Ministerie van Defensie


Brieven van de minister/staatssecretaris van Defensie aan de Eerste/Tweede Kamer der Staten-Generaal

Gezamenlijke brief van de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken

Aan: de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR 's-Gravenhage
I.a.a.: de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 22 2513 AA 's-Gravenhage

Ons nummer D99002647

Datum 20 augustus 1999

Onderwerp Relocatie van de afdeling veldartillerie in Kosovo

Op 11 juni jl. heeft Uw Kamer ingestemd met het besluit van de Regering tot Nederlandse deelneming in Kfor. De totstandkoming van het regeringsbesluit op basis van het Toetsingskader is toegelicht in onze brieven van 8 en 10 juni jl. De Nederlandse bijdrage aan Kfor maakt deel uit van de Duitse brigade en omvat onder meer een afdeling veldartillerie van ongeveer 800 militairen. Deze is sinds 14 juni jl. gestationeerd in Orahovac en draagt gebiedsverantwoordelijkheid voor Orahovac en omgeving.

Op 18 juni jl. kwam het akkoord van Helsinki tot stand, dat een raamwerk schept voor invulling van de Russische betrokkenheid bij Kfor. Naar is gebleken, gaat de Russische Federatie op grond van dit akkoord uit van een eigen gebiedsverantwoordelijkheid voor Orahovac en omgeving. De Regering heeft bij monde van de Minister-president en beide ondergetekenden in een serie van contacten uitdrukkelijk laten weten de voorkeur te geven aan een voortgezette Nederlandse aanwezigheid in Orahovac. De Secretaris-generaal van de Navo heeft echter uiteindelijk, alles afwegend, geen ander alternatief gezien dan de Nederlandse Regering een voorstel te doen tot relocatie van de artillerie-eenheid in het Duitse brigadevak. Deze brief informeert U over het besluit van de Regering tot instemming met het voorstel van SG-Navo.

Het voorstel van de SG-Navo.

De SG-Navo wijst in zijn brief aan de Regering op de inspanningen die zijn gepleegd om in de gesprekken tussen de militaire autoriteiten van de Navo en de Russische Defensiestaf over de details van de Russische deelneming in Kfor een voortgezet verblijf van de Nederlandse eenheid in Orahovac te verzekeren. Ook de Nederlandse regering heeft zich hiervoor in nauw overleg met de Duitse en de Amerikaanse regering sterk gemaakt. De Russische Federatie is evenwel vast blijven houden aan de eis om de gebiedsverantwoordelijkheid in Orahovac op zich te nemen.

De SG spreekt in waarderende termen over de Nederlandse rol in Kfor en benadrukt het belang van de voortzetting hiervan. In zijn opdracht stelt Commandant Kfor thans een alternatief operatiegebied in het Duitse brigadevak voor. De SG-Navo geeft voorts de verzekering dat de relocatie van de Nederlandse eenheid niet zal leiden tot onduidelijkheden over verantwoordelijkheden en commandovoering. De veiligheid van de bevolking zal voorop blijven staan en de overdracht zal geen gevolgen hebben voor de uitvoering van Veiligheidsraadresolutie 1244. Bovendien zal Nederland toegang houden tot reeds geïnitieerde humanitaire projecten in Orahovac en omgeving.

Beoordeling van de regering op basis van het Toetsingskader

De regering heeft bij de beoordeling van het voorstel voor het alternatieve operatiegebied op basis van het Toetsingskader onder meer de volgende elementen bezien:

- relocatie verzekert een voortzetting van de Duits-Nederlandse samenwerking op basis van een redelijke verdeling van lasten.


- Het voorgestelde operatiegebied, ten noord-oosten van Prizren en inclusief Suva Reka ligt in het Duitse brigadevak en is voldoende groot voor ontplooiing van een eenheid van bataljonsgrootte. De omvang van het gebied benadrukt het belang van de Nederlandse bijdrage.

- Het gebied ligt centraal in het brigadevak zodat de vuursteuntaak voor de gehele brigade effectief kan worden vervuld. Hierdoor behoudt de brigade de noodzakelijke escalatiedominantie en blijft robuust optreden, indien nodig met zware wapens, mogelijk.

- De commandostructuur, de bevelsvoering en de taken van de eenheid blijven ongewijzigd. De eenheid behoudt een eigen gebiedsverantwoordelijkheid, die onder meer omvat toezicht op de naleving van de afspraken van het Military Technical Agreement (MTA) tussen de FRJ en de Navo, toezicht op de demilitarisering van het Kosovo Bevrijdingsleger (UCK), het creëren van een veilige omgeving voor de terugkeer van gevluchte Kosovo-Albanezen en het verlenen van ondersteuning aan het VN-interim-bestuur over Kosovo. In eerder genoemde brieven van 8 en 10 juni jl. werd hierop nader ingegaan.

- De relocatie brengt geen wijziging in de risico's voor de veiligheid van het personeel;

- Er is bovendien voldoende ruimte en infrastructuur aanwezig om de eenheden onder te brengen.

Besluit van de regering tot relocatie en vervolgstappen

Handhaving van de Gele Rijders in Orahovac behoort niet meer tot de mogelijkheden. Een relocatie naar het centraal gelegen vak noord-oost van Prizren met behoud van gebiedsverantwoordelijkheid biedt de afdeling gelegenheid tot voortzetting van haar taken. De Regering hecht bovendien aan een voortgezette deelname van de afdeling aan Kfor in het kader van de algemene bondgenootschappelijke samenwerking, en in het bijzonder in het verband van de Duits-Nederlandse betrekkingen. De brief van de SG-Navo bevat daarnaast een aantal relevante verzekeringen, met name ten aanzien van de veiligheid van de bevolking en de tenuitvoerlegging van VN resolutie 1244. Daarom heeft de regering, alles overwegend, besloten tot relocatie van de afdeling veldartillerie zoals voorgesteld door de Navo.

Met de relocatie zal op zeer korte termijn worden begonnen. De overdracht van gebiedsverantwoordelijkheid zal zo snel mogelijk plaatsvinden en niet tot onduidelijkheden over verantwoordelijkheden en commandovoering leiden. Er zal rekening mee moeten worden gehouden dat de relocatie extra activiteiten met zich meebrengt, onder meer op het gebied van verkenning van het nieuwe operatiegebied, en de beveiliging van de eenheid. Met het oog daarop zullen tijdelijk ongeveer twintig militairen aan de afdeling veldartillerie worden toegevoegd.

DE MINISTER VAN DEFENSIE,
mr F.H.G de Grave

DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN,
J.J. van Aartsen

Deel: ' Brief Defensie over relocatie veldartillerie in Kosovo '




Lees ook