Tweede Kamer der Staten Generaal

vws00000.066 brief min vws inzake kraamzorg

Gemaakt: 21-1-2000 tijd: 9:3


3

De Voorzitter van de Vaste Commissie voor

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 18 jan. 2000

Onderwerp

Kraamzorg

In mijn brief van 10 november 1999, CSZ/EZ-2012813, heb ik meegedeeld dat ik zou nagaan in hoeverre er aanleiding bestaat om de Commissie toezicht uitvoeringsorganisatie (CTU) en eventueel de Economische Controle Dienst (ECD) in te schakelen voor een onderzoek naar een signaal over het onjuist inzetten van AWBZ gelden.

Het betrof hier het bericht als zou het voorkomen dat instellingen die zowel kraamzorg als de AWBZ-aanspraak thuiszorg verlenen, financiële middelen bestemd voor de thuiszorg zouden aanwenden om tekorten bij de kraamzorg aan te vullen. In het rapport dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in maart 1999 heeft uitgebracht over de kwaliteit en beschikbaarheid van de kraamzorg merkt de IGZ op dat zij het signaal heeft ontvangen dat zich in een enkel geval zo'n afwenteling van kosten naar de AWBZ zou voordoen. De afgelopen maanden zijn er intensieve contacten geweest met de koepelorganisaties van zorgverzekeraars en kraamzorginstellingen. Daarbij is gebleken dat het bedoeld signaal niet met concrete gegevens is te onderbouwen. Nadere raadpleging van de IGZ bevestigt dit.

Gelet hierop ben ik van mening dat er geen aanleiding bestaat om aan de CTU dan wel de ECD te vragen een nader onderzoek in te stellen.

Wel wil ik er op wijzen dat indien zorgverzekeraars met instellingen die kraamzorg verlenen tarieven afspreken die lager zijn dan de geldende maximumtarieven, dit in overeenstemming is met de intentie van het systeem van maximumtarieven in de Wet tarieven gezondheidszorg. Uit die overeengekomen tarieven voor kraamzorg dienen dan wel alle kosten voor die zorg te worden bestreden. Ik benadruk hierbij dat de tarieven die door partijen worden afgesproken voor de kraamzorg niet dienen te leiden tot afwenteling van kosten op andere vormen van zorg zoals thuiszorg. Het mag evenmin voorkomen dat bij instellingen die zowel kraamzorg als thuiszorg verlenen, de middelen die bestemd zijn voor de AWBZ-aanspraak thuiszorg worden gebruikt om de kosten van kraamzorg te dekken.

Om die reden heb ik de algemeen directeur van het College voor zorgverzekeringen verzocht de zorgkantoren en de ziekenfondsen er op te attenderen dat bij instellingen die zowel kraamzorg als thuiszorg verlenen, er geen sprake mag zijn van een dergelijke afwenteling van kosten.

Bijgaand zend ik u een afschrift van mijn brief aan de algemeen directeur van het College voor zorgverzekeringen.

De Minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

De algemeen directeur van het College voor zorgverzekeringen

de heer mr. J.L.P.G. van Thiel

Postbus 396

1180 BD AMSTELVEEN

's-Gravenhage, 18 jan. 2000

Onderwerp

Kraamzorg

Geachte heer Van Thiel,

Hierbij vraag ik uw aandacht voor het volgende.

Op 29 september 1999 heb ik tijdens een Algemeen Overleg met de Vaste Commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer der Staten-Generaal gesproken over de recente ontwikkelingen in de kraamzorg. De Commissie heeft daarbij haar bezorgdheid kenbaar gemaakt over een aantal ontwikkelingen in de kraamzorg.

Tijdens dit Algemeen Overleg is ook gesproken over de opheffing van de contracteerplicht ten aanzien van kraamcentra die per 1 januari 1998 effectief is geworden. Daarbij sprak de Commissie haar verontrusting uit over de effecten van deze contracteervrijheid van ziekenfondsen ten aanzien van kraamzorginstellingen in relatie tot het systeem van maximumtarieven voor de kraamzorg.

Vanuit de Commissie is in dat verband ook mijn aandacht gevraagd voor berichten dat instellingen die zowel de ziekenfondsverstrekking kraamzorg als de AWBZ-aanspraak thuiszorg verlenen, financiële middelen bestemd voor de thuiszorg aanwenden om tekorten bij de kraamzorg aan te vullen. Daarbij is ook gewezen op het rapport dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in maart 1999 heeft uitgebracht over de kwaliteit en beschikbaarheid van de kraamzorg. In dat rapport merkt de IGZ op dat zij het signaal heeft ontvangen dat zich in een enkel geval zo'n afwenteling van kosten naar de AWBZ zou voordoen. In de afgelopen periode van intensieve contacten met koepelorganisaties van zorgverzekeraars en instellingen is mij evenwel gebleken dat dit signaal niet met concrete gegevens valt te onderbouwen. Nadere raadpleging van de IGZ bevestigt dit.

In het licht van het voorgaande vind ik het wel van belang er op te wijzen dat indien zorgverzekeraars met instellingen die kraamzorg verlenen, tarieven afspreken die lager zijn dan de geldende maximumtarieven, dit in overeenstemming is met de intentie van het systeem van maximumtarieven in de Wet tarieven gezondheidszorg.

Uit die overeengekomen tarieven voor kraamzorg dienen dan ook alle kosten voor deze zorg te worden bestreden.

Om die reden spreek ik hierbij met klem uit dat de tarieven die door partijen worden afgesproken voor de kraamzorg niet dienen te leiden tot afwenteling van kosten op andere vormen van zorg zoals thuiszorg. Het mag evenmin voorkomen dat bij instellingen die zowel kraamzorg als thuiszorg verlenen, de middelen die bestemd zijn voor de AWBZ-aanspraak thuiszorg worden gebruikt om de kosten van kraamzorg te dekken.

Gelet hierop verzoek ik u de zorgkantoren en de ziekenfondsen er op te attenderen dat van een dergelijke afwenteling van kosten geen sprake mag zijn.

Afschrift van deze brief zend ik naar de Commissie toezicht uitvoeringsorganisatie, het College tarieven gezondheidszorg, Zorgverzekeraars Nederland en de Kontaktkommissie Publiekrechtelijke Ziektekostenregelingen voor ambtenaren.

Hoogachtend,

de Minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief minister Borst (Volksgezondheid) over kraamzorg '




Lees ook