Tweede Kamer der Staten Generaal

vws00000.217 brief min vws tijdelijlke subsidiereg. vervangende hulp z iekenfondsverzekering
Gemaakt: 15-2-2000 tijd: 16:55

2

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 10 februari 2000

Onderwerp

voortzetting Tijdelijke subsidieregeling fondsverzekering

vervangende hulp ziekenfondsverzekering

Op 16 december 1999 heeft het College voor zorgverzekeringen (CVZ) het eindrapport van de evaluatie van de Tijdelijke subsidieregeling vervangende hulp ziekenfondsverzekering (flexizorg-regeling) aan mij uitgebracht. Het eindrapport zend ik u hierbij toe. Het CVZ heeft naar aanleiding van het eindrapport besloten deze subsidieregeling die van kracht was tot 1 januari 2000, te continueren.

De subsidieregeling regelt dat ziekenfondsen maximaal 3 % van het variabele deel van hun verstrekkingenbudget kunnen besteden aan hulp die niet voldoet aan de wettelijke omschrijving van de verstrekkingen van de Ziekenfondswet en de AWBZ en in de plaats treedt van een ziekenfondsverstrekking. De regeling biedt ziekenfondsen de ruimte voor het tot stand brengen van initiatieven gericht op doelmatige, patiëntgerichte zorgverlening.

Uit de evaluatie, die in opdracht van het CVZ is uitgevoerd door organisatie-adviesbureau Hoeksma, Homans & Menting, blijkt dat de vervangende hulp in hoofdzaak bestaat uit ziekenhuisvervangende zorg met toepassing van medische technologie in de thuissituatie. Verder hebben veel initiatieven betrekking op vervanging van poliklinische hulp door hulpverleners in de eerste lijn (huisartsen) en vervangende hulp op het terrein van de paramedische zorg. Ziekenfondsen grijpen de regeling vooral aan om patiëntgerichte zorg tot stand te brengen. Bij de ziekenfondsen lijkt patiëntgerichtheid - en niet doelmatigheid - de hoofddoelstelling te zijn. De omvang van de aangemelde initiatieven is gering: ziekenfondsen richten zich vooral op individuele vormen van vervangende hulp. Ongeveer 40% van de initiatieven op het terrein van vervangende hulp komt tot stand naar aanleiding van een direct verzoek van één of meer verzekerden. De voorlopige kosten van de vervangende hulp over 1998 bedragen f 5 miljoen. Dat is ruim 1 % van de ruimte die voor zorgverzekeraars beschikbaar was in 1998, dat wil zeggen 0,03 % van het totale variabele verstrekkingenbudget.

Het CVZ concludeert dat er, gezien het aantal initiatieven, bij de ziekenfondsen duidelijk behoefte bestaat aan de mogelijkheid van vervangende hulp. Verlenging van de subsidieregeling acht het CVZ daarom een adequate maatregel. De totale omvang van de vervangende hulp en de kosten daarvan zijn zodanig gering dat structurele inbedding in de ziekenfondsverzekering niet is aangewezen. Het CVZ zal bij bepaalde veel voorkomende vormen van vervangende hulp nader onderzoek doen naar de mogelijkheden van structurele inbedding als verstrekking in de ziekenfondsverzekering. Het CVZ zal mij hierover rapporteren. Verder zal het CVZ het gebruik van de subsidieregeling stimuleren door informatie te verstrekken over de mogelijkheden van vervangende hulp en door ziekenfondsen te wijzen op het belang van een systematische signalering van patiëntenbehoeften.

De Minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

N.B. Bijlage(n) niet elektronisch beschikbaar. Kopie gezonden aan de leden van de commissie.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief minister Borst over tijdelijke subsidieregeling '




Lees ook