expostbus51


MINISTERIE JUS

https://www.justitie.nl

Min van Jus: Brief Tweede Kamer Mesdagkliniek

Postadres Postbus 30132, 2500 GC Den Haag

Aan de voorzitter van de Tweede
Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

Bezoekadres
Terminal Noord
Schedeldoekshaven 131
2511 EM Den Haag
Telefoon (070) 3 70 79 11
Fax (070) 3 70 29 13

Onderdeel Directie Justitiële Jeugdinrichtingen en TBS Bij beantwoording
de
Contactpersoon Dhr. W. Kok en Dhr. I. Hommes de datum en ons Doorkiesnummer(s) (070) - 3 70 2608 / 070 370 6126 kenmerk vermelden
Datum 26 oktober 1999
Ons kenmerk 800178/99/DJI
Onderwerp Dr. S. van Mesdagkliniek

Afgelopen week is in de media uitgebreid bericht over de dr. S. van Mesdagkliniek. Allereerst op dinsdag het bericht dat de ondernemingsraad het vertrouwen heeft opgezegd in de directie van de kliniek en zaterdag het rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg over de kwaliteit van de zorg. Ik betreur dat de conclusies uit dit rapport naar buiten zijn gebracht nog voordat het rapport officieel aan mij is aangeboden. Daardoor is de berichtgeving naar mijn opvatting niet geheel volledig, waardoor onnodig schade is berokkend aan de kliniek zelf, de medewerkers en de leidinggevenden en niet in de laatste plaats de TBS-gestelden.
In dit licht acht ik het wenselijk u in deze brief op de hoogte te brengen van de ontwikkelingen in de Van Mesdagkliniek en de maatregelen die daar in de afgelopen periode zijn genomen respectievelijk zullen worden genomen. Daarbij speelt ook dat de TBS aan de vooravond staat van een ingrijpende reorganisatie waarover ik op 5 oktober 1999 met uw Kamer sprak en waarvoor juist deze week in aanwezigheid van alle betrokkenen in een driedaagse conferentie de aftrap wordt gegeven.

Rol van de Inspectie voor de Gezondheidszorg

De verpleging en behandeling van TBS-gestelden is de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie zoals is vastgelegd in de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden. De kwaliteit van de behandeling in de TBS-kliniek wordt getoetst door de Inspectie voor de Gezondheidszorg die valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van VWS. In het kader van het toezicht op de kwaliteit van de zorg, zoals neergelegd in de Kwaliteitswet zorginstellingen, heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg de verantwoordelijkheid om de TBS klinieken te beoordelen op de naleving van relevante wet- en regelgeving. De Inspectie is onafhankelijk.
Een TBS-kliniek dient elk jaar aan de Inspectie een verslag uit te brengen over de initiatieven die zijn ontplooid om de kwaliteit van de zorg in stand te houden dan wel te bevorderen. Tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de directie van de Van Mesdagkliniek heeft de laatste jaren regelmatig overleg plaatsgevonden naar aanleiding van meldingen. Door de leiding van de kliniek wordt de aanwezigheid, de expertise en het toezicht van de Inspectie van groot belang geacht voor de kwaliteit van de zorg in de kliniek.

Aanleiding rapport Inspectie voor de Gezondheidszorg

Eind vorig jaar is door een aantal patiënten van de Van Mesdagkliniek de beschuldiging uitgesproken dat er sexuele intimiteiten zouden hebben plaatsgevonden met vier vrouwelijke medewerkers van de kliniek.
Het Openbaar Ministerie heeft vervolgens de Rijksrecherche opdracht gegeven een onderzoek hiernaar in te stellen. Naar aanleiding van dit onderzoek, waarin is geconcludeerd dat er geen aanwijzingen waren om deze beschuldigingen te staven, is door de Rijksrecherche de aanbeveling gedaan om de Inspectie voor de Gezondheidszorg te verzoeken een onderzoek te doen naar de kwaliteit van de zorg. De Inspectie heeft dit verzoek gehonoreerd en heeft in de afgelopen maanden onderzoek gedaan. Hij heeft zich daarbij gebaseerd op de Rijksrecherche rapporten, het reorganisatie plan, de jaarplannen en de jaarverslagen van de kliniek. Daarnaast zijn er gesprekken gevoerd met vele medewerkers en de waarnemend directeur van de Van Mesdagkliniek.

