Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag
DIRECTIE PERSONENVERKEER, MIGRATIE EN CONSULAIRE ZAKEN

Afdeling JBZ en Justitiële en Politiële Samenwerking (DPC/JP)

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 30 maart 1999
Kenmerk DPC-JP/131/99
Blad /1
Bijlage(n) 3
Betreft Integratie Schengen acquis in EU
C.c. Justitie

In het Algemeen Overleg van 23 maart j.l. heb ik Uw Kamer toegezegd na te gaan of een overzicht van het Schengen-acquis kan worden verstrekt dat bijgewerkt is tot februari 1999. Daarnaast werd door mij toegezegd dat in het overzicht ook zou worden aangegeven welke besluiten/documenten vertrouwelijk zijn. Tenslotte heb ik U een antwoord toegezegd op de vraag welke rechtsgrondslag moet worden toegekend aan de Gemeenschappelijke Controle Autoriteit voor het Schengen Informatie Systeem (SIS). Ik kan U als volgt over deze punten informeren.

Overzicht Schengen-acquis

Document Schengen 6 inzake de definitie van het Schengen-acquis voor de opneming ervan in het kader van de EU, dat als bijlage aan mijn brief van 17 maart j.l. was toegevoegd, is het meest actuele overzicht van het Schengen-acquis dat momenteel is vastgelegd in een EU-document. Het betreft echter niet het definitieve overzicht omdat dit nog dient te worden geactualiseerd.

Zoals ik in mijn brief van 19 februari 1999 inzake de integratie van Schengen in de EU reeds had aangegeven is het Schengen-acquis weliswaar in Schengen-kader vastgesteld tot en met februari 1999, maar is dit nog niet aan de EU overgedragen.

De redenen hiervoor zijn de volgende:


- Begin februari 1999 is pas in Schengen-kader een geactualiseerde lijst van het Schengen-acquis beschikbaar gesteld. In de Centrale Groep van 19 februari 1999 werd besloten deze lijst aan de EU over te dragen. Het moge duidelijk zijn dat in bovengenoemd EU-document Schengen 6, dat dateert van 1 februari, deze actualisering nog niet is opgenomen. Zodra de geactualiseerde lijst in EU-kader terbeschikking komt, zal deze aan de Kamer worden toegestuurd.


- Op een aantal besluiten die na oktober 1998 zijn genomen en in het UC van december 1998 aan de orde zijn gekomen rust nog een Italiaans parlementair voorbehoud. Italië heeft nog niet te kennen gegeven wanneer het voorbehoud kan worden opgeheven.

De geachte afgevaardigde Van Oven wees in hogergenoemd AO t.a.v. document Schengen 6 bovendien op het ontbreken van een overzicht van besluiten die door het Uitvoerend Comité zijn gedelegeerd aan andere instanties.

De reden voor het ontbreken van dit overzicht is dat thans nog een nieuwe geconsolideerde versie van de Gemeenschappelijke Visuminstructie (GVI) en het Gemeenschappelijk Handboek (GH) in voorbereiding is, waarin de besluiten zijn verwerkt die door de Centrale Groep of andere instanties zijn genomen, krachtens de aan hen door het UC toebedeelde bevoegdheden op dit gebied. Het merendeel van deze gedelegeerde bevoegdheden heeft immers betrekking op besluiten ter wijziging van de bijlagen in het GVI/GH.

Het ligt in de bedoeling dat het resterende deel wordt ondergebracht in de zogenaamde "Bezemclausule" waarover de Regering Uw Kamer op 2 juni 1998 ter voorbereiding van het UC van 23 juni 1998 heeft geïnformeerd. Deze Bezemclausule heeft betrekking op documenten, verslagen, praktische handboeken, privaatrechtelijke contracten, werkafspraken etc. die als zodanig niet strikt behoren tot het acquis, zoals beschreven in de bijlage bij het Schengen-protocol van het Verdrag van Amsterdam, maar wel noodzakelijk zijn voor de effectieve werking van het acquis. In Schengen-kader buigt men zich momenteel over de vraag hoe deze maatregelen het beste aan de EU kunnen worden overgedragen.

Vertrouwelijkheid van documenten

De vertrouwelijkheid van Schengen-documenten berust op twee besluiten van het Uitvoerend Comité.

Het bijgevoegde besluit SCH/Com-ex (93) 22 bepaalt de vertrouwelijkheid van Schengen-documenten. Dit besluit houdt in dat er als zodanig geen besluiten zijn die een vertrouwelijk karakter hebben, maar dat de vertrouwelijkheid betrekking heeft op bepaalde documenten die aan de besluiten zijn toegevoegd.

In besluit SCH/Com-ex (98) 17 wordt vervolgens de opsomming van de als vertrouwelijk aan te merken documenten van besluit 22 vervangen door een nieuwe opsomming. Gelet op het bovenstaande zijn alleen nog Bijlage 5 (Lijst van gevallen waarin overeenkomstig art. 17 lid 2 UO voor visumafgifte de centrale autoriteiten van de eigen staat, van een andere staat of van andere staten dienen te worden geraadpleegd), Bijlage 9 (Gegevens welke de onderscheidene staten eventueel in de zone "opmerkingen" zullen opnemen) en Bijlage 10 (Voorschriften voor het invullen van de machineleesbare zone) van de GVI, het GH en het SIRENE-Handboek vertrouwelijk, alsmede de drie in besluit 17 genoemde documenteninzake verdovende middelen. Laatstgenoemde documenten zijn te Uwer informatie bijgevoegd. Conform de Schengen-bepalingen, verzoek ik U de vertrouwelijkheid van deze documenten in acht te nemen. Alhoewel deze documenten onderdeel uitmaken van hogergenoemd besluit
22, behoren documenten SCH/Stup (92) 72 3e herz. en SCH/I-Stup (92) 45 naar de mening van de Regering niet tot het Schengen-acquis.

Het SIRENE-Handboek werd Uw Kamer ter informatie op 8 december 1998 toegestuurd met het verzoek de vertrouwelijkheid van dit document in acht te nemen.

Ook de GVI werd Uw Kamer op 26 november 1998 reeds vertrouwelijk toegestuurd. Het Gemeenschappelijk Handboek is U niet toegestuurd aangezien daarin strikt vertrouwelijke informatie inzake de buitengrenscontrole is opgenomen en de wijzigingen in de bijlagen gelijkluidend zijn aan de wijzigingen in de GVI.

Gemeenschappelijke Controle Autoriteit

Tot slot ga ik graag nog kort in op de vraag van de geachte afgevaardigde van Oven over de toebedeling van een rechtsgrondslag voor de Gemeenschappelijke Controle Autoriteit (GCA). De toebedeling hangt af van de optie die uiteindelijk voor de integratie van het SIS in de EU gekozen wordt en waarover ik U in mijn brief van 17 maart j.l. berichtte. Indien voor optie 3 wordt gekozen betekent dit dat een dubbele rechtsgrondslag aan de GCA moet worden toegekend in de eerste (artt. 62, 63, 66 EG-verdrag) en derde pijler (artt. 34, 30, 31 EU-verdrag).

DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Deel: ' Brief BUZA inzake integratie Schengen acquis in EU '




Lees ook