Ministerie van Defensie


Brieven van de minister/staatssecretaris van Defensie aan de Eerste/Tweede Kamer der Staten-Generaal

Gezamenlijke brief van de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Datum 26 mei 1999

Betreft Kosovo

Zeer geachte Voorzitter,

Met deze brief informeren wij u mede namens de minister voor Ontwikkelings-samenwerking en de Staatssecretaris van Justitie over de stand van zaken in de crisis rond Kosovo.

Politieke ontwikkelingen

In het streven naar een politieke oplossing voor de crisis rond Kosovo worden de intensieve pogingen de uitgangspunten van de G-8 verder uit te werken onverminderd voortgezet. Daartoe spreken de Finse president Ahtisaari, de Russische gezant Tsjernomyrdin en de Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken Talbott elkaar vandaag in Moskou. Ahtisaari heeft op 22 dezer in Zweden ook overleg gevoerd met de SGVN.

Bij de uitwerking van de uitgangspunten van de G-8 gaat het vooral om de modaliteiten van de voorziene internationale militaire presentie (omvang, samenstelling, mandaat en aansturing), van de terugtrekking van de Servische eenheden en van de ontwapening van het UCK. Zoals bekend zal een en ander moeten uitmonden in de aanvaarding van een resolutie door de Veiligheidsraad. Overigens is Nederland in juni voorzitter van de zgn. 'Coordinating and Drafting Group' (CDG), die tot taak heeft inzake voormalig Joegoslavie het voorbereidende werk voor de VR te verrichten.

Naast de genoemde punten spitst het streven van de internationale gemeenschap om een politieke doorbraak te forceren voor de crisis rond Kosovo zich thans in toenemende mate toe op de wijze waarop die beoogde oplossing tot stand moet komen. Duidelijk is dat een VR-resolutie wordt gezien als het concrete instrument waarmee president Milosevic verder onder druk kan worden gezet en de beoogde politieke oplossing ook werkelijk kan worden bereikt. Maar er is vooralsnog geen overeenstemming over bv. de samenhang tussen de aanvaarding van deze resolutie, de terugtrekking van Servische eenheden en de opschorting van de NAVO-luchtacties.

Over deze aspecten heeft eerste ondergetekende op 23 dezer ook gesproken met SG Solana. Andere punten op de agenda waren de bombardementen op Belgrado en de schade aan ambassades, de 'sequence of events' (en hoe te komen tot een VR-resolutie) zoals eerder met uw Kamer besproken, laatstelijk op 20 mei jl., en het algemene verloop van het militaire conflict. Het vinden van een politieke oplossing blijft de centrale doelstelling en waar een pauze in de luchtacties hiervoor instrumenteel kan zijn, zal deze ook serieus in overweging worden genomen. Dat is staand beleid sinds de NAVO-Top in Washington.

Voor de Nederlandse regering is van groot belang, vast te stellen wat de juiste volgorde en samenhang zal moeten zijn tussen de elementen van troepenterugtrekking, VR-resolutie en een pauze in de luchtacties. Een dergelijke pauze zou naar het oordeel van de Regering kunnen worden ingelast op het moment dat - ook voordat een resolutie in de Veiligheidsraad is aangenomen - president Milosevic schriftelijk of mondeling heeft toegezegd dat hij verifieerbaar een bepaald aantal troepen op een bepaald moment uit een bepaald gebied werkelijk terugtrekt. De terugtrekking van FRJ-eenheden uit Kosovo zal immers ook feitelijk mogelijk gemaakt moeten worden. Dit betekent dat niet kan worden gewacht met een pauze in de luchtaanvallen totdat alle genoemde eenheden ook feitelijk uit Kosovo zijn teruggetrokken. De pauze moet in alle gevallen dienstbaar zijn aan het vredesproces, zoals steeds aangegeven tijdens eerder overleg met de Kamer.

Militaire ontwikkelingen

De afgelopen week zijn de NAVO-luchtacties verder geintensiveerd. Door de weersomstandigheden moest echter een aanzienlijk aantal acties worden afgebroken. In Kosovo werd opnieuw substantiele schade aangebracht aan eenheden en installaties van de VJ/MUP. In andere delen van de FRJ werd met name de infrastructuur aangevallen om de verbindingen tussen de legereenheden verder te belemmeren. De aanvallen op elektriciteitscentrales vormen hier een onderdeel van. Deze worden thans in het kader van de intensivering van de luchtcampagne ook aangevallen met conventionele bommen, wanneer dat operationeel noodzakelijk is.

Bij de aanvallen op elektriciteitscentrales zijn overigens niet de centrales zelf doelwit, maar de daarbij behorende transformatoren, doorvoerstations en hoogspanningslijnen. De aanvallen vinden gericht plaats, waarbij collaterale schade zoveel mogelijk wordt vermeden. Aanvallen op elekticiteitscentrales worden uitgevoerd vanwege het grote belang van de stroomvoorziening voor de FRJ-strijdkrachten, in het bijzonder voor de militaire commando-centra. Zij vormen onderdeel van de infrastructuur die Milosevic gebruikt voor zijn onderdrukkingscampagne. Zoals eerder al werd onderstreept in onze brief van 7 mei jl., kunnen daar ook communicatiecentra en verkeersknoopppunten onder vallen. Dat dit ook effecten heeft op de burgerbevolking is helaas onvermijdelijk in het licht van de noodzaak de druk op Milosevic maximaal op te voeren.

Naar aanleiding van de collaterale schade in de afgelopen week aan een ziekenhuis en enkele residenties in Belgrado heeft eerste ondergetekende SG NAVO zowel telefonisch als tijdens zijn onderhoud met hem op 23 mei jl. in Brussel, nogmaals op het hart gedrukt de grootste zorgvuldigheid te betrachten bij de selectie van doelen om herhaling van dergelijke voorvallen te voorkomen. Tijdens de NAR van afgelopen vrijdag heeft de Nederlandse vertegenwoordiger dit ook nog eens benadrukt; hij zal dit ook blijven benadrukken.

In het licht van de sinds maart jl. sterk gewijzigde omstandigheden in Kosovo worden de NAVO-plannen voor een vredesmacht voor Kosovo (Kfor) thans aangepast. Deze troepenmacht zal onder veel moeilijker omstandigheden dan destijds kon worden voorzien een vredesregeling moeten implementeren en zonodig handhaven. Dit betekent dat Kfor er taken bijkrijgt. Om te beginnen moet de terugkeer van de honderdduizenden gevluchte Kosovaren in goede banen worden geleid. De Kosovaren zullen aanvankelijk van eerste levensbehoeften moeten worden voorzien. Daarbij moet rekening worden gehouden met de aanzienlijke schade aan woonhuizen en infrastructuur in Kosovo en de aanwezigheid van mijnenvelden en boobytraps. Ook zal Kfor vanwege het ontbreken van een functionerend openbaar bestuur voorlopig een aantal taken op zich moeten nemen, bijvoorbeeld de handhaving van de openbare orde. Tevens moet het UCK worden ontwapend. De samenstelling en de omvang van Kfor zal hierop moeten worden afgestemd.

Van bijzonder belang is de tijdige ontplooiing van Kfor. Ook hierover heeft de eerste ondergetekende tijdens zijn gesprek met SG Solana gesproken. Voorkomen moet worden dat er in Kosovo een machtsvacuum ontstaat tussen het vertrek van de Servische eenheden en de komst van Kfor. Onderlinge Albanese afrekeningen moeten worden voorkomen en achtergebleven Servische burgers moeten worden beschermd tegen wraakacties. De NAVO-plannen voorzien daarom thans in een veel kortere ontplooiingstijd voor Kfor - dagen in plaats van weken - dan aanvankelijk de bedoeling was. Deze aanpassing is mogelijk dankzij de prepositionering van eenheden van Duitsland, Frankrijk, Italie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten sinds maart jl. Op dit ogenblik bevinden zich ruim 14.000 NAVO-militairen in Macedonie.

De Regering onderschrijft het belang van de zo spoedig mogelijke ontplooiing van Kfor volledig. Zij wil daarom, vooruitlopend op de ontplooiing van Kfor en de definitieve nationale besluitvorming over de Nederlandse deelname, het materieel van een afdeling veldartillerie, bestaande uit dertien stukken geschut, ondersteunende middelen en bijbehorend bewakingspersoneel (zo'n 40 militairen), prepositioneren in Macedonie. Dit materieel en personeel kan binnen ongeveer drie weken naar Macedonie worden overgebracht. Afhankelijk van de duur van de opslagperiode wordt onderhoud noodzakelijk; in dat geval zal een onderhoudsteam naar Macedonie worden gestuurd. Het bedieningspersoneel, ongeveer 700 militairen, kan in Nederland blijven en binnen enkele dagen worden overgevlogen.

