Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

DEU

Midden-Europa

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 9 maart 1999
Kenmerk DEU-110/99
Blad /5
Bijlage(n) 1
Betreft Kosovo
C.c.

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar het verzoek van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken en Defensie d.d. 8 dezer en in aanvulling op onze brief van 24 februari jl. informeren wij u met deze brief over de ontwikkelingen inzake Kosovo sinds het einde van de besprekingen in Rambouillet. Zoals bekend zullen deze besprekingen op 15 maart a.s. een vervolg krijgen in Frankrijk. Als bijlage is een samenvatting van het door de Contactgroep voorgelegde concept-akkoord gevoegd. De eerder gestelde schriftelijke vragen inzake de positie van de verificateurs zullen apart worden beantwoord.

In Rambouillet verklaarde de Kosovo-Albanese delegatie zich bereid het akkoord binnen twee weken te ondertekenen, na consultaties met de achterban in Kosovo. Deze achterban bestaat uit voor- en tegenstanders van ondertekening. De als hardliner bekend staande Demaçi, die eerder geweigerd had in de delegatie naar Rambouillet plaats te nemen, trad op 2 maart jl. terug als politiek vertegenwoordiger van het UÇK. Het is niet duidelijk of hij nog een rol zal vervullen bij de verdere ontwikkelingen in Kosovo. Duidelijk is wel dat vooral onder UÇK-commandanten in het veld nog de nodige weerstand bestaat tegen ondertekening van een akkoord. Deze weerstand heeft vooral betrekking op het ontbreken van een expliciete vermelding van een referendum over de definitieve status van Kosovo na drie jaar en de voorziene ontwapening van het UÇK.

De Kosovo-Albanese delegatie die in Rambouillet de onderhandelingen heeft gevoerd zou wel voorstander zijn van ondertekening van een akkoord. Volgens het UÇK zou deze - brede - delegatie inmiddels ook besloten hebben tot de oprichting van een voorlopige regering voor Kosovo. Deze regering zou bestaan uit vertegenwoordigers van de drie belangrijkste fracties binnen de Kosovo-Albanese delegatie (UÇK, LDK en LBD). Op 1 maart jl. werd bekend gemaakt dat het hoofd van het "politieke directoraat" van het UÇK en leider van de Kosovo-Albanese delegatie in Rambouillet, Thaçi, tot "prime minister designate" zou zijn gekozen. De voorlopige regering zou aanblijven tot het tijdstip van de voorziene vrije verkiezingen in Kosovo, d.w.z. binnen negen maanden na de inwerkingtreding van het akkoord. Onduidelijk blijft vooralsnog welke gevolgen e.e.a. zou hebben voor de posities van de in de schaduwverkiezingen van vorig jaar herkozen "president" Rugova en diens regering onder leiding van "premier" Bukoshi. Volgens de laatste berichten in de ochtend van 9 dezer zou de Generale Staf van het UÇK inmiddels bereid zijn over te gaan tot ondertekening van een akkoord.

De Servische delegatie verklaarde zich in Rambouillet bereid de onderhandelingen voort te zetten om te komen tot een regeling met een substantiële mate van zelfbestuur voor Kosovo binnen Servië, met inachtneming van de soevereiniteit en terrritoriale integriteit van de FRJ. Het voornaamste struikelblok aan Servische zijde is de voorziene stationering van een internationale troepenmacht in Kosovo voor het toezicht op de naleving van een akkoord. Zulks is recentelijk bevestigd door Servische autoriteiten, waaronder president Milosevic tegenover EU-voorzitter Fischer en Commissaris Van den Broek tijdens hun bezoek aan Belgrado op 8 dezer. Sinds "Rambouillet" wordt door de internationale gemeenschap onverminderd druk uitgeoefend op beide partijen om alsnog over te gaan tot de ondertekening van een akkoord. Afgelopen weekend bezocht de Amerikaanse senator Dole de regio; hij sprak daarbij het vertrouwen uit dat de Kosovo-Albanezen spoedig tot ondertekening zouden overgaan. EU-voorzitter Fischer en Commissaris Van den Broek bezoeken de regio op 8 en 9 maart. Mede ter ondersteuning van deze internationale inspanningen brengt ook de Nederlandse ambassadeur in Belgrado momenteel een bezoek aan de regio.

