Ministerie van Defensie


Brieven van de minister/staatssecretaris van Defensie aan de Eerste/Tweede Kamer der Staten-Generaal

Directie Europa , Afdeling Midden-Europa , Bezuidenhoutseweg 67, Postbus 20061, 2500 EB Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Datum 18 mei 1999, Behandeld mr J.C.S. Wijnands , Kenmerk DEU-254/99 ,

Telefoon 070 - 348 4253,
Fax 070 - 348 5329

Betreft: Kosovo

Zeer geachte Voorzitter,

Met deze brief informeren wij u mede namens de minister voor Ontwikkelings-samenwerking over de stand van zaken in de crisis rond Kosovo.

Politieke ontwikkelingen

De internationale gemeenschap blijft actief en creatief zoeken naar een politieke oplossing voor de crisis in Kosovo. De laatste dagen hebben intensieve diplomatieke inspanningen te zien gegeven met betrokkenheid van verschillende landen en organisaties. Hierbij wordt een centrale rol vervuld door de Russische gezant Tsjernomyrdin, de Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken Talbott en de Finse president Ahtisaari, mede namens de EU (Finland vervult vanaf 1 juli a.s. het EU-voorzitterschap). Daarnaast speelt Duitsland als huidig EU en G-8 voorzitter een belangrijke rol en is ook de VN in toenemende mate actief betrokken bij de internationale bemiddelingspogingen. De SGVN heeft de voormalige Zweedse premier Bildt en de Slowaakse minister van buitenlandse zaken Kukan aangesteld als zijn Speciale Gezanten voor Kosovo. Zij zouden vooral een rol moeten gaan vervullen bij de implementatie van een vredesregeling. Ten slotte was door de G-8 reeds vóór het betreurenswaardige incident met de Chinese ambassade in Belgrado besloten om China als permanent lid van de Veiligheidsraad zoveel mogelijk bij het politieke spoor te betrekken. In Nederland hebben de Minister-President en eerste ondergetekende onlangs gesprekken gevoerd over de weg naar een politieke oplossing met de SGVN en president Ahtisaari. Voorts hebben de ministers van buitenlandse zaken van de EU-landen op 17 mei hierover gesproken met hun Russische collega Ivanov.

Uitgangspunt bij de diplomatieke activiteiten is het streven naar een politieke oplossing voor Kosovo op basis van de overeengekomen principes van de G-8 (waarvan de bekende vijf eisen van NAVO, EU en SGVN de kern vormen) en de door de G-8 voorgestane aanpak in VN-verband. De bemiddelingspogingen richten zich op dit moment dan ook m.n. op de verdere uitwerking van de G-8 punten met het oog op de totstandkoming van de beoogde VR-resolutie inzake Kosovo. Het eerstvolgende overleg van de G-8, op ambtelijk niveau, is thans voorzien voor 19 mei a.s. Er zal o.a. nadere overeenstemming bereikt moeten worden over de omvang en samenstelling van de vredesmacht, het precieze mandaat (Hoofdstuk VI of VII van het VN-Handvest), de commandostructuur, de mate van bewapening, verificatie van de terugtrekking van eenheden, de modaliteiten voor de terugtrekking van Servische eenheden uit Kosovo en de civiele implementatie en wederopbouw. Nederland wil als VR-lid een actieve rol spelen bij de verdere voorbereiding van onderhavige VR-resolutie.

Zoals bekend stelt de Regering zich op het standpunt dat gestreefd moet worden naar een VR-resolutie op basis van Hoofdstuk VII van het VN-Handvest, waarin de bekende vijf eisen van de internationale gemeenschap centraal moeten staan. Ook de Algemene Raad van 17 mei jl. heeft de noodzaak van spoedige overeenstemming over een VR-resolutie benadrukt en opnieuw de bereidheid uitgesproken een bijdrage te leveren aan de uitvoering van een politiek akkoord. Alvorens sprake kan zijn van een pauze in de bombardementen, zal president Milosevic eerst de bekende eisen moeten hebben aanvaard en aantoonbaar begonnen zijn met de terugtrekking van eenheden. Voor wat betreft de samenstelling van de vredesmacht stelt de Regering zich op het standpunt dat de kern daarvan moet worden gevormd door NAVO-landen en dat hieraan zowel door de VS als door Rusland zou moeten worden deelgenomen. Bij de praktische uitwerking van e.e.a. zal in ieder geval vermeden moeten worden dat er sprake zou zijn van een "dubbele sleutel".

De uiteindelijke doelstelling van de internationale gemeenschap is uiteraard om ook president Milosevic zover te krijgen dat hij instemt met een vredesregeling. Vergaande mate van overenstemming over een VR-resolutie zou hieraan in belangrijke mate kunnen bijdragen. Een van de punten waarover de G-8 nog overeenstemming moet bereiken is de vraag of Milosevic met het pakket zou moeten instemmen voordat het in de Veiligheidsdraad aan de orde wordt gesteld of niet. Ook zal nader bezien moeten worden op welk moment een internationale missie, bv. bestaande uit Tsjernomyrdin en Ahtisaari, het beste naar Belgrado kan afreizen.

Humanitaire situatie

De humanitaire situatie in Kosovo blijft zorgwekkend. Uit de verklaringen van vluchtelingen blijkt dat sommigen tijdens hun vlucht tijdelijk werden vastgehouden door de Serviërs en dat velen zijn mishandeld. Inmiddels zijn videobeelden beschikbaar gekomen, die eerdere vermoedens van de NAVO over massamoorden op etnische Albanezen lijken te bevestigen. Voorts zijn er consistente en aanhoudende berichten over verkrachtingen en worden duizenden mannen vermist. Ook verklaren vluchtelingen dat zij zijn gebruikt als menselijk schild tegen NAVO-luchtaanvallen.

Momenteel worden enkele initiatieven ontplooid die tot doel hebben de mogelijkheden te onderzoeken hulp te bieden aan de ontheemden in Kosovo zelf. Bij zijn bezoek aan Milosevic eind april j.l. kreeg de voorzitter van het ICRC, de heer Sommaruga, de mondelinge toezegging dat het ICRC ongehinderde toegang tot alle hulpbehoevenden in Kosovo zou krijgen en dat van de zijde van de FRJ veiligheidsgaranties voor de medewerkers van het ICRC zouden worden gegeven. Hoewel de toezeggingen niet schriftelijk zijn vastgelegd is een missie van het ICRC en het Joegoslavische Rode Kruis momenteel in Kosovo bezig de hervatting van de hulpoperaties voor te bereiden. Daarbij zal blijken of het ICRC voldoende mogelijkheden zal hebben om hulp te verlenen aan alle hulpbehoevenden, ongeacht hun etnische afkomst.

Daarnaast is een missie van VN-organisaties o.l.v. Onder-Secretaris-Generaal Vieira de Mello op 16 mei naar de FRJ gereisd die tot doel heeft de humanitaire situatie in de gehele FRJ in ogenschouw te nemen. Ook in dit geval is de effectiviteit van de missie afhankelijk van ongehinderde toegang tot alle delen van Kosovo en van veiligheidsgaranties. De SGVN heeft de heer Griffith van het Office for Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA) van de VN benoemd tot regionale coördinator voor VN-hulp in de Balkan, die kantoor zal houden in Skopje. Tot de taken van deze coördinator behoren met name de coördinatie van humanitaire hulp in verband met de Kosovo crisis, het identificeren van lacunes in de hulp en planning voor de langere termijn.

Inmiddels hebben de eerste humanitaire konvooien van de gezamelijke Griekse/Russische/Zwitserse operatie "'Focus" Pristina bereikt. Het is vooralsnog onduidelijk of deze hulpgoederen ook de etnisch-Albanezen bereiken of alleen de Servische bevolking ten goede komen.

De NAVO heeft in samenwerking met UNHCR een procedure opgesteld voor de aanmelding van hulpoperaties, zodat daarmee bij het uitvoeren van de luchtacties rekening kan worden gehouden. De desbetreffende organisaties zijn van de procedure op de hoogte gesteld. Ook de FRJ zal op een vergelijkbare wijze de veiligheid van medewerkers en ongehinderde toegang moeten waarborgen voordat hulporganisaties in geheel Kosovo aan alle hulpbehoevenden hulp kunnen bieden.

In de laatste twee weken is het aantal vluchtelingen in Albanië gestegen van 396.000 tot 433.00 en in Macedonië van 194.000 tot 230.000. Vanuit Macedonië zijn inmiddels circa 50.000 mensen naar derde landen doorgereisd in het kader van de humanitaire evacuaties. De voorgenomen overname van vuchtelingen door Albanië is niet echt van de grond gekomen omdat vluchtelingen niet bereid zijn naar Albanië te vertrekken. De belangrijkste reden is waarschijnlijk dat men vreest vermiste familieleden niet terug te zullen vinden als men Macedonië verlaat. Onder andere om dezelfde reden stagneert ook het overbrengen van vluchtelingen van het noorden van Albanië, waar zich in en om Kukes een te grote concentratie van vluchtelingen bevindt, naar zuidelijker gelegen opvangkampen.

Hoewel de instroom van vluchtelingen naar de grootste opvanglanden Macedonië en Albanië de laatste twee weken relatief laag was, zijn de voorzieningen in de kampen nog niet overal op het gewenste niveau. Er zijn vrij grote verschillen in voorzieningenniveau's tussen kampen, hetgeen tot onrust kan leiden onder de vluchtelingen. Daarnaast blijft de veiligheidssituatie in de kampen een knelpunt. De Macedonische autoriteiten blijven bovendien aandringen op een aanzienlijke vermindering van het aantal Kosovaarse vluchtelingen in de Macedonische vluchtelingenkampen, door het versnellen van de humanitaire evacuaties. Sinds het begin van de crisis heeft de Macedonische regering duidelijk gemaakt niet meer dan 20.000 Kosovaren in kampen te kunnen opvangen. Van gedwongen uitzetting is echter op dit moment geen sprake.

De NAVO-noodhulpoperatie "Allied Harbour" in Albanië verloopt voorspoedig. De vluchtelingensituatie stabiliseert zich en de bouw van vluchtelingenkampen vordert gestaag. Het vervoer van vluchtelingen van Noord-Albanië naar het veiliger zuiden wordt bemoeilijkt door de wens van vluchtelingen dicht bij de grens met Kosovo te blijven. In Macedonië hebben NAVO-militairen, waaronder Nederlanders, extra opvangcapaciteit geschapen. Hieraan dreigde een tekort wegens de sterke toestroom van vluchtelingen.

Zowel in Albanië als in Macedonië blijft behoefte bestaan aan additionele opvangcapaciteit. Nederland draagt daaraan op verschillende wijzen bij door het beschikbaar stellen van financiële middelen aan hulporganisaties die betrokken zijn bij het opzetten en in stand houden van vluchtelingen kampen, zoals UNHCR en het Nederlandse Rode Kruis. Het Nederlandse Rode Kruis richt thans een kamp op in Vlore in het zuiden van Albanië, waaraan ten laste van de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking NLG 3 miljoen wordt bijgedragen. In dit kamp en elders worden Nederlandse militairen ingezet bij de voorbereidende werkzaamheden voor het opzetten van tentenkampen. Onderzocht wordt of Nederland nog op andere wijze kan bijdragen aan uitbreiding van de opvangcapaciteit.

Nederland heeft 100 waterreservoirs van elk 10.000 liter beschikbaar gesteld aan UNHCR ten behoeven van de drinkwatervoorziening in Albanië. Per dag kan daarmee voor circa 50.000 mensen water worden getransporteerd. Deze donatie en het transport naar Albanië ten bedrage van circa NLG 600.000 zijn gefinancierd ten laste van de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking en zijn uitgevoerd in nauwe samenwerking met de ministeries van Verkeer en Waterstaat en Defensie.

Naast ondersteuning van de vluchtelingen in de kampen zijn ook de vluchtelingen die bij gastgezinnen verblijven, alsmede de gastgezinnen zelf, hulpbehoevend. Een toenemend aantal organisaties wordt actief bij de ondersteuning van gastgezinnen. Aan de Nederlandse ambassade in Skopje wordt NLG 500.000 beschikbaar gesteld voor de financiering van kleinschalige activiteiten van lokale organisaties, met name voor de ondersteuning van gastgezinnen.

De humanitaire hulp die Nederland tot nu toe heeft verstrekt is niet exact over de betrokken landen te verdelen en bedraagt inmiddels ruim NLG 22,25 miljoen, die beschikbaar is gesteld aan o.a. UNHCR (NLG 10 miljoen), WFP (NLG 4,5 miljoen), UNICEF (NLG 750.000), ICRC (NLG 2 miljoen), het Nederlandse Rode Kruis (NLG 3 miljoen) en de Samenwerkende Hulp Organisaties / giro 555 (NLG 2 miljoen). Een deel van de humanitaire hulp bestemd voor de FRJ, Kroatië en Bosnië-Herzegovina (NLG 6,3 mln via UNHCR) wordt ook ingezet voor de opvang van vluchtelingen uit Kosovo.

Militaire situatie

De intensivering van de NAVO-luchtacties heeft geleid tot een forse toename van het aantal vluchten, mede mogelijk gemaakt door de gunstige weersomstandigheden. De VJ- en MUP-eenheden in Kosovo worden dagelijks met succes aangevallen . Inmiddels zijn enkele honderden tanks, pantservoertuigen en artilleriestukken vernietigd. De bevoorrading van de VJ- en MUP-eenheden in Kosovo verloopt steeds moeizamer als gevolg van het afsnijden van verbindingswegen naar Kosovo. De logistieke ondersteuning van deze eenheden wordt verder bemoeilijkt door de aanvallen op brandstof- en munitieopslagplaatsen in de FRJ. Het optreden van VJ-en MUP-eenheden wordt hierdoor steeds meer belemmerd. Er is volgens de NAVO nog geen sprake van terugtrekking van Servische troepen.

Bij een aanval op militaire doelen in Korisa zijn vorige week vluchtelingen gedood. Er zijn sterke aanwijzingen dat de slachtoffers door de Serviers doelbewust en in strijd met internationaal oorlogsrecht zijn gebruikt als menselijk schild. Mede vanwege de kans op herhaling heeft de NAVO procedures verder aangescherpt. Bij de luchtacties hanteert de NAVO onverkort het uitgangspunt dat alleen militair relevante doelen worden aangevallen. Zoals eerder aan de Kamer medegedeeld gaat het om acties tegen leger- en politie-eenheden in Kosovo, alsmede om het uitschakelen van de voor het optreden van de FRJ-eenheden in Kosovo relevante infrastructuur in de rest van Joegoslavie. Hieronder vallen ook installaties zoals communicatiecentra, electriciteitscentrales en verkeersknooppunten. De doelen zijn dus niet beperkt tot objecten die een exclusief militaire functie hebben.

De NAVO ontwikkelt geen plannen voor offensieve inzet van grondtroepen in Kosovo. Wel worden in het licht van de sterk gewijzigde omstandigheden de bestaande plannen voor de ontplooiing van een NAVO-vredesmacht ter uitvoering van een politiek akkoord in Kosovo aangepast. Daarbij moet o.a. rekening worden gehouden met de veilige terugkeer van honderdduizenden vluchtelingen en de schade aan huizen, infrastructuur en het bestuurlijk vermogen in Kosovo. Voorts zal nadrukkelijk rekening moeten worden gehouden met Russische deelname aan de vredesmacht, evenals de deelname van andere landen. Ten slotte is van groot belang dat ook snel tot ontplooiing kan worden overgegaan als eenmaal aan de politieke voorwaarden is voldaan.

De tussen 24 maart en 1 mei door Defensie gemaakte kosten in het kader van de NAVO-luchtoperaties tegen de FRJ bedragen thans NLG 31 miljoen. De bijdrage van de Koninklijke Luchtmacht aan operatie "Allied Force" bedraagt ruim NLG 23 miljoen, de bijdragen van de overige krijgsmachtdelen NLG 8 miljoen. De gezamenlijke bijdrage van de krijgsmachtdelen aan de hulpverleningsoperatie "Allied Harbour" bedraagt ruim NLG 4 miljoen. Voorts heeft Defensie ten behoeve van noodhulp aan Macedonië een bedrag van NLG 9 miljoen ter beschikking gesteld voor hulpgoederen en transportkosten. Bovengenoemde uitgaven komen ten laste van de post vredesoperaties (08.02) van de HGIS.

Regionale stabiliteit

De Regering heeft eerder aangegeven grote waarde te hechten aan actieve bevordering van de regionale stabiliteit, die immers niet louter als een lange termijn kwestie kan worden beschouwd. In dit licht stelt Nederland zich actief op in EU-verband t.a.v. de uitwerking van het Stabiliteitspact voor Zuid-Oost Europa, waarvan het basisdocument en het gemeenschappelijk standpunt terzake zoals overeengekomen tijdens de Algemene Raad van 17 mei jongstleden zijn bijgevoegd. In het licht van de bevordering van de regionale stabiliteit pleit Nederland ook sterk voor het opvangen van economische nadelen van de Kosovo-crisis voor de omringende landen. Hiermee wordt beoogd betrokken landen in een betere positie te brengen voor het opvangen van vluchtelingen. Nederland roept ook andere landen op over te gaan tot het verlenen van macro-economische steun.

De directe en indirecte gevolgen van de Kosovo-crisis voor de omringende landen zijn aanzienlijk. De vluchtelingenstroom uit Kosovo heeft geleid tot een enorme druk op de - toch al vaak gebrekkige - infrastructuur en de sociale voorzieningen (onderwijs, gezondheidszorg). Dientengevolge wordt een groter dan voorzien beslag gelegd op de overheidsmiddelen. Daarnaast leidt de Kosovo-crisis tot economische schade in de omringende landen: het vertrouwen in het handels- en investeringsklimaat is zienderogen afgenomen en de handel met en via de FRJ is nagenoeg stilgevallen. Deze situatie vormt een bedreiging voor de stabiliteit in de regio en vereist derhalve onmiddellijke actie van de internationale gemeenschap. Door het IMF en de Wereldbank is voorlopig ingeschat dat op korte termijn zeker USD 1,8 miljard nodig zal zijn voor additionele betalingsbalans- en begrotingssteun voor de getroffen landen.

De Europese Commissie heeft, naast 150 Meuro voor humanitaire hulp, 100 Meuro ter beschikking voor begrotingssteun aan landen die extra middelen moeten inzetten voor de opvang van vluchtelingen uit Kosovo. Van dit bedrag is inmiddels 62 Meuro toegezegd aan Albanië. Tevens is 13 Meuro gereserveerd voor Montenegro. Voor Macedonië is onlangs 25 Meuro toegezegd. Met bovenstaande is overigens geen sprake van uitputting van de EU-hulpmiddelen ten behoeve van Kosovo.

Nederland heeft in 1999 al NLG 20 miljoen aan betalingsbalanssteun aan Macedonië beschikbaar gesteld, naast het lopende OS-programma ten bedrage van ca. NLG 15 mln per jaar. Door bijdragen als deze wordt getracht de economie voor instorten te behoeden. Hiervoor zijn meer en ook andersoortige maatregelen nodig, zoals het nemen van handelsmaatregelen, het lokaal aankopen van voor vluchtelingen bestemde goederen en het verstrekken van steun aan de industrie noodzakelijke materialen. Nederland zal zich hiervoor waar mogelijk inzetten.

Het grootste deel van de Nederlandse humanitaire hulp komt ten goede aan Albanië. Daarnaast wordt de internationale humanitaire hulpoperatie in Albanië door de Nederlandse militairen ondersteund. In het licht van de gevolgen die de enorme stroom vluchtelingen uit Kosovo heeft op de situatie in Albanië is voortzetting van de Nederlandse activiteiten op het terrein van democratisering en conflictpreventie/ vredesopbouw, bovenop de humanitaire hulp, van groot belang.

Voor wat betreft Bosnië-Herzegovina is Nederland voornemens via de Wereldbank extra macro-economische steun te verlenen, bovenop de reguliere macro-economische steun via de Wereldbank. Het IMF verzamelt op dit moment gegevens om tot een inschatting van de gevolgen voor de economie te komen. De Wereldbank treft voorbereidingen voor een verhoging van de bestaande aanpassingsleningen. De vluchtelingenstroom naar Bosnie wordt geschat op ca. 55.000; daarnaast is met name de economie in de Republika Srpska (RS) getroffen door de crisis rond Kosovo. Derhalve is het van belang dat steun aan de RS in het kader van het wederopbouwprogramma, maar ook in het kader van het EZ-programma zoveel mogelijk voortgezet wordt. Tijdens de donorconferentie voor Bosnie op 21 mei a.s. zal Nederland een aanvullende bijdrage aankondigen.

Ook Bulgarije lijdt forse economische schade als gevolg van de Kosovo-crisis. Nederland heeft op de G-24 bijeenkomst voor Bulgarije dit land NLG 5 miljoen betalingsbalanssteun aangeboden, ervanuitgaande dat Bulgarije zich constructief opstelt ten aanzien van de opvang van vluchtelingen uit Kosovo. Roemenië lijdt eveneens- zij het in beduidend mindere mate dan b.v. Macedonië en Bulgarije- economische schade, met name vanwege verminderde transportmogelijkheden.

De situatie in Montenegro blijft gespannen. Montenegro is economisch volstrekt afhankelijk van de FRJ en wordt met name door de olieboycot hard getroffen. Het aantal vluchtelingen uit Kosovo wordt geschat op 63.000. Op 16 mei werden de Montenegrijnse grenzen met Kroatië, Bosnië-Herzegovina en Albanië afgesloten door het Joegoslavische federale leger (VJ). Aan de Montenegrijns-Albanese grens werd een groep Kosovo-Albanese vluchtelingen tegengehouden, waarbij de mannen van weerbare leeftijd werden gearresteerd en afgevoerd met onbekende bestemming. De Montenegrijnse autoriteiten hebben deze gebeurtenissen omschreven als een poging om de regering van president Djukanovic te ondermijnen. Volgens de NAVO vormt het sluiten van de grenzen onderdeel van de gestaag toenemende druk op deze regering. Djukanovic zelf was op 17 mei aanwezig bij de Algemene Raad, alwaar hij de Montenegrijnse positie nader heeft toegelicht. De Raad bevestigde het hervormingsbeleid van Djukanovic te zullen blijven steunen. In reactie op een verzoek van de Montenegrijnse regeringsleider overweegt Nederland NLG 2 miljoen beschikbaar te stellen voor begrotingssteun aan Montenegro.

de Minister van Buitenlandse Zaken
de Minister van Defensie

Deel: ' Brief Defensie inzake Kosovo '




Lees ook