Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

DEU

Midden-Europa

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 6 augustus 1999
Kenmerk DEU-439/99
Blad /6
Bijlage(n) 1
Betreft Balkan

Zeer geachte Voorzitter,

Met deze brief ontvangt u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Defensie, een overzicht van de meest relevante gebeurtenissen m.b.t. de Balkan van de afgelopen drie weken. Het gaat hierbij m.n. om de Top in Sarajevo inzake het Stabiliteitspact en de eerste donorconferentie voor Kosovo, alsmede de stand van zaken rond de militaire en civiele implementatie van VR-resolutie 1244 in Kosovo.

Top over het Stabiliteitspact

Op 30 juli jl. vond in Sarajevo een bijeenkomst plaats over het Stabiliteitspact voor Zuidoost Europa van de regeringsleiders en vertegenwoordigers van de aan het Pact deelnemende landen en internationale organisaties. De bijeenkomst in de regio betekende een belangrijke steunbetuiging van de internationale gemeenschap voor de wederopbouw van Bosnië-Herzegovina en de overige landen in de regio die door de Kosovo-crisis werden getroffen. Onder leiding van de Coòrdinator voor het Stabiliteitspact, de Duitser Hombach, zal dit signaal in de komende maanden praktische inhoud moeten worden gegeven. De bijeenkomst werd voorgezeten door de Finse President Athisaari. Voor Nederland werd hieraan deelgenomen door Minister-President Kok en Staatssecretaris Benschop. President Djukanovic van Montenegro woonde de bijeenkomst bij als gast van het Finse Voorzitterschap, evenals, namens de Servische oppositie, de voormalig directeur van de Joegoslavische centrale bank, de heer Avramovic. Zwitserland werd als nieuwe deelnemer begroet.

In zijn interventie pleitte Minister-President Kok voor een snelle en praktische implementatie van het Pact. Hij sprak de Nederlandse bereidheid uit om hier substantieel aan deel te nemen met financiële middelen en menskracht. Hij noemde als voorwaarden voor een succesvolle uitvoering het maximaal overeind houden van de eigen verantwoordelijkheid van de landen in de regio, het creëren van samenwerking tussen deze landen en het beschikbaar stellen van voldoende middelen. De verdere uitvoering van het Pact zal op een efficiënte en goed gecoòrdineerde wijze moeten plaatsvinden. Hierbij dient volgens MP het bedrijfsleven een belangrijke rol te spelen, vooral het midden en klein bedrijf uit de regio. Hij kondigde aan dat Nederland in principe bereid is op structurele basis per jaar ca. 500 miljoen gulden beschikbaar te stellen voor het stabiliseringsproces in de regio. Over de besteding van deze voorziene bijdrage zult u ook nader geïnformeerd worden in de door mij aan de Kamer toegezegde Balkan-notitie.

De bijeenkomst werd afgesloten met het ondertekenen van de Verklaring van Sarajevo (bijlage). Hierin wordt steun uitgesproken voor het democratiseringsproces in Bosnië-Herzegovina en wordt de wil van de betrokken landen om deel te nemen aan de werkzaamheden van het Stabiliteitspact bevestigd. Het ontbreken van de FRJ wordt in de Verklaring betreurd en aangegeven wordt dat een democratische FRJ, die de beginselen van het Pact onderschrijft, alsnog welkom zal zijn. Montenegro zal reeds voordien van het Pact kunnen profiteren. Het belang van "local ownership" en samenwerking tussen de landen van de regio wordt benadrukt, evenals de bevordering van economische opbouw, democratie en mensenrechten en veiligheid.

Militaire implementatie in Kosovo

De ontplooiing van KFOR is vrijwel voltooid. Thans bevinden zich zo'n
44.000 militairen in het operatiegebied: ruim 37.000 in Kosovo en bijna 7000 in Macedonië. KFOR moet met name optreden tegen de intimidatie van de Servische minderheid en de Roma in Kosovo. Het gaat daarbij om moord, brandstichting, afpersing en de vernieling van Servisch cultureel erfgoed. In verband met de moord op veertien Servische boeren op 23 juli in Gracko heeft KFOR inmiddels een aantal verdachten in hechtenis genomen. Voor de moeilijke positie van de Roma in Kosovo moge worden verwezen naar de antwoorden op de vragen van de leden Valk en Koenders terzake. Het optreden van KFOR wordt bemoeilijkt door het ontbreken van een effectieve politiemacht en van een gerechtelijk apparaat. Hieraan wordt hard gewerkt, maar deze functioneren vooralsnog zeer gebrekkig. Voorts is er de demilitarisering van het UCK, die op 19 september a.s. moet zijn voltooid. Dit proces vordert gestaag, al zijn er ook aanwijzingen dat het UCK m.n. op lokaal niveau de afspraken hierover met de NAVO tot dusver niet volledig nakomt. Daarnaast inventariseert KFOR in overleg met onder meer UNHCR de schade aan de infrastructuur, alsmede de behoefte aan voedseldistributie. Inmiddels is KFOR begonnen met het uitvoeren van herstelwerkzaamheden. Het gaat in de eerste plaats om het wind- en waterdicht maken van beschadigde woningen en, waar mogelijk,het herstel van lokale openbare voorzieningen.

De Nederlandse bijdrage aan KFOR, bestaande uit zo'n 2000 militairen, wordt sinds medio juli volledig ingezet. Na de afdeling veldartillerie is ook het genie-hulpbataljon volledig ontplooid. Het bataljon, dat is gestationeerd bij Prizren, wordt sinds medio juli ingezet bij wederopbouwwerkzaamheden. Er wordt nog overlegd op militair en politiek niveau over ontplooiing van Russische eenheden in de Duitse brigadesector. Dit overleg vindt plaats op basis van de in Helsinki door de NAVO en Rusland gemaakte afspraken en is gericht op een evenwichtige ontplooiing van de eenheden in de Duitse brigadesector. Het gaat onder meer om Orahovac, waar de Nederlandse afdeling veldartillerie is gestationeerd. De Kamer zal hierover zo spoedig mogelijk nader worden geïnformeerd.

Civiele implementatie in Kosovo

De ontplooiing van de VN-missie in Kosovo (UNMIK) vordert gestaag. Inmiddels is ook de zgn. Transitional Council opgericht, bestaande uit vertegenwoordigers van lokale partijen, die het overgangsbestuur o.l.v. Speciale Vertegenwoordiger Kouchner moet bijstaan. Hiermee wordt ook invulling gegeven aan het ook door Nederland sterk gepropageerde uitgangspunt van (tijdige) betrokkenheid van lokale partijen bij het overgangsbestuur, ter bevordering van de beoogde politieke doelstelling, nl. zelfbestuur voor Kosovo. Onder de gegeven omstandigheden in Kosovo is het van groot belang dat deze lokale participatie niet eigenmachtig door partijen ter plekke wordt afgedwongen, maar tot stand komt in overleg met en onder supervisie van de VN-missie. De VN benadrukt dat voor de verdere opzet van het overgangsbestuur dringend aanvullende financiele middelen nodig zijn, in afwachting van de fase waarin via belastingheffing eigen inkomsten kunnen worden gegenereerd. Inmiddels hebben naast Nederland ook landen als Frankrijk, het VK Duitsland en Finland toegezegd een bijdrage t.b.v. het daartoe ingestelde VN-fonds te zullen leveren. Voorts blijft de VN het belang van spoedige ontplooiing van de voorziene internationale politiemacht krachtig benadrukken, aangezien de handhaving van de openbare orde op dit moment de grootste bron van zorg oplevert.

Zoals bekend is de OVSE-pijler binnen UNMIK, die wordt geleid door de Nederlander Daan Everts, belast met institutionele opbouw, democratisering (incl. media), het opleiden van rechters, politiemensen en bestuurders, de toezicht op de naleving van mensenrechten en (op langere termijn) de voorbereiding van verkiezingen. Begin oktober van dit jaar dient de missie (incl. de regiokantoren in Kosovo) te bestaan uit ca. 500 internationale stafmedewerkers. De OVSE-missie bestaat op dit moment uit 126 internationale stafleden en 235 lokale stafleden. Recent is in Kosovo onder OVSE-auspiciën een onafhankelijke radio- en TV-zender de lucht in gegaan waaraan zowel Albanese Kosovaren als Serviërs meewerken en die uitzendingen verzorgt in het Albanees, Servisch en Turks. Nederland heeftoverigens in de bijdrage aan het bovengenoemde VN-fonds voor het herstel van essentiele diensten een bedrag van ruim NLG
500.000 gereserveerd voor het herstel van de media door de OVSE. Tevens is de OVSE doende een politieschool op te zetten voor de training van lokaal politiepersoneel. De OVSE is voorts op verzoek van UNMIK bezig met het organiseren van een rechtssysteem ter berechting van de door KFOR aangehouden verdachten. Ten slotte adviseert de OVSE bij de nieuwe administratieve indeling van Kosovo en de invulling van het lokaal bestuur.

Terugkeer van vluchtelingen

Sinds het einde van de crisis zijn in totaal 743.300 Kosovaarse vluchtelingen en ontheemden naar Kosovo teruggekeerd, van wie 29.300 van buiten de regio. Op maandag 2 augustus werd de eerste rechtstreekse repatriëringsvlucht naar het vliegveld van Pristina uitgevoerd vanuit Zwitserland. Het ligt in de bedoeling dagelijkse vluchten op Pristina te organiseren voor terugkerende vluchtelingen. Vanwege de beperkte capaciteit zal vooralsnog ook het vliegveld van Skopje (Macedonië) gebruikt blijven worden voor repatriëringsdoeleinden. Dagelijks keren circa 900 vluchtelingen uit derde landen terug, met de hulp van UNHCR en IOM.

Om de herintegratie van terugkerenden uit Nederland te bevorderen kunnen betrokkenen een beroep doen op het zogenoemde herintegratiefonds. Uit

OS-gelden krijgen zij een bedrag van 1.000 DEM per volwassene en 500

DEM per kind tot een maximum van 4000 DEM per gezin. De regeling is van

toepassing op alle etnisch-Albanezen uit Kosovo die Nederland

binnenkwamen vóór 16 juli 1999, de datum waarop aan uw Kamer is

meegedeeld dat voorwaardelijke vergunningen tot verblijf voor Kosovaren

niet meer worden verleend. Deze regeling is additioneel aan de reeds bestaande regeling voor vrijwillig terugkerende asielzoekers, de zogenaamde REAN-regeling

(Reintegration and Emigration of Asylumseekers from the Netherlands)

van het IOM.

Overigens schat UNHCR dat sinds de terugtrekking van de Servische troepen uit Kosovo circa 4.500 etnische Albanezen uit Servie (Presevo, Bujanovic en Miratovac) naar Kosovo zijn gevlucht vanwege intimidatie of uitzetting uit hun huizen. Het overgrote deel van deze nieuwe vluchtelingen verblijft in de stad Gnjilane in Kosovo bij gastgezinnen.

Donorconferentie voor Kosovo

Op 28 juli jl. vond de eerste donorconferentie voor Kosovo plaats, onder co-voorzitterschap van de Wereldbank en de Europese Commissie. Deze eerste donorconferentie voor Kosovo was bedoeld om fondsen te mobiliseren voor humanitaire hulp, UNMIK en noodreconstructie. In oktober a.s. zal een tweede donorconferentie plaatsvinden, waar een (meer) definitieve schade-taxatie enprioriteitsstelling zal worden gepresenteerd op het terrein van reconstructie en wederopbouw.

Als UNMIK's prioriteiten op humanitair terrein (eerste pijler) voor de komende maanden werden gepresenteerd: assistentie t.b.v. het winterklaar maken van beschadigde huizen (tenminste één kamer), opvang van ca. 500.000 mensen wier huizen geheel vernietigd zijn, basisgezondheidszorg en onderwijs, voedseldistributie, noodassistentie op het terrein van landbouw en protectie t.b.v. etnische minderheden. Hiervoor is tot eind 1999 een bedrag van USD 290 miljoen nodig.

V.w.b. de reconstructiepijler binnen UNMIK gelden de volgende prioriteiten: het herstel van essentiele overheidsdiensten (politie, rechterlijke macht, douane, onderwijs, gezondheidszorg), de overname van taken van de humanitiare pijler t.a.v. de reconstructie van huizen, de reconstructie van nutsbedrijven, alsmede het opzetten van instituties en regelgeving t.b.v. een markteconomie (o.a. banken). Voor het herstel van essentiele diensten (UNMIK Trust Fund) is een bedrag van USD 45 miljoen benodigd tot eind 1999. Op basis van de eerste schadetaxaties is het benodigde bedrag voor noodreconstructie in de komende maanden bepaald op EURO 300 miljoen..

