Ministerie van Financien

Titel: Wetsvoorstel 25 507 (Wijziging van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf teneinde het begunstigingsverbod te doen vervallen)

DIRECTIE BINNENLANDS GELDWEZEN

Aan:

De Eerste Kamer der Staten Generaal

t.a.v. de griffier van de vaste commissie voor Financiën

mevrouw mr. M. Hordijk

Postbus 20017

2500 EA Den Haag

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

2 november 1999

BGW99/2455U

16 november 1999

Onderwerp

Wetsvoorstel 25 507 (Wijziging van de Wet
assurantiebemiddelingsbedrijf teneinde het begunstigingsverbod te doen vervallen)

In antwoord op uw brief van 2 november j.l. waarin u mij vraagt waarom het noodzakelijk is dat opgemeld wetsvoorstel voor 1 januari 2000 wordt afgehandeld en wat de gevolgen zouden zijn van het niet voor die datum afhandelen van het voorstel, deel ik u mede namens mijn ambtgenoot van Economische Zaken het volgende mee.

Het wetsvoorstel vloeit voort uit de in het kader van het project Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW) opgezette onderzoek van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf (Wabb) voor wat betreft de wettelijke toetredingseisen en het effect op de markt van de beloningsregels. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek heeft het kabinet besloten de wettelijke beloningsregels in de Wabb af te schaffen. Hiertoe werd in september 1997 wetsvoorstel 25507 (hierna: Wabb I) bij de Tweede Kamer ingediend. Beoogd werd de met dit wetsvoorstel door te voeren wijzigingen per 1 januari 1998 in te laten gaan. In verband met de tijd die de behandeling in de Tweede Kamer vergde en het nader overleg met marktpartijen, is deze planning niet gehaald.

In april 1999 vond overleg plaats tussen de ministers van Financiën en van Economische Zaken, vertegenwoordigers van het Verbond van Verzekeraars, mede namens de tussenpersonenorganisaties NVA en NBvA, en de Consumentenbond. In dit overleg is overeenstemming bereikt over de voorstellen die aan het parlement zouden worden gedaan over de verdere procedure ten aanzien van het onderhavige wetsvoorstel en een tweede voorstel tot wijziging van de Wabb. Laatstbedoeld wetsvoorstel (Kamerstukken II 26531; hierna: Wabb II) zal waarschijnlijk op 18 november a.s., gelijk met Wabb I, worden behandeld in de Tweede Kamer.

Tijdens het overleg in april j.l. is overeenstemming bereikt over een pakket van maatregelen, waarvan de elementen zijn opgenomen in de Nota naar aanleiding van het nader verslag (Kamerstukken 25507, nr. 7, blz. 2). Ter beantwoording van uw vraag zijn in het bijzonder de volgende afspraken relevant:

* alle partijen zullen meewerken aan de inwerkingtreding van Wabb I op uiterlijk 1 januari 2000;

* vóór 1 augustus 2001 (d.w.z. 1 ½ jaar na inwerkingtreding van Wabb I) zal een evaluatie worden uitgevoerd naar de marktwerking en concurrentie in het tussenpersonenkanaal en de effecten van Wabb I voor de verzekeringsmarkt; en

* afhankelijk van de uitkomsten van de evaluatie, wordt de inwerkingtreding van Wabb II voorzien per 1 januari 2002.

Gegeven deze afspraken is het van groot belang om wetsvoorstel Wabb I tijdig te behandelen, opdat inwerkingtreding per 1 januari 2000 mogelijk is. Daar komt bij dat het kabinet zich tot doel heeft gesteld alle MDW-projecten af te ronden die door Paars I zijn gestart. Bij het niet tijdig afhandelen van wetsvoorstel Wabb I komt niet alleen de tijdige implementatie van de in MDW-kader genomen besluiten in gevaar, maar is, gezien de onderlinge samenhang tussen beide wetsvoorstellen, een heroriëntatie op het dan wenselijke invoeringstraject van Wabb I en Wabb II noodzakelijk. In dat geval treden ook ingrijpende gevolgen op voor de bedrijfstak. De verzekeringssector heeft op grond van de verwachting dat Wabb I op 1 januari 2000 in werking treedt, namelijk reeds diverse voorbereidingen getroffen.

DE MINISTER VAN FINANCIEN,

Deel: ' Brief Financien inzake Wet Assurantiebemiddelingsbedrijf '




Lees ook