Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken

van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's-Gravenhage
directie Azië en Oceanië

afdeling Zuidoost-Azië en Oceanië

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 29 juni 1999
Kenmerk DAO/ZO-000
Blad /1
Bijlage(n)
Betreft Brief inzake verkiezingen Indonesië
C.c.

Zeer geachte Voorzitter,

Inleiding

Tijdens het Algemeen Overleg met de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken op 20 april jl. heb ik toegezegd nog voor het zomerreces met een brief te komen inzake de parlementsverkiezingen die op 7 juni jl in Indonesië hebben plaatsgevonden. Gegeven de onvoorziene vertraging die bij het tellen van de stemmen in Indonesië is opgelopen en gegeven het feit dat het nog niet duidelijk is op welke datum de definitieve uitslag bekend zal zijn, is het voor mij onmogelijk om nu reeds met een afgeronde analyse te komen. Derhalve geef ik hierna een aantal eerste observaties, mede op basis van het debriefingsgesprek dat met de vier Nederlandse leden van de EU-waarnemersmissie heeft plaatsgevonden.

Daarnaast ga ik separaat in op de recente ontwikkelingen inzake Oost-Timor en de situatie in Aceh.

Verkiezingsproces; eerste observaties

Het verkiezingsproces in Indonesië is rustig verlopen. Zowel tijdens de periode van campagne voeren als op de dag van de stemming hebben zich geen ongeregeldheden op grote schaal voorgedaan. De zo gevreesde intimidatie is beperkt gebleven tot incidenten.

Het stemmen op lokaal niveau, is, naar de mening van de vier Nederlandse waarnemers, op een aantal kleine technische onvolkomenheden na, goed verlopen. Ook de EU heeft in een eerste reactie op 9 juni jl. reeds aangegeven dat de verkiezingen vreedzaam, eerlijk en vrij zijn verlopen.

De intentie van de Indonesische overheid om het proces zo zorgvuldig mogelijk te laten verlopen is boven alle twijfel verheven. Juist die zorgvuldigheid (systeem van wederzijdse controle) echter lijkt op dit moment één van de factoren die bijdraagt aan de tot nu toe opgelopen vertraging. Daarnaast speelt in dit verband het gebrek aan opleiding en ervaring van de kiesmedewerkers en de onwil van sommige, veelal kleinere politieke partijen, om een éénmaal geteld resultaat goed te keuren. Dit laatste heeft bijv. geleid tot het opnieuw tellen van de stemmen in delen van Jakarta en in enige districten in Sulawesi. Het moge duidelijk zijn dat genoemde vertraging speculaties over mogelijke fraude doet toenemen.

Er bestaat dan ook bezorgdheid, ook bij de vier genoemde waarnemers, over het verdere verloop van het tellingsproces. Een groot deel van de EU- en andere waarnemers heeft Indonesië reeds verlaten; slechts een beperkt aantal is achtergebleven, naast de zgn. 'local long term observers', waarmee de belangrijke waarde van deze laatste groep maar weer bewezen is. Juist de controle op hogere niveaus (districts-en provinciaal en doorgeleiding vanaf dit niveau naar de nationale verkiezingscommissie KPU) lijkt meer fraudegevoelig.

Vervolgens zal de procentuele uitkomst omgerekend moeten worden naar de zetelverdeling in de DPR (Huis van Afgevaardigden), die over 500 zetels beschikt. Deze verkiezingen betroffen 462 gekozen leden (231 Java/231 niet Java). De resterende 38 zetels zijn toebedeeld aan het leger, die daarmee later in het proces nog wel eens een doorslaggevende factor zou kunnen zijn bij mogelijke coalitiebesprekingen. Gegeven het verschil in gewicht van stemmen op Java en daarbuiten leidt een procentuele winst van een bepaalde politieke partij niet noodzakelijkerwijs tot een gelijke winst in het Parlement.

Op het moment van het opstellen van deze brief (24 juni 1999) is 62% van de stemmen geteld. De PDI van mw. Megawati Soekarnoputri beschikt over ruim 38 % van de stemmen; Golkar staat op een tweede plaats met ruim 19 %. Daarbij zij aangetekend dat met name de stemmen uit de buitengewesten nog verwerkt dienen te worden en dat derhalve niet uitgesloten kan worden dat de uitslag nog een duidelijke verandering zal ondergaan.

Oost-Timor

In de brief van 25 mei jl informeerde ik u uitvoerig over de ontwikkelingen inzake Oost-Timor. Ik schetste daarin een voorzichtig positief beeld, maar sprak tevens bezorgdheid uit over de daadwerkelijke implementatie van de akkoorden zoals die tussen Portugal, Indonesië en de VN gesloten zijn.

Gegeven de uitermate zorgwekkende veiligheidssituatie op Oost-Timor heb ik begrip voor het besluit van de SGVN om de geplande volksraadpleging met twee weken uit te stellen tot eind augustus a.s.. De aanhoudende gewelddadigheden en intimidaties zijn niet alleen een ernstige bedreiging voor het consultatieproces zelf,

maar nadrukkelijk ook voor de uitkomst en legitimiteit daarvan. De kans op een daadwerkelijk duurzame voor alle partijen aanvaardbare oplossing voor de toekomst van Oost-Timor zou daarmee in gevaar komen.

Nederland heeft onder verwijzing naar de akkoorden van 5 mei jl. in de Veiligheidsraad dan ook een beroep gedaan op de Indonesische autoriteiten om hun verantwoordelijkheid te nemen voor de veiligheidssituatie.

Overigens meld ik u voor de goede orde dat Nederland NLG 500.000 beschikbaar heeft gesteld voor het UN-Trust-Fund waaruit de VN-activiteiten op Oost-Timor worden gefinancierd. Daarnaast heeft Nederland via de SNV een 7-tal 'electoral officers' beschikbaar gesteld.

Aceh

De situatie in Aceh vraagt om speciale aandacht. In een tijdsbestek van minder dan een maand zijn bij verschillende incidenten 42 doden en tenminste 29 gewonden gevallen. Daarnaast hebben duizenden mensen hun huizen verlaten uit angst voor verdere gewelddadigheden. De situatie dreigt te escaleren en ook in Aceh lijkt de roep om onafhankelijkheid sterker te worden.

Op korte termijn zal ik binnen de EU speciale aandacht vragen voor genoemde ontwikkelingen en gezamenlijk met de EU-partners bezien of en welke actie in de richting van de Indonesische autioriteiten gewenst is.

Concluderende opmerkingen

In het licht van het bovenstaande is het onmogelijk met afgeronde conclusies inzake de verkiezingen in Indonesië te komen. Wel beschouw ik het als een grote verdienste van het Indonesische volk dat de eerste democratische verkiezingen in Indonesië tot nu toe vreedzaam zijn verlopen. Ik spreek daarbij de oprechte hoop uit dat het vervolgproces op eenzelfde wijze zal verlopen en dat daarmee het uiteindelijke resultaat voor alle betrokkenen in het land daadwerkelijk aanvaardbaar zal zijn. Zodra dit eindresultaat bekend is, zal ik u nader informeren. Ik zal het eindrapport van de EU-waarnemersmissie, zodra dit beschikbaar is, aan u doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken a.i.

Deel: ' Brief BUZA inzake verkiezingen Indonesië '




Lees ook