Als Nederlandse "pledge" werd een nieuwe bijdrage van USD 15 mln (ruim dertig miljoen gulden) toegezegd voor Kosovo-gerelateerde humanitaire hulpverlening. Tevens werd de bijdrage van ruim tien miljoen gulden aan het UNMIK Trust Fund voor het herstel van essentiele diensten herbevestigd. Voorts heeft Nederland duidelijk gemaakt in principe op structurele basis additionele middelen beschikbaar te hebben die kunnen worden ingezet t.b.v. het stabiliseringsproces in Zuid-Oost Europa. Dit bedrag zou kunnen oplopen tot jaarlijks ca. USD 200 mln, mits zorgvuldige taxaties en heldere en effectieve institutionele arrangementen en coòrdinatie-mechanismen tot stand zouden komen. Nederland heeft verder aangedrongen op het meewegen in de definitieve taxatie van de geld- en middelenstromen uit de Kosovaarse diaspora, alsmede de geld-en goederenstromen naar Kosovo via het NGO-circuit.

De conferentie leverde een totaal bedrag aan "pledges" op ter grootte van ruim 4 miljard gulden; in theorie ruim voldoende voor dekking van bovengenoemde financiele behoeften. Bij vele pledges is echter sprake van vervuiling, omdat donoren oude en nieuwe pledges combineren, geen onderscheid maken tussen financiele en materiale bijdragen, tussen schenkingen en leningen, tussen fondsen voor 1999 en toekomstige fondsen. De Wereldbank en de Commissie zullen trachten voor de komende donorconferentie in oktober a.s een helder beeld te verkrijgen van de exacte bedragen die in de nabije toekomst voor Kosovo beschikbaar zijn.

T.a.v. het lidmaatschap van de High Level Steering Group (HLSG) voor (weder)opbouw in de regio werd Nederland en marge van de conferentiegeinformeerd dat de vergadering van deze groep op expertniveau op 27 juli jl. heeft besloten de HLSG-regeringen positief te adviseren over deelname door Rusland en Nederland. Positieve aanbeveling t.a.v. Nederlandse deelname zou zijn gebaseerd op zowel de Nederlandse financiele bijdragen aan de regio alsmede de positie die Nederland inneemt in de Wereldbank (kiesgroepkantoor). Naar verwachting zal Nederland in de komende weken definitief uitsluitsel krijgen over deelname.

Hulp aan FRJ

Zowel de VN als de Rode Kruis-organisatie hebben in hun recent gepresenteerde herziene hulpvoornemens voor Zuid-Oost Europa nadrukkelijk voorzieningen getroffen voor humanitaire hulpverlening aan Servie en Montenegro. Deze omvat o.a. het verstrekken van voedsel, winterkleding e.d. aan vluchtelingen die zich reeds geruime tijd in de FRJ bevinden (ca 500.000 uit Bosnie-Herzegovina en Kroatie) en de recent uit Kosovo gevluchte personen (ca. 160.000 Serviers en Roma), het opzetten van gaarkeukens gericht op kwetsbare personen, het verstrekken van medicijnen, alsmede het herstel van water- en sanitatievoorzieningen. Nederland zal deze activiteiten van VN en Rode Kruis-organisatie in Servie en Montenegro ondersteunen via de tijdens de donorconferentie van 28 juli jl. toegezegde nieuwe bijdrage van ruim dertig miljoen gulden t.b.v humanitaire hulpverlening.

Naast humanitaire hulp zal verdere hulpverlening zich richten op ondersteuning van democratische krachten in de FRJ.

De Algemene Raad heeft op 19 juli jl. het Grieks-Nederlandse initiatief om de democratische krachten in Servie via levering van energie en brandstof te ondersteunen geëndosseerd, hetgeen essentieel is geweest voor het bewaren van consensus in de Raad om (voorlopig) de sancties t.a.v. de FRJ te handhaven. De Europese Commissie is door de Raad gevraagd om te bezien hoe dit initiatief kan worden geïmplementeerd. Nederland zal zich actief inzetten voor spoedige realisatie van dit initiatief. De Nederlandse ambassade in Belgrado is sinds 2 augustus jl. weer geopend.

de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

Deel: ' Brief BUZA inzake ontwikkelingen op de Balkan '




Lees ook