De situatie in Kosovo zelf is sinds de afloop van Rambouillet verslechterd. , Verspreid over geheel Kosovo vinden in toenemende mate confrontaties tussen leger (VJ) en politie (MUP) en het UÇK over de controle over bepaalde gebieden en communicatielijnen plaats. Daarnaast is er sprake van een verontrustende troepenopbouw aan Servische zijde in en rond Kosovo. Met dit laatste is steeds meer sprake van niet-naleving door de FRJ van VR-resoluties 1199 en 1203 en van de met de NAVO gemaakte afspraken over aantallen leger- en politie-eenheden in Kosovo. Zoals bekend is "ACTORD" nog steeds van kracht en heeft de NAVO op 30 januari jl. beide partijen gewaarschuwd dat overgegaan zal worden tot "whatevermeasures are necessary" om een humanitaire catastrofe te voorkomen, naleving van de eisen van de internationale gemeenschap te verzekeren en een politieke regeling af te dwingen. De bevoegdheid om over te gaan tot luchtaanvallen is in handen gelegd van SG Solana, die een dergelijk besluit echter niet zal nemen dan na consultaties met de Bondgenoten en rekening houdend met de ontwikkelingen op de grond en in het onderhandelingsproces.

De toegenomen spanning in het gebied heeft ook nieuwe stromen ontheemden tot gevolg. Volgens UNHCR bivakkeert een onbekend deel hiervan momenteel in de open lucht. Aangezien naar gebieden waar het relatief rustig is ook terugkeer plaatsvindt, bedraagt het aantal ontheemden in Kosovo nog altijd ca. 200.000. De vijandelijkheden in het zuiden van Kosovo hebben tot gevolg gehad dat ca. 1500 personen naar de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM) zijn gevlucht. Een dergelijke ontwikkeling verhoogt de kans op het overslaan van het conflict in Kosovo naar dit buurland. Mede in dit licht betreurt de Regering het dan ook ten zeerste dat het mandaat van de VN-macht (UNPREDEP) in de FYROM onlangs door de VN-Veiligheidsraad niet is verlengd als gevolg van een veto door China. Inmiddels zijn alle aan het mandaat gerelateerde activiteiten van UNPREDEP beëindigd en is begonnen met de liquidatie en sluiting van de missie. In een EU-verklaring terzake werd het Chinese veto ten zeerste betreurd. UNPREDEP heeft een stabiliserende en vredesbevorderende rol gespeeld in de FYROM. Er wordt in verschillende internationale fora momenteel gesproken over de mogelijkheid van vervanging van UNPREDEP door een andere internationale (militaire) presentie, op basis van een ander mandaat.

Van de voorziene 1700 verificateurs heeft de KVM er thans ca. 1400 in Kosovo ontplooid, onderverdeeld in multinationale teams. Nederland heeft thans 24 verificateurs in de KVM. Er bestaat consensus binnen de OVSE om de KVM ter plekke te houden zolang de
veiligheidsomstandigheden en de opstelling van de partijen in het onderhandelingsproces dit toelaten. In dit verband zijn de recente incidenten gericht tegen KVM-personeel met bezorgdheid gadegeslagen, evenals de regelmatige schendingen van de bewegingsvrijheid van KVM'ers door beide partijen. Alle voorzorgsmaatregelen voor een eventuele evacuatie van de KVM zijn reeds genomen; volgens de huidige planning zijn alle KVM-leden in staat om binnen 8 uur het gebied te verlaten. Onlangs zijn nieuwe Franse, Britse en Duitse eenheden in de FYROM gearriveerd. Deze eenheden kunnen worden ingezet voor de huidige Extraction Force of, na de totstandkoming van een akkoord, worden ingezet als voorhoede (Enabling Force) van een vredesmacht voor Kosovo. De OVSE bereidt zich thans voor op de uitvoering van een eventueel akkoord op gebieden als democratisering/verkiezingen, politie en economische coordinatie, incl. reconstructie.

