Ministerie van Buitenlandse Zaken


De Voorzitter van de Algemene Commissie voor Europese Zaken

Binnenhof 4

Den Haag
Directie Integratie Europa

Afdeling Internationale Samenwerking

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 22 juni 1999
Kenmerk DIE-397/99
Blad /5
Bijlage(n) n.v.t.
Betreft Transatlantische betrekkingen

Zeer geachte Voorzitter,

Bij een schrijven van 12 mei jl. (Nr. 3-99-EU) verzocht Uw commissie om een brief waarin wij ingaan op de gevolgen van de handelsconflicten tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten voor de transatlantische betrekkingen.

Het verzoek geeft ons de gelegenheid om de transatlantische betrekkingen, in het bijzonder de relatie tussen EU en VS, in het breedste perspectief te belichten. Alleen op die manier is het immers mogelijk tot een afgewogen beoordeling te komen van de gevolgen van de handelsgeschillen voor die relatie. Allereerst zullen wij hieronder echter ingaan op het handelsdeel van de betrekkingen en de plaats van de geschillen daarin.

De voorspoedige ontwikkeling van de West-Europese economie in de laatste decennia is voor een belangrijk deel te danken aan het royale hulpbeleid dat de VS-regering na de Tweede Wereldoorlog inzette. De West-Europese en Amerikaanse markten werden al spoedig van belang voor de wederzijdse export en de beide economieën raakten door handel en investeringen allengs verstrengeld. Dit heeft, in een steeds toenemend tempo, geleid tot een mate van integratie van de EU- en de VS-markt, en daarmee tot een onderlinge afhankelijkheid tussen beide economieën, die in de wereld uniek is. De omvang van die relatie kan met enkele cijfers geïllustreerd worden. De totale waarde van de wederzijdse export bedroeg in 1997 bijna USD 300 mld. De wederzijdse investeringen beliepen in datzelfde jaar een waarde van ca. USD 103 mld.

De EU en de VS vervullen daarnaast gezamenlijk een voortrekkersrol waar het de verdere vrijmaking van en het formuleren van regels voor de wereldhandel betreft, zoals dat, na de jaren van de GATT, inmiddels vorm heeft gekregen in de wereldhandelsorganisatie WTO. Naast een gedeeld offensief belang, is een voorname drijfveer dat het ontbreken van evenwichtige, afdwingbare, afspraken over de wereldhandel een bedreiging van de wereldwijde stabiliteit kan vormen.

Op gezette momenten is in het laatste decennium aan de transatlantische economische betrekkingen op het hoogste niveau een nieuwe impuls gegeven. Meest recent voorbeeld daarvan is het Transatlantisch Economisch Partnerschap (TEP), dat tijdens de EU-VS top van mei 1998 werd gelanceerd, en het bijbehorende actieplan van december 1998. Binnen het TEP-kader voeren EU en VS op regelmatige basis overleg over multilaterale onderwerpen, in het bijzonder over een nieuwe ronde van WTO-onderhandelingen. Daarnaast worden kwesties behandeld die alleen in de bilaterale EU-VS relatie aan de orde zijn. Zo zijn dialogen tot stand gebracht tussen technische en regelgevende instanties.

De EU en de VS zijn echter niet alleen elkaars belangrijkste handelspartners, maar tevens elkaars grootste concurrenten. Er is in de laatste vier decennia geen jaar voorbij gegaan zonder bilaterale handelsgeschillen. Reeds begin jaren zestig ontstond de fameuze "kippenoorlog": nadat de VS zijn export van slachtpluimvee naar de EG aanzienlijk zag teruglopen na inwerkingtreding van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB), trok het handelsconcessies in voor geselecteerde exporten uit de EG. Zoals het GLB tot op de dag van vandaag een bron is voor bilaterale geschillen, geldt hetzelfde voor de steeds terugkerende roep om protectionistische maatregelen aan Amerikaanse kant. Geschillen rond staal en graan vonden in de loop der jaren hierin hun oorsprong.

De aard van de geschillen is overigens in de laatste jaren diverser geworden, zoals blijkt uit de voorbeelden die uw commissie in hgg. schrijven aanhaalt. Vloeiden de geschillen in het verleden vrijwel uitsluitend voort uit maatregelen ter bescherming van de eigen markten, in de laatste decennia spelen vereisten met betrekking tot voedselveiligheid en ethische vraagstukken een steeds belangrijker rol bij het ontstaan van handelsgeschillen. Voorbeelden hiervan zijn de geschillen over humane vangstmethoden (het zgn. wildklem-geschil), hormoonvlees en genetisch gemodificeerde organismen. Daarmee passen de geschillen in de huidige tijdgeest, waarin de wetenschapper en de bewuste consument een prominente plaats innemen.

In een andere categorie vallen de Amerikaanse Helms Burton Act en de Iran Libya Sanctions Act. Aan deze sanctiewetten ligt immers primair een verschil van inzicht ten grondslag over de wijze waarop buitenlandspolitieke beleidsdoelstellingen kunnen worden bereikt en nagestreefd.

Waar de geschillen naar aard dus sterk uiteen kunnen lopen, hebben zij alle als essentie dat de ene partij zich, naar haar mening op onterechte gronden, door de andere partij belemmerd weet of voelt in een economische activiteit. Gezien de omvang en de onderlinge afhankelijkheid van onze markten geldt in een dergelijke situatie al snel de wet van de grote getallen: specifieke sectoren kunnen grote financiële schade ondervinden, met alle gevolgen van dien voor o.a. de werkgelegenheid. Waar mensen in hun broodwinning worden geraakt, roept dit - begrijpelijk - sterke emoties en krachtige lobbies op. De politieke betrokkenheid hierbij is per definitie groot.

De omvang en de verwevenheid van de transatlantische markt vormt dus tegelijkertijd een sterke en een zwakke plek in de EU-VS-relatie. De vraag die uw commissie daarom terecht stelt is welke de gevolgen zijn van de geschillen voor de transatlantische betrekkingen als geheel.

Een begin van een antwoord vloeit voort uit de actualiteit: daar waar de VS, de andere transatlantische partner Canada, de Europese NAVO-leden en de EU als zodanig, zich momenteel inzetten voor het bewerkstelligen van vrede en stabiliteit in Zuidoost Europa, mag in elk geval geconstateerd worden dat er geen sprake is van diep verstoorde transatlantische verhoudingen.

Los van de situatie in en rond Kosovo, is het verhelderend om in dit kader de bindende elementen in de transatlantische relatie te benoemen.

In de eerste plaats moet gewezen worden op de grote verwevenheid van de Amerikaanse en Europese cultuur. Deze verwevenheid komt o.a. tot uitdrukking in de op elkaar gelijkende inrichting van onze samenlevingen en de thema's waaraan in binnen- en buitenlandse politiek waarde wordt toegekend.

In de tweede plaats behoren de EU en de VS, mede dankzij de mate van politieke en economische ontwikkeling, tot de belangrijker spelers op het wereldtoneel. De eerdergenoemde verwevenheid leidt er toe dat de EU en de VS in veel gevallen op dit wereldtoneel identieke belangen hebben en daarmee een gedeelde verantwoordelijkheid.

Deze gemeenschappelijke waarden, belangen en verantwoordelijkheid vormen de kern van de transatlantische relatie.

Vanuit deze basis is in de loop der jaren een nauwe, op tal van terreinen intensieve, samenwerking ontstaan. De veiligheidsrelatie heeft in het bijzonder, maar niet uitsluitend, in het kader van de NAVO gestalte gekregen. De andere terreinen van samenwerking zijn sedert eind 1995 samengebracht binnen de structuren van de EU-VS New Transatlantic Agenda (NTA).

De NTA, die zich richt op zowel gezamenlijk optreden naar buiten als het aanhalen van de onderlinge betrekkingen, onderscheidt vier hoofdterreinen:


1. bevordering van wereldwijde vrede, stabiliteit, democratie en ontwikkeling;


2. aanpak van mondiale uitdagingen (o.a. terrorisme, milieu);


3. bijdragen tot uitbreiding van de wereldhandel en hechtere economische samenwerking;


4. verbetering van de transatlantische verstandhouding (o.a. niet-gouvernementele dialogen en wetenschappelijke samenwerking).

De reeksen van ontmoetingen op ambtelijk en politiek niveau, culminerend in de halfjaarlijkse topontmoetingen EU-VS, zijn een zeer waardevol instrument gebleken om het momentum voor het lanceren van nieuwe ideeën en het oplossen van oude problemen te behouden.

Om Uw commissie een inzicht te geven in de reikwijdte van deze samenwerking, zijn wij voornemens Uw commissie, zodra beschikbaar, het halfjaarlijks rapport over de samenwerking in het kader van de NTA toe te zenden.

De betrekkingen zijn dus diep, breed en divers. De relatie is bovendien volwassen en kan daarom wel een stootje hebben. In één adem moet daar echter aan worden toegevoegd dat de handelspolitieke geschillen tussen EU en VS door de regering als een uiterst serieuze zaak worden gezien en behandeld.

De sleutel naar het beheersbaar houden van de handelsconflicten ligt zowel in de onderlinge afhankelijkheid van onze economieën, als in de bredere verantwoordelijkheid die de EU en de VS wereldwijd dragen. De decennialange ervaring met transatlantische handelsgeschillen leert ons, dat die sleutel telkens op het goede moment - dat wil zeggen voordat fundamentele schade wordt toegebracht - weer wordt omgedraaid. Ook de Nederlandse regering weegt het verdedigen van het nationaal economisch belang, één van haar primaire taken, steeds af tegen het bredere belang, zoals eerder beschreven, van goede betrekkingen met de VS en van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor internationale stabiliteit in de ruimste zin des woords.

Dat de EU en de VS zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid, blijkt onder meer uit het feit dat tijdens de EU-VS top van 21 juni jl. nadere afspraken tot stand zijn gebracht over vroegtijdige identificatie van en consultatie over handelspolitieke, en ook andere, problemen. De regering hecht veel belang aan deze richtsnoeren voor "early warning". Ofschoon deze geen recept voor elke situatie zullen kunnen bieden, zullen zij naar verwachting in veel gevallen wel preventief werken.

Uw commissie vroeg ons in te gaan op de gevolgen van de handelsconflicten tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten voor de transatlantische betrekkingen.

Zoals uit het voorgaande blijkt, hebben de handelsgeschillen die zich in de loop der jaren hebben voorgedaan de fundamenten van de transatlantische relatie niet kunnen aantasten. De relatie is zelfs, in weerwil van de geschillen, gegroeid en sterker geworden. Voor de toekomst heerst, zowel aan Amerikaanse als aan Europese kant, een diep besef dat de uitdagingen van de 21e eeuw een nauwe samenwerking vergen, ook op handels- en economisch vlak. De Regering heeft het volle vertrouwen dat aan beide zijden van de oceaan dit besef breed wordt gedeeld. Daarmee zijn de handelsgeschillen de wereld niet uit, maar is het tevens moeilijk voorstelbaar dat zij, voor zover dit nu is te overzien, de relatie kunnen ondermijnen.

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Deel: ' Brief BUZA inzake transatlantische betrekkingen '




Lees ook