Ministerie van Defensie


Brieven van de minister/staatssecretaris van Defensie aan de Eerste/Tweede Kamer der Staten-Generaal

Aan: de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal In afschrift aan: de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Ons nummer M99002963

Datum 3 juni 1999

Onderwerp De Nederlandse toetreding tot het materieelagentschap Occar.

Inleiding

Met de brief van 15 april 1997 (Kamerstuk 25 000 X, nr.73) bent u geïnformeerd over ontwikkelingen op het terrein van de materieelsamenwerking in Europa. Tevens werd u over het voornemen geïnformeerd te komen tot de Nederlandse toetreding tot het materieelagentschap genaamd "Organisme Conjoint de Cooperation en Matière d Armement" (Occar). In een algemeen overleg is hierover van gedachten gewisseld (Kamerstuk 22 112, nr. 86). Met deze brief informeer ik u over de stand van zaken van de Nederlandse toetreding tot Occar.

Europese politieke context

Het Nederlandse veiligheids- en defensiebeleid berust op samenwerking met de bondgenoten in Navo- en Europees verband. Terwijl de transatlantische relatie onverminderd van groot belang blijft, neemt de politieke samenwerking binnen Europa toe. Deze ontwikkeling blijkt zowel uit het verdrag van Maastricht en de bij die gelegenheid gepresenteerde Weu-verklaring als uit het verdrag van Amsterdam. Gelet op de Europese politieke en defensie-industriële omgeving alsmede de intensivering van de operationele samenwerking tussen Europese krijgsmachten, zal ook aan samenwerking op materieelgebied nadrukkelijk aandacht moeten worden besteed.

De stijgende kosten van de ontwikkeling van modern defensiematerieel, de toenemende stuksprijs van nieuw materieel en de neerwaartse trend in de West-Europese defensiebudgetten maken verdergaande internationale materieelsamenwerking noodzakelijk. Het betreft zowel transatlantische samenwerking als, nadrukkelijk, materieelsamenwerking in Europees verband. Per project zal een afweging worden gemaakt tussen verwerving van een bestaand product of deelneming aan een internationaal ontwikkelingsproject. Hoe dan ook zal de Nederlandse industrie zoveel mogelijk, door compensatie of participatie, worden ingeschakeld bij defensie-opdrachten.

Occar

In de Verklaring van Maastricht is opgenomen het voornemen tot de vorming van één Europees materieelagentschap. Vooruitlopend hierop hebben Duitsland, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk in 1996 het materieelagentschap Occar opgericht. In een "Administrative Arrangement" zijn de uitgangspunten, de rol en de bestuurswijze van de organisatie vastgelegd. Het oogmerk van Occar is het bieden van een permanente structuur met zelfstandige rechtspersoonlijkheid waarbinnen de deelnemende landen doelmatiger dan voorheen gezamenlijk nieuw materieel kunnen ontwikkelen en doen produceren. Door deze samenwerking stimuleert Occar de vorming van clusters van Europese defensiegerelateerde bedrijven. Deze clustering is gericht op de ontwikkeling van een sterke, concurrentiekrachtige Europese defensietechnologische en industriële basis.

Kenmerken van samenwerking in Occar

Bij samenwerking in internationale materieelontwikkelings-programma's dient aandacht te bestaan voor de potentiële risico´s in termen van product, geld en tijd. Door middel van het in Occar voorziene multinationale projectmanagement onder eigen rechtspersoonlijkheid, de toepassing van uniforme managementprocedures en de permanente beschikbaarheid van deskundigheid ten behoeve van alle projecten, kunnen potentiële risico´s beter worden beheerst. Deelneming aan de permanente structuur van Occar biedt de deelnemende landen voorts de gelegenheid van schaalvoordelen te profiteren.

Voor elk materieelproject zal in Occar een afzonderlijke overeenkomst worden gesloten, nadat eerst nationaal is bezien of verwerving via Occar of op een andere manier zal geschieden. Het al dan niet aanwezig zijn van alternatieven en de mogelijkheden voor betrokkenheid van de nationale industrieën zullen bij die afweging belangrijke factoren zijn. Bij de samenwerking in Occar blijft de bestaande nationale regelgeving onverminderd van kracht. In Nederland zal het Defensie-materieelkeuzeproces (DMP) van toepassing blijven op de projecten die bij Occar worden ondergebracht. Toetreding tot Occar leidt niet tot een verplichting aan projecten deel te nemen.