De EU beziet momenteel welke rol kan worden gespeeld bij de totstandkoming en de uitvoering van een eventueel akkoord. Daartoe wordt m.n. gesproken over het in het vooruitzicht stellen van sanctieverlichting voor de FRJ en de EU-rol bij de civiele implementatie van een eventueel akkoord, incl. reconstructie.

Ondergetekende heeft er in dit kader sterk voor gepleit dat sanctieverlichting t.a.v. de FRJ afhankelijk dient te zijn van de daadwerkelijke implementatie van een akkoord en slechts betrekking kan hebben op de aan de crisis in Kosovo gerelateerde sancties; derhalve geen opheffing van sancties die zijn ingesteld als gevolg van het gebrek aan democratie in de FRJ als geheel. Tevens dient de EU hierbij evenwichtig te werk te gaan en naast mogelijke sanctieverlichting ook additionele sancties in het vooruitzicht te stellen voor het geval Belgrado niet meewerkt.

Voor wat betreft een mogelijke EU-bijdrage aan de civiele implementatie, incl. reconstructie, is door Nederland sterk gepleit voor maximale betrokkenheid van lokale partijen en het voorkomen van hulpafhankelijkheid. In het concept-akkoord wordt voorzien dat de Europese Commissie een internationale donorconferentie zal organiseren binnen een maand na ondertekening. Ook bij die gelegenheid zal vooral gesproken moeten worden over de lessen die uit de ervaringen in Bosnië moeten worden getrokken en in het bijzonder over het belang van het creëren van "ownership" van de betrokkenen. Daarnaast moet ook de betrokkenheid van andere landen en organisaties dan de EU(-landen) adequaat tot uiting komen in de opzet en de verdeling van functies in de civiele implementatiestructuur.

Het concept-akkoord van Rambouillet voorziet in de legering van een vredesmacht in Kosovo (KFOR), die zal toezien op de implementatie van de overeenkomst en deze, indien nodig, zal afdwingen. De NAVO heeft hiervoor plannen uitgewerkt, die voorzien in een robuuste vredesmacht van 25.000 tot 28.000 militairen. De Regering overweegt hieraan een bijdrage te leveren in de vorm van een afdeling veldartillerie. Vanwege de afschrikwekkende werking van onderhavige zware wapens bestaat hieraan met name in de beginperiode van KFOR behoefte. Daarnaast wordt gedacht aan bijdragen met kleinere eenheden, zoals militaire politie, zwaar transport, mortieropsporingsradars en individuele staffunctionarissen. Aangezien de bewuste artillerie-afdeling behoort tot het Nederlands-Duitse legerkorps, wordt over mogelijke samenwerking in het veld in eerste instantie overlegd met Duitsland. Ook de wens de jarenlange samenwerking in dit legerkorps uit te breiden naar een crisisbeheersingsoperatie speelt hierbij een rol. Na een jaar zou moeten worden bezien of de situatie vraagt om de uitzending van een andere eenheid. Bij eventuele besluitvorming over deelneming aan een vredesmacht voor Kosovo zal de Regering hierover, conform het Toetsingskader, met de Kamer overleggen.

de Minister van Buitenlandse Zaken de Minister van Defensie

Samenvatting concept-akkoord "Rambouillet"

Preambule en "framework"


- erkenning territoriale integriteit FRJ / recht op zelfbestuur Kosovo


- opsomming algemene uitganspunten:


- eerbiediging mensenrechten


- gelijke rechten voor "nationale gemeenschappen"


- amnestieverlening (behalve voor oorlogsmisdaden)


