Tweede Kamer der Staten Generaal

just0000.044 brief min just oprichting internationaal strafhof Gemaakt: 15-2-2000 tijd: 12:18

2

Aan de voorzitter van de vaste commissie voor Justitie

van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Datum 20 januari 2000

Onderwerp vragen m.b.t. oprichting Internationaal Strafhof

Bij brief van 16 december 1999 heeft de vaste commissie voor Justitie aan de Ministers van Justitie en van Buitenlandse Zaken verzocht om informatie over enkele kwesties de oprichting van het Internationaal Strafhof rakende. Op deze vragen antwoord ik, mede namens mijn ambtgenoot van Buitenlandse Zaken, graag als volgt.

1. Inhoud en tijdstip van indiening van de aan het wetgevingsproces voorafgaande notitie

In het voorjaar van 2000 zal aan de Tweede Kamer een notitie worden gezonden, die aandacht zal besteden aan de wetgevingsactiviteiten die nodig zijn ter implementatie van het Statuut in het Nederlandse recht. Naast de goedkeuringswet voor het Statuut van het Internationaal Strafhof zelf, welke binnen afzienbare termijn voor advies aan de Raad van State zal worden verzonden, zal wetgeving benodigd zijn voor de samenwerking met het toekomstige Strafhof en voor het vestigen van universele jurisdictie in het Nederlandse strafrecht voor de misdrijven waarover het Strafhof jurisdictie zal krijgen. Op de precieze omvang van dit wetgevingsproces en de daarbij te hanteren termijnen zal in deze notitie nader worden ingegaan.

2. Standpunt met betrekking tot de noodzaak om, naast het Statuut voor het Internationaal Strafhof, ook de Rules of Procedure afzonderlijk door het parlement te laten goedkeuren en de vraag of goedkeuring van de Rules of Procedure gecombineerd met die van het Statuut moet geschieden

In resolutie F van de Slotakte van de Conferentie, behorende bij het Statuut van het Internationaal Strafhof, dat op 17 juli 1998 te Rome werd aanvaard, werd een Voorbereidende Commissie in het leven geroepen, die onder andere ontwerpen moet opstellen voor de door het Strafhof toe te passen Procedure- en Bewijsregels en Elementen van Misdrijven. Beide documenten zijn slechts ontwerpen. De vaststelling van de inhoud van deze documenten is voorbehouden aan de (eerste) Vergadering van Staten die Partij zijn bij het Statuut en kan derhalve eerst plaatsvinden na de inwerkingtreding van het Statuut.

Goedkeuring door het parlement van de Procedure- en Bewijsregels (en van de Elementen van Misdrijven) is niet noodzakelijk om de volgende redenen. De documenten geven een nadere precisering aan een aantal bepalingen van het Statuut, en dienen, krachtens artikel 9 en artikel 51 van het Statuut, daarmee ook in overeenstemming te zijn. De Procedure- en Bewijsregels (en de Elementen van Misdrijven) moeten worden beschouwd als besluiten van een (orgaan van een) volkenrechtelijke organisatie, namelijk de Vergadering van Staten die Partij zijn bij het Statuut, in de zin van artikel 92 van de Grondwet.

Overigens is afzonderlijke goedkeuring ook procedureel niet goed denkbaar, omdat de regels niet eerder kunnen worden vastgesteld, dan na inwerkingtreding van het Statuut. Dit vooronderstelt uiteraard voorafgaande goedkeuring van het Statuut door het parlement.

Goedkeuring door het parlement, zowel indien voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Statuut, als na vaststelling door de Vergadering van Staten die partij zijn, zou voorts geen rechtsgevolgen kunnen hebben. Hogergenoemde resolutie F immers bepaalt dat de vaststelling is voorbehouden aan de Vergadering van Staten die Partij zijn.

Uiteraard zal de regering de ontwerpen voor de Procedure- en Bewijsregels en Elementen ter informatie aan het parlement sturen, zodra deze in ontwerp zijn afgerond, dat wil zeggen na 30 juni 2000.

3. De stand van zaken met betrekking tot de ratificatie in andere EU-lidstaten

Het Statuut van het Internationaal Strafhof is door alle 15 EU-lidstaten ondertekend. Inmiddels heeft Italië het Statuut ook geratificeerd, maar moet Italië nog werken aan de uitvoeringswetgeving. In de overige EU-lidstaten is het proces van goedkeuring in volle gang. Het valt te verwachten dat ratificatie van het Statuut door de EU-lidstaten zijn beslag zal kunnen krijgen in de tweede helft van 2000 c.q. de eerste helft van 2001.

4. Een overzicht van wetten, die ten gevolge van de goedkeuring zullen moeten worden aangepast

Ten gevolge van de goedkeuring zullen zeker het Wetboek van strafrecht, het Wetboek van strafvordering en het Wetboek van militair strafrecht, alsmede de Wet van militair tuchtrecht, de Wet militaire strafrechtspraak, de Wet oorlogsstrafrecht, de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen en de Uitleveringswet aangepast moeten worden.Welke wetgeving verder nog aanpassing behoeft is op dit moment onderwerp van studie en interdepartementaal overleg.

5. De voorbereidingen van de praktische gevolgen voor Nederland als gastland

Wat de daadwerkelijke vestiging van het Strafhof in Den Haag betreft, zal de regering binnen afzienbare tijd besluiten nemen omtrent locatie, wijze van aanbesteding en oplevering, financieringsvorm, alsmede bestuurlijke inbedding van een en ander. Mede gelet op de te verwachten ontwikkeling van de werklast van het Strafhof laat zich aanzien dat de huisvesting gefaseerd zal kunnen plaatsvinden. In de eerste fase zal, direct na inwerkingtreding van het Statuut, voornamelijk behoefte bestaan aan kantoorruimte, terwijl later pas tevens gerechts- en penitentiaire ruimten benodigd zullen zijn. Bij de vestigingsplannen zal hiermee rekening worden gehouden.

De Commissie verzoekt voorts om het rapport "Expert group to conduct the review of the effective operation and function of the international tribunal for the former Yugoslavia and the international criminal tribunal for Rwanda" (99-38-412). U zult hierover afzonderlijk vanwege het Ministerie van Buitenlandse Zaken worden bericht.

De Minister van Justitie,

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief Justitie over oprichting Internationaal Strafhof '




Lees ook