Tweede Kamer der Staten Generaal

brief sts buza inzake informatievoorziening nieuwe commis sievoorstellen

Gemaakt: 28-3-2000 tijd: 12:20


22112 Ontwerprichtlijnen Europese Commissie
nr. 150 Brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 20 maart 2000

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij 2 fiches aan te bieden die werden opgesteld door de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC):


1. Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement:
`Retailbetalingen in de interne markt'.


2. Witboek inzake milieu-aansprakelijkheid.
De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

D.A. Benschop
Fiche 1 (Retailbetalingen)Fiche 1 (Retailbetalingen)
Titel:

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement: `Retailbetalingen in de interne markt'.

Datum stuk: 31 januari 2000.

nr. Raadsdocument:

nr. Commissiedocument: Com(2000)36 def

Eerstverantwoordelijke ministerie: FIN i.o.m. EZ

Behandelingstraject in Brussel:

Het betreft een mededeling. Behandeling is nog niet voorzien.

Consequenties voor EG-begroting in EURO (per jaar): Geen relevante gevolgen.

Korte inhoud en doelstelling van het voorstel:

Grensoverschrijdende overmakingen van kleine bedragen zijn minder betrouwbaar, doen er meestal langer over en kosten aanzienlijk meer dan binnenlandse betalingen. In deze mededeling wordt de nadruk gelegd op de noodzaak van efficiënte, veilige en goedkope diensten op het gebied van retailbetalingen in de interne markt, parallel aan de invoering van de euro: de Commissie wil dat op 1 januari 2002 de efficiëntie van grensoverschrijdende overmakingen van kleine bedragen aanzienlijk is verbeterd en dat de kosten die aan cliënten worden berekend aanzienlijk zijn verlaagd. De Commissie vertrouwt er in dit verband vooral op dat een oplossing op de markt zelf tot stand komt.

Hiervoor is vrijwillige samenwerking door het bankwezen en de investeringssector vereist. De Commissie is van mening dat tezamen met het ESCB, de andere Europese instellingen en de particuliere sector een gezamenlijke inspanning moet worden gedaan om de doelstellingen te realiseren.

Rechtsbasis: n.v.t., het betreft een mededeling.

Subsidiariteit, proportionaliteit, deregulering:

Liberalisatie van het kapitaalverkeer, alsmede de sterk toegenomen hoeveel-heid en omvang van internationale en nationale transacties hebben niet alleen het grensoverschrijdende betalingsverkeer in belang doen toenemen, maar hebben ook de risico's vergroot. Technologische ontwikkelingen in de maatschappij, zoals de opkomst van de elektronische snelweg en innovaties bij de productie van chips en chipcards, missen voorts hun uitwerking op het betalingsverkeer niet. De aanpassing van het betalingsverkeer aan de snel wijzigende maatschappelijke en technische context is een continu-proces dat almaar sneller plaatsvindt. Ook op Europees niveau is dit terrein in beweging, wat onder andere tot uitdrukking komt in de totstandbrenging van de Richtlijn grensoverschrijdend betalingsverkeer, de Richtlijn settlement finality in payment and securities settlement systems en hiervoor genoemde aanbevelingen en mededelingen.

De Commissie is op het gebied van het betalingsverkeer in de interne markt bevoegd een dergelijk initiatief te nemen. De subsidiariteitstoets luidt derhalve positief. De proportionaliteitstoets is nog niet van toepassing.

Nederlandse belangen:

Een goed werkend grensoverschrijdend betalingssysteem in Europa is mede gelet op het grote belang van de Nederlandse handel, van groot belang voor de Nederlandse economie. Het betalingsverkeer is van eminent belang voor de integriteit en stabili-teit van het financiële systeem en daarmee voor economie en welvaart. Handel en economie berusten op efficiënte en betrouwbare systemen voor de over-dracht van geld tussen producenten en consumenten, leninggevers en lening-nemers, spaarders en investeerders, werkgevers en werknemers.

Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden (betrokkenheid IPO/VNG):

De mededeling heeft geen consequenties voor de nationale regelgeving. Nederland ondersteunt het standpunt van de Commissie dat oplossingen in eerste instantie door vrijwillige samenwerking tussen bankwezen en de investeringssector tot stand moeten komen. Het Ministerie van Financiën zal in overleg treden met betrokkenen in de daarvoor geëigende fora (zoals de Werkgroep Efficiency Betalingsverkeer). Voorts is de Minister voornemens dit jaar een beleidsnota in de richting van de TK te sturen, waarin op de Nederlandse betaalmarkt zal worden ingegaan en waarin ook het grensoverschrijdende perspectief aan bod kan komen. In deze nota zal ook worden aangegeven of er op het terrein van de nationale regelgeving aanvullende acties wenselijk zijn.

Rol EP in de besluitvormingsprocedure: n.v.t.


4

Fiche 2 (milieu-aansprakelijkheid)

Titel:

Witboek inzake milieu-aansprakelijkheid

Datum stuk: 9 februari 2000

nr. Raadsdocument: n.v.t.

nr. Commissiedocument: COM(2000)66def.

Eerstverantwoordelijke ministerie: VROM in nauw overleg met JUS, i.o.m. BZ, EZ, LNV, V&W

Behandelingstraject in Brussel:

Het Witboek is voor het eerst behandeld in de Raadswerkgroep milieu van 1 maart 2000 en 7 maart 2000 en is vervolgens geagendeerd voor de Milieuraad van 30 maart 2000 en 22/23 juni 2000.

Consequenties voor EG-begroting in EURO (per jaar): geen

Korte inhoud en doelstelling van het voorstel:

In het Witboek wordt besproken hoe een communautaire regeling inzake milieu-aansprakelijkheid het best kan worden opgezet met als oogmerk het `vervuiler-betaalt'-beginsel ten uitvoer te leggen. Na de verschillende opties voor communautaire actie te hebben bekeken, concludeert de Commissie dat de meest geschikte optie een communautaire kaderrichtlijn voor de regeling van milieu-aansprakelijkheid is.

De Commissie noemt de volgende centrale elementen voor een communautaire kaderrichtlijn. De richtlijn moet betrekking hebben op zowel traditionele schade (schade aan personen en goederen) als op milieuschade gekoppeld aan communautaire regelgeving. Onder milieuschade valt de verontreiniging van locaties en schade aan natuur en biodiversiteit die in het Natura 2000-netwerk vallen. De aansprakelijkheidsregeling wordt gebaseerd op risico-aansprakelijkheid (wat inhoudt dat geen schuldig handelen of nalaten vereist is) wanneer sprake is van een gevaarlijke activiteit. Schade aan biodiversiteit wordt ook gedekt wanneer veroorzaakt door een niet-gevaarlijke activiteit. In dat geval is schuld-aansprakelijkheid het uitgangspunt. In geval van milieuschade moet de schadevergoeding daadwerkelijk besteed worden aan herstel van het milieu.

Het Witboek is een vervolg op het Groenboek van 1993 en is opgesteld in antwoord op een verzoek van het Europees Parlement om op dit gebied wetgevingsvoorstellen in te dienen.

Rechtsbasis van het voorstel:

Niet van toepassing, aangezien het om een witboek gaat. Naar verwachting zal de Milieuraad ten aanzien van het Witboek een Raadsresolutie aannemen. Het witboek zou eventueel kunnen leiden tot een kaderrichtlijn met minimumvereisten gebaseerd op art. 175 EGV (ex
130 S). Daarbij zouden lidstaten op grond van art. 176 (ex 130 T) verdergaande maatregelen moeten kunnen treffen, mits deze verenigbaar zijn met het Verdrag

Subsidiariteit, proportionaliteit, deregulering:

De redenen die de Commissie aanvoert voor invoering van een milieu-aansprakelijkheidsregeling op communautair niveau zijn onder meer een betere tenuitvoerlegging van de centrale beginselen op milieugebied (het vervuiler betaalt beginsel, het preventiebeginsel en het voorzorgsbeginsel) en van de bestaande EG milieuwetten, herstel van milieuschade en een betere werking van de interne markt. Met betrekking tot contaminated sites is het de vraag of de EU subsidiariteit heeft op dit punt. Bodemverontreiniging is hoofdzakelijk een nationaal probleem waarbij grensoverschrijdende effecten een uitzondering zijn. De vraag is dan ook of bodembeleid wel communautair geregeld moet worden en niet moet worden overgelaten aan de lidstaten. De subsidiariteitstoets is in het algemeen positief maar voor bodemverontreiniging twijfelachtig.

De proportionaliteitstoets is twijfelachtig nu de Commissie ook kan kiezen om als Gemeenschap toe te treden tot het Verdrag van de Raad van Europa (Lugano-Conventie) van 1993. Nederland heeft de Lugano-Conventie getekend en de voorkeur van Nederland gaat dan ook uit naar toetreding van de Gemeenschap tot de Lugano-Conventie.

Nederlandse belangen:

In het algemeen staat Nederland positief tegenover Gemeenschapsactie. Ook vanuit het oogpunt van toetreding van toekomstige lidstaten is harmonisatie wenselijk. De voorkeur van Nederland gaat uit naar toetreding van de Gemeenschap tot de in het kader van de Raad van Europa gesloten Lugano-Conventie. Terecht worden het `vervuiler betaalt' beginsel en het preventiebeginsel centraal gesteld. De relatie tussen milieuaansprakelijkheid en biodiversiteit behoeft nadere studie. Inhoudelijk gezien gaat de voorkeur van Nederland uit naar een zo dicht mogelijke aansluiting bij de uitgangspunten en de tekst van de Lugano-Conventie. Belangrijk is dat bepalingen van het Witboek niet in strijd met de Lugano-Conventie zijn maar dat Witboek en Lugano-Conventie verenigbaar blijven. Ook afwijking van andere bestaande verdragen zou zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. De tekst van het Witboek roept nog wel de nodige vragen op. Op vele punten is verduidelijking/uitleg of nadere uitwerking gewenst. De praktische uitwerking in het Witboek van de uitgangspunten bij schade aan biodiversiteit, bijvoorbeeld van de waardering van de schade, de berekening ervan en de methodes die worden gebruikt, geven aanleiding tot vragen.

Daarnaast regelt het Witboek dat toekomstige bodemverontreiniging functiegericht gesaneerd moet worden. Dit is de lijn die Nederland hanteert voor bestaande (historische) bodemverontreiniging. Uitgangspunt bij nieuwe bodemverontreiniging is dat geheel wordt gesaneerd overeenkomstig het vervuiler betaalt beginsel, het voorzorgsbeginsel en het preventiebeginsel. Vraag is dan ook of dit strengere regelgeving is die binnen de spelregels van het Witboek is toegestaan of dat het Nederlandse beleid voor nieuwe bodemverontreiniging een afwijking is van de minimumstandaard die niet is toegestaan. Zie ook onder `subsidiariteit'.

Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden (betrokkenheid IPO/VNG):

Aangezien het een Witboek betreft, zijn er nog geen consequenties voor nationale regelgeving. Mocht het Witboek leiden tot een voorstel voor een richtlijn, zal nader bezien moeten worden welke gevolgen dit zal hebben. Toetreding van de Gemeenschap tot de Conventie van Lugano zal slechts geringe consequenties hebben voor de Nederlandse wetgeving, omdat het verdrag is ontleend aan de bestaande Nederlandse wetgeving (i.h.b. art. 6:175-6:176 van het Burgerlijk Wetboek).

Rol EP in de besluitvormingsprocedure:

Nu nog niet van toepassing, maar bij een eventueel voorstel voor een kaderrichtlijn zal er sprake zijn van de co-decisie-procedure.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief BUZA informatievoorziening nieuwe commissievoorstellen '




Lees ook