- samenwerking met ICTY


- vrije toegang forensische experts tot Kosovo


- onmiddellijk staakt-het-vuren


- recht op terugkeer ontheemden en vluchtelingen


- bewegingsvrijheid internationale hulpverleners


- persvrijheid

Hoofdstuk 1 - Constitutie


- Kosovo krijgt een eigen:


- parlement (120 leden, waarvan 80 rechtreeks gekozen en 40 vertegenwoordigers van "nationale gemeenschappen"), met bevoegdheden op gebieden als lokale belastingheffing, economie, gezondheidszorg, onderwijs en cultuur


- president, gekozen door parlement met gewone meerderheid van stemmen


- regering, steunend op meerderheid parlement en met ten minste één vertegenwoordiger van alle "nationale gemeenschappen"


- rechterlijke macht, bestaande uit "Constitutional Court", "Supreme Court", "District Courts" en "Communal Courts"


- de mensenrechten zoals neergelegd in het Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) zijn rechtreeks van toepassing in Kosovo


- "nationale gemeenschappen" krijgen aanvullende rechten ter bescherming van hun nationale, culturele, godsdienstige en taalkundige indentiteit


- Kosovo heeft recht op ten minste 10 zetels in parlement FRJ("House of Counties") en ten minste 20 zetels in parlement van Servië ("National Assembly"). Tevens zal Kosovo met ten minste één vertegenwoordiger zitting hebben in zowel regering FRJ als regering Servië

Hoofdstuk 2 - Politie en openbare orde


- er zullen lokale politie-eenheden worden opgezet, tot een maximum van in totaal 3.000 agenten, die als taak hebben: misdaadbestrijding en verkeersregeling. Elke gemeente krijgt een eigen commandant, die democratisch zal worden gekozen


- na de terugtrekking van de Servische politie-eenheden (MUP) geldt de lokale politie als enige erkende en bevoegde politie in Kosovo


- daarnaast krijgt Kosovo een eigen "Criminal Justice Administration" (soort Openbaar Ministerie) die de politie zal aansturen. De CJA moet ook een interim politie-academie oprichten


- Servische grenspolitie en de FRJ-douane zullen in gereduceerde mate hun taken bij internationale grensovergangen met Kosovo mogen blijven uitvoeren. Zij zullen op de benodigde sterkte worden gebracht met uit Kosovo afkomstig personeel


- geen discriminatie op basis van nationaliteit, afkomst en religie bij uitoefening politietaken


- de OVSE-missie houdt toezicht op de politiecomponent van het akkoord. Het hoofd van de missie krijgt de bevoegdheid bindende richtlijnen uit te vaardigen

Hoofdstuk 3 - Verkiezingen


- vrije en eerlijke verkiezingen voor o.a. parlement en gemeenteraden


- eerste verkiezingen binnen negen maanden na ondertekening


- sterke betrokkenheid OVSE bij organisatie en supervisie verkiezingen

Hoofdstuk 4 - Economische aspecten


- economie volgens principes vrije markt-mechanisme


- vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal naar en van Kosovo


- internationale contracten inzake reconstructieprojecten in Kosovo worden in regel gesloten en uitgevoerd met autoriteiten in Kosovo

Hoofdstuk 4A - Humanitaire hulp, reconstructie en economische ontwikkeling


- partijen verwelkomen de bereidheid van de Europese Commissie om internationale steun te coordineren


- Europese Commissie zal een internationale donorconferentie organiseren binnen een maand na ondertekening

Hoofdstuk 5 - Civiele implementatie


- de OVSE zal, in samenwerking met de EU, een "Implementation Mission" (IM) opzetten, die o.a. de taken van de KVM zal overnemen


- het centrale mechanisme voor de monitoring en coordinatie van de civiele implementatie van het akkoord is de "Joint Commission"; als voorzitter hiervan zal optreden het hoofd van de IM, de "Chief of the Implementation Mission" (CIM)


- De "Joint Commission" bestaat verder o.a. uit de voorzitter van het Kosovo-parlement en telkens één vertegenwoordiger van de FRJ, de deelrepubliek Servië, de president van Kosovo en elk der "nationale gemeenschappen"


- De Commissie besluit op basis van consensus; bij gebrek hieraan beslist de CIM. De CIM heeft de "...final authority (...) regarding the interpretation of the civilian aspects of the Agreement"


- De IM zal volledige bewegingsvrijheid krijgen bij uitoefening werkzaamheden


- De OVSE zal, behalve bij verkiezingen, ook supervisie voeren bij de organisatie door de federale autoriteiten van een objectieve census van de bevolking in Kosovo

Hoofdstuk 6 - Ombudsman


- benoeming van een onafhankelijke Ombudsman, gekozen door parlement uit lijst van kandidaten opgesteld door president van Europese Hof voor de bescherming van de Rechten van de Mens


- de Ombudsman zal niet afkomstig zijn uit landen van voormalig Joegoslavië of buurlanden


- hij zal toezien op naleving mensenrechten en rechten van "nationale gemeenschappen" en is bevoegd alle klachten terzake in behandeling te nemen; indien zijn aanbevelingen niet worden opgevolgd, zal e.e.a. worden voorgelegd aan o.a. "Joint Commission"

Hoofdstuk 7 - Militaire implementatie (met bijlagen)


- de partijen nodigen de NAVO uit een internationale troepenmacht (KFOR) samen te stellen en te leiden "...to ensure compliance with the provisions of this Chapter" door beide partijen. Ook niet-NAVO-landen kunnen aan deze macht deelnemen


- de VNVR wordt uitgenodigd de militaire implementatie van het akkoord, incl. stationering van de troepenmacht, in een resolutie onder Hoofdstuk VII van het Handvest te endosseren


- partijen zullen na sluiting van het akkoord een onmiddellijke wapenstilstand afkondigen en beginnen met terugtrekking danwel ontwapening van eenheden


- leger-eenheden (VJ) zullen zich gefaseerd uit Kosovo terugtrekken. Na 180 dagen mogen nog slechts 2500 man t.b.v. grensbewaking, licht bewapend, in Kosovo aanwezig zijn


- het UCK dient na 120 dagen totaal gedemilitariseerd te zijn: d.w.z zij mogen geen uniformen of wapens meer dragen en moeten alle zware wapens in depots bij KFOR ingeleverd hebben


- politie-eenheden (MUP) dienen zich na 120 dagen (kan door CIM tot
180 dagen verlengd worden) teruggetrokken te hebben, behoudens 2500 man, die voorlopig voor "normale politietaken" zorg moeten dragen. Na één jaar zal de MUP zich geheel uit Kosovo moeten hebben teruggetrokken. Deze termijn kan evenwel door CIM met 12 maanden verlengd worden, mocht er nog geen adequate poltitiemacht zijn opgeleid (zie hoofdstuk 2)


- KFOR zal toezicht op naleving van e.e.a dienen te houden. Commandant KFOR zal een gemengde militaire commissie (GMC) opzetten, waarin partijen, KFOR, IM en anderen (relevante NGO's e.d.) zullen deelnemen. De GMC zal o.m. als aanspreekpunt voor militaire zaken functioneren. Verder zullen ondersteunende taken voor internationale organisaties (incl. ICTY) worden verricht en zal de terugkeer van verdrevenen worden gefaciliteerd

Hoofdstuk 8 - Slotbepalingen


- D r i e jaar na ondertekening, "...an international meeting shall be convened to determine a mechanism for a final settlement for Kosovo, o n t h e b a s i s o f t h e w i l l o f t h e p e o p l e, opinions of relevant authorities, each Party's efforts regarding the implementation of this Agreement, and the Helsinki Final Act..."

Het akkoord wordt ondertekend door vertegenwoordigers van de Federale Republiek Joegoslavië, de Republiek Servië en Kosovo.

Deel: ' Brief BUZA inzake ontwikkelingen in Kosovo '




Lees ook