In afwachting van de ontplooiing van Kfor zal het materieel van de afdeling veldartillerie worden toegevoegd aan de al in Macedonie gestationeerde Duitse brigade. Hierover zijn afspraken gemaakt met Duitsland. Een deel van deze artillerie-eenheid (vijf vuurmonden met bijbehorend personeel, ca. 140 man) is in april al toegevoegd aan deze brigade, ter bescherming van de in Macedonie gestationeerde NAVO- eenheden en ter stabilisering van het land. Door de prepositionering van het materieel in Macedonie zal Nederland binnen enkele dagen na de totstandkoming van een politiek akkoord kunnen bijdragen aan Kfor. De prepositionering is eveneens van groot belang voor de tijdige ontplooiing van de Duitse brigade in Kosovo. De al in Macedonie aanwezige vijf vuurmonden kunnen onvoldoende voorzien in de vuursteun waarop de Duitse brigade moet kunnen rekenen.

De prepositionering van de artillerie-eenheid laat definitieve besluitvorming over de Nederlandse deelname aan Kfor onverlet, evenals de uiteindelijke samenstelling van de Nederlandse bijdrage. Defensie inventariseert thans de mogelijkheden daartoe. Daarbij zal de Regering het Toetsingskader in acht nemen.

De Hr. Ms. Rotterdam zal eind mei terugvaren naar Nederland in verband met noodzakelijk, eerder uitgesteld garantie-onderhoud. Het amfibisch transportschip kan dan zo snel mogelijk weer worden ingezet voor vervolgoperaties. De terugkeer van de 'Rotterdam' is mogelijk, nu zij niet langer onmisbaar is voor de logistieke ondersteuning van de Nederlandse eenheden in Albanie, uitgezonden in het kader van NAVO-noodhulpoperatie 'Allied Harbour'.

Humanitaire situatie

Vanaf 21 mei jl. is het aantal vluchtelingen dat de grenzen van de FRJ met Albanie en Macedonie passeerde sterk toegenomen; het aantal vluchtelingen dat het afgelopen weekend Kosovo verliet wordt geschat op 19.000. Na een periode van ruim twee weken waarin de Joegoslavische troepen vluchtelingen verhinderden Kosovo te ontvluchten, lijkt het aantal vluchtelingen uit Kosovo thans weer snel te kunnen stijgen.

Sinds 17 mei jl. bezoekt een VN-missie onder leiding van de Onder-Secretaris- Generaal voor Humanitaire Zaken van de VN, Vieira de Mello, de FRJ. De missie bezocht Kosovo gedurende drie dagen. Vieira de Mello verklaarde op een persconferentie in Montenegro dat er voldoende aanwijzingen zijn om etnische zuivering van een schokkend aantal burgers te bevestigen. De missie had een aantal verlaten dorpen en steden aangetroffen. Hoewel de missie niet in staat is geweest volledig vrij rond te reizen, stelt de missie een duidelijk 'initial assessment' van de humanitaire situatie te kunnen maken. De missie zal zo spoedig mogelijk uitvoeriger rapporteren aan de SGVN. Voorts heeft een ICRC-missie Kosovo bezocht. De missie had ongehinderde toegang tot alle delen van Kosovo, maar heeft geen totaal beeld kunnen vormen van de situatie van ontheemden in Kosovo. Slechts rondom Pristina kon worden geconstateerd dat ontheemden 's nachts in de openlucht verbleven. Hoewel het ICRC nog geen afdoende veiligheidsgaranties van de regering van de FRJ heeft ontvangen en ook de NAVO-aanvallen risico's kunnen opleveren voor hulpverleners, zal het ICRC het kantoor in Pristina heropenen en later ook in Prizren en Pec.

De afgelopen week is een aantal humanitaire konvooien van particuliere organisaties uitgevoerd in Kosovo. Het is niet duidelijk of deze hulp alle partijen bereikte, of alleen het Servische deel van de bevolking ten goede kwam. De NAVO heeft herhaaldelijk gewezen op het veiligheidsrisico voor de uitvoerende NGO's, met name indien deze zich niet houden aan de door de NAVO uitgevaardigde richtlijnen. Ondanks de bekende risico's van voedseldroppings heeft de gezamenlijke Russische/Griekse/Zwitserse humanitaire operatie 'Focus', die al eerder grondtransporten in Kosovo uitvoerde, aangekondigd binnenkort voedseldroppings te zullen uitvoeren. In overleg met NAVO zullen deze worden uitgevoerd daar waar zich vermoedelijk concentraties van ontheemden bevinden.

