Tweede Kamer der Staten Generaal


26800VIII.073 brief min ocw kwaliteitszorg hoger onderwijs
Gemaakt: 1-2-2000 tijd: 14:57


3


26800 VIII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2000

nr. 73 Brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Zoetermeer, , 27 januari 2000

In mijn beleidsreactie op het inspectierapport `Kwaliteitszorg aangewezen instellingen' van 17 mei 1999 (26220- VIII, nr. 88) heb ik u gemeld dat er op korte termijn maatregelen zouden worden getroffen om de kwaliteitszorg bij de aangewezen hogescholen conform de wettelijke eisen (artikel 1.18 van de WHW) in te richten. Uit de door de inspectie gerapporteerde bevindingen bleek immers dat vele aangewezen hogescholen nog niet voldoen aan de wettelijke eisen op dat punt, zodat het voor de inspectie niet goed mogelijk is om haar taak als toezichthouder van het aangewezen hoger beroepsonderwijs adequaat te vervullen.

Met deze brief informeer ik u over de stand van zaken wat betreft de activiteiten, die ik in mijn beleidsreactie heb aangekondigd.

Door een speciaal daartoe ingestelde werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van PAEPON (Platform van Aangewezen/Erkende Particuliere Onderwijsinstellingen in Nederland), de Inