Tweede Kamer der Staten Generaal


00000000.230 brief min vrom t.g.v. eindverslag evaluatiecommissie boot
Gemaakt: 29-12-1999 tijd: 11:57


4

Aan de voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten- Generaal

's-Gravenhage, 22 dec. 1999

Onderwerp

Eindverslag Evaluatiecommissie BOOT; de bijdrageregeling voor `dubbelgepakte' tankeigenaren en de uitvoering van de toezegging gedaan in het AO van 23 maart 1999

Geachte voorzitter,

Met brief van 19 september 1996 bood mijn ambtsvoorganger u de adviezen aan van de Evaluatiecommissie BOOT uitgebracht naar aanleiding van de tot dan toe uitgevoerde evaluatie van de uitvoering van het BOOT (Besluit opslaan in ondergrondse tanks). Daarbij gaf zij aan voornemens te zijn om - met name met oog op het aantal toentertijd nog onschadelijk te maken oude ondergrondse tanks - de commissie te verzoeken nogmaals verslag uit brengen voordat de datum waarop deze tanks onschadelijk gemaakt moesten zijn - in het BOOT oorspronkelijk gesteld op 1 maart 1998 - verstreken zou zijn. Deze datum werd met de inwerkingtreding van het gewijzigde BOOT 1998 gewijzigd in 1 januari
1999.

Ik bied u hierbij aan het eindverslag van de Evaluatiecommissie BOOT «Eindverslag inzake de evaluatie van de uitvoering van het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1993 - 1998» en het onlangs door Kiwa N.V. opgestelde rapport «Vierde verkenning uitvoering BOOT». Tevens ga ik in op de huidige bijdrageregeling voor `dubbelgepakte' tankeigenaren en mijn toezegging inzake deze regeling gedaan in het Algemeen Overleg van 23 maart 1999.

a) Eindverslag van de Evaluatiecommissie BOOT

In de Evaluatiecommissie BOOT zijn naast VROM vertegenwoordigd het IPO, de VNG, de Nederlandse Milieupool (verzekeraars), de werkgroep Nederland Gifvrij van de Stichting Natuur en Milieu, de Vereniging Eigen Huis en Kiwa N.V.

De commissie blikt in haar eindverslag terug op de evaluatie van de uitvoering van het BOOT die zich uitstrekt vanaf de inwerkingtreding van het BOOT in maart 1993 tot eind 1998. De commissie komt in algemene zin tot de conclusie dat naar aanleiding van de door haar in
1995 en 1996 uitgebrachte adviezen een groot aantal initiatieven is ontplooid ter oplossing of verbetering van de daarin geconstateerde knelpunten. De commissie acht het met name van belang dat een eerste aanzet is gedaan om te komen tot een oplossing voor de financieringsproblematiek rond de bodemsanering bij particuliere tanks. Vanuit de Stuurgroep Bodem van het DGM/IPO/Unie van Waterschappen/VNG-overleg is het initiatief genomen om een werkgroep te formeren die met een voorstel zal komen voor een landelijke regeling hiervoor.

Ten aanzien van de sanering van oude particuliere tanks komt de commissie op basis van de in het rapport opgenomen onderzoek van Kiwa N.V. tot de conclusie dat zich medio 1998 mogelijk toch nog een behoorlijk aantal niet behandelde oude tanks in de bodem bevonden. Met het oog hierop doet de commissie de aanbeveling om door Kiwa N.V. medio 1999 nogmaals een verkenning uit te doen voeren van de stand van zaken van de tanksaneringen.

Initiatieven naar aanleiding van het eindverslag van de Evaluatiecommissie BOOT

Het eindverslag van de Evaluatiecommissie BOOT is besproken in de Stuurgroep Bodem van het DGM/IPO/Unie van Waterschappen/VNG-overleg. De aanbevelingen van de commissie in het eindverslag hebben geleid tot de volgende initiatieven:

? Door VROM is aan Kiwa N.V. opdracht gegeven voor een onderzoek naar de stand van zaken van de tanksaneringen medio 1999. Op de resultaten van dit onderzoek «Vierde verkenning uitvoering BOOT» wordt onderstaand teruggekomen.

? In het kader van de handhaving is o.m. via de informatiekanalen van VNG en Kiwa N.V. extra aandacht gevraagd voor de periodieke keuringen bij in gebruik zijnde ondergrondse tanks.

? De VNG heeft een peiling uitgevoerd naar de behoefte bij gemeenten naar de oprichting van een landelijke informatiebank m.b.t. ondergrondse tanks op basis van het reeds jaren bij Kiwa N.V. bestaande informatiesysteem. Deze behoefte bleek niet aanwezig te zijn aangezien de gemeenten veelal hun eigen informatiesystemen hanteren t.b.v. de handhaving van de wettelijke verplichtingen rond ondergrondse tanks.

Onderzoek Kiwa N.V.: «Vierde verkenning uitvoering BOOT»

In de afgelopen jaren werd door Kiwa N.V. reeds driemaal een verkenning uitgevoerd naar de uitvoering van het BOOT. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen bij de adviezen van de Evaluatiecommissie BOOT. De onderzoeken houden in dat Kiwa N.V. op basis van de gegevens waar zij als certificerende instelling voor ondergrondse tanks over beschikt, nagaat wat de stand van zaken is van het verloop van de sanering van oude ondergrondse tanks en het verloop van de keuringen van in gebruik zijnde ondergrondse tanks.

Naar aanleiding van het eindverslag van de Evaluatiecommissie BOOT heeft Kiwa N.V. een vierde verkenning van de uitvoering van het BOOT gedaan.

Ten aanzien van oude ondergrondse (huisbrandolie-)tanks komt Kiwa N.V. tot de conclusie dat - uitgaande van het oorspronkelijke door TNO geschatte aantal van 200.000 - sinds de inwerkingtreding van het BOOT ca. 92 % gesaneerd is. Het aantal ondergrondse tanks dat jaarlijks gesaneerd wordt, vertoont de laatste jaren logischerwijs een dalende tendens.

Een uitzondering hierop vormt 1998, het jaar voorafgaand aan de afloop van de termijn voor de sanering van oude tanks per 1 januari 1999.

Rekening houdend met de onzekerheden rond de schatting van TNO van het oorspronkelijke aantal aanwezige oude tanks, kan worden gesteld dat thans de in ons land als erfenis uit de jaren 50/60 aanwezige oude huisbrandolietanks voor het overgrote deel onschadelijk zijn gemaakt (verwijderd dan wel onklaar gemaakt).

De oplossing van deze problematiek staat overigens los van de problematiek van tanks die reeds voor de inwerkingtreding van het BOOT gesaneerd waren en thans opnieuw gesaneerd moeten worden (`dubbelgepakte' tankeigenaren).

Ten aanzien van het aantal in gebruik zijnde ondergrondse tanks komt Kiwa N.V. tot de conclusie dat sprake is van een terugloop. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat - mogelijk uit kostenoverwegingen - in toenemende mate overgeschakeld wordt op bovengrondse opslagtanks.

Voorts constateert Kiwa N.V. een intensivering van de verplichte jaarlijkse keuringen van ondergrondse tanks. Dit kan mogelijk duiden op een toegenomen handhavingsinspanning van gemeenten ten aanzien van ondergrondse opslagtanks.

b) De bijdrageregeling voor `dubbelgepakte' tankeigenaren

De bijdrageregeling voor `dubbelgepakte' tankeigenaren (ofwel de Eénmalige bijdrage aan gemeenten ten behoeve van de uitvoering van het BOOT, artikel 18) is bedoeld voor die particuliere tankeigenaren die voor de inwerkingtreding van het BOOT op 31 maart 1993 hun oude huisbrandolietank reeds gesaneerd hadden en die - omdat zij op grond van artikel 18 van het BOOT op last van de gemeente aanvullende maatregelen moeten treffen - voor onredelijke kosten komen te staan. In de oorspronkelijke regeling gaat het dan om tanks die bij de eerste sanering met zand of (hard)schuim waren gevuld. De kosten van hersanering van deze tanks kunnen oplopen tot ca. f 5.000,-.

Met mijn brief van 18 augustus 1998 heb ik de gemeenten de mogelijkheid geboden om ook voor andere gevallen dan met zand of (hard)schuim gevulde tanks een verzoek om een bijdrage in te dienen (hardheidsclausule). Deze verzoeken dienden voor 1 augustus 1999 te zijn gedaan.

Door een zestigtal gemeenten is een beroep op de onderhavige hardheidclausule gedaan. In aanmerking genomen dat lang niet in alle gemeenten voor de inwerkingtreding van het BOOT tanks gesaneerd zijn - waardoor ook niet in alle gemeenten sprake is van `dubbelgepakte' tankeigenaren - en voor tanks die bij een eerdere sanering met zand of (hard)schuim waren gevuld geen apart verzoek ingediend hoefde te worden, kan mijns inziens van een respectabel aantal verzoeken worden gesproken. Opgemerkt zij dat ik, met het oog op een zo ruim mogelijk gebruik van de regeling, heb besloten om het beperkt aantal verzoeken dat te laat werd ingediend, toch in behandeling te nemen.

Uit een aantal reacties van gemeenten is verder gebleken dat de einddatum die thans voor de totale regeling geldt, zijnde 1 juni 2000 (de datum waarop door de gemeenten de declaraties ingediend moeten zijn), tot problemen kan leiden aangezien naar verwachting dan nog niet alle daarvoor in aanmerking komende tanks opnieuw gesaneerd zullen zijn. Ik heb daarom besloten de regeling met een half jaar te verlengen tot 31 december 2000. Ik zal de gemeenten hierover op korte termijn informeren.

De regeling zal na afloop in 2001 geëvalueerd kunnen worden.

Met betrekking tot de toepassing van de regeling heb ik in het Algemeen overleg van 23 maart 1999 toegezegd na te zullen gaan of er criteria te ontwikkelen zijn voor gevallen waarin voor een `dubbelgepakte' tankeigenaar een zodanig ondraagbare situatie ontstaat dat de bijdrage van f 1.000,- per tank wellicht te laag moet worden geacht.

Naar aanleiding van deze toezegging heeft overleg plaatsgevonden met de VNG. Een vraag die zich hierbij voordeed was op welke wijze de financiële positie van een tankeigenaar betrokken kon worden bij de opstelling van mogelijke criteria voor ondraaglijke situaties voor particulieren als gevolg van de kosten van het hersaneren van een oude olietank. In dit verband is gekeken naar de toepassing van de bijzondere bijstand die bedoeld is voor individuele gevallen waarin sprake is van bijzondere omstandigheden waarin het normale bedrag voor levensonderhoud niet voorziet. Daarbij kwam naar voren dat het twijfelachtig is of in situaties waarbij sprake is van het bezit van een eigen woning - mede gezien de huidige overwaarde van veel woningen
- ooit aanspraak zou kunnen worden gemaakt op de bijzondere bijstand aangezien bijzondere kosten veelal via een geldlening (aanvullende hypotheek) zullen kunnen worden voldaan. Er kan immers van worden uitgegaan dat eigenaren van tanks die gesaneerd dan wel hergesaneerd moeten worden, altijd eigenaar zijn van de woning waarbij de tank gelegen is.

Voorts heb ik geconstateerd worden dat in het kader van de bijdrageregeling voor `dubbelgepakte' tankeigenaren door de gemeenten aan VROM geen melding is gedaan van zodanig schrijnende gevallen dat de bijdrage van f 1.000,- daarvoor te laag zou zijn. Navraag bij andere instanties die in de praktijk met de uitvoering van tanksaneringen bij particulieren van doen hebben (zoals Kiwa N.V. en tanksaneringsbedrijven) leverde ook geen gevallen op waarbij particuliere tankeigenaren als gevolg van de kosten van tanksaneringen in een ondraagbare situatie geraakten.

Door de VNG is onlangs bij haar achterbannen nogmaals getoetst of zich in de dagelijkse praktijk van de tanksaneringen bij particulieren gevallen voordoen waarbij sprake was van voor de tankeigenaar ondraagbare kosten. Ook daarbij zijn dergelijke gevallen niet naar voren gekomen.

Ik kom op grond van het voorgaande dan ook tot de conclusie dat feitelijk geen sprake is van situaties waarin burgers echt voor ondraaglijke lasten komen te staan als gevolg van het (her)saneren van een oude tank. Overigens zal ik met de VNG afspreken dat, mochten zich onverhoopt toch nog concrete gevallen voordoen waarbij naar indruk van een gemeente sprake is van een voor een `dubbelgepakte' tankeigenaar ondraaglijke situatie, deze aan mij gemeld worden.

Hoogachtend,

de Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.P. Pronk

Bijlage(n) niet elektronisch beschikbaar.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief ministerie Vrom met verslag evaluatiecommissie BOOT '




Lees ook