Een cruciaal kenmerk van materieelprojecten onder Occar is dat het niet altijd bevredigend gebleken beginsel "costshare is workshare" per project niet meer leidend is voor de industriële inschakeling. In plaats daarvan worden de werkverdelingen over meer projecten en meer jaren in beschouwing genomen. De werkverdelingen moeten leiden tot een "global balance". Het lidmaatschap van Occar betekent dat de nationale industrie in beginsel kan meedingen naar een aandeel in alle binnen Occar lopende projecten, ook die waaraan het betrokken land niet deelneemt. Met een jaarlijkse toetsing wordt inzicht verkregen in de feitelijke participatie van het bedrijfsleven, op basis waarvan maatregelen ter bijsturing kunnen worden overeengekomen.

Uit bovenstaande vloeit voort dat de Nederlandse defensie-industrie potentieel een grotere markt voor afzet krijgt. Daar tegenover staat dat de garantie van evenredige deelneming per project vervalt. Dit weegt voor Nederland zwaarder dan voor de andere Occar-landen, daar de Nederlandse defensie-industriële basis smaller is, waardoor de mogelijkheden om op korte termijn een "global balance" te bereiken kleiner zullen zijn. Belangrijker is het uitgangspunt dat de Nederlandse industrie in beginsel kan meedingen naar een aandeel in alle Occar-projecten.

De Nederlandse defensie-industrie speelt in algemene zin vooral een rol van betekenis als toeleverancier van hoogwaardige (sub)systemen, componenten en kennis. Nederlandse bedrijven en instellingen zullen in veel gevallen toeleverancier zijn van een buitenlandse hoofdleverancier. De hoofdleverancier dient zijn onderleveranciers op basis van gelijkwaardigheid uit de Occar-landen te kiezen. In beginsel worden hiermee ruimere mogelijkheden voor industriële deelneming geschapen. In verband met het specifieke karakter van de Nederlandse defensie-industrie is het wel van belang een en ander nauwlettend te volgen.

Tenslotte draagt de Europese materieelsamenwerking via Occar bij tot standaardisatie en interoperabiliteit. Het materieelagentschap Occar kan dan ook worden beschouwd als een politieke bouwsteen voor de toekomstige Europese materieelsamenwerking.

Organisatie en werkwijze van Occar

Binnen Occar worden thans gedetailleerde procedures voor het opzetten en besturen van projecten uitgewerkt. Hierbij worden de waarborgen die de nationale besluitvormingsprocedures bieden in acht genomen. Voor de gunning van contracten is het van belang dat het agentschap rechtspersoonlijkheid verkrijgt. Hiertoe hebben de vier landen op 9 september 1998 het Occar-verdrag ondertekend. Totdat het verdrag in werking treedt, na ratificatie door de vier oorspronkelijke Occar-landen, zal Occar functioneren op basis van het op 12 november 1996 ondertekende "Administrative Arrangement".

De organisatie van Occar bestaat uit een Raad van Toezicht op het niveau van de nationale materieeldirecteuren ("Board of Supervisors") en een Occar-agentschap ("Executive Administration"). Het Occar-agentschap bestaat uit een centraal kantoor in Bonn met ongeveer 35 medewerkers en programma-divisies van onder Occar ressorterende programma's.

De Nederlandse toetreding

Zoals u eerder is bericht, heeft Nederland reeds in oktober 1996 de vier Occar-landen benaderd met het verzoek te kunnen toetreden tot Occar. Dit heeft geleid tot de uitnodiging aan Nederland lid te worden, waarbij vier voorwaarden zijn gesteld. Ten eerste dient Nederland de Occar-beginselen te onderschrijven (zie Kamerstuk 25000 X, nr. 73). Ten tweede dient een concreet multinationaal materieelproject te worden geïdentificeerd waaraan Nederland wil deelnemen. Als derde voorwaarde dient Nederland in te stemmen met een lijst van reeds goedgekeurde Occar-documenten, het "acquis". Als vierde voorwaarde dient ons land in te stemmen met het op 9 september 1998 door de vier landen ondertekende Occar-verdrag.

De toenmalige Staatssecretaris van Defensie heeft in 1996 zijn vier Occar-ambtgenoten bericht dat Nederland de beginselen onderschrijft en aansluiting bij Occar nastreeft.

De vier Occar-landen achten het Nederlandse voornemen deel te nemen aan het Duits/Frans/Britse samenwerkingsproject "Gepanzertes Transport Kraftfahrzeug" (GTK), (Kamerstuk 25000 X, nr. 74), voldoende om het lidmaatschap van Occar te verkrijgen. Dit project behelst de gedeeltelijke vervanging van de pantservoertuigen van de Koninklijke landmacht (zie Kamerstuk 26396, nr.1). Het voorstel voor deelneming aan het GTK-project zal overeenkomstig het DMP aan het parlement worden voorgelegd. Voor de vervanging van de overige pantservoertuigen zal mettertijd opnieuw een afweging worden gemaakt van het type voertuig en de wijze van verwerving, waaronder kopen van de plank.

