Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de Tweede

Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

Directie Noord-Afrika en Midden-Oosten

Afdeling Golfstaten

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 3 september 1999
Kenmerk- DAM/GO
Blad /4
Bijlage(n)
Betreft Iran/ algemeen overleg d.d. 8 september a.s.

Zeer geachte Voorzitter,

Ten behoeve van het algemeen overleg Iran op 8 september a.s. doe ik u hierbij een geactualiseerd overzicht van de ontwikkelingen in Iran en de huidige stand van de bilaterale betrekkingen met dit land toekomen. Voor wat betreft de reactie van de regering op de brief d.d. 5 augustus van de Griffier van uw Kamer, kenmerk 52/99 BuZa, en de daarbij gevoegde VVD-notitie 'Massavernietigingswapens in Iran' verwijs ik gaarne naar mijn brief d.d. 2 september (DVB/NN-406/99).

Recente ontwikkelingen in Iran

De situatie in Iran geeft vooralsnog een diffuus beeld. De ontwikkelingen van de laatste tijd bevestigen de indruk dat het veranderingsproces in Iran zich niet beweegt in een regelmatige opgaande lijn, maar zich voltrekt met vallen en opstaan.

De zekere mate van persvrijheid, die sinds het aantreden van president Khatami was ingevoerd, dreigt door een amendement op de perswet weer grotendeels teniet te worden gedaan. Immers, in het wetsvoorstel zouden journalisten persoonlijk verantwoordelijk worden gehouden voor hun artikelen en zouden aanklachten tegen de pers voortaan door revolutionaire rechtbanken worden behandeld en niet meer door persrechtbanken. De schrijvende pers wordt geconfronteerd met nieuwe beperkingen. Het liberale dagblad Salaam kreeg begin juli jl. een verschijningsverbod opgelegd en de redacteur werd gedagvaard vanwege het publiceren van geclassificeerde informatie over de hoofdverdachte van de moord op een aantal intellectuelen eind vorig jaar. De studentendemonstraties die volgden op de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel en de sluiting van het dagbladSalaam liepen in juli jl. uit de hand toen de oproerpolitie, veiligheidsdiensten en eenheden van de fundamentalistische Ansar-e Hezbollahi een inval deden op de campus van de universiteit van Teheran en geweld gebruikten tegen de studenten. Zodra opruiende elementen zich mengden onder de demonstrerende studenten, heeft president Khatami een demonstratieverbod afgekondigd.

Bij dit alles acht ik het hoopgevend dat zowel de president alsook Geestelijk Leider Khamenei het gewelddadige politieoptreden inmiddels hebben afgekeurd, dat is toegezegd dat de verantwoordelijke politieofficieren voor de rechter worden gebracht en dat erop toe zal worden toegezien dat de 'rule of law' wordt toegepast. Thans bevinden zich een zevental politieofficieren en een niet bekend aantal studenten en hun leiders in hechtenis. Het is onduidelijk hoe de gerechtelijke procedure zal verlopen.

Uiteraard is het teleurstellend dat de voorzichtige tekenen van liberalisering van conservatieve zijde onmiddellijk worden beantwoord met maatregelen ter beknotting van de persvrijheid. De EU heeft in een verklaring d.d. 15 juli jl. de veroordeling van het politieoptreden door de Iraanse regering verwelkomd en alle politieke partijen en maatschappelijke instellingen in Iran opgeroepen tot verdraagzaamheid en respect voor de mensenrechten, inclusief het recht van vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering.

Van hervormingsgezinde zijde is, na het verschijningsverbod op Salaam, een gerechtelijke procedure aangespannen tegen een drietal vooraanstaande conservatieve dagbladen vanwege de publicatie van een brief van twintig legercommandanten aan de president waarin de binnenlandse onrust van juli jl. geweten wordt aan zijn hervormingspolitiek.

Het is duidelijk dat op het ogenblik met name de persvrijheid prominent figureert in de controverse tussen conservatieven en hervormingsgezinden. Ondanks de recente inperking van de persvrijheid, is het in Iran desalniettemin mogelijk gebleken om in het openbaar politieke en maatschappelijke onderwerpen aan de orde te stellen. Voor de verkiezing van Khatami was dat in veel mindere mate het geval.

Ook op andere terreinen hebben zich enkele opmerkelijke ontwikkelingen voorgedaan. Het als conservatief bekend staande hoofd van de rechterlijke macht, Yazdi, heeft zijn functie neergelegd. Zijn opvolger, Hashemi Shahroudi, heeft verklaard een begin te willen maken met hervorming van de rechterlijke macht en heeft inmiddels een aantal functionarissen op sleutelposities vervangen. Yazdi zal zitting nemen in de door conservatieven gedomineerde 'Council of Guardians', een orgaan dat kandidaten voor de parlementsverkiezingen in februari 2000 zal dienen goed te keuren. Een wetsvoorstel dat afgewezen kandidaten de mogelijkheid zou bieden tegen beslissingen van de Council in beroep te gaan, is onlangs verworpen in het parlement. Van hervormingsgezinde zijde wordt dit beschouwd als een onaanvaardbare aantasting van het actieve en passieve kiesrecht. In de Iraanse persis de discussie over de bevoegdheden van de Council nog steeds gaande. Algemeen worden de verkiezingen van grote betekenis geacht voor de toekomst van het hervormingsproces.

Het gerechtelijk onderzoek naar de moord op een aantal schrijvers en intellectuelen eind vorig jaar is nog steeds gaande. Het verloop van dit onderzoek en het overlijden van de hoofdverdachte in juni jl. zijn tekenend voor het volstrekte gebrek aan transparantie in de Iraanse rechtspraktijk.

