Tweede Kamer der Staten Generaal

vw000000.264 brief min vw over de stand van zaken HSL-Oost
Gemaakt: 10-3-2000 tijd: 10:36

Aan

de voorzitter van de Vaste Commissie

voor Verkeer en Waterstaat van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 maart 2000

Onderwerp

Stand van zaken HSL-Oost.


______________________________________________________________________
Met deze brief beantwoord ik uw verzoek om informatie over de stand van zaken HSL-Oost.

Ten behoeve van de besluitvorming over de HSL-Oost is in 1997 een Tracéwetprocedure gestart. In dat kader wordt een trajectnota/MER voorbereid, die naar verwachting in september 2000 ter visie wordt gelegd voor inspraak en advisering. Ik wil u graag informeren over enkele studieresultaten en over de planning.

Strategische waarde voorgenomen investering nader te analyseren in Trajectnota/MER

In de tweede helft van 1999 is nieuwe informatie beschikbaar gekomen die aanleiding was om te bezien of aan de trajectnota/MER ook een benuttingsvariant moet worden toegevoegd. Ten eerste is een uitgebreide vervoerwaardestudie gereed gekomen. Ten tweede zijn er nieuwe technische inzichten in de mogelijkheden om door benuttingsmaatregelen en inzet van nieuwe technologie (onder andere BB 21) de capaciteit van het bestaande spoor uit te breiden zonder daarvoor extra sporen aan te leggen. De resultaten van de tot nu toe uitgevoerde `quick-scan' tonen aan dat benutting inderdaad kansrijk is. Daarom laat ik benuttingsvarianten nu grondig uitzoeken en aan de trajectnota toevoegen.

Vervoerwaarde

In het najaar van 1999 zijn de onderzoeksresultaten naar de vervoerwaarde tussen Schiphol/Amsterdam en Frankfurt beschikbaar gekomen. Deze resultaten wijzen erop dat, ondanks een sterke groei, het aantal internationale reizigers relatief laag is ten opzichte van andere corridors (zoals bijvoorbeeld Amsterdam-Brussel-Parijs). De internationale vervoerstroom kan tot 2020 worden opgevangen met één hogesnelheidstrein per uur per richting. Ook blijkt dat de voorgenomen investering in de spoorlijn Utrecht-Duitse grens, nauwelijks tot extra reizigers leidt.

Tussen Schiphol/Amsterdam en Frankfurt is immers via Utrecht en Arnhem al sprake van een rechte spoorbaan die een rechtstreekse verbinding geeft op het Duitse HST-netwerk. Vanaf november 2000 zal NS een hogesnelheidstrein (ICE-3) in de dienstregeling opnemen, waardoor een kwalitatieve verbetering van het treinprodukt wordt gerealiseerd. De kwaliteit van de verbinding wordt nog verder versterkt als aan Nederlandse en Duitse zijde diverse spoorprojecten zijn gerealiseerd. Het gaat onder andere om de Utrechtboog, de verdubbeling van de spoorlijn Bijlmer-Utrecht en de `Neubaustrecke' Keulen-Frankfort (gereed 2003).

Daarmee ontstaat een goede treinverbinding tussen Schiphol/Amsterdam en Frankfort, waardoor de reistijd van ruim vijf uur nu wordt teruggebracht naar ruim drie uur in de toekomst. De reistijd zou verder worden verkort met ongeveer 10 minuten door de spoorlijn Utrecht-Duitse grens geschikt te maken voor hoge snelheden.

Naast een groei van het aantal internationale reizigers is ook een groei van het binnenlandse vervoer te verwachten. De vraag is of voor die groei voldoende capaciteit beschikbaar is. Het aantal reizigers blijkt lager dan op andere tweesporige baanvakken in de Randstad. Momenteel reizen bijvoorbeeld op het tweesporige baanvak Amsterdam-Utrecht twee keer zoveel mensen met de trein als op het baanvak Utrecht-Arnhem. Ook voor het binnenlandse vervoer is nut en noodzaak van viersporigheid dus nog niet aangetoond.

Benutten in de Trajectnota/MER

Primaire vraag in de trajectnota/MER is zodoende hoe voorzien zal worden in de capaciteitsbehoefte gezien de verwachte ontwikkelingen in de drie soorten personenvervoer op de corridor (regionaal, nationaal en internationaal) en in het goederenvervoer. In de trajectnota/MER zal daartoe - naast hoge-snelheidsalternatieven en naast partiële viersporigheid van de spoorlijn - worden bezien hoe het aanbod van passagiers nu en in de toekomst kan worden opgevangen door de bestaande spoorlijn optimaal te benutten.

Het nog lopende onderzoek omvat meerdere benuttingsvarianten, waarmee het meest geschikte pakket van benuttingsmaatregelen is samen te stellen (bijvoorbeeld BB 21, passeersporen, optimalisatie van de dienstregeling). Het onderzoek richt zich op de toekomstwaarde en technische haalbaarheid, de effecten op mens en milieu en de kosten.

In de loop van het onderzoek wordt regelmatig informatie uitgewisseld met NS-Reizigers.

Daarnaast geldt dat het personenvervoer in de corridor Utrecht - Duitse grens bestaat uit verschillende vervoersstromen, te weten internationaal, nationaal en regionaal vervoer. Elk van deze soorten van vervoer kent zijn eigen merites en vraagt mogelijk om oplossingen op maat. In de trajectnota/MER is de vraag aan de orde of de integrale viersporigheid tussen Utrecht en Arnhem voor deze vervoerstromen de optimale oplossing is.

PPS opgeschort

In mijn brief van 24 september 1999 (DGP/HSL-O/U199900564) berichtte ik u over de verkenning om de viersporige infrastructuur van de HSL-Oost (Utrecht-Arnhem) versneld aan te leggen door gebruik te maken van PPS.

De resultaten van de vervoerwaardestudie en economische effecten van de HSL-Oost zijn voor mij aanleiding geweest het verkenningstraject naar de mogelijkheden voor toepassing van publiek-private samenwerking (PPS) voor de spooruitbreiding op te schorten. Dit laat de kansrijkheid van publiek-private samenwerking voor de sleutelprojecten Utrecht en Arnhem uiteraard onverlet.

Overleg & vervolgproces

In de afgelopen periode is over de resultaten van deelstudies intensief overleg gevoerd met regionale en lokale besturen en de Bestuurlijke Begeleidingsgroep HSL-Oost/A 12. Ook in de komende periode zullen dezen intensief betrokken zijn bij de totstandkoming van de trajectnota/MER en alle daarin op te nemen varianten.

Uiteraard worden gezien de samenhang tussen de HSL-Oost en de capaciteitsverruiming van rijksweg A12 de parallelle trajectnota/MER-procedures intensief afgestemd.

De trajectnota wordt naar verwachting in juli ter kennisneming toegezonden aan de Tweede Kamer. Het voornemen is het standpunt over de HSL-Oost medio maart 2001 aan de Tweede Kamer aan te bieden. Het besluitvormingsproces over de HSL-Oost ziet er in hoofdlijnen als volgt uit.


- Bespreking concept trajectnota/MER in

ambtelijk en bestuurlijk overleg april en mei 2000


- Vaststelling trajectnota/MER door de

minister van V & W in overeenstemming

met de minister van VROM juli 2000


- Drukproces trajectnota/MER juli-augustus 2000

- Tervisielegging trajectnota/MER september 2000

- Inspraak & Advies september-december 2000

- Bepaling standpunt ministers V&W en VROM februari 2001
DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

T Netelenbos

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief Netelenbos (VW) over de stand van zaken HSL-Oost '




Lees ook