Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag
DEU

Midden-Europa

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 2 februari 1999
Kenmerk DEU-047/99
Blad /4
Bijlage(n) 5
Betreft Kosovo

Zeer geachte Voorzitter,

Sinds het versturen van onze brieven van 18 en 20 januari jl. en het overleg met de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken en voor Defensie op 21 januari jl., zijn de internationale inspanningen om te komen tot een politiek akkoord voor Kosovo in een stroomversnelling geraakt. In deze brief wordt ook ingegaan op de vragen die door de geachte afgevaardigden mevrouw Vos en de heer Hoekema zijn gesteld tijdens de Regeling van werkzaamheden van heden.

Contactgroep

De Contactgroep, bestaande uit de VS, Rusland, het VK, Frankrijk, Duitsland, Italië en het EU-voorzitterschap, heeft op 29 januari jl. in Londen overeenstemming bereikt over een concreet plan van aanpak voor het bereiken van een interimregeling voor Kosovo, gekoppeld aan een strak tijdschema (zie bijlage). De Contactgroep heeft vertegenwoordigers van de FRJ en Servië, en van de Kosovo-Albanezen, gesommeerd vóór 6 februari a.s. te beginnen met onderhandelingen in Rambouillet (ten zuidwesten van Parijs). Deze onderhandelingen zullen onder co-voorzitterschap staan van de Britse en Franse ministers van Buitenlandse Zaken, Cook en Vedrine, met directe betrokkenheid van de Contactgroep. Als onderhandelaars tijdens de conferentie zullen de VS-bemiddelaar Hill, EU-gezant Petritsch en een nog aan te wijzen Russische vertegenwoordiger optreden. De onderhandelingen zouden maximaal een week mogen duren, eventueel verlengd met nog een week. De partijen hebben in totaal dus 21 dagen gekregen om tot een politiek akkoord te komen. De Contactgroep heeft benadrukt beide partijen aansprakelijk te zullen houden indien zij weigeren hieraan mee te werken.

_________________________________________________________________

Minister Cook heeft op 30 januari jl. de boodschap van de Contactgroep persoonlijk aan de partijen overgebracht. President Milosevic heeft hierbij aangegeven de voorstellen te zullen bestuderen alvorens met een antwoord te komen. Van Kosovo-Albanese zijde heeft de leider van de "Democratic League of Kosovo" (LDK), Rugova, aan Cook reeds toegezegd te zullen deelnemen; de leider van de "United Democratic Movement" (LBD), Qosha, en de politiek vertegenwoordiger van het UCK, Demaci, hebben Cook medegedeeld eerst met hun achterban te willen consulteren alvorens over deelname te besluiten.

De Contactgroep heeft tevens een lijst van niet-onderhandelbare uitgangspunten opgesteld (zie bijlage) en partijen opgeroepen deze te aanvaarden als basis voor een rechtvaardig akkoord. Deze principes, die door Cook eveneens aan partijen zijn overhandigd, omvatten o.a. de volgende elementen:


- territoriale integriteit van de FRJ en de buurlanden


- recht op democratisch zelfbestuur voor Kosovo over zaken als lokale belastingheffing, economische ontwikkeling, rechtspraak, gezondheidszorg, onderwijs en cultuur


- een eigen president, regering, parlement en rechterlijke macht voor Kosovo


- interimregeling voor drie jaar; een procedure voor de vaststelling van de definitieve status van Kosovo dient nader te worden overeengekomen


- vrije lokale verkiezingen onder supervisie van de OVSE


- een eigen lokale politiemacht, die een afspiegeling vormt van de etnische samenstelling van de bevolking in Kosovo


- nauwe betrokkenheid van de internationale gemeenschap, m.n. de OVSE, bij de uitvoering van een akkoord


- bescherming van individuele mensenrechten


- bescherming van rechten voor "nationale gemeenschappen" (behoud identiteit, eigen taal en onderwijs, godsdienstvrijheid)


- benoeming, onder internationaal toezicht, van een Ombudsman, die zal toezien op de naleving van bovengenoemde rechten.

Tijdens de conferentie in Rambouillet zal de interimregeling zelf in overleg met de partijen verder worden uitgewerkt aan de hand van de reeds opgestelde blauwdruk.

NAVO

De NAVO-Raad heeft op 30 januari jl. overeenstemming bereikt over een laatste waarschuwing aan de partijen in Kosovo. In het NAVO-ultimatum wordt aangedrongen op de naleving van de eisen van de internationale gemeenschap en de eisen zoals geformuleerd in de resoluties 1160, 1199 en 1203 van de VN-Veiligheidsraad. Voorts wordt de strategie van de Contactgroep ondersteund om op 6 februari a.s. onderhandelingen tussen de partijen te doen beginnen. De NAVO spreekt de bereidheid uit tot het nemen van elke maatregel die noodzakelijk is om:

a. een humanitaire catastrofe af te wenden

b. een politieke regeling tot stand te brengen

c. naleving van de eisen van de internationale gemeenschap (incl. de afspraken tussen de NAVO en de FRJ over de terugtrekking ven eenheden) te bereiken.

_________________________________________________________________

De tekst van de NAVO-verklaring is op 30 januari jl. door Secretaris-Generaal Solana per brief overgebracht aan President Milosevic en Dr. Rugova (zie bijlage). De NAVO-Raad heeft Solana gemachtigd zo nodig tot de luchtacties, waarvoor de ACTORDs reeds zijn goedgekeurd, te besluiten om de eisen kracht bij te zetten. Een dergelijk besluit zal worden voorafgegaan door consultaties met de Bondgenoten en rekening houden met de ontwikkelingen op de grond en het verloop van het onderhandelingsproces. SG Solana zal hierbij tevens rekening houden met de opstelling van het leiderschap en gewapende groeperingen van de Kosovo-Albanezen.

VN-Veiligheidsraad

De VN-Veiligheidsraad heeft op 29 januari jl. een presidentiële verklaring aanvaard (zie bijlage) , waarin de voorgestelde aanpak van de Contactgroep voor het bereiken van een politiek akkoord wordt ondersteund. De VR roept de partijen op hun verplichtingen na te komen en samen te werken met de Contactgroep.

OVSE

In een verklaring van 1 februari jl. stelt de Permanente Raad van de OVSE dat de organisatie vastbesloten is haar werk voort te zetten en te versterken, aangezien de KVM bijdraagt aan de stabiliteit in Kosovo (zie bijlage). De KVM zal aanwezig blijven zolang het gedrag van de partijen ter plekke en aan de onderhandelingstafel dat toelaat. Het eerdere besluit van de FRJ om KVM-missieleider Walker uit te zetten is door Belgrado bevroren. De veiligheid van de verificateurs blijft voor de OVSE van essentieel belang; zij houdt daarom voortdurend de vinger aan de pols. De totale omvang van de KVM bedraagt thans 1036 personen, waarvan op dit moment 14 Nederlanders.

Nederlandse positie

De Regering steunt de door de Contactgroep overeengekomen strategie. In NAVO-kader heeft Nederland zich uitgesproken voor verhoging van de militaire druk op de partijen. De Regering spreekt haar waardering uit voor de inspanningen van VS-bemiddelaar Hill en EU-gezant Petritsch, alsmede voor alle deelnemers aan de KVM. Aan de voorgestelde interimregeling voor Kosovo is in goed overleg tussen de Contactgroep en de EU gewerkt. Dit voorstel komt tegemoet aan de ook door Nederland voorgestane principes van erkenning van de territoriale integriteit van de FRJ enerzijds en van het recht op een vergaande mate van zelfbestuur van de Kosovo-Albanezen anderzijds. Daarnaast biedt een politiek akkoord uitzicht op substantiële internationale hulp bij het herstel van de oorlogsschade van Kosovo. Nederland heeft tot nog toe ruim negen miljoen gulden bijgedragen aan de humanitaire hulpverlening in Kosovo en is in principe bereid aanvullende bijdragen beschikbaar te stellen voor rehabilitatie van het gebied.

_________________________________________________________________

De Contactgroep heeft verklaard dat een voortgezette internationale betrokkenheid noodzakelijk zal zijn bij de uitvoering door partijen van een akkoord en voor de wederopbouw van Kosovo. Daartoe worden de partijen opgeroepen de door de internationale gemeenschap noodzakelijk geachte omvang en aard van de internationale presentie te zijner tijd te aanvaarden. Indien een politieke regeling inzake Kosovo tot stand komt, is de kans groot dat een beroep zal worden gedaan op de internationale gemeenschap om, bv. met grondtroepen, toezicht uit te oefenen op de naleving van de gemaakte afspraken. Plannen hiervoor worden thans door de NAVO ontwikkeld. Aan de hand van het Toetsingskader zal dan moeten worden bezien of een Nederlandse bijdrage aan een dergelijke internationale presentie verantwoord is.

de Minister van Buitenlandse Zaken de Minister van Defensie,

voor deze de Staatssecretaris van Defensie

Deel: ' Brief BUZA over stand van zaken in Kosovo '




Lees ook