Inhoud van het rapport

De analyse van de Inspectie met betrekking tot de situatie in de Van Mesdagkliniek is herkenbaar en geeft op inzichtelijke wijze weer op welke punten de zorg verbeterd dient te worden. Het rapport geeft ook weer op welke punten positieve resultaten zijn te melden en waar reeds maatregelen in gang zijn gezet om de kwaliteit te verbeteren. Kern van de kritiek is dat de organisatie sterk gefragmenteerd en naar binnen gericht is en dat de huidige organisatiestructuur onvoldoende randvoorwaarden schept voor de vorming van multidisciplinaire behandelteams met duidelijke afspraken over de onderscheiden taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Voorts is geconstateerd dat de instelling niet beschikt over een geëxpliciteerd beleid met betrekking tot de deskundigheidseisen van de onderscheiden disciplines. Ook is er geen systematische supervisie en is er, voor wat betreft de divisie Leekstermeer, geconstateerd dat er geen integrale en uniform gehanteerde behandelprotocollen bestaan. Positief wordt gerapporteerd over de somatische zorg binnen de kliniek, de toepassing van dwangmedicatie, de dossieropbouw, de nazorg en de initiatieven die genomen zijn om met andere GGZ-instellingen in de regio samen te werken. In het kader van de kwaliteitswet zorginstellingen is tenslotte geconstateerd dat de Van Mesdagkliniek tot op heden nog niet voldoet aan de eis om jaarlijks een kwaliteitsjaarverslag op te stellen en aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg toe te zenden en dat de instelling ook nog niet voldoet aan de aanvullende eisen die in de kwaliteitswet zorginstellingen zijn geformuleerd. De aanbevelingen van de Inspectie betreffen dan ook met name de verbetering van de kwaliteit van de behandeling, het opstellen van een plan van aanpak voor opleidingen, intervisie en supervisie voor de verschillende disciplines en een centrale regie op en aansturing van de inhoudelijke aspecten van de behandeling.

De sturing vanuit het Ministerie van Justitie

Om de huidige situatie in de Van Mesdag kliniek te kunnen beoordelen is het nodig die te bezien in de context van de ontwikkelingen binnen de TBS.
Tot eind jaren tachtig was het aantal TBS opleggingen per jaar redelijk stabiel.
Begin jaren negentig deed zich een trendbreuk voor. In 1994 was het aantal opleggingen verdubbeld tot 200 per jaar. De sturing vanuit het Ministerie van Justitie richtte zich vooral op de noodzaak de onaanvaardbare lange wachtlijsten zo snel mogelijk weg te werken door capaciteitsuitbreidingen. Dat onder de gelijktijdige verbetering van het beveiligingsniveau van alle TBS-inrichtingen. Vanaf 1994 is de capaciteit gegroeid van 570 plaatsen tot 1187 plaatsen begin 2000. Om de uitbreiding snel te kunnen effectueren is er onder meer voor gekozen de leegstaande vleugel van de .oude. Van Mesdagkliniek te renoveren zodat 90 nieuwe behandelplaatsen konden worden gecreëerd. Deze uitbreiding heeft op de Van Mesdagkliniek een grote druk gelegd. In dezelfde periode werd ook door de leiding van de kliniek een reorganisatieproces in gang gezet dat tot doel had de structuur en cultuur om te buigen richting een organisatie die gebaseerd is op een nieuwe visie op de verpleging en behandeling van TBS-patiënten. Achteraf moet worden geconstateerd dat twee zulke ingrijpende veranderingen een te zware opgave zijn gebleken voor de leiding en het personeel van de van Mesdagkliniek. Daarbij kwam eind negentiger jaren een omslag in het denken over de TBS-maatregel in termen van efficiëncy en effectiviteit. In korte tijd na elkaar vonden er twee Interdepartementale Beleidsonderzoeken plaats, alle twee geëntameerd vanuit de politieke wil om de behandeling in de TBS-klinieken efficiënter en effectiever te laten verlopen.

In april van dit jaar heeft de algemeen directeur van de Van Mesdagkliniek op mijn verzoek en andere functie aanvaard. De nieuw te werven algemeen directeur krijgt als opdracht leiding te gaan geven aan een directie die in staat is te voldoen aan de hoge eisen die de ontwikkelingen in de TBS-sector de komende jaren stellen aan de besturing, de behandeling, de bedrijfsvoering en de communicatie in een moderne professioneel geleide TBS-kliniek.

De lopende reorganisatie en verbetertrajecten

Thans vindt in de Van Mesdagkliniek de afronding plaats van de eerder in gang gezette reorganisatie. Deze reorganisatie die zich vooral richt op de
.oude. Van Mesdag divisie Leekstermeer is noodzakelijk om de problemen en tekortkomingen die onder meer in het rapport van de Inspectie zijn verwoord,
effectief te kunnen aanpakken. De ondernemingsraad heeft recent positief geadviseerd over het reorganisatieplan. Om dit al zo lang lopende proces niet verder te doen vertragen werd continuïteit in de aanpak noodzakelijk geacht. Om die reden is na het vertrek van de algemeen directeur de directeur behandeling- gedurende de overgangsperiode tot de komst van een nieuwe algemeen directeur- belast met de waarneming van de leiding van de kliniek. Hij heeft het reorganisatietraject verder doorgevoerd en heeft daarnaast een aantal noodzakelijke verbetertrajecten in de kliniek gestart, zoals bijvoorbeeld
supervisietrajecten, een cultuuronderzoek, een programma voor nieuwe medewerkers en tal van maatregelen die beogen het te voeren beleid te ontwikkelen, dan wel te verduidelijken.

