling en opkoop van varkensrechten bij overlegging van een ver-klaring van geen bezwaar onjuist is, dat ten onrechte verklaringen van geen bezwaar ter ondertekening aan de NVV-leden zijn toegezonden en dat zij die dus niet hoeven te re-tourneren. Voorts heeft de fungerend president de Staat verboden om ten aanzien van de leden van de NVV consequenties te verbinden aan het al dan niet terugontvangen van de ver-klaringen van geen bezwaar. Op overtreding van deze ge- en verboden en op de over-treding van het vonnis van 23 februari jl. heeft de president een dwangsom ge---steld.


3. Gevolgen van het kortgedingvonnis
Vanzelfsprekend zal de Staat het kortgedingvonnis van 23 februari jl., zoals dat is aan-ge-vuld en op de genoemde onderdelen is verduidelijkt met het kortgedingvonnis van 4 mei jl., onverkort ten uitvoer leggen. Tegelijk zal ik tegen het vonnis spoedappèl aantekenen, niet alleen omdat ik het met de uitspraak en de motivering inhoudelijk oneens ben, maar ook omdat voorkomen moet worden dat onduidelijkheid over de gelding van dit laatste kortgedingvonnis zou blijven bestaan nadat het gerechtshof zich in de spoedap-pèlproce-dure heeft uitgesproken over het eerdere kortgedingvonnis van 23 februari jl. Bij deze laatste spoed-appèlprocedure draait het met name om de vraag of een kortgedingrechter een door re-gering en Staten-Generaal gezamenlijk tot stand gebrachte wet buiten werking mag stel-len, terwijl deze wet - ook blijkens eerdere rechterlijke uitspraken - niet onmis-kenbaar on-verbindend is en de rechter in de bodemprocedure van een vergelijkbare voorziening heeft afgezien.

In de tussentijd geldt als gevolg van de kortgedingvonnissen het volgende met betrekking tot de verhandeling en opkoop van varkensrechten, waarbij ik de NVV-leden voorshands ook de toepassing van alle niet-bezwarende regelingen dien te onthouden. Het onder-scheid tussen NVV-leden en niet-NVV-leden zal ik maken op basis van een door de NVV ter beschikking te stellen ledenlijst. Duidelijk is dat de tijdsduur voor de administratieve ver-wer-king van aanvragen en kennisgevingen in het kader van de genoemde regelingen als gevolg hiervan zal worden verlengd.

Verhandeling
Kennisgevingen van overgang van varkensrechten waarbij een of meer NVV-leden be-trok-ken zijn, worden in afwachting van de uitspraak van het gerechtshof in het spoed-appèl niet geregistreerd. De kennisgeving wordt niet geretourneerd maar enkel voorshands niet in behandeling genomen; ook betaalde leges moeten in het licht van het kortgedingvonnis vooralsnog worden vastgehouden.

Kennisgevingen van overgang van varkensrechten waarbij geen NVV-leden betrokken zijn, worden pas geregistreerd nadat van de betrokken partijen een verklaring van geen be-zwaar is ontvangen. Eerst dan kan ook de financiële tegemoetkoming voor de 40%-af-ro-ming op grond van de Regeling financiële tegemoetkoming Whv worden be-taald. De betaling van een hogere vergoeding op grond van de genoemde regeling (de extra ver-goeding bedrijfsbeëindigers van 52 jaar en jonger en de marktconforme vergoeding voor het verschil tussen de 40%-afroming en de in dit jaar tot 12 maart geldende 60%-af-roming) geschiedt pas na verkregen goedkeuring van de Commissie van de EG.

Om niet-NVV-leden niet achter te stellen bij NVV-leden, zal overschrijding van de in-zendtermijn van 4 weken voor de verklaringen van geen bezwaar niet leiden tot het retourneren van de kennisgeving maar enkel tot het niet in behandeling nemen van de kennisgeving. Dit laatste is slechts anders indien de betrokken partijen zèlf schrif-telijk om retournering verzoeken; in dit laatste geval worden ook de leges teruggestort.

