Tweede Kamer der Staten Generaal

fin00000.008 brief sts inzake afdoening verzoeken art. 18 van de wet o p de inkomstenbelasting 1964
Gemaakt: 21-1-2000 tijd: 10:10

2

De vaste commissie voor Financiën

van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 5 jan. 2000

Onderwerp

Toezending afschrift brief aan Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs.

Naar aanleiding van uw bovenvermelde brief doe ik u hierbij aan afschrift toekomen van mijn brief van 14 december 1999, nr. DB 99/4011, aan de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs in antwoord op haar brief van 26 november 1999, nr. BD/jm 2025. De door de Federatie aan u toegezonden brief van 26 november 1999, nr. BD/jm 2026, heeft betrekking op hetzelfde onderwerp.

Met vriendelijke groet,

DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN,

W.A. Vermeend

De Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs

t.a.v. de heer B. Donia

Nieuwe Parklaan 11

2597 LA 's-GRAVENHAGE

's-Gravenhage, 14 dec. 1999

Onderwerp

Afdoening verzoeken artikel 18 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964

Geachte heer Donia,

U vraagt mijn aandacht voor een door leden van uw Federatie geconstateerde handelwijze van de Belastingdienst met betrekking tot de afhandeling van verzoeken om toepassing van artikel 18 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet). Uw leden, zo schrijft u, constateren dat verschillende eenheden van de Belastingdienst dergelijke verzoeken niet in behandeling nemen in afwachting van nieuwe wetgeving. Indien geen sprake is van landelijk beleid verzoekt u mij de eenheden op de rechten van belastingplichtigen te wijzen. Indien wel sprake is van landelijk beleid protesteert u hier ten sterkste tegen.

Ik kan u meedelen dat geen sprake is van landelijk beleid. Aan dit feit verbind ik, anders dan u, evenwel niet de conclusie dat er aanleiding is de eenheden nader te instrueren. Het is de eenheden genoegzaam bekend welke rechten belastingplichtigen toekomen bij de toepassing van voormeld artikel.

Mogelijk heeft uw brief als achtergrond dat vele adviseurs - in de verwachting van spoedige inwerkingtreding van wetswijziging - er in de afgelopen maanden toe zijn overgegaan verzoeken om toepassing van artikel 18 van de Wet te doen zonder overlegging van voor een verantwoorde beoordeling noodzakelijke gegevens. De oorzaak van eventuele vertraging in de afhandeling van verzoeken moet dan niet bij de Belastingdienst worden gezocht.

Tot slot moet het mij van het hart dat ik weinig waardering kan opbrengen voor de toonzetting van uw brief. Daarbij doel ik met name op het bij voorbaat gebruiken van termen als «grove schending» van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Met vriendelijke groet,

DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,

W.A. Vermeend

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief Financien over verzoeken Wet inkomstenbelasting '




Lees ook