Tweede Kamer der Staten Generaal

lnv00000.088 brief min lnv inzake afsprakenkader herstructurering glas tuinbouw

Gemaakt: 8-2-2000 tijd: 15:


2

De Voorzitter van de Vaste Commissie voor

Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 7 februari 2000

Onderwerp:

Bestuurlijk afsprakenkader herstructurering glastuinbouw.

Geachte Voorzitter,

Naar aanleiding van uw verzoek om nadere informatie te ontvangen over de afspraken die zijn gemaakt over de glastuinbouwlocaties, zend ik u hierbij mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer het Bestuurlijk afsprakenkader herstructurering glastuinbouw.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER

EN VISSERIJ,

L.J. Brinkhorst

Bestuurlijk afsprakenkader

herstructurering glastuinbouw

's Gravenhage, 6 januari 2000.

Bestuurlijk afsprakenkader herstructurering glastuinbouw

Inleiding

Teneinde de gewenste herstructurering van de glastuinbouw met kracht ter hand te nemen en met spoed voor de bestaande knelpunten in met name het Westen van het land een oplossing te vinden hebben LNV en LTO besloten een aantal afspraken te maken die dit herstructureringsproces dienen te versterken. Het gaat daarbij om de verantwoordelijkheid en rol van LNV en LTO bij zowel de realisering van nieuwe vestigingslocaties als in de bestaande (oude) glastuinbouwgebieden. Een en ander leidt tot het navolgende Afsprakenkader herstructurering glastuinbouw.


1. Voorbereiding en inrichting van projectvestingingslocaties.

LNV en LTO constateren dat 10 gebieden (bijlage, tabel 1) in de periode tot 2010 een belangrijke rol kunnen vervullen bij de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de glastuin-

bouw. Projectvestigingslocaties verdienen uit oogpunt van milieu, ruimtelijke kwaliteit, verkeers- en vervoersaspecten, energie- en waterinfrastructuur de voorkeur boven individuele vestiging. Investeringen in collectieve voorzieningen en in infrastructuur zijn in projectlocaties meer en eerder rendabel en de waarden van natuur, landschap en open ruimte worden op zoveel mogelijk plaatsen elders ontzien.

Daarom spreken LNV en LTO af, dat zij zich gezamenlijk zullen inzetten voor de realisering van het volgende pakket aan activiteiten; met name de verwezenlijking van de projectlocaties onder a) en b) dient in onderlinge samenhang te worden bezien:

a) LNV en LTO zullen zich inspannen om de beoogde locaties gelegen in de Zuidplaspolder, Moerdijkse Hoek en in Zeeland in voortvarende samenwerking met de betrokken provincies en gemeenten planologisch te ontwikkelen als hoogwaardige projectlocaties. De verwachting is dat deze locaties voor de middellange termijn beschikbaar zijn. De betreffende provincies is / zal indringend worden verzocht om medewerking aan de realisatie van de beoogde locaties.

b) Voor de korte termijn is minimaal 400 ha netto projectvestigingsruimte nodig. Uit het overzicht van de in de bijlage aangegeven gebieden blijkt dat hiervoor direct voldoende ruimte beschikbaar is. LNV en LTO zullen zich daarom in dit kader op gelijke wijze inspannen om de ontwikkeling van glastuinbouw te bevorderen in de reeds gereed gemaakte projectlocaties elders. Zeer binnenkort zal daartoe overleg gestart worden met de betreffende provincies teneinde een spoedige realisering tot stand te brengen.

c) LTO en LNV spannen zich gezamenlijk in via communicatie naar telers en overheden om het voorkeurspoor van de projectlocatie zoveel mogelijk te realiseren. Onder leiding van de procesbegeleider zullen LTO en LNV op korte termijn een concreet plan van aanpak voorbereiden om actief in te spelen op de daadwerkelijke realisatie en stimulering van projectlocaties genoemd onder b). Tenslotte zal in het kader van de vijfde nota ruimtelijke ordening worden nagegaan met welke aanvullende instrumenten het autonome vestigingsspoor verder kan worden gedempt en de realisering van projectvestigingslocaties kan worden versterkt.

d) Op verzoek van de minister van LNV en met instemming van LTO zal een procesbegeleider (de heer drs. P. Bukman) het proces van de planologische realisatie en de voorbereiding van de inrichting van nieuwe projectvestigingslocaties voor de korte en middellange termijn faciliteren. Deze bevordert een soepele bestuurlijke voortgang van het proces, gericht op een effectief vestigingsbeleid in projectlocaties en fungeert namens LNV tevens als bestuurlijk aanspreekpunt. De procesbegeleider geeft leiding aan een stuurgroep, waarin ook de LTO participeert.

e) LNV zet de ICES-middelen voor de glastuinbouw in voor de totstandkoming van projectvestigingen voor de korte en middellange termijn. LNV brengt daarvoor op korte termijn (ca. 3 maanden) een nieuwe regeling Stimulering duurzame glastuinbouwgebieden (Stidug) uit. Basis hiervoor is het advies dat de Cie Ruimtelijke Inrichting Glastuinbouw van Glami hiervoor heeft gegeven.

De in voorbereiding zijnde nieuwe regeling Stidug zal aan de hand van de hierin te stellen criteria beschikbaar zijn voor de hiervoor in aanmerking komende locaties. Het is daarbij de bedoeling dat de Stidug vooral beschikbaar is voor de nieuwe grootschalige projectvestigingslocaties.

f) LNV en LTO maken, op basis van de in dit afsprakenkader voorgenomen aanpak van nieuwe projectvestigingslocaties, afspraken over de wijze van besteding van de in het CO2-reductieplan voor de glastuinbouw beschikbare CO2-gelden. LNV zal hiertoe tevens overleg voeren met VROM en EZ.


2. Regeling structuurverbetering glastuinbouw

LTO en LNV constateren dat er behoefte is de effectiviteit van de Regeling structuurverbetering glastuinbouw (RSG) nader te onderzoeken op aantrekkelijkheid voor andere vormen van ondernemerschap. LTO heeft een voorstel geformuleerd waarbij de vorming van clusters van herstructurerende bedrijven centraal staat, mede in het licht van de daarbij behorende fiscale aspecten. Over het voorstel zal LNV overleg voeren met Financiën.

Het onderdeel afbraak van de RSG zal worden voortgezet, waarvan de stimulans zich zowel richt op verbetering van oude gebieden als op hervestiging in nieuwe gebieden, waardoor mede bijgedragen wordt aan de realisering van de nieuwe projectvestigingslocaties. Naar verwachting is hiervoor 4 mln per jaar nodig.

Nadat er duidelijkheid is gekomen over de aanpassing van de regeling zal de budgetbehoefte in 2000 en volgende jaren worden bepaald.


3. Stallingsbedrijf

LTO heeft het initiatief genomen om de mogelijkheid van de oprichting van een Stallingsbedrijf, samen met LNV en andere betrokkenen, te onderzoeken. De gewenste relatievorm tussen LNV en het Stallingsbedrijf zal nader worden vormgegeven. Belangrijke randvoorwaarde voor LNV is dat dient te worden voldaan aan de EU-bepalingen en de algemene financiële regels van het Rijk. De financiële betrokkenheid van LNV zal maximaal 10 mln zijn.


4. Glastuinbouw en Milieu

De resultaten van de tussentijdse evaluatie van het Convenant Glastuinbouw en Milieu, die in april 2000 beschikbaar is, worden door de Stuurgroep Glami voorzien van een advies aan de convenantspartijen. Op basis hiervan zal LNV samen met de andere rijkspartners in het convenant bezien of en zo ja welke gevolgen dit heeft voor het huidige convenant.

LNV en LTO zullen bij de voorbereiding en uitvoering van de in dit afsprakenkader genoemde activiteiten, waar dit wenselijk en nuttig is, samenwerking zoeken met de Stuurgroep Glastuinbouw en Milieu.

's Gravenhage, 6 januari 2000.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER DE VOORZITTER VAN DE VAKGROEP

EN VISSERIJ, GLASTUINBOUW VAN LTO NEDERLAND,

Mr. L.J. Brinkhorst F.H. Hoogervorst

Bijlage

Tabel 1: Mogelijke projectvestigingslocaties glastuinbouw 1)

Gebied Oppervlakte ha netto (indicatief) Beschikbaar

(indicatief)


1. Zuidplaspolder 200 2000 - 2005


2. Berlikum 100 direct - 2002


3. Emmen 260 direct - 2005


4. Grootslag 250 direct - 2005


5. Californië/Siberië 235 direct - 2005


6. Luttelgeest 220 2000 - 2005


7. Bergerden 350 2000 - 2005


8. Ijsselmuiden 300 2000 - 2010


9. Moerdijkse Hoek 250 2002 - 2004


10. Reimerswaal en/of Nieuwdorp 500 2003 - 2010

g) Bij de nadere uitwerking kunnen zich ook elders mogelijkheden voor projectmatige vestiging voordoen. Te denken valt daarbij aan locaties als Hoogezand-Sappemeeer, Harmelerwaard en de Veenstreek.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief LNV afsprakenkader herstructurering glastuinbouw '




Lees ook