Ministerie van Financien

Titel: BTW-tarief op water

Aan:

de Voorzitter van de vaste Commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

11-99-Fin

WV 99/70 U

23 februari 1999

Onderwerp

BTW-tarief op water

In uw brief van 2 februari 1999 herinnert u mij aan uw verzoek van 18 december 1998 met betrekking tot een toezegging die ik heb gedaan bij de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Eerste Kamer wat betreft de invoering van het algemene BTW-tarief op water. Ik heb inmiddels aan uw verzoek voldaan bij mijn brief van 3 februari 1999, kenmerk WV 98/544 U, naar de inhoud waarvan ik u hierbij verwijs.

Bij uw brief hebt u tevens een afschrift gevoegd van een brief van de heer Aujean van het directoraat-generaal XXI van de Europese Commissie aan mevrouw mr.drs. J.N. Kok te Den Haag. De brief aan mevrouw Kok heeft betrekking op de sinds 1 januari 1999 in Nederland van toepassing zijnde regeling waarbij water wordt belast naar het algemene BTW-tarief met uitzondering van de eerste 60 gulden van de jaarlijkse waterrekening per aansluiting, waarvoor het verlaagde BTW-tarief geldt (amendement Bos c.a.). U vraagt mij naar een reactie op de mening van de heer Aujean dat de regeling in strijd is met de Zesde BTW-richtlijn.

Het is goed gebruik dat uitspraken over mogelijke strijdigheid van nationale regelgeving met EG-recht door de Commissie als collectief worden vastgesteld en wel na raadpleging van de desbetreffende lidstaat in een zorgvuldig proces van hoor en wederhoor. Een dergelijke procedure kan dan leiden tot een met redenen omkleed advies als bedoeld in artikel 169 van het EG-Verdrag en, als geen overeenstemming wordt bereikt, tot het aanhangig maken van de zaak bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Ik heb noch van de Commissie als geheel, noch van Commissaris Monti, noch van de ambtelijke diensten van de Europese Commissie een mededeling ontvangen waarin de in het amendement Bos c.s. geregelde materie aan de orde wordt gesteld.

Voorts merk ik over de door u aan de orde gestelde kwestie op dat de jurisprudentie van het Hof van Justitie mij geen concrete aanwijzingen geeft over de vraag of de regeling al dan niet strijdig met het gemeenschapsrecht zou zijn.

Een afschrift van deze brief heb ik verzonden aan de Voorzitter van de Eerste Kamer.

De Staatssecretaris van Financiën,

Deel: ' Brief Financiën inzake BTW-tarief op water '




Lees ook