Overleg en communicatie

In de afgelopen maanden is intensief overleg gevoerd tussen de sector TBS van de Dienst Justitiële Inrichtingen en de leiding van de Van Mesdagkliniek over de aanpak van de reorganisatie en de verbetertrajecten. Ook is apart gesproken met de ondernemingsraad. Het beeld dat in de afgelopen tijd steeds duidelijker naar voren is gekomen is dat door het overgrote deel van de medewerkers de noodzaak van de reorganisatie wordt onderschreven. Ook de gekozen oplossingen lijken -mede gezien het positieve advies van de ondernemingsraad - brede instemming te hebben. Het probleem zit in de communicatie tussen de leiding en het personeel over de veranderingen. De leiding lijkt onvoldoende oog gehad te hebben voor de wijze waarop - gegeven de bestaande cultuur in de Van Mesdagkliniek -de veranderingen succesvol kunnen worden geïmplementeerd. Gezien de noodzaak om tot snelle verbeteringen in de organisatie te komen heeft de leiding - vooral in de laatste maanden - op voortvarende wijze het reorganisatietraject aangepakt. Door de medewerkers wordt dit als sterk dirigistisch ervaren met de nadruk op de invoering van beheersingsinstrumenten. Er zou bij de leiding te weinig oog zijn voor het noodzakelijke klimaat dat in de kliniek vereist is om succesvol te kunnen behandelen. In het overleg dat vrijdag door de leiding van de Dienst Justitiële Inrichtingen is gevoerd met de ondernemingsraad- naar aanleiding van het ook voor deze dienst onverwachts opzeggen van vertrouwen in de (waarnemend) directie van de Van Mesdagkliniek - is de stijl van leidinggeven het kernprobleem gebleken. Duidelijk is geworden dat vooral en intensiteit van de verandering in de afgelopen jaren een grote tol hebben geëist van zowel de ondernemings- raad als de leiding van de Van Mesdagkliniek.

Aanpak

Duidelijk is dat de ontstane situatie vraagt om een direct ingrijpen. Overigens is mij niet gebleken dat de situatie aanleiding geeft tot risico.s voor de maatschappelijke veiligheid. Ondanks de problemen wil ik benadrukken dat ik respect heb voor de wijze waarop vooral in de laatste maanden door de leiding van de Van Mesdagkliniek - vaak onder grote persoonlijke druk - aan de oplossing van de problemen in de organisatie is gewerkt.
Met de waarnemend directeur zijn afspraken gemaakt over te nemen maatregelen, waarbij tevens de aanbevelingen uit het rapport van de Inspectie zijn betrokken. Deze maatregelen komen in het kort op het volgende neer:

1. Het wervingstraject voor een nieuwe directeur is in volle gang en zal naar verwachting binnen enkele maanden worden afgerond.
2. De waarnemend algemeen directeur treedt terug en zal terugkeren in zijn functie van directeurbehandeling.

3. Voor de overgangssituatie wordt een interim algemeen directeur aangesteld die de lopende reorganisatie op korte termijn moet afronden en tevens de communicatie met de OR en personeel herstelt.
4. Er wordt een aparte projectleider aangesteld met de opdracht een kwaliteitsplan behandelbeleid te ontwikkelen, daarin gesteund door een klankbordgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de TBS-klinieken en GGZ-instellingen. Met deze maatregel wordt tevens aangesloten bij een van de voorstellen uit het IBO-rapport waarin een betere samenwerking en afstemming tussen de TBS-klinieken als noodzakelijke voorwaarde voor een kwaliteitsverbetering wordt gesteld.
5. De huidige interim directeur bedrijfsvoering rond op korte termijn zijn werkzaamheden af en draagt deze over. Bezien zal worden of ten behoeve van de bedrijfsvoering - vooruitlopend op de komst van de nieuwe algemeen directeur - opnieuw tijdelijk versterking wenselijk is.

6. Over deze maatregelen zal komende donderdag door de leiding van de Dienst Justitiële Inrichtingen, in aanwezigheid van de huidige leiding gesproken worden met de ondernemingsraad en medewerkers van de Van Mesdagkliniek. Ook zal met de vakbonden worden overlegd.

Los van bovenstaande op de Van Mesdagkliniek gerichte maatregelen zal ik de Inspectie voor de Gezondheidszorg intensiever gaan betrekken bij de verdere ontwikkelingen binnen de TBS. In dat licht zal ik de Inspectie verzoeken ook ten aanzien van de andere klinieken beleidsaanbevelingen op te stellen.

Ik vertrouw erop u hiermee te voldoen te hebben geïnformeerd.

De Minister van Justitie,

26 okt 99 10:20

Deel: ' Brief Justitie aan Tweede Kamer inzake Mesdagkliniek '




Lees ook