Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag
Directie Europa

Afdeling West-Europa

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 29 januari 1999
Kenmerk DEU-044/99
Blad /2
Bijlage(n) -
Betreft Voorgenomen bezoek van een delegatie

van Uw Commissie aan Cyprus

Zeer geachte Voorzitter,

De Ambassadeur van de Republiek Cyprus deed mij copie toekomen van zijn brief die hij op 14 januari j.l. tot U richtte naar aanleiding van het geen doorgang vinden van het bezoek van een delegatie van Uw Commissie aan Cyprus. Onlangs heeft Ambassadeur Zenon ook mij over deze kwestie aangesproken en zijn visie op een en ander gegeven.

Naar ik heb vernomen, is de voorgenomen reis gestuit op, in Cypriotische ogen, onoverkomenlijke bezwaren. Ik betreur deze opstelling, vooral ook omdat de intentie van het bezoek goed was en, naar ik begreep, vooraf goede afspraken waren gemaakt tussen Uw Commissie en de Ambassade van Cyprus. Daarnaast hebben alle betrokkenen zich veel moeite gegeven om de reis tot een succes te maken. Naar mijn mening zou een bezoek van een delegatie van Uw Commissie op dit moment juist om verschillende redenen opportuun zijn geweest. Ik denk daarbij in het bijzonder aan het EU-toetredingsproces, de Nederlandse deelname aan UNFICYP alsmede aan het Nederlandse Veiligheidsraadlidmaatschap.

De Cypriotische Ambassadeur wekte de indruk dat een gesprek met de zogenaamde "voorzitter van het Turkscypriotische parlement", de heer Hasipoglu, wel aanvaardbaar zou zijn geweest indien de Cypriotische autoriteiten niet van te voren daarover op de hoogte waren gesteld. Ik heb hem laten blijken dat dit een beperking zou zijn geweest van het uitgangspunt dat het aan de Commissie zelf is voorbehouden te bepalen met wie zij wenst te spreken. Daar komt bij dat bevriende landen niet op die manier met elkaar plegen om te gaan en dat dit mijns inziens moeilijk valt te rijmen met de door U geboden openheid over het programma op het noordelijk gedeelte van het eiland.

Op 27 mei a.s. zal ik mijn Cypriotische ambtsgenoot ontvangen. Van de Cypriotische Ambassadeur vernam ik dat Minister Kassoulides bij die gelegenheid ook graag een ontmoeting met Uw Commissie zou willen hebben.

Van de Cypriotische Ambassadeur begreep ik voorts dat de Voorzitter van de Cypriotische Kamercommissie van Buitenlandse Zaken inmiddels een nieuwe uitnodiging aan U heeft doen toekomen. Vanzelfsprekend kunt U te allen tijde blijven rekenen op de volledige medewerking van Ambassade Rome en de Directie Europa van mijn Ministerie, mocht Uw Commissie besluiten alsnog een bezoek aan Cyprus af te leggen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Deel: ' Brief BUZA over bezoek commissie aan Cyprus '




Lees ook