Ten aanzien van de derde en de vierde aan Nederland gestelde voorwaarde was de onderhandelingsruimte beperkt. Wijzigingen in het Occar-verdrag bleken niet mogelijk. Op zijn beurt heeft Nederland daarom twee voorwaarden verbonden aan instemming met het Occar-verdrag: erkenning van de Nederlandse taal door middel van een officiële Nederlandstalige verdragstekst, alsmede toekenning van vijf stemmen in het geval van gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming. De overige vier Occar-landen hebben, in overeenstemming met de stemverhouding in de EU, elk tien stemmen. Over beide Nederlandse voorwaarden is overeenstemming bereikt.

Het uitgangspunt van besluitvorming in Occar is unanimiteit. Hierop bestaat een aantal uitzonderingen, te weten: - de toetreding van nieuwe lidstaten; - de regelgeving en procedures van Occar; - de organisatie van het "Executive Administration" van Occar; - de benoeming van de directeur.

Bij deze onderwerpen kan een gekwalificeerd meerderheidsbesluit worden genomen. Voor een blokkade hiervan zijn minimaal tien stemmen nodig. Hoewel Nederland niet over een blokkerend stemmenaantal beschikt, heeft het wel de mogelijkheid financiële gevolgen van gekwalificeerde meerderheidsbesluiten te beïnvloeden via het Occar-begrotingsproces, waarover bij unanimiteit wordt besloten. Er zijn dus voldoende mogelijkheden om de Nederlandse positie in Occar af te bakenen. Overigens zijn in de praktijk tot op heden alle besluiten bij unanimiteit genomen. De verwachting is dat dit met vijf landen zo zal blijven.

Financiële en personele gevolgen

Bij Nederlandse toetreding zal een kostenverdeelsleutel moeten worden vastgesteld voor de Nederlandse bijdrage aan het budget voor het Occar-hoofdkwartier. In de huidige kostenverdeling tussen de vier Occar-landen dragen Duitsland en Frankrijk ieder een derde deel bij en het Verenigd Koninkrijk en Italië ieder een zesde. Uitgaande van een bijdrage van tien procent zal het voor Nederland gaan om ongeveer f 1,0 tot f 1,5 miljoen per jaar ten laste van de defensiebegroting vanaf het jaar 2000. De programmadivisies worden volledig gefinancierd door de landen die aan de diverse programma's deelnemen.

De personele bijdrage zal naar verwachting evenredig zijn aan de financiële bijdrage. Dit betekent dat Nederland ongeveer vier functionarissen in de Occar-organisatie te werk zal kunnen stellen. De personele bezetting van Occar wordt overigens in haar totaliteit voortdurend getoetst aan de Occar-doelstellingen van doelmatigheid.

Toetredingsprocedure

Als gevolg van het feit dat het Occar-verdrag nog niet is geratificeerd, zal de formele toetreding van Nederland geschieden door middel van deelneming aan het "Administrative Arrangement". Dit betekent dat Nederland: - de Occar-beginselen aanvaardt, - het voornemen heeft deel te nemen aan het GTK-project, - het "acquis" van Occar aanvaardt, en - de tekst van het Occar-verdrag aanvaardt.

Met de vier Occar-landen is overeengekomen dat Nederland de gereedheid tot toetreding kenbaar maakt aan het huidige (Britse) Occar-voorzitterschap. In reactie hierop zullen de Ministers van Defensie van de vier landen een "Agreement of Understanding" betreffende de Nederlandse toetreding ondertekenen. De Britse Minister van Defensie zal Nederland vervolgens een formele uitnodigingsbrief sturen. Met de ontvangst van een positief Nederlands antwoord op deze brief is dan het Nederlandse Occar-lidmaatschap een feit.

Vervolgens zal het Occar-verdrag zo spoedig mogelijk ter ratificatie aan het parlement worden aangeboden.

Tenslotte

Gelet op de resultaten van het overleg met de vier Occar-landen en in het bijzonder de bereikte overeenstemming over de voorwaarden voor de Nederlandse toetreding tot Occar, heb ik het Britse voorzitterschap bericht dat de procedure voor de Nederlandse toetreding in gang kan worden gezet. Deze procedure zal in de komende maanden leiden tot een volwaardig Nederlands Occar-lidmaatschap.

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

H.A.L. van Hoof

Deel: ' Brief Defensie inzake materieelagentschap Occar '




Lees ook