Tweede Kamer der Staten Generaal


27012000.001 brief nationale ombudsman inzake benoeming substituut-omb udsman

Gemaakt: 16-2-2000 tijd: 16:50


2

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 februari 2000

Ingevolge artikel 9, eerste lid van de Wet Nationale ombudsman doe ik u hierbij een lijst van aanbeveling van drie kandidaten toekomen. De lijst is in volgorde van voorkeur opgesteld. Het volgende dient ter toelichting.

De Wet Nationale ombudsman bepaalt, in artikel 9, eerste en tweede lid, voor zover hier van belang dat een substituut-ombudsman wordt benoemd door de Tweede Kamer, op verzoek van de Nationale ombudsman, die daartoe een aanbeveling opmaakt, en voor de duur van diens ambtstermijn.

In mijn brief van 6 september 1999 (Tweede Kamer, vergaderjaar
1998-1999, 26 720, nr. 1) heb ik uw Kamer verzocht de zittende substituut-ombudsman, mevrouw mr. L. de Bruin, opnieuw te benoemen tot substituut-ombudsman voor een ambtsperiode ingaande 1 oktober 1999, onder aantekening dat mevrouw De Bruin uw Kamer om ontslag zal vragen per 1 oktober 2000. Uw Kamer heeft op 28 september 1999 met de herbenoeming van mevrouw mr. L. de Bruin ingestemd en vervolgens is zij op 30 september 1999 opnieuw tot substituut-ombudsman beëdigd.

In mijn brief van 6 september 1999 heb ik tevens aangekondigd kort na mijn aantreden een begin te maken met de procedure van werving en selectie van een nieuwe substituut-ombudsman voor de resterende duur van mijn ambtstermijn. Na overleg met u en met de voorzitter van de vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is 11 december 1999 een advertentie geplaatst met een oproep voor kandidaten voor de functie van substituut-ombudsman. Tevens heb ik een aantal personen, onder wie de presidenten van de rechtbanken, aangeschreven met het verzoek mij op eventuele kandidaten te attenderen. In totaal heb ik 36 sollicitatiebrieven ontvangen (van 5 vrouwen, en 31 mannen).

In de advertentie heb ik aangegeven te zoeken naar een jurist met uitstekende kwalificaties, ruime ervaring met het behandelen van geschillen en met een uitgesproken belangstelling voor de verhouding tussen burger en overheid. Voor belangstellenden was nadere schriftelijke informatie beschikbaar, onder meer over het functieprofiel en de taakverdeling tussen substituut-ombudsman en de Nationale ombudsman die mij voor ogen staat. Tevoren had ik over deze onderwerpen de zienswijze van de ondernemingsraad en van een aantal andere medewerkers van het Bureau Nationale ombudsman ingewonnen. Daaruit kwam een grote consensus naar voren.

Met het oog op het selectieproces ter voorbereiding van de aanbeveling aan uw Kamer heb ik mevrouw drs. M.W.M. Vos-van Gortel, lid van de Raad van State, en mr. N.A.M. Schipper, substituut-ombudsman van
1988-1993, thans president van het gerechtshof te Amsterdam, verzocht mij als adviseur terzijde te staan. Het verheugt mij zeer dat zij zich daartoe direct bereid verklaarden. Gedrieën hebben wij na een eerste selectie twaalf kandidaten voor een gesprek uitgenodigd. Eén van de uitgenodigden heeft zich voor het eerste gesprek als kandidaat teruggetrokken. Uiteindelijk heeft een eerste gespreksronde plaatsgevonden met 11 kandidaten (3 vrouwen, en 8 mannen). Vervolgens zijn zes kandidaten (2 vrouwen, en 4 mannen) uitgenodigd voor een tweede gesprek. Deze zes kandidaten hebben ook een gesprek gehad met vier medewerkers van het Bureau Nationale ombudsman, onder wie een medewerker namens de ondernemingsraad. Van deze zes kandidaten zijn referenties ingewonnen. Op basis van de gesprekken en met inachtneming van de overwegingen van de vertegenwoordiging van het personeel en van de ontvangen referenties zijn uiteindelijk de keuze en de voorkeursvolgorde van de lijst van aanbeveling bepaald.

Ter toelichting op de aanbeveling merk ik mede namens mevrouw Vos en de heer Schipper nog het volgende op. Uitgangspunt voor de selectie waren criteria die zijn afgeleid van het functieprofiel en de taakverdeling zoals hierboven bedoeld. De drie kandidaten die in verhouding het meest voldeden aan deze criteria kwamen in aanmerking voor een plaats op de aanbeveling. Daarbij is bijzondere betekenis toegekend aan het belangrijke aspect van de samenwerking tussen de substituut-ombudsman en de Nationale ombudsman en aan het aspect van de wederzijdse aanvulling van kennis en ervaring. De politieke voorkeur van de te benoemen substituut-ombudsman is geen punt van overweging geweest.

Bijgaand treft u de sollicitatiebrieven van en de schriftelijke referenties over de geselecteerde kandidaten aan. Ik ga er vanuit dat in het vervolg van de procedure deze referenties vertrouwelijk zullen worden behandeld.

Ik verzoek uw Kamer om op korte termijn tot benoeming over te gaan, opdat de nieuwe substituut-ombudsman nog door de zittende substituut-ombudsman kan worden ingewerkt. Mevrouw mr. L. de Bruin heeft zich hiertoe gaarne bereid verklaard. Zoals bekend, laat de Wet Nationale ombudsman in artikel 9, eerste lid, de mogelijkheid open dat het ambt van substituut-ombudsman door een of meer personen wordt vervuld.

De Nationale ombudsman,

mr. R. Fernhout.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief Nationale Ombudsman benoeming substituut-ombudsman '




Lees ook