Dienst uitvoering en toezicht Electriciteitswet

Dienst uitvoering en toezicht Elektriciteitswet

Deze brief is verzonden aan alle netbeheerders en leveranciers van beschermde afnemers.
Datum 26 augustus 1999

Geachte heer, mevrouw,

Naar aanleiding van de onduidelijkheid die in de markt blijkt te bestaan over het wel of niet vrij zijn van afnemers in de keuze van een elektriciteitsleverancier, heeft DTe de volgende toelichting opgesteld in overleg met het ministerie van Economische Zaken en de federatie EnergieNed:

Uit de definities in artikel 1 lid 1 sub d van de Elektriciteitswet 1998 volgt dat "een vrije afnemer een natuurlijk persoon of rechtspersoon is die beschikt over een aansluiting op een net met een beschikbaar gesteld elektrisch vermogen van meer dan 2 MW per aansluiting". Deze formulering heeft in de praktijk tot onduidelijkheden geleid. De uitleg van de minister en een nadere precisering van DTe hebben deze onduidelijkheid niet weg kunnen nemen. In de huidige situatie waarin een afnemer twee contracten afsluit, één contract met de netbeheerder op wiens net hij is aangesloten en één of meerdere contracten met één of meerdere leveringsbedrijven, acht DTe het wenselijk de interpretatie van het wetsartikel in verband te brengen met de tarievencode.

Het contract dat een afnemer met de netbeheerder sluit, is bepalend voor de vraag of hij een vrije afnemer is. De andere grens die in artikel 1 lid 1 sub d wordt aangegeven -3*80 A- heeft immers ook betrekking op de aansluiting. De omvang van het vermogen dat de netbeheerder op basis van dit contract aan een afnemer beschikbaar stelt op het net dat door hem beheerd wordt, bepaalt of een afnemer vrij is. De vraag is dan wat onder een beschikbaar gesteld elektrisch vermogen per aansluiting moet worden verstaan: het fysieke vermogen waarvoor de afnemer een aansluiting heeft, dan wel het gecontracteerde aansluitvermogen, dan wel het gecontracteerde transportvermogen. Gelet op artikel 3.3.5.4 van de voorgestelde Tarievencode is DTe - alles overziende - van mening dat de term gecontracteerd transportvermogen het meest overeenkomt met de bedoeling van de wetgever. Onder gecontracteerd transportvermogen wordt verstaan "dat vermogen dat een gebruiker redelijkerwijs verwacht maximaal op enig moment in het jaar nodig te hebben voor zijn aansluiting" (voorstel Tarievencode artikel
3.3.5.4). Daarbij is iedere verbruiker met een aansluiting groter dan 3*80 A verplicht om deze waarde aan de netbeheerder op te geven, welke dan één van de componenten vormt voor de berekening van het transporttarief. De DTe gaat er vanuit dat het door de afnemer opgegeven gecontracteerde transportvermogen inderdaad overeenstemt met het redelijkerwijs te verwachten daadwerkelijk af te nemen transportvermogen door de afnemer.

Naar het oordeel van DTe sluit de waarde van het `gecontracteerd transportvermogen' die een afnemer opgeeft aan de netbeheerder op wiens net hij is aangesloten, het meest aan bij het bepaalde artikel 1 lid 1 sub d. Bovenstaande kan gehanteerd worden om te bepalen of een afnemer al dan niet vrij is in de keuze van een elektriciteitsleverancier. Indien een afnemer dus meer dan 2 MW gecontracteerd transportvermogen heeft, is hij vrij in de keuze van een leverancier.

Met vriendelijke groeten,

drs. J.J. de Jong

directeur Dienst uitvoering en toezicht Elektriciteitswet

Zoekwoorden:

Deel: ' Brief DTE over keuzevrijheid elektriciteitsleverancier '




Lees ook