Tweede Kamer der Staten Generaal

26800XII.055 brief min vw inzake het programma stationsstallingen Gemaakt: 15-2-2000 tijd: 20:51

3

26800 XII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 2000

nr. 55 Brief van de minister van Verkeer en Waterstaat

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 14 februari 2000

Vorig jaar heb ik u per brief (kenmerk:DGP/IB/V-920316/99) geïnformeerd over het geld dat ik ter beschikking stel voor een programma om bestaande stationsstallingen te verbeteren en uit te breiden. Ik heb toen ook beloofd u tezijnertijd te zullen inlichten over de praktische inrichting van dit programma. Die belofte wil ik bij deze gestand doen. Ik heb namelijk onlangs het plan-van-aanpak voor het programma goedgekeurd.

In grote lijnen komt dit plan-van-aanpak op het volgende neer:

Eindbeeld

* Eind 2006 zullen alle bestaande 376 stallingen voldoen aan de moderne eisen die V&W eerder aan nieuwe stallingen heeft gesteld. 370 stallingen worden gefinancierd via het programma en de stallingen bij de 6 Sleutelprojecten via het budget voor Nieuwe Sleutelprojecten (NSP).

Amsterdam CS: een geval apart

* Van de in totaal Fl. 460 miljoen die voor het programma is gereserveerd, zal maximaal Fl. 50 miljoen worden besteed aan de stallingen bij Amsterdam CS. Gezien de omvang en complexiteit van de problemen en oplossingen op die plek is er voor gekozen om daar een apart (MIT-)project met een afzonderlijke project-organisatie van te maken.

Uitbreidingen

* Het aantal onbeveiligde stallingplaatsen zal van 143.000 vergroot worden tot 160.000 en het aantal kluizen van 16.000 tot 17.000.

Collectief beveiligde stallingen

* Bij de collectief beveiligde stallingen is het beeld wat ingewikkelder. Bij sommige stations zullen die worden uitgebreid (met in totaal 5.500 plaatsen), bij andere stations juist ingekrompen (met in totaal 20.000 plaatsen). In totaal zullen er 97.000 collectief beveiligde plaatsen overblijven. De verwijdering van overtollige plaatsen heeft als belangrijk voordeel dat op die manier veelal de extra ruimte kan worden gevonden die nodig is om de kwaliteit van die stallingen te verbeteren. Zo zullen etagerekken kunnen worden vervangen door gelijkvloerse rekken en zal de afstand tussen de geparkeerde fietsen kunnen worden vergroot.

Verbetering van kwaliteit

* Geen van de bestaande stallingen voldoet aan de kwaliteitseisen die V&W al aan nieuwe stallingen stelde. Alle stallingen zullen dus moeten worden aangepakt. De afstand tussen de fietsen zal bijvoorbeeld worden vergroot, etagerekken zullen zoveel mogelijk worden vervangen door gelijkvloerse rekken of, als de ruimte te beperkt is, door etagerekken met zogenaamde uitschuifgoten en onbeveiligde stallingen zullen worden overkapt.

Prioritering

* Er zal prioriteit worden gegeven aan stallingen waar de tekorten (zowel absoluut als relatief) aan fietsparkeerplaatsen het grootst zijn. Deze tekorten zijn vastgesteld door middel van tellingen. Over de uitkomsten van die tellingen is overleg gevoerd met gemeenten en provincies. Resultaat van dat alles was een prioriteitenlijst van alle stallingen.

Planning

* Bij de planning van de werkzaamheden zal worden uitgaan van de prioriteitenlijst. Daarnaast zal zoveel mogelijk worden geprobeerd de stallingwerkzaamheden te combineren met andere werkzaamheden rond stations en rekening houden met de technische noodzaak om stallingen op te knappen of vervangen (levensduur). Jaarlijks zullen er 50 stallingen worden aangepakt. Vorig jaar is al een klein aantal stallingen onder handen genomen. Vanaf dit jaar gaat het programma op volle kracht vooruit.

Projectorganisatie

* Het programma zal op hoofdlijnen worden gestuurd door een Stuurgroep die wordt voorgezeten door NS Railinfrabeheer (RIB) en waarin naast V&W ook Railned en NS Stations zitting zullen nemen. Een Klankbordgroep onder voorzitterschap van V&W en met daarin vertegenwoordigers van belangenorganisaties (o.a. ENFB, ROVER, VNG en NS Reizigers) zal de nodige betrokkenheid en inbreng van gebruikers en andere betrokkenen verzekeren.

Evaluatie

* Na beëindiging van een project uit het programma zal er een evaluatie worden uitgevoerd. Daarbij zal onder worden gelet op het effect op het aantal treinreizigers en de tevredenheid van gebruikers. De eerder genoemde klankbordgroep zal een belangrijke rol spelen bij die evaluatie.

Communicatie

*Communicatie zal een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van het programma. Een groot aantal partijen (gemeenten, reizigers, vervoerders, stallingbeheerders, omwonenden etc.) zal immers direct of indirect bij die uitvoering betrokken zijn en het programma bestrijkt het hele land. Goede communicatie kan bijdragen aan een optimale uitvoering. RIB heeft daarom een apart communicatieplan voor dit programma opgesteld dat deel uit maakt van het plan van aanpak.

Ik heb het voorstel voor het plan van aanpak voorgelegd aan diverse belangenorganisaties met het verzoek om commentaar te leveren. De Fietsersbond enfb, NS Reizigers en de VNG gingen op dit verzoek in. Alle drie waren in grote lijnen tevreden over het plan.

Tenslotte kan ik u nog meedelen dat NS Stations gelijktijdig met dit programma, de toegang van een groot deel van de door NS Stations geëxploiteerde collectieve beveiligde stallingen wil automatiseren. Doel van die automatisering is een sluitende commerciële exploitatie. Tegelijkertijd zou de automatisering tot gevolg hebben dat al deze stallingen, conform eind 1997 gemaakte afspraken tussen NS Stations en V&W, minstens vanaf een kwartier voor het begin en tot minstens een kwartier na het einde van de treindienst (inclusief het nachtnet) te gebruiken zullen zijn voor reizigers. Dat is nu nog lang niet het geval. NS Stations heeft bovendien het initiatief genomen tot een nieuwe organisatie van het beheer van deze stallingen, die organisaties van belanghebbenden een behoorlijke vinger in de pap geeft bij beslissingen over de automatisering van specifieke stallingen.

Ik hecht waarde hecht aan een verruiming van de openingstijden van stallingen. Ik vind het ook verstandig van NS Stations dat het belangenorganisaties intensief bij de automatisering wil betrekken. Gebruiksgemak en sociale veiligheid zullen immers belangrijke punten van aandacht moeten zijn.

Op grond van die overwegingen streef ik er naar om deze gelijktijdige automatisering mogelijk te maken. Over een eventuele bijdrage van V&W aan de kosten van de automatisering heb ik echter nog geen overeenstemming bereikt met NS Stations. Ik ga er echter van uit dat die op korte termijn tot stand kunnen komen zonder dat ze leiden tot aanvullende financiële claims voor het stallingenprogramma of tot concessies aan de invulling van het programma.

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

T. Netelenbos

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief Netelenbos over het programma stationsstallingen '




Lees ook