Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Voorzitter van de Vaste Kamercommissie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
DNW. 991908
datum
27-9-1999

onderwerp
Natuur- en milieugebiedscontract Waterland. doorkiesnummer

bijlagen

Geachte Voorzitter,

Tijdens een werkbezoek aan de Vereniging Agrarisch Natuurbeheer Waterland is u gebleken dat de onderhandelingen over een natuur- en milieugebiedscontract voor Waterland stagneren. In uw bovengenoemde brief verzoekt u te vernemen welke knel-punten een positieve beslissing in de weg staan en verzoekt u tevens in te gaan op de punten die de vereniging in haar brief naar voren heeft gebracht. Hiermede stel ik u op de hoogte van de stand van zaken. De onderhandelingen met de vereniging zijn in het voorjaar van 1998 begonnen, nadat de Minister van LNV in zijn brief van 3 april 1998 en de Minister van VROM in haar brief van 18 juni 1998 aan de vereniging hadden aangegeven te willen onderzoeken op welke wijze kan worden toegewerkt naar een contract op basis van het door de vereniging gepresen-teerde aanbod. De bereidheid van de minister was mede ingegeven door het feit dat de vereniging onder andere met WCL-gelden al had kunnen experimenteren met een vorm van zelfsturing en resultaatbeloning. De Minister van VROM geeft in haar reactie aan, dat de voorgestelde aanpak in veel opzichten aansluit bij de voornemens die in het Nationaal Milieubeleidsplan 3 zijn beschreven met betrekking tot de toekomst van het geïntegreerd gebiedsgericht beleid. Wel geeft de minister aan zich bij voorbaat heel terughoudend op te stellen voor wat het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen van generieke milieuregelgeving betreft. Er is sprake van een groeiende professionaliteit en de gevolgde aanpak heeft tot een nieuw elan in het gebied geleid. De relatief lange tijd die sinds de start van de onderhandelingen is verstreken, is vooral veroorzaakt door het feit dat het in principe als sympathiek ervaren aanbod van de vereniging, niet paste in de bestaande regelgeving en dat het aanbod nog verder diende te worden geconcretiseerd. Verder heeft de uitwerking van de wijze van zelfsturing en de gezamenlijke verkenning van de mogelijkheden van honorering van het aanbod de nodige tijd gekost.

up

datum
27-9-1999

kenmerk
DNW. 991908

bijlage

Met het Programma Beheer, waarin ik een volwaardige plaats voor collectieven heb ingeruimd, is het mogelijk gemaakt vergaand tegemoet te komen aan het natuuraanbod van de vereniging.

Programma Beheer biedt ook de mogelijkheid om, conform de wens van de vereniging, voor een deel te sturen op doelen. Ik ben van mening dat nu tot goede afspraken met de vereniging kan worden gekomen. Een deel van het natuuraanbod kan niet vanuit het Programma Beheer worden gefinan-cierd. Het natuuraanbod van de vereniging gaat namelijk verder dan vanuit rijks-optiek voor Waterland is beoogd, zowel wat aard en omvang van de natuurpakketten betreft als de hoogte van de vergoedingen. Naast de bijdrage van LNV zal de vereniging dan ook andere partijen moeten interesseren voor haar natuuraanbod. Het kan niet zo zijn dat LNV alle door de natuurvereniging wenselijk geachte maatregelen voor haar rekening neemt.

Ik kan de mening van de vereniging niet delen wanneer zij veronderstelt dat er een beleidsgat ontstaat na vier succesvolle WCL-jaren. Uitgangspunt van het WCL-beleid is dat nieuwe impulsen in een gebied na verloop van tijd zonder financiële ondersteuning door LNV zelfstandig verder kunnen bestaan. De vereniging is dit ook altijd voorgehouden. Ik zie dat in Waterland met een aantal initiatieven ook gebeuren.
De vereniging kan uiteraard gebruik maken van de reguliere kaders voor projecten. Verder is voor 1999 voor Waterland de zgn. "Tijdelijke regeling agrarisch natuurbeheer" (TRAN) in het leven geroepen. De faciliteiten die deze regeling biedt, zijn vrijwel geheel overgenomen in de nu voorliggende concept-Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer in het kader van het Programma Beheer. Ten aanzien van de overheadkosten heb ik in de TRAN een aparte mogelijkheid gecreëerd voor collectieven. Voor iedere hectare die door een collectief wordt afgesloten, ben ik voorts bereid in 2000 een toeslag van fl. 35,-- per ha. te betalen. De genoemde financiële kaders bieden Waterland een goede basis voor de toekomst. Een aparte overbruggingsregeling is naar mijn mening dan ook op dit moment niet aan de orde.

Ten aanzien van het milieuaanbod ben ik tot de conclusie gekomen dat de meerwaarde van een collectieve MINAS-aangifte te gering is ten opzichte van individuele aangifte. Ik sta bovendien op het standpunt dat afwijkingen van generieke regelgeving slechts in uitzon-derlijke situaties kunnen worden toegestaan. Waterland voldoet wat het aspect MINAS betreft hier niet aan en ik wil dan ook vasthouden aan individuele MINAS-aangifte.
Voor de uitrijbepalingen is de Minister van LNV primair verantwoordelijk, terwijl voor ammoniak de Minister van VROM primair verantwoordelijk is.
Aan de vereniging zal worden bericht dat er bij de ministeries bereidheid bestaat, om op basis van gedegen onderzoeksvoorstellen en binnen de geldende criteria te bezien of op grond van het Besluit Gebruik Dierlijke Meststoffen 1998 voor individuele bedrijven een onderzoeksontheffing kan worden verleend ten aanzien van de verplichting van het emissiearm aanwenden van mest en de uitrijperiode.

Samenvattend ben ik van mening dat thans een aanvaardbaar voorstel aan de vereniging kan worden gedaan, zeker ten aanzien van het natuuraanbod. Over het milieuaanbod zal de vereniging minder tevreden zijn, maar ik zie op dit moment geen mogelijkheden hen verder tegemoet te komen. Ik acht het werkbaar dat, in het kader van de uitvoering, de vereniging aparte, wel goed op elkaar afgestemde, afspraken maakt met de verschillende partijen.

Tenslotte deel ik u mee, dat ik aan het beleid ten aanzien van milieucoöperaties een vervolg wil geven. Een evaluatie van het bestuurlijk experiment milieucoöperaties wordt op korte termijn verwacht. Ik zal de resultaten van deze evaluatie betrekken bij het uitzetten van de vervolgkoers.

De staatssecretaris van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij,

G.H. Faber


Deel: ' Brief LNV inzake natuur- en milieugebiedscontract Waterland '




Lees ook