Met de aanhoudende stroom vluchtelingen uit Kosovo neemt met name de spanning in Macedonie toe. Zoals bekend staat de capaciteit van de opvang in dit land onder grote druk. De Macedonische regering ziet zich verder in toenemende mate geconfronteerd met inter-etnische spanningen in de samenleving en een zware economische terugval (dagelijks sluiten fabrieken, de werkloosheid bedraagt inmiddels 35 procent en de export - sterk gericht op de FRJ en via de FRJ- is vrijwel tot stilstand gekomen). De Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden, Van der Stoel, heeft in OVSE-kader inmiddels krachtig gewaarschuwd voor de mogelijke gevolgen van verder oplopende spanningen in dit land.

Na onderhandelingen met UNHCR heeft de Macedonische regering toegestemd in de opname van circa 5.700 vluchtelingen die zondag jl. per trein en bus bij Blace arriveerden. De Macedonische regering stelde aanvankelijk als voorwaarde dat deze vluchtelingen onmiddelijk zouden doorreizen naar Albanie, doch UNHCR stelde als voorwaarde dat overbrenging naar Albanie op vrijwillige basis zou geschieden. Skopje ging daarop akkoord met toelating tot Macedonie, waar zij in tentenkampen zijn ondergebracht. De Macedonische regering heeft voorts het groene licht gegeven voor de oprichting van twee nieuwe kampen, met een gezamenlijke capaciteit van 12.000 tot 16.000 personen. Zoals bekend brengt de Minister- President op 25 en 26 mei een bezoek aan Macedonie en Albanie om zich persoonlijk op de hoogte te stellen van de situatie van de vluchtelingen en de politieke situatie in het land.

De humanitaire situatie in Albanie is niet wezenlijk gewijzigd sinds onze brief van 18 mei jl. Nog steeds vormt de concentratie vluchtelingen in en om Kukes een van de belangrijkste problemen, naast de veiligheid. Nederlandse militairen zullen op verzoek van UNHCR worden ingezet om vluchtelingen naar het zuiden te vervoeren. Onder de vluchtelingen die onlangs in Albanie aankwamen waren ook meer dan 900 mannen, die vanaf eind april waren vastgehouden in Smrekovnica. Zij verklaarden tegenover UNHCR dat zij tijdens hun gevangenschap waren mishandeld, weinig te eten hadden gekregen en veelvuldig waren ondervraagd. Velen droegen duidelijk zichtbare sporen van mishandeling. Verder stelden zij dat in Smrekovnica nog 2.000 tot 3.000 mannen gevangen zouden worden gehouden.

Montenegro heeft de EU dringend verzocht voedselhulp te verstrekken. Het Joegoslavische leger bewaakt vanaf 20 mei de grenzen met Albanie en Kroatie en laat nauwelijks of geen aanvoer van voedsel en andere levensmiddelen toe. Ook zou een aantal zendingen hulpgoederen in beslag zijn genomen door het leger. Zowel de lokale bevolking als de ontheemden worden hierdoor getroffen in een kennelijke poging de regering van Montenegro verder onder druk te zetten. UNHCR heeft in verband met de situatie aan de grens geadviseerd voorlopig geen goederen naar Montenegro te zenden. Vanwege de gespannen situatie in de omgeving van de stad Rozaje, waar de meeste ontheemden vanuit Kosovo Montenegro binnenkomen, veplaatst UNHCR ontheemden uit Kosovo van Rozaje naar Ulcinj. Laatstgenoemde stad ligt aan de kust bij de grens met Albanie en telt een aanzienlijke autochtone etnisch-Albanese bevolking. Overigens is de laatste dagen vrijwel geen sprake van instroom van ontheemden uit Kosovo, mogelijk omdat het Joegoslavische leger ontheemden verhindert naar Montenegro te vluchten.

UNHCR is begonnen met de voorbereidingen voor huisvesting van vluchtelingen in de winter. Daartoe worden diverse alternatieven onderzocht, waaronder opvang in te herstellen bestaande gebouwen, bij gastgezinnen, in wintertenten en in pre-fab gebouwen. Hierover wordt met andere organisaties overleg gevoerd.

In het algemeen biedt opvang in bestaande gebouwen een relatief goedkope opvang omdat de kosten van herstel van bijvoorbeeld daken en het aanpassen van voorzieningen vrij laag kunnen zijn. Niet alle vluchtelingen zullen op deze wijze kunnen worden ondergebracht. Gastgezinnen zullen van UNHCR ondersteuning ontvangen, bijvoorbeeld in de vorm van brandstof voor de verwarming. UNHCR heeft inmiddels 15.000 winterbestendige tenten besteld, die naar verwachting in juli geleverd zullen worden. Elders in de wereld heeft UNHCR ervaring opgedaan met winterbestendige tenten, bijvoorbeeld voor de huisvesting van Turkse Koerden in Noord-Irak. Pre- fab gebouwen zijn naar het oordeel van UNHCR slechts een efficiente wijze van opvang indien vaststaat dat de vluchtelingen langere tijd op dezelfde plaats moeten verblijven. De kosten per eenheid zijn immers veel hoger. Indien UNHCR vluchtelingen zal huisvesten in pre-fab gebouwen, zal het waarschijnlijk om grotere lokaal geproduceerde gebouwen gaan.

UNHCR heeft een eerste versie van een terugkeerplan ter bespreking voorgelegd aan onder andere de NAVO en andere hulporganisaties ter bespreking. Het plan stelt dat aan drie essentiele voorwaarden moet zijn voldaan voordat vluchtelingen terug kunnen keren: veiligheidsgaranties voor vluchtelingen, terugtrekking van militaire en paramilitaire eenheden die betrokken waren bij verschrikkingen en verdrijvingen en de ontplooiing van een internationale militaire macht ter bescherming van de burgerbevolking en humanitaire operaties.

Opvang humanitaire evacues in Nederland

Op 17 mei jl. is de tweede selectiemissie van IND en COA naar Macedonie afgereisd. Hun taak is de tweede groep van 2000 Kosovaren naar Nederland over te brengen. Op 20 mei jl. is de eerste vlucht met 150 Kosovaren in Nederland aangekomen. In de afgelopen dagen zijn in totaal ongeveer 700 Kosovaren van deze tweede groep in Nederland gearriveerd. De planning is om een vlucht per dag te laten uitvoeren, waarbij per vlucht ongeveer 150 Kosovaren worden overgevlogen. Daarmee zal de missie tot begin juni in Macedonie blijven.

De humanitaire evacues worden in Arnhem, Ermelo, Ter Apel en Raamsdonksveer ondergebracht voor een periode van maximaal 6 weken, waarna ze zullen worden doorgeplaatst naar de (de)centrale opvang. De ervaringen van de eerste missie waren overwegend positief. Daarop wordt nu voortgebouwd.

Bij de selectie van Kosovaren worden dezelfde criteria zoals die door de UNHCR zijn geformuleerd gehanteerd, dat wil zeggen kwetsbare groepen alsmede personen met familie in Nederland.

Ten slotte

Tijdens de donorconferentie voor Bosnie-Herzegovina op 20 en 21 mei jl. in Brussel heeft Nederland USD 64 miljoen toegezegd voor 1999 en 2000. USD 38 miljoen is bestemd voor macro-economische steun, waaronder USD 4 miljoen als additionele steun ter tegemoetkoming aan de geleden schade als gevolg van de Kosovo-crisis. Hoewel voor de resterende financieringsbehoefte voor het internationale weder- opbouwprogramma voldoende werd toegezegd, in totaal nl. USD 1.051 miljoen, is er ca. USD 50 miljoen tekort aan extra macro-economische ondersteuning in verband met de Kosovo-crisis. Naast het IMF en de Wereldbank, hebben alleen Nederland en de Verenigde Staten macro-economische steun toegezegd. Op 26 mei vindt een internationale donorconferentie plaats voor Albanie. Nederland geeft er de voorkeur aan haar bijdragen aan de bestrijding van de humanitaire noodsituatie in Albanie via de voor de verlening van noodhulp gebruikelijke kanalen, m.n. UNHCR, te leveren.

Op 27 mei a.s. zal een bijeenkomst plaatsvinden in Bonn op hoog ambtelijk niveau ter verdere uitwerking van het Stabiliteitspact voor Zuid-Oost Europa, waartoe de Algemene Raad heeft besloten op 17 dezer (de tekst van het basisdocument en het Gemeenschappelijk Standpunt terzake gingen u reeds toe als bijlage bij onze brief van 18 mei jl.). Een ministeriele conferentie volgt ergens in de maand juni of begin juli.

de Minister van Buitenlandse Zaken

de Minister van Defensie

Deel: ' Brief Defensie inzake Kosovo '




Lees ook