Tweede Kamer der Staten Generaal

brief van de vaste cie voor vws inzake aanwijziigng groot project modernisering van de awbz

Gemaakt: 20-4-2000 tijd: 13:29


2


26 631 Modernisering AWBZ

Nr. 9 Brief van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Den Haag, 22 februari 2000

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Namens de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport verzoek ik u de Kamer voor te stellen het door de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bij de Kamer ingediende plan van aanpak «Modernisering van de AWBZ» als groot project te kwalificeren.

De commissie heeft de commissie voor de Rijksuitgaven verzocht haar van advies te dienen. Het positieve advies van deze commissie doe ik u hierbij toekomen.

Namens de vaste commissie verblijft, met vriendelijke groet,

de griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Teunissen

's-Gravenhage, 10 februari 2000

Betreft: advies aanwijzing `Modernisering AWBZ' tot groot project

Aan de voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport

In uw brief van 17 januari 2000 heeft u, onder verwijzing naar artikel
2 van de Procedureregeling Grote Projecten (24 752, nrs. 1-3), de commissie voor de Rijksuitgaven verzocht om advies over uw besluit om de nota `Zicht op Zorg; plan van aanpak Modernisering AWBZ' (26 631, nr. 1) voor te dragen als groot project. De commissie voor de Rijksuitgaven heeft het project Modernisering AWBZ getoetst aan de diverse criteria uit de procedureregeling grote projecten.
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten bevat de aanspraken voor patiënten op thuiszorg, zorg in verpleeghuizen en verzorgingshuizen, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg. De totale uitgaven voor deze sectoren bedroegen in 1999 ca. 30 mld. (Zorgnota 2000). Dit betreft ca. 3,75% van het BNP in Nederland. De AWBZ is een volksverzekering; zij wordt gekenmerkt door een sterke mate van solidariteit, algemene toegankelijkheid, gelijke behandeling en betaalbaarheid.

Volgens de nota is de regelgeving van de AWBZ als gevolg van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen dringend aan vervanging toe. Het huidige stelsel is aanbodgericht, weinig flexibel en sluit slecht aan bij de wensen van de cliënt. Daarnaast wordt de AWBZ ook gekenmerkt door allerlei ondoelmatigheden in het systeem, zoals de groei van de wachtlijsten enerzijds en de groei van de reserves van instellingen anderzijds.

Het Kabinet wil de bovenstaande problemen oplossen door middel van:

Een sterke regierol voor het zorgkantoor (de dominante zorgverzekeraar in een regio)

Flexibilisering van de aanspraken op zorg

Regionalisering van de zorg zodat een betere afstemming met aanpalende terreinen zoals wonen, welzijn en onderwijs mogelijk is.

De bovengenoemde kenmerken van het project Modernisering AWBZ zijn vervolgens gelegd naast de drie hoofdcriteria uit artikel 1 van de procedureregeling:

Het gaat om een niet-routinematige en in de tijd begrensde activiteit;

Het gaat om een activiteit waarvoor de staat alleen of grotendeels de verantwoordelijkheid draagt;

Er is sprake van een activiteit met sustantiële financiële consequenties en/of uitvoeringsrisico's.

Op basis van de toetsing aan de bovengenoemde criteria concludeert de commissie voor de Rijksuitgaven het volgende:
Ad 1) Het gaat om een niet-routinematige en in de tijd begrensde activiteit De plannen voor de Modernisering AWBZ gaan uit van een aanzienlijke wijziging in de sturing en financiering van de AWBZ. Tevens is sprake van een omvangrijke wijziging van regelgeving. Alleen al vanwege deze factoren is sprake van een niet-routinematige activiteit. Bijlage 3 bij het plan van aanpak bevat een tijdschema van de noodzakelijke wijzigingen in wet- en regelgeving. Volgens dit tijdpad moet de wet- en regelgeving in 2004 aangepast zijn. De noodzakelijke cultuurverandering zal dan ook grotendeels tot stand gebracht moeten zijn.

Ad 2) Het gaat om een activiteit waarvoor de staat alleen of grotendeels de verantwoordelijkheid draagt

De uitvoering van de AWBZ is in handen van diverse factoren (de zorgkantoren, de zorgaanbieders, de zelfstandige bestuursorganen CTG, CVZ en CBZ en in mindere mate ook de patiënt). De wijze waarop deze actoren fungeren is afhankelijk van het gekozen sturingsmodel met bijbehorend instrumentarium. De modernisering van de AWBZ leidt tot een grondige herziening van dit besturingsmodel. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt in handen van de rijksoverheid, zoals ook is aangegeven op p. 34 van de nota.