Opkoopregeling varkensrechten en BEVAR
Ten aanzien van niet-NVV-leden die aan de voorwaarden van de Opkoopregeling varkensrechten of aan de voorwaarden van de BEVAR voldoen en die een verklaring van geen bezwaar hebben ingestuurd, wordt op zo kort mogelijke termijn de beslissing tot subsidieverlening afgegeven. Bij de Opkoopregeling varkensrechten wordt de subsidie verleend onder voorwaarde van goedkeuring door de Commissie van de EG. Aanvragen worden toegekend voorzover daarmee het subsidieplafond niet wordt overschreden, rekening houdend met de door NVV-leden gedane aanvragen die mogelijk in de toekomst nog zullen moeten worden toegewezen. Wat betreft de NVV-leden wordt de beslissing op de aanvraag aangehouden; afhankelijk van de uitspraak in het spoedappèl komen de aanvragen alsnog voor toewijzing in aanmerking voorzover zij thans reeds binnen het gestelde subsidieplafond zouden vallen. Voor de toewijzing van de aanvragen van NVV-leden zullen binnen het geldende plafond gelden worden gereserveerd.

Om niet-NVV-leden niet achter te stellen bij NVV-leden, zal overschrijding van de in-zend-termijn van 4 weken voor de verklaringen van geen bezwaar niet leiden tot het afwijzen van de aanvraag tot subsidieverlening: de subsidie-aanvraag wordt enkel niet in be-handeling genomen zolang geen verklaring van geen bezwaar is ontvangen. Met de aan-vragen wordt op gelijke wijze als bij de NVV-aanvragen wel rekening gehouden bij de bepaling of het subsidieplafond al dan niet is overschreden: voor het subsidieplafond wordt voorshands uitgegaan van de aanname dat de aanvragen worden toegewezen.

Overigens zijn in het kader van de Opkoopregeling varkensrechten 2069 aanvragen gedaan en 1900 verklaringen van geen bezwaar terugontvangen. Bij de BEVAR zijn voor vrijwel alle toewijsbare aanvragen verklaringen van geen bezwaar terugontvangen. Niet bekend is hoe-veel van deze aanvragen en verklaringen afkomstig zijn van NVV-leden.

Conversieberichten
Ten aanzien van 4095 bedrijven heeft het Bureau Heffingen nog geen terugmelding ge-daan van hetgeen feitelijk in de administratie van het Bureau Heffingen is geregistreerd ten aanzien van het op het bedrijf rustende varkensrecht. Zolang door het gerechtshof in het spoedappèl nog geen uitspraak is gedaan, zullen deze zogenoem-de .conversie-berich-ten. ten aanzien van NVV-leden achterwege blijven nu niet ze-ker is of deze feitelijke be-richtgeving door de fungerend president van de Haagse rechtbank niet zal worden begre-pen onder .uitvoering. van de Whv.

Knelgevallenregeling
De aan de Kamer aangekondigde wijziging van het Besluit hardheidsgevallen zal voor-alsnog niet in werking kunnen treden, omdat ook daarmee uitvoering zou worden gege-ven aan de Whv, wat vooralsnog ten aanzien van NVV-leden verboden is. Ook kan ten aanzien van NVV-leden niet worden geëist dat zij zich binnen een termijn van 6 weken aanmelden voor de in het wijzigings-besluit opgenomen voorziening voor nog niet eerder gere-gelde categorieën knelgevallen. Gegeven de onduidelijkheid over de inwerkingtreding zal vooralsnog ook van de vaststelling van het wijzigingsbesluit en van publi-catie in het Staatsblad worden afgezien.


4. Tot besluit
Pas als in de spoedappèlprocedure tegen het kortgedingvonnis van 23 februari jl. uit-spraak is gedaan, be-staat meer duidelijkheid over de mogelijkheden om de Whv en het flanke-rende beleid ook ten aanzien van de NVV-leden toe te passen. Het gerechtshof doet waar-schijnlijk 10 juni a.s. uitspraak. Zo spoedig mogelijk na deze uitspraak zal ik de Kamer informeren over de verdere lijn die ik voorsta ten aanzien van de herstructurering van de varkenshouderij.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER

EN VISSERIJ

drs. H.H. Apotheker

07 mei 99 13:38

Deel: ' Brief Apotheker over herstructurering varkenshouderij '




Lees ook