Tenslotte verblijven de 13 gedetineerde leden van de joodse gemeenschap in Iran nog steeds in hechtenis. De Kamer is over deze kwestie bij brief d.d. 29 juni jl. geïnformeerd (23 432, nr 24, d.d.
29 juni jl.). Mijn Iraanse ambtgenoot heeft mij en mijn EU-collegae laten weten dat de betrokken kwestie een interne aangelegenheid betreft, dat buitenlandse inmenging de zaak geen goed zal doen en dat de religieuze achtergrond van de gedetineerden geen rol speelt. Van mijn antwoord aan minister Kharrazi, evenals van diens brief, doe ik volledigheidshalve kopie ter kennisgeving bijgaan. Uit mijn reactie blijkt dat ik mijn diepe verontrusting heb geuit over deze zaak en heb gepleit voor een open en eerlijk proces en toegang van advocaten tot de gedetineerden. Tevens heb ik nog eens onderstreept dat de Nederlandse regering in alle gevallen tegen de doodstraf is. Nederland zal zich uiteraard blijven inspannen, met gebruikmaking van de daartoe beschikbare kanalen. Hetzelfde geldt voor de overige EU-partners.

Bilaterale betrekkingen

Ten vervolge van de consulaire- en migratiemissie, waarover ik u eveneens in hogergenoemde brief d.d. 29 juni jl. heb bericht, kan ik meedelen dat de besprekingen met de Iraanse autoriteiten inzake niet-vrijwillige terugkeer van uitgeprocedeerde Iraanse asielzoekers zijn hervat.

Een belangrijk obstakel in de bilaterale betrekkingen, te weten de rechterlijke procedure tegen Smit Internationale, is onlangs tot een oplossing gekomen.

De economische betrekkingen met Iran winnen aan inhoud, blijkens ondermeer de toegenomen belangstelling van het Nederlandse agrarische bedrijfsleven voor de Iraanse markt.

Conclusie

Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat een eenduidig oordeel over de ontwikkelingen in Iran niet mogelijk is. Sedert het overlijden van Khomeini is in Iran een richtingstrijd gaande over de vraag wat een islamitisch stelsel in het leven van alle dag betekent op met name economisch, sociaal en cultureel terrein en op het gebied van de buitenlandse politiek. Uit de recente gebeurtenissen is duidelijk naar voren gekomen dat in deze strijd niet slechts twee richtingen een rol spelen, te weten die van hervormingsgezinden en conservatieven. Er zijn aanwijzingen dat de gematigde stroming binnen het meer behoudende deel van het Iraanse bestel aan kracht wint. Mogelijk hebben het gewelddadige politieoptreden in juli jl. en dereacties daarop ook aan conservatieve zijde de overtuiging versterkt dat het huidige maatschappelijke systeem in Iran onvoldoende tegemoet komt aan de wensen van de bevolking en dat derhalve hervormingen onvermijdelijk zijn.

Binnen het hervormingsgezinde kamp lijkt zich overigens een tweedeling af te tekenen tussen enerzijds degenen die hervormingen geleidelijk willen doorvoeren binnen de kaders van de Islamitische Republiek, en anderzijds groeperingen die teleurgesteld zijn in oorspronkelijke verwachtingen na de verkiezing van Khatami en hun geduld beginnen te verliezen.

De indruk bestaat dat de verstandhouding tussen de Geestelijk Leider en de president na de recente gebeurtenissen is verbeterd. De recente gebeurtenissen hebben geen afbreuk gedaan aan de populariteit van president Khatami en

het lijkt erop dat hij door velen wordt gezien als de Iraanse leider die wellicht in staat is de noodzakelijke hervormingen op vreedzame wijze door te voeren, met inachtneming van de grondslagen van de Islamitische Republiek.

In de Iraanse situatie is het een te eenvoudige voorstelling van zaken om president Khatami, de hervormer, te beschouwen als de tegenpool van de conservatieve Geestelijk leider Khamenei. Voor de president is een goede samenwerking met Geestelijk Leider Khamenei van wezenlijk belang, al was het maar omdat Khamenei de zeggenschap uitoefent over politie en leger en derhalve radicale elementen - binnen zowel het liberale als het conservatieve kamp - kan intomen.

De EU heeft er bewust voor gekozen, vanuit een oogpunt van effectiviteit, om de weg van de dialoog met Iran te bewandelen teneinde het hervormingsproces te bevorderen en Iran aan te moedigen op genoemde terreinen de nodige stappen te nemen om de bestaande zorgen weg te nemen.

Het zou echter voorbarig zijn thans reeds conclusies voor de toekomst te trekken. Negatieve en positieve ontwikkelingen volgen elkaar op, ook omdat iedere stap in de richting van liberalisering een reactie in tegenovergestelde richting oproept. Hoe lang deze strijd zal duren voordat de situatie zich stabiliseert, valt niet te voorspellen. Ook de mogelijkheid van een terugval kan niet worden uitgesloten, zij het dat op grond van algemene factoren diepgaande veranderingen op termijn onvermijdelijk lijken.

In deze situatie is het beleid van de Nederlandse regering om samen met haar partners in de EU de ontwikkelingen nauwlettend te volgen teneinde op de meest effectieve wijze bij te dragen aan verbeteringen op de terreinen waar de Iraanse binnen- en buitenlandse politiezorgen blijven baren.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Deel: ' Brief BUZA inzake ontwikkelingen in Iran '




Lees ook