Ad 3) Er is sprake van een activiteit met substantiële financiële consequenties en/of uitvoeringsrisico's

De AWBZ-uitgaven bedroegen in 1999 ca. 30 mld.. Deze middelen worden vanuit het College voor Zorgverzekeringen (de fondsbeheerder) via de zorgkantoren overgeboekt naar de zorgaanbieders. De zorgkantoren vervullen op dit moment louter een administratieve functie. De zorgaanbieders hebben in dit stelsel een budgetgarantie.

In de voorstellen voor de Modernisering van de AWBZ vervalt de budgetgarantie voor de zorgaanbieders en worden de budgetten fictief overgeheveld naar het zorgkantoor in de vorm van een regionaal kader. Deze maakt vervolgens produktieafspraken met de zorgaanbieders over de te contracteren zorg. Het zorgkantoor is vrij om ook nieuwe zorgaanbieders te contracteren indien zij doelmatigers of kwalitatief betere zorg te verlenen. Daarnaast wordt op steeds grotere schaal het persoonsgebonden budget ingevoerd. Hierbij krijgen patiënten zelf de mogelijkheid om zorg in te kopen met een op de indicatiestelling gebaseerd budget. Uit het bovenstaande blijkt dat de financiering van de zorg op grond van de AWBZ substantieel wijzigt. Aangezien bestaande (financiële) zekerheden voor met name instellingen vervallen, levert dit ook risico's op voor de uitvoering. Andere uitvoeringsrisico's zijn het gebrek aan ervaring met een actief sturende rol van het zorgkantoor, vooral nu er sprake is van een regionalisering van de zorg, en het gebrek aan ervaring met het beheer van een persoonsgebonden budget van patiënten.

Op grond van deze toetsing adviseert de commissie voor de Rijksuitgaven dan ook positief over het voorstel van uw commissie om het project `Modernisering AWBZ' aan te wijzen tot groot project.

Gezien de samenhang van het project met vele andere dossiers op het terrein van VWS (de stelseldiscussie, de modernisering van de ouderenzorg, het scheiden van wonen en zorg, de wachtlijstproblematiek, etc.) wordt geadviseerd om vooraf nauwkeurig vast te stellen over welke onderwerpen in het kader van het groot project aan de Kamer gerapporteerd dient te worden. Daarbij valt te denken aan de indeling zoals die wordt voorgesteld in het implementatietraject van de nota `Zicht op Zorg', te weten: verstevigen regionale indicatieorganen en zorgkantoren, regio-experimenten en aanpassen van wet- en regelgeving. Tevens wordt geadviseerd om vooraf duidelijk vast te stellen wanneer het project als beëindigd gezien kan worden.

De commissie voor de Rijksuitgaven constateert een zekere mate van overlap tussen het huidige project `Modernisering Ouderenzorg' en het nu voorgedragen groot project `Modernisering AWBZ'. Te denken valt daarbij aan de indicatiestelling nieuwe stijl, zorgvernieuwing, de regiovisie en de kostenconforme bekostiging van instellingen. Inmiddels is een aantal belangrijke elementen uit het groot project Modernisering Ouderenzorg afgerond (afschaffen vermogenstoets voor verpleeghuizen, overgangswet bejaardenoorden, etc.). Op grond van de Overgangswet verzorgingshuizen dient met ingang van 1 januari 2001 ook het voornemen om de verzorgingshuiszorg als aanspraak op te nemen in de AWBZ gerealiseerd te zijn. Tevens dient de bekostiging van verzorgingshuizen dan opgenomen te zijn in de WTG. De commissie voor de Rijksuitgaven geeft u dan ook in overweging om, zodra deze zaken naar bevrediging zijn afgerond, het groot project `Modernisering Ouderenzorg' af te sluiten en de bovengenoemde onderwerpen die overlap vertonen met de `Modernisering AWBZ', te laten meelopen in het nieuwe groot project.

Tenslotte wil de commissie meer in zijn algemeenheid nog opmerken dat aanwijzing van het project `Modernisering AWBZ' tot een groot project niet automatisch leidt tot een meer effectieve controle van de Kamer. Daarvoor is tevens van belang dat de Kamer er zelf op toeziet dat de informatie van het Kabinet over het grote project actueel, gestructureerd en betrouwbaar is. Tevens is daarbij van belang dat die informatie tijdig, d.w.z. vóór de diverse besluitvormingsmomenten van het grote project, geleverd wordt. Overigens is het de commissie zelf, zoals aangegeven in de procedureregeling grote projecten, die bepaalt welke informatie op welk moment door het Kabinet geleverd dient te worden.

Witteveen-Hevinga,

Ondervoorzitter van de commissie voor de Rijskuitgaven

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief commissie VWS over project modernisering van de AWBZ '




Lees ook