Tweede Kamer der Staten Generaal

buza0000.087 brief min buza t.g.v. verklaringen gemeenschappelijk buit enlands en veiligheidsbeleid

Gemaakt: 9-3-2000 tijd: 10:12

Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 28 februari 2000

Onderwerp:

Betreft Europese Unie:

Gemeenschappelijk Buitenlands en

Veiligheidsbeleid

Zeer geachte Voorzitter,

Ik heb de eer U hierbij de teksten toe te zenden van GBVB-verklaringen die de Raad van de Europese Unie heeft aangenomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Bijlagen: Verklaring inzake de Democratische Republiek Congo

Verklaringen inzake het herstel van de democratie in Niger

Verklaring inzake de militaire staatsgreep in Ivoorkust

Verklaring inzake Mozambique

Verklaring inzake Angola

Verklaring inzake de parlementsverkiezingen in de Republiek Kroatië op
3 januari

Verklaring inzake de situatie in Indonesië

Verklaring inzake de beslissing van het grondwettelijk hof van Oekraïne van 30 december 1999 over de doodstraf

Verklaring inzake de afschaffing van de doodstraf in Turkmenistan

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE BETREFFENDE DE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK CONGO

De EU heeft nota genomen van de overeenkomsten die vertegen-woordigers van het leger en de milities respectievelijk op 16 november 1999 te Pointe Noire en op 29 december 1999 te Braz-zaville hebben ondertekend, en juicht het toe dat President Bongo van Gabon is aangewezen als bemiddelaar voor een alom-vat-tende dialoog.

De beide overeenkomsten zijn belangrijke stappen op de weg naar pacificatie en nationale verzoening in de Republiek Con-go, waar de bevolking nog steeds gebukt gaat onder de gevolgen van een langdurig gewapend conflict dat het land ontwricht heeft.

De EU doet daarom een beroep op alle Congolese partijen af te zien van geweld en vaste vorm te geven aan hun voornemen een alomvattende nationale dialoog aan te gaan teneinde:


- voor eens en voor altijd een einde te maken aan de vijandelijkheden;

- te komen tot volledige eerbiediging van de mensenrech-ten en de rechtsstaat en democratie te herstellen door middel van vrije en eerlijke verkiezin-gen.

Indien er vorderingen worden gemaakt op de weg naar vrije, transparante en pluralistische verkiezingen, kan de Europese Unie overwegen naast humanitaire noodhulp bijstand te verlenen om bij te dragen aan het herstel van vrede, democratie en het ontwik-kelingsproces in Congo-Brazzaville.

De met de Europese Unie geassocieerde landen in Midden- en Oost-Europa, de geassocie-erde landen Cyprus, Malta en Turkije, en de EVA-landen, die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, sluiten zich bij deze verklaring aan.


____________________


28 januari 2000

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE OVER HET HERSTEL VAN DE DEMOCRATIE IN NIGER

De Europese Unie is tevreden over de verwezenlijking tot nog toe van het over-gangsprogramma in Niger en gelooft dat het overgangsproces de democratie in Niger heeft versterkt en de politieke stabiliteit heeft bevorderd.

De Europese Unie is bereid Niger te steunen bij zijn inspan-ning om de economische en sociale ontwikkeling te bevorderen ten behoeve van het welzijn van zijn bevolking.

De Europese Unie herhaalt het belang van de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat als essentiële elementen in de betrekkingen tussen Niger en de Europese Unie.

In de politieke dialoog met Niger zal de Europese Unie zich blijven bezighouden met het punt van het onderzoek naar de omstandigheden waaronder president Baré is vermoord en zal de Unie speciale aandacht besteden aan de mogelijke aanneming van een amnes-tiewet, zoals mogelijk gemaakt door de recentelijk aangenomen grondwet.

De met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, de geas-socieerde landen Cyprus, Malta en Turkije, en de EVA-landen, leden van de Europese Economische Ruimte, scharen zich achter deze verklaring.


_______________________


5 januari 2000

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE

OVER DE MILITAIRE STAATSGREEP IN IVOORKUST

De Europese Unie neemt met grote verontrusting kennis van de militaire staatsgreep en de ontbinding van de politieke en wettelijke instellingen die op 24 december 1999 in Ivoorkust hebben plaatsgevonden. Zij spoort alle partijen aan het democratische grondwettelijke bestuur in het land snel en op vreedzame wijze te herstellen, de mensenrechten te eer-biedigen en de veiligheid tijdens de overgangsperiode te waarborgen.

Voorts betuigt de Europese Unie haar steun aan het afgelopen juli door de topconferentie van de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid genomen besluit om mili-taire staatsgrepen te veroordelen en regeringen die met wapengeweld aan de macht komen te isoleren.

De EU acht tevens snel herstel van het democratisch bestuur in Ivoorkust van belang voor de toekomstige samenwerking tussen de EU en Ivoorkust, met name in het licht van de mogelijkheid om de procedure van artikel 366 bis van de vierde herziene Over-eenkomst van Lomé in te leiden.

De met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, de geas-socieerde landen Cyprus, Malta en Turkije en de EVA-landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, sluiten zich bij deze verklaring aan.


________________________


10 januari 2000

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE OVER MOZAMBIQUE

De Europese Unie is verheugd over het feit dat het verkie-zingsproces in Mozambique met de officiële bekendmaking van de verkiezingsuitslag op 22 december 1999 is afgerond, en feliciteert het Mozambikaanse volk omdat het blijk heeft gegeven van waardig-heid en zelfbeheersing.

Bij de verkiezingen waren internationale en lokale waarnemers aanwezig, inclusief een

gemeenschappelijke waarnemingsmissie van de Europese Unie die in een eerste verklaring op 12 december opmerkte dat de stembusgang een vrij en eerlijk ver-loop heeft gekend en het Mozambikaanse volk zijn wil tot uitdrukking heeft kunnen bren-gen.

De Europese Unie is van mening dat de verkiezingen algemeen genomen vrij en eerlijk zijn verlopen. De beide grootste partijen hebben beschuldigingen van fraude en wangedrag geuit die, indien zij tot formele klachten zouden leiden, moeten worden onderzocht en tot klaar-heid gebracht over-eenkomstig de wet.

De Europese Unie is van mening dat de verkiezingen van 1999 in Mozambique een nieuwe stap zijn bij de consolidatie van de meerpartijendemocratie en van vrede en stabilit-eit in het land en de regio, en een stevige basis vormen voor verdere samenwerking tussen de Eu-ropese Unie en Mozambi-que.


_______________________


7 januari 2000

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE BETREFFENDE ANGOLA

De Europese Unie volgt de situatie in Angola op de voet. Zij is op de hoogte van de belangrijke ontwikkelingen aan het militaire front en blijft ervan overtuigd dat er een politieke oplossing moet worden gevonden om het land een duurzame vrede te bezorgen die het Angolese volk stabiliteit en vooruitgang kan brengen.

De Europese Unie herhaalt dat UNITA, onder leiding van Dr. Jonas Savimbi, door kernbepalingen van het Protocol van Lusaka niet na te leven de grootste verantwoordelijkheid draagt voor de oorlog in Angola. Door voortdurend resoluties van de VN-Veiligheidsraad met voeten te treden, kiest Dr. Savimbi willens en wetens voor het conflict, in plaats van zijn beloftes te houden; deze handelwijze roept gerechte twijfels op omtrent de vraag of hij zich wel echt voor een nationale verzoening in Angola wenst in te zetten.

De Europese Unie roept UNITA op om haar militaire activiteiten onmiddellijk te staken, en blijft vastberaden alle internationale pogingen steunen om de sancties van de VN-Veiligheidsraad tegen UNITA te verscherpen.

De Europese Unie doet een beroep op al diegenen binnen UNITA die bereid zijn zich aan de bepalingen van het Protocol van Lusaka te houden, om hun eenduidige wil te tonen om een vruchtbare dialoog aan te gaan met de regering, en spoort de Angolese autoriteiten aan blijk van goede wil positief te beantwoorden.

De Europese Unie spoort de Angolese regering aan de juiste politieke, maatschappelijke en economische omstandigheden te scheppen voor een opbloei van de democratie en de rechtsstaat in Angola. De Europese Unie is van mening dat de regering in dat opzicht een bijzondere verantwoordelijkheid dragt voor de bevordering van de mensenrechten - mede in de gebieden die door UNITA werden gecontroleerd -, de democratische beginselen, behoorlijk bestuur en de versterking van een vrije civiele samenleving.

De Europese Unie roept de regering, die het Verdrag van Ottawa heeft ondertekend, en in het bijzonder UNITA nogmaals op om onmiddellijk op te houden met het leggen van mijnen in het land.

De Europese Unie is bezorgd over de recente gevechten over internationale grenzen heen tussen het Angolese leger en UNITA, en beklemtoont het belang van stabiliteit, dialoog tussen staten en samenwerking met het oog op de veiligheid en de economische ontwikkeling van de regio.

De Europes Unie zal bereid zijn te bekijken hoe de regering van Angola kan worden bijgestaan bij de wederopbouw en het herstel van het land binnen een democratisch kader. Bijzondere aandacht zal daarbij blijven uitgaan naar humanitaire hulp om het lijden van de door de oorlog getroffen Agolese bevolking te verlichten.

De met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, de geassocieerde landen Cyprus, Malta en Turkije, en de EVA-landen, die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, sluiten zich bij deze verklaring aan.


_________________________


20 januari 2000

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE

BETREFFENDE DE PARLEMENTSVERKIEZINGEN IN DE REPUBLIEK KROATIE OP 3 JANUARI

De Europese Unie is verheugd over de parlementsverkiezingen in de Republiek Kroatië op


3 januari 2000. Deze verkiezingen, die volgens de internatio-nale waarnemers een rustig en ordelijk verloop kenden en waarbij de kiezers hun politieke wil vrij konden uiten, kunnen een belangrijke stap zijn om Kroatië dichter te brengen bij het perspectief van volledige integratie in de Europese structuren.

De Europese Unie feliciteert het Kroatische volk met de demo-cratische wijze waarop de verkiezingen werden gehouden en roept alle politieke krachten op om de verkiezingsresul-taten te erkennen en te eerbiedigen.

De Europese Unie bevestigt opnieuw haar bereidheid om de sa-menwerking met de Republiek Kroatië uit te breiden en te intensiveren, indien de nieuwe regering ernstige hervormingen nastreeft waarbij de democratische instellingen worden versterkt, de nalev-ing van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden wordt verbeterd en economische hervormingen worden doorgevoerd, en maatregelen neemt die leiden tot etnische verzoen-ing en tot vrede en stabiliteit in de regio.


________________________


6 januari 2000

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE

OVER DE SITUATIE IN INDONESIE

De EU constateert dat er in Indonesië de afgelopen maanden historische veranderingen hebben plaatsgevonden. Zij steunt de inspanningen van de nieuwe de-mocratisch verkozen In-donesische regering en is ingenomen met de initiatieven die president Wahid heeft genomen om de democratie in zijn land te versterken, het leger en het rechtsstelsel te hervormen, de economie nieuw leven in te blazen en de interne conflicten op te lossen door dialoog in plaats van met wapens.

De EU is derhalve van oordeel dat de beperkende maatregelen die in september 1999 ten aanzien van de vorige Indonesische regering zijn genomen en die vandaag verstrijken, niet verlengd hoeven te worden; zij wijst er evenwel op dat het wapenexportbeleid van de EU strikt zal worden uitgevoerd overeenkomstig de gedragscode van de EU. De EU zal de gebeur-tenissen in Indonesië dan ook op de voet blijven volgen.

De Europese Unie is diep bezorgd over het ontstellende geweld in de Molukken, de spanningen in Irian Jaya en het aanslepende conflict in Atjeh. De EU onderstreept dat degenen die de mensenrechten hebben geschonden, in het bijzonder op Oost-Timor, ter verant-woording moeten worden geroepen en dat de internationale bezorgdheid over het lot van de tien-duizenden vluchtelingen op West-Timor moet worden weggenomen.

Aan de vooravond van het bezoek van president Wahid aan Europa zegt de Europese Unie nogmaals haar steun toe aan een sterk, verenigd en democratisch Indo-nesië en verklaart zij zich bereid de nieuwe Indonesische regering te helpen om die uitdagingen het hoofd te bieden en op die manier de banden tussen de Europese Unie en een democratisch In-donesië te versterken.

De met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, de geas-socieerde landen Cyprus en Malta, en de EVA-landen IJsland en Noorwegen, die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, sluiten zich bij deze verklaring aan.


___________________


18 januari 2000

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE

INZAKE DE BESLISSING VAN HET GRONDWETTELIJK HOF VAN OEKRAINE

VAN 30 DECEMBER 1999 OVER DE DOODSTRAF

De Europese Unie is ingenomen met de beslissing van het Grond-wettelijk Hof van Oekraïne van 30 december 1999 waarbij wordt bepaald dat de bepalingen van het Oekraïnse wetboek van strafrecht inzake de doodstraf ongrondwettig zijn, omdat zij een schen-ding zijn van de artikelen 27 en 28 van de grondwet, die het beginsel van respect voor het menselijk leven erkent en elke vorm van inhumane behandeling verbiedt.

De Europese Unie heeft er vertrouwen in dat het Oekraïnse wetboek van strafrecht in overeenstemming met deze fundamentele beslissing zal worden herzien.

De Unie vindt dat deze beslissing de bereidheid van Oekraïne aantoont om zich aan te sluiten bij een positieve trend die gaat in de richting van de universele afschaffing van de doodstraf. Dit is het ultieme doel van de Europese Unie, getuige de verklaring en de richt-snoeren van de EU die tijdens de Algemene Raad van juni 1998 in Luxemburg werden aangenomen.

Deze verstrekkende beslissing is geheel in overeenstemming met de doelstellingen van de

Gemeenschappelijke strategie ten aanzien van Oekraïne op het gebied van de bevordering van de mensenrechten, alsmede met de letter en de geest van het Eu-ropees Verdrag tot bescherm-ing van de rechten van de mens en alle andere relevante internationale rechtsinstrumenten die de afschaffing van deze inhumane praktijk vragen.

In het licht van deze positieve beslissing, die kracht bijzet aan het strategische partnerschap tussen de EU en Oekraïne, dringt de Europese Unie er bij Oekraïne op aan het Zesde Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fun-damentele vrijheden te bekrachtigen, dat het eerste instrument in het internation-ale recht is dat de afschaffing van de doodstraf wettelijk verplicht stelt voor de verdragsluitende partijen. De EU her-innert voorts aan de toezegg-ing van Oekraïne,

als lid van de Raad van Europa, om voor november 1998 de dood-straf volledig af te schaffen.

De met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa: Bulgarije, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië, Slovenië, Slo-wakije en Tsjechië, de geassocieerde landen Cyprus en Malta en de EVA-landen IJsland, Liechtenstein en Noorwegen, die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, sluiten zich bij deze verklaring aan.


________________________


12 januari 2000

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE

OVER DE AFSCHAFFING VAN DE DOODSTRAF IN TURKMENISTAN

De Europese Unie is verheugd over het besluit van de Turkmeen-se autoriteiten om de doodstraf af te schaffen.

De Europese Unie is van oordeel dat de afschaffing van de doodstraf bijdraagt tot de verbetering van de menselijke waardigheid en de gestage ontwikkeling van de men-senrechten, en herhaalt dat zij de wereldwijde afschaffing van de doodstraf nastreeft, of ten minste de invoering van moratoria op de uitvoering van de doodstraf als een eerste stap naar dat doel.

In die zin is de Europese Unie van mening dat het besluit van de Turkmeense autoriteiten een fundamentele stap vooruit is in de bevordering van de mensen-rechten in Turkmenis-tan, en een belangrijke bijdrage tot de wereldwijde afschaffing van de doodstraf.

De Europese Unie roept de Turkmeense autoriteiten op om ver-dere stappen te zetten in de eerbiediging en de bevordering van de mensenrechten in Turkmenistan.

De met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, de geas-socieerde landen Cyprus en Malta, en de EVA-landen IJsland, Liechten-stein en Noorwegen, die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, sluiten zich bij deze verklaring aan.


________________________


25 januari 2000

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief BUZA met verklaring buitenlands en veiligheidsbeleid '




Lees ook