00000000.105 brief sts fin t.g.v. het concept belastingverdrag ned-bel gie Gemaakt: 9-12-1999 tijd: 9:17 RTF


de Voorzitter van de vaste Commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 nov. 1999

Onderwerp

Concept nieuw belastingverdrag tussen Nederland en België

Op 10 november jl. is overeenstemming bereikt over een concept nieuw belastingverdrag tussen Nederland en België. Een belangrijk onderwerp bij de besprekingen over dit nieuwe belasting-verdrag was de zogenoemde grensarbeidersregeling zoals die is opgenomen in het huidige belastingverdrag tussen Nederland en België. Tijdens het besloten overleg dat ik op 11 februari jl. met uw Commissie heb gevoerd, heb ik toegezegd u daarover voor de ondertekening van het nieuwe verdrag te informeren. Naar aanleiding van die toezegging informeer ik u hierbij, vooruit-lopend op de staatsrechtelijke procedure betreffende de totstandkoming van verdragen, op hoofdlijnen over de nieuwe regeling die in de relatie met België voor grensarbeiders is overeengekomen. Wel merk ik hierbij op dat vooruitlopend op de staatsrechtelijke procedure geen teksten beschikbaar worden gesteld.

Onder het huidige belastingverdrag tussen Nederland en België is de belastingheffing over het arbeidsinkomen van grensarbeiders, in afwijking van de hoofdregel dat de belastingheffing over arbeidsinkomen wordt toegewezen aan de Staat waar men werkt, toegewezen aan de Staat waar zij wonen (de grensarbeidersregeling). Daarentegen zijn grensarbeiders bij wijze van hoofdregel sociaal verzekerd in de Staat waar zij werken. Het gevolg hiervan is een discoördinatie tussen belasting- en premieheffing. De jaarlijkse verschuiving tussen de belasting- en premiepercentages, zowel in Nederland als in België, zorgt vervolgens telkenmale voor grote commotie. De grens-arbeiders zelf spreken in dit kader wel van het jaarlijkse «tombola-effect».

Teneinde dit effect in de toekomst te vermijden bestaat het voornemen om in het nieuwe belasting-verdrag geen specifieke grensarbeidersregeling meer op te nemen. Voor België brengt dat met zich mee dat de problematiek van de zogenoemde 1970-regeling is opgelost en de huidige voor Belgische grensarbeiders geldende compensatieregeling kan worden beëindigd. Daarnaast is een regeling overeengekomen waarmee de heffing van opcentiemen over het arbeidsinkomen van Belgische grensarbeiders zeker gesteld blijft.

Het vervallen van de grensarbeidersregeling betekent dat op grensarbeiders voortaan de hoofdregel dat de belastingheffing over hun arbeidsinkomen aan de Staat waar zij werken van toepassing is. Daarmee wordt in de meeste gevallen coördinatie tussen belasting- en premieheffing gerealiseerd. In combinatie met een in het nieuwe belastingverdrag opgenomen bepaling die de gevolgen van het zogenoemde Schumacker-arrest (HvJ EG 14 februari 1995, zaak C-279/93) regelt, wordt daarmee bovendien op het moment van uitbetaling van het salaris een zo groot mogelijke `gelijkheid op de werkvloer' verkregen, hetgeen vanuit het oogpunt van gelijke arbeidsvoorwaarden van belang is.

Teneinde vervolgens te verzekeren dat een Nederlandse grensarbeider fiscaal niet nadeliger af is dan zijn in Nederland werkende `buurman', die overigens in gelijke omstandigheden verkeert, is een regeling opgenomen die er toe leidt dat aftrekposten zoals hypotheekrente, persoonlijke verplichtingen en giften voor de grensarbeider de facto effect sorteren. Daartoe wordt, voor zoveel nodig, de door de grensarbeider in België betaalde belasting en met de premie voor de volksverze-keringen vergelijkbare Belgische premie sociale zekerheid beschouwd als Nederlandse loonheffing.

Daarnaast is een regeling opgenomen die voorziet in compensatie van het nadeel dat degenen die op het moment van inwerkingtreding van het nieuwe belastingverdrag grensarbeider zijn in de zin van het huidige belastingverdrag tussen Nederland en België dat de Nederlandse grensarbeiders als gevolg van de wijziging van de heffingsbevoegdheid over hun arbeidsinkomen overigens mochten lijden. Daartoe zal door de Belastingdienst jaarlijks een `schaduwberekening' worden gemaakt van de belasting en premie die verschuldigd zouden zijn geweest als de grensarbeiders-regeling zou zijn gehandhaafd. Wanneer de som van deze schaduwberekening lager is dan de som van de belasting en premie die onder de nieuwe situatie verschuldigd is, dan wordt het verschil gecompenseerd. Vanaf het moment waarop dit verschil nihil bedraagt dan wel vanaf het moment waarop de desbetreffende grensarbeider van dienstbetrekking verandert (ook al is dat in België), wordt niet langer compensatie verleend.

Uitgaande van de veronderstelling dat in de relatie tussen buurlanden zowel de woon- als de werkstaat de facto aanspraak kan maken op de belastingopbrengst ter zake van grensover-schrijdende arbeid, zal die opbrengst in het nieuwe belastingverdrag via de methode van de zogenoemde revenue-sharing op macro-economisch niveau worden verrekend. In meer algemene zin impliceert deze systematiek dat in de bilaterale verhouding tussen Nederland en België budgettaire gevolgen van bepaalde maatregelen niet langer op het niveau van belanghebbenden (in dit geval de grensarbeiders) worden opgelost, maar worden opgelost op het niveau van de overheden zelf.

Voorts merk in dit verband nog op dat de Commissie grensarbeid, die op korte termijn zal worden ingesteld, als taak zal krijgen te adviseren over de wijze waarop vorenstaande regelingen zo adequaat mogelijk kunnen worden geïmplementeerd. Daarnaast staat het de Commissie uiteraard vrij om suggesties te doen voor aanvullende maatregelen die Nederland in dit kader zelf in haar nationale wetgeving zou kunnen treffen.

De staatssecretaris van Financiën

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief Financien over concept belastingverdrag Nl-Belgie '




Lees ook