Tweede Kamer der Staten Generaal

Sender:


21501002.331 Brief BUZA inzake het ontwikkelingsbeleid t.o.v. afri ka

Gemaakt: 23-3-2000 tijd: 15:19


2


21501-02 Algemene Raad


25098 Crisissituatie Grote Meren Gebied

nr. 331 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 21 maart 2000

In het Nederlandse buitenlandse en ontwikkelingssamenwerkingsbeleid vormt Afrika een van de prioriteiten.

Op Nederlands initiatief besloot de Algemene Raad van de Europese Unie tijdens zijn zitting in februari dat de Raad spoedig de situatie met betrekking tot conflicten in Afrika, en in het bijzonder de situatie in het Grote Merengebied zou bespreken.

Aan de Hoge Vertegenwoordiger, Javier Solana, werd - ook dit op Nederlands voorstel gevraagd om een notitie voor te bereiden met een korte analyse van dat conflict en suggesties voor verdere bijdragen van de Europese Unie aan de oploss-ing ervan.

De totstandkoming van een samenhangend en geïntegreerd Europees beleid ten opzichte van Afrika is een absolute noodzaak om een bijdrage te kunnen leveren aan veiligheid en stabiliteit op het continent. Tot dusver heeft Europa naar Nederlands oordeel te weinig aandacht geschonken aan het grote aantal conflicten in Afrika en is er, zeker ten aanzien van de Grote Meren, sprake van te weinig eendracht.

Met dit Nederlands initiatief wordt uitvoering gegeven aan een van de voornemens van de Afrika-notitie die vorig jaar in uw Kamer is besproken.

De notitie van de Hoge Vertegenwoordiger , opgesteld in samenwerking met de Speciale Vertegenwoordiger voor de Grote Meren Aldo Ajello en medio maart uitgebracht, gaat u als bijlage toe. *)

Tijdens de zitting van de Algemene Raad van 20 maart 2000 heeft de heer Solana dit discussiestuk kort gepresenteerd. Hij stelde daarbij o.a. dat in het Grote Meren conflict niet zozeer de Europese Unie als wel de Verenigde Naties als het belangrijkste internationale forum moet worden beschouwd. De Europese Unie zou evenwel aan die internationale inspanningen een essentiële bijdrage kunnen leveren. Mede vanwege de zeer recente verschijning van het discussiestuk besloot de Raad om dit op een volgende Raadszitting (in april of mei) diepgaand te bespreken. Wel werd reeds verkennende discussie gevoerd, met name over de rol van de Unie.

Ik heb in mijn interventie erop gewezen dat het rapport van Solana goede aanbevelingen bevat die aandachtig dienen te worden bestudeerd. Ook de kritische kanttekeningen t.a.v. het optreden van de EU zelf verdienen de aandacht. Ik heb benadrukt dat de Europese Unie een krachtige rol moet en kan spelen en enkele voorbeelden genoemd waaronder het uitleveren van verdachten aan het Rwanda Tribunaal,en de kleine wapensproblematiek. In dit verband heb ik ook de mogelijkheid van een vrijwillig VN-wapenembargo onder de aandacht gebracht.

Tenslotte heb ik melding gemaakt van de reis die de Nederlandse Vertegenwoor-diger bij de Verenigde Naties zeer onlangs in het kader van het Nederlandse lid-maatschap van de Veiligheidsraad en ter voorbereiding van de Raadszitting aan de Grote Merenregio heeft gemaakt. Ten behoeve van uw Kamer is een kort verslag van ambassadeur van Walsum van zijn bezoek als bijlage opgenomen.

Door enkele andere partners werd eveneens kort op de problematiek van Afrikaanse conflicten ingegaan en het rapport van de Hoge Vertegenwoordiger als discussie-bijdragen verwelkomd. De Belgische Minister van Buitenlandse Zaken beaamde dat de EU meer aandacht aan Afrika zal moeten besteden. Ook hij had zojuist een bezoek aan de Grote Merenregio gebracht waarvan hij de Raad nader verslag zal doen toekomen. Denemarken bepleitte versterking van het gewicht van het GBVB-instrumentarium. Van Italiaanse zijde werd aangegeven dat de Raad niet alleen het Grote Merenconflict, maar met name ook het conflict tussen Ethiopië en Eritrea in beschouwing zal moeten nemen.

In april of mei zal zoals hierboven reeds aangegeven het debat worden voortgezet. Deze discussie zal dan samen de resultaten van de EU-Afrika Top die begin april in Kairo gehouden wordt, moeten leiden tot concrete actieplannen waarbij rekening gehouden wordt met de complementariteit van VN en EU-inspanningen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

J.J. van Aartsen


*) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie
Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief BUZA inzake het ontwikkelingsbeleid t.o.v. Afrika '




Lees ook