Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de Tweede

Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

Directie Noord-Afrika en Midden-Oosten

Afdeling Golfstaten

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 12 mei 1999
Kenmerk DAM/GO-192/99
Blad /3
Bijlage(n)
Betreft Iran/Algemeen Overleg 19 mei a.s.

Zeer geachte Voorzitter,

Ten vervolge op mijn brief (DAM/GO-402/98) d.d. 2 november 1998, waarin ik u berichtte over de besprekingen die een ambtelijke missie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken op 20 en 21 oktober 1998 te Teheran voerde, zend ik u op uw verzoek een kort overzicht van de recente ontwikkelingen in Iran en de huidige stand van de bilaterale betrekkingen met dit land.

Binnenlandspolitieke situatie in Iran

President Khatami blijft streven naar een pluriforme en tolerantere samenleving binnen de waarden en normen van het Islamitische staatsbestel. Toepassing van de "rule of law "en versterking van de "civil society" - de belangrijkste elementen van zijn verkiezingsprogramma - blijven hierbij het richtsnoer. De gerechtelijke vervolging van de verdachten van de moord op enkele schrijvers eind vorig jaar en de gemeenteraadsraadsverkiezingen van februari jl. markeerden een duidelijke overwinning voor Khatami. De uitslag van de verkiezingen is hoopgevend voor de parlementsverkiezingen van volgend jaar.

Khatami blijft onder vuur liggen van de conservatieven. Zo wordt de vrije pers veelvuldig aangevallen en hebben de conservatieve elementen in de Iraanse samenleving nog steeds een stevige greep op de politie, de strijdkrachten en de rechterlijke macht. Echter, de polarisatie in de Iraanse samenleving lijkt enigermate af te nemen en voorzichtig kan worden gesteld dat het door president Khatami in gang gezette hervormingsproces langzaam maar zeker terrein wint.

De mensenrechtensituatie in Iran is niet wezenlijk veranderd sinds mijn berichtgeving hierover in november 1998.

De Speciale Vertegenwoordiger van de VN-Mensenrechtencommissie, Copithorne, stelt in zijn rapport van februari jl. dat nog steeds ernstige schendingen van de mensenrechten plaatsvinden in Iran. Hij wijst er in dit verband op dat de positie van de Baha'is, een aantal religieuze minderheden en tegenstanders van het regime zorgwekkend blijft. Wel ziet hij enige vooruitgang in de richting van een tolerantere en vreedzamere samenleving, terwijl de rechtszekerheid enigermate is toegenomen en de "civil society" is versterkt.

De positie van de vrouw is verder verbeterd, wat wordt bevestigd door het feit dat een niet gering aantal vrouwen is gekozen om zitting te nemen in de in februari jl. gekozen gemeenteraden en meer dan de helft van de instroom aan universiteiten en hogescholen bestaat uit vrouwen.

Voorts neemt een groeiend aantal vrouwen deel aan het arbeidsproces. In vergelijking met andere landen in de regio is de situatie voor vrouwen niet ongunstig. Evenwel hebben vrouwen in Iran nog een achterstandspositie op het gebied van rechtsgelijkheid.

De vrijheid van meningsuiting is verder toegenomen. De vrije pers tast voortdurend de grenzen van het toelaatbare af. Geregeld wordt aan kranten een verschijningsverbod of een geldboete opgelegd, maar vaak verschijnen de kranten weer, eventueel onder een nieuwe naam. President Khatami heeft in maart jl. toestemming gegeven voor de oprichting van een schrijversbond. Hoewel de conservatieven keer op keer hebben geprobeerd hen onwelgevallige persstemmen het zwijgen op te leggen, is toch een sfeer ontstaan die het mogelijk maakt veel politieke en maatschappelijke onderwerpen met grote vrijmoedigheid te bediscussiëren.

De EU heeft zowel aan de punten van zorg als aan de positieve ontwikkelingen uitdrukking gegeven in de conceptresolutie over de mensenrechtensituatie in Iran die door de EU is ingediend tijdens de
55e Mensenrechtencommissie.

Hoewel Iran partij is bij alle relevante verdragen op het gebied van ontwapening, blijft Irans vermogen langeafstandswapens te ontwikkelen de Nederlandse regering zorgen baren. Er bestaan verdenkingen dat Iran bezig is massavernietigingswapens te ontwikkelen of te verwerven. De Russisch-Iraanse samenwerking op nucleair gebied blijft eveneens tot uiterste waakzaamheid stemmen. Nederland heeft in bilaterale contacten met Iran herhaaldelijk zijn verontrusting uitgesproken over Iraanse wapenprogramma's. Voorts brengt de EU haar zorg hierover naar voren in de dialoog die zij voert met de Iraanse autoriteiten.

Buitenlandspolitieke ontwikkelingen

Iran heeft altijd gezegd niet te geloven in het Midden-Oosten vredesproces, omdat dit niet tegemoet komt aan de wensen van het Palestijnse volk. Iran heeft echteraangegeven het vredesproces niet actief tegen te werken.

Er zijn evenwel geen tekenen die erop wijzen dat Iraanse steun aan organisaties, die het Midden-Oosten vredesproces op gewelddadige wijze trachten te ondermijnen, is verminderd. De Iraanse opstelling ten aanzien van het Midden-Oosten vredesproces blijft de Nederlandse regering ernstige zorgen baren. Derhalve dringt Nederland er, zowel in de EU-dialoog als in bilaterale contacten, telkenmale bij Iran op aan het huidige raamwerk van het Midden-Oosten vredesproces te erkennen en derhalve zijn steun aan organisaties, die het MOVP trachten te ondermijnen, te staken.

In december 1998 vond de tweede zitting van de dialoog van de EU met Iran plaats. Een derde bijeenkomst is voorzien op 20 mei a.s..

Naast het wederzijds streven naar verbetering en verbreding van de betrekkingen, blijft de EU de dialoog gebruiken als kanaal voor het overbrengen van de Europese zorgen over een aantal elementen van het Iraanse beleid (waaronder mensenrechten, ontwapening, terrorisme en het MOVP).

Experts van de Europese Commissie zijn recent overleg gestart met Iran over samenwerking op het terrein van energie, drugsbestrijding, vluchtelingenopvang, landbouw en milieu.

Een groeiend aantal ministers van Buitenlandse Zaken en vakministers uit EU-lidstaten heeft inmiddels Teheran bezocht of heeft een bezoek op de agenda staan. President Khatami heeft in maart een succesvol staatsbezoek aan Rome gebracht.

Bilaterale betrekkingen

De terugkeer van uitgeprocedeerde Iraanse asielzoekers naar Iran

blijft vooralsnog de voornaamste bilaterale kwestie die om een oplossing vraagt. Op 11 mei vindt een DPC/IND missie plaats om met de Iraanse autoriteiten te spreken over modaliteiten van terugkeer van uitgeprocedeerde Iraanse asielzoekers.

Op het moment van schrijven is nog niet bekend wat de uitkomst van deze missie is.

Van Iraanse zijde blijven de autoriteiten bij de Nederlandse regering aandringen op strengere maatregelen tegen de Muhadjahedin-e Khalq Organisation (MKO).

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Deel: ' Brief BUZA inzake betrekkingen met Iran '




Lees ook