Tweede Kamer der Staten Generaal

26227000.025 brief min bzk inzake organisatie ek2000 Gemaakt: 9-2-2000 tijd: 13:44

5

26227 Organisatie EK 2000

nr. 25 Brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 7 februari 2000

In de brief van 8 december 1999 (26227, nr. 19) informeerden de bij het EK2000 betrokken bewindspersonen U ter voorbereiding van het algemeen overleg met Uw Kamer op 15 december jl. over de stand van zaken van de voorbereiding van rijksoverheidswege. In die brief en in het daaropvolgende overleg heb ik toegezegd Uw Kamer op korte termijn nader te informeren over de geraamde inzet van politiefunctionarissen tijdens het EK2000. Hoewel het ook op dit moment nog nadrukkelijk een raming betreft kan daar thans, na de zeer recent van de betrokken politiekorpsen ontvangen voorlopige inschattingen van de politiebijstand, meer over worden gezegd.

Van deze gelegenheid maak ik tevens gebruik u te informeren over een daarmee zeer nauw verwant onderwerp, namelijk het mogelijk inschakelen van aan de politie verwante functionarissen teneinde de capaciteit van de politie tijdens de EK-periode te vergroten.

Tenslotte informeer ik in deze brief Uw Kamer over de gesprekken die ik als coördinerend bewindspersoon voor het EK2000 heb gevoerd met mijn collega van Financiën over de additionele financiering van de noodzakelijke extra uitgaven in verband met het EK.

Gelet op mijn eerdere toezegging Uw Kamer regelmatig te informeren over de algemene voortgang van de voorbereidingen op het EK2000, stel ik mij voor Uw Kamer eind februari 2000 uitvoerig te informeren over alle relevante aspecten van die voorbereiding. In die brief zal dan zeker ook aandacht geschonken worden aan de eerste audit die het Crisis Onderzoek Team Universiteit Leiden (COT) in het kader van het zogenaamde second opiniononderzoek in mijn opdracht uitvoert.

De geraamde inzet van de politie tijdens het EK2000

Op 2 november 1999 heb ik de commissarissen van de Koningin van de provincies waarin de speelsteden zijn gesitueerd per brief gevraagd opgave te doen van de in de speelsteden te verwachten inzet en bijstand. Daarnaast zijn alle commissarissen van de Koningin, burgemeesters en korpsbeheerders eveneens per brief geïnformeerd over de voor het EK2000 globaal geraamde politiecapaciteit en is hen verzocht daarmee bij het opstellen van de beheers- en beleidscyclus rekening te houden.

Daarbij is aangegeven dat voor de benodigde politiecapaciteit buiten de speelregio's kan worden uitgegaan van een hoeveelheid geüniformeerde politie ter grootte van ongeveer 10% van de voor de betreffende regio vastgestelde FTE-sterkte (situatie 1999). In dit percentage is de landelijk beschikbare ME-capaciteit begrepen. Dit percentage zal vooral worden aangewend voor de zogeheten Oranje-thuissituatie, het eventuele verblijf en de doorreis van supportersgroepen, het verblijf van de teams en voor de te leveren landelijke bijstand.

Inmiddels heeft de loting op 12 december 1999 plaatsgevonden en is dus bekend waar welke wedstrijden in de eerste speelronde zullen plaatsvinden. Onlangs heb ik door tussenkomst van de betreffende commissarissen van de Koningin opgaven ontvangen van de vier speelsteden, te weten Amsterdam, Arnhem, Eindhoven en Rotterdam. Het gaat in dit stadium nog om een voorlopige inschatting van de benodigde bijstand, gebaseerd op de informatie die momenteel beschikbaar is en derhalve geen rekening houdt met onvoorziene ontwikkelingen in de verdere aanloop van of tijdens het toernooi, die meer (of minder) politie-inzet kunnen vergen.

Bij de ramingen spelen de duur van het toernooi, de enorme belangstelling in binnen- en buitenland, het aantal wedstrijden en de voorziene toeschouwers- en bezoekersaantallen een rol. In aanvulling daarop moet worden ingespeeld op factoren, die niet gekoppeld zijn aan specifieke wedstrijden, maar wel direct voortvloeien uit de loop van het toernooi en die van invloed (kunnen) zijn op de openbare orde. Aandachtspunten zijn de aankomst, de doorreis, het verblijf en vertrek van supportersgroepen (gastheerschap), maar ook reacties van de bevolking op de uitslag van bepaalde wedstrijden. En ten slotte - maar voor de handhaving van de openbare orde van cruciaal belang - dienen, afhankelijk van de onderkende risico's, maatregelen te worden getroffen voor een goed verloop van iedere wedstrijd afzonderlijk.

Er heeft een eerste afstemmingsoverleg plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de speelregio's en de betreffende provincies. Gesproken is over de totale bijstandsaanvraag, de onderbouwing, de eigen inzet van de betrokken regio's, de inzettijden binnen de marges van de Arbeidstijdenwet (ATW) en de zogeheten strategische reserve (de resterende beschikbare politiecapaciteit). Zoals verwacht resulteren de aanvragen op sommige dagen in een piekbelasting wat betreft de specialismen Mobiele eenheden (ME) en Arrestatie eenheden (AE). Zie hiertoe ook onderstaande grafiek. Het gaat dan met name om het weekeinde van 10-12 juni, waarbij behalve het EK ook de reguliere toestroom van toeristen tijdens Pinksteren en het Pinkpopfestival de nodige aandacht van de politie vragen. Over de hele lijn is de politiecapaciteit echter vooralsnog, zoals uit onderstaande grafiek blijkt, ruim voldoende om - met behoud van de algemene basiszorg van de politie - te kunnen voorzien in de huidige aanvragen om ME- en AE-capaciteit en tevens om de beschikbaarheid te garanderen voor inzet op locaties in de niet-speelregio's. De aanvragen voor de overige specialismen (motorrijders, politie te paard, honden etc.) en functionarissen in de basis politie zorg (BPZ) leveren ook op piekdagen vooralsnog geen problemen op.

De verticale as in de grafiek geeft de bijstand, omgerekend in aantallen personen, aan waarover kan worden beschikt terwijl op de horizontale as het aangevraagde aantal personen in bijstand (ME en AE) per wedstrijddag zijn weergegeven. De grafiek is beperkt tot de ME- en AE-capaciteit vanuit het gegeven dat deze specialismen binnen de politie-organisatie als een schaarste goed kunnen worden aangemerkt. In de beschikbare ME- en AE-capaciteit is de capaciteit binnen de speelregio's niet meegerekend. Uit de grafiek blijkt dat de ME- en AE-capaciteit, ook op piekdagen, vooralsnog ruim voldoende is. In de grafiek is tevens rekening gehouden met de (te verwachten) bijstand voor de TT in Assen (23/24 juni) en Pinkpop in Landgraaf (11/12 juni).

De in de grafiek weergegeven beschikbare ME-capaciteit is exclusief de ME-capaciteit van de KMAR (8,5 pelotons). De restcapaciteit ME en AE zal worden gebruikt om de eerder genoemde strategische reserve over een aantal plaatsen in het land te verdelen.

Na overleg met vertegenwoordigers van alle commissarissen van de Koningin zal nu een eerste indeling worden gemaakt op basis van de voorlopige inschattingen. Daarnaast wordt een begin gemaakt met de planning van de strategische reserve; in dat kader wordt er bezien hoe het resterende politiepotentieel beschikbaar kan worden gehouden ten behoeve van niet-speelsteden en niet-EK gerelateerde evenementen en mogelijke incidenten.

vergroting politiecapaciteit

Om van het EK2000 een veilige en feestelijke gebeurtenis te maken, is het kunnen beschikken over voldoende politie in het hele land een belangrijke voorwaarde. De Raad van Hoofdcommissarissen (RHC) heeft mede daarom besloten het EK2000 te bezien vanuit de «concern-gedachte», waarin past dat alle korpsen voor de EK-periode verlof- en studiebeperkende maatregelen nemen. Verlof zal slechts in uitzonderlijke gevallen worden toegestaan . Voorts zal er in de EK-periode in principe niet opgeleid en getraind worden.

Zoals ik u eerder meldde wordt momenteel tevens de inzet van andere, aan de politie verwante categorieën, functionarissen tijdens het EK2000 onderzocht. Daarbij denk ik aan vervroegd uitgetreden politiefunctionarissen (op grond van regelingen als FLO, TOR en RPU), deeltijders en ouderschapsverlofgangers, politievrijwilligers, toezichthouders en de namens de korpsen aanwezige studenten op de politie-opleidingsinstituten (op zowel de basisopleiding voor surveillant en agent als op de politie-academie). Deze functionarissen zouden -op vrijwillige basis- in voorkomende gevallen de druk op de korpsen in verband met het leveren van EK-bijstand, kunnen opvangen. Het is evident dat deze functionarissen niet ingezet zullen worden voor operationele taken in verband met het EK2000, maar vooral voor het opvangen van regionale taken en werkzaamheden, waarbij uiteraard rekening zal worden gehouden met de inzetmogelijkheden van de verschillende categorieën medewerkers. Ik heb de korpsen inmiddels verzocht mij een kwantitatief overzicht van bovengenoemde functionarissen aan te reiken en mijn bereidheid uitgesproken te overwegen de inzet van dergelijke functionarissen financieel te faciliteren.

Uit de inmiddels binnengekomen reacties van een aantal korpsen blijkt dat met name de categorieën `politievrijwilligers' en `studenten op politie-opleidingsinstituten' qua aantal en praktische inzetmogelijkheid mogelijk soelaas kunnen bieden. Een aantal korpsen heeft reeds besloten deze categorieën tijdens het EK2000 te zullen inzetten. Over het inzetten van de andere genoemde categorieën bestaat enige terughoudendheid in verband met de praktische inzetbaarheid en haalbaarheid, het ontbreken van geschikte werkzaamheden, het rendement en de te verwachten noodzakelijke opleidingsinspanningen. Niettemin verwacht ik dat over het geheel genomen de politiecapaciteit door de inzet van bovengenoemde functionarissen kan worden vergroot.

Daarnaast is in dit verband vermeldenswaardig dat op grond van artikel
58 van de Politiewet de Koninklijke Marechaussee (Kmar) bijstand kan verlenen aan de politie bij ontoereikende capaciteit. De Kmar beschikt over 8,5 peloton ME en enkele ME-ondersteunende eenheden.

Additionele kosten van het EK2000

Ook op het terrein van de financiering van de additionele kosten, is voortgang te melden. De afgelopen periode heb ik met het EK betrokken bewindspersonen de kosten nader in beeld gebracht. Op basis daarvan heb ik recent met de Minister van Financiën overleg gehad en daarbij een principe-overeenstemming bereikt over de financiering van onderstaande kosten. De finale besluitvorming daarover en de verwerking daarvan in de respectievelijke begrotingen zal plaatsvinden bij de Voorjaarsnota 2000.

Betrokken ministeries bedragen x mln.


1.Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

a. politie-inzet

b. flankerend beleid steden

c. diverse voorlichting

d. EK-centrum


31,5


4,0


4,5


8,0


2. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 1,6


3. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat 7,0


4. Het Ministerie van Justitie 2,0

Totaal 58,6

Van het totale bedrag ad f 58,6 mln. is reeds f 18,7 mln. in de bestaande begrotingen voorzien. Het additionele, bij voorjaarsnota te verrekenen bedrag betreft derhalve f 39,9 mln. Onderstaand wordt een specificatie gegeven van de totaal benodigde middelen, verdeeld over de ministeries.

Ad 1. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

a. inzet politie

Aan de politieregio's is aangegeven dat deze gedurende het EK2000 10 % van de sterkte die ingezet wordt voor het primaire proces ten behoeve van het EK beschikbaar moeten houden, zowel voor extra regionale inzet in het kader van het EK als voor de extra te leveren bijstand aan de speelregio's. Daarnaast is van de speelregio's een bijstandsaanvraag ontvangen van de te verwachten extra inzet. Uitgangspunt daarbij is dat de extra inzet voor het EK niet ten laste mag komen van de basis politiezorg. De extra inspanningen van de politie ten behoeve van het EK2000, waaronder het te verrichten overwerk, zullen worden vergoed. Voor de wijze waarop de extra vergoedingen aan de politie zullen worden toebedeeld wordt nog een verdeelsleutel ontwikkeld.

b. flankerend beleid van de speelsteden

De speelsteden willen flankerende (veiligheids)maatregelen treffen, zoals evenementen, crowd-control/supportersopvang en entertainment in de steden.

Daarmee verwachten de steden programma's te kunnen organiseren die zowel voor de bevolking en supporters als voor de toeristen aantrekkelijk zijn binnen een veilige en logistiek goede omgeving. Het rijk draagt 25 % in de financiering van deze flankerende beleidsprogramma's bij tot maximum van f 1 mln. per speelstad.

c. supporters- en publieksvoorlichting

Duidelijke, gecoördineerde voorlichting aan de media, aan het Nederlandse publiek en aan de supporters is een cruciale factor voor het succes van het EK2000. Besloten is een EK Information Unit op te richten, die zal functioneren onder de structuur van het EK-centrum. De belangrijkste taken van deze unit zullen zijn:


- het ontwikkelen van een overall communicatiebeleid;


- het voeren van regie in communicatie;


- de afstemming met de Belgische partners


- de afstemming met de diverse bestuursniveau's;


- de ontwikkeling van communicatiescenario's;


- een adviesfunctie voor bestuurlijk en politiek verantwoordelijken;


- het monitoren van de publieke opinie;


- het doen ontwikkelen en uitvoeren van een publiekscampagne.

d. opbouw EK-centrum

In de brief aan Uw kamer van 8 december 1999 is reeds de aanstelling van een project dg EK2000 en de inrichting van een EK-centrum gemeld. De te maken kosten betreffen onder meer de apparaatskosten van het EK-centrum, het Binationaal Politieel Informatiecentrum (BPIC), het second opiniononderzoek door het COT en de bezoeken aan de deelnemende landen.

Ad 2. Volksgezondheid, welzijn en sport

Onderdeel van de service- en veiligheidsketen (waaronder de opzet van voetbalambassades) is een goede supportersbegeleiding. Voor het Nederlandse deel worden kosten gemaakt in de voorbereiding, coördinatie, huisvesting en communicatie alsmede de exploitatie van de voetbalambassades tijdens het toernooi. Daarnaast zijn er financiële middelen vrijgemaakt voor de coördinatie van verblijfsvoorzieningen, onder meer door de inrichting van één centraal telefoonnummer.

Ad 3. Verkeer en Waterstaat

V&W voert besprekingen met de NS over de kosten van gratis openbaar vervoer per trein op de speeldag voor de supporters met een geldig toegangsbewijs voor het betreffende stadion. Daarmee gaat het om inzetten van extra personeel en materieel en het inzetten van extra treinritten buiten de dienstregeling, met name in de nachtelijke uren om voetbalsupporters van de `late' wedstrijden te kunnen vervoeren. Een dergelijk consistent systeem van collectief vervoer van supporters werkt positief uit op de openbare orde en veiligheid. Daarnaast zijn middelen vrijgemaakt ter dekking van de kosten van extra benodigde bewegwijzering voor voetbalfans rond de vier speelsteden.

Ad 4. Justitie

In het plan van aanpak van het Openbaar Ministerie voor het EK2000 wordt een intensivering van de inzet van het OM voorgesteld. Dit geldt met name voor de centrale regie, voor het extra beslag op personele capaciteit in de parketten en voor aanpassing van de informatie-systemen. Daarnaast zijn middelen vrijgemaakt in verband met een verzwaring van de lasten voor de zittende magistratuur.

Met deze voorlopige raming van de politie-capaciteit, de voorbereiding rond de inzet van andere, aan de politie verwante categorieën functionarissen én de beschikbaarheid van additionele middelen wordt een belangrijke stap gezet in de EK-voorbereidingen. Met vertrouwen neem ik de verdere operationalisering van de plannen ter hand.

DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,

A. Peper

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief minister Peper over organisatie EK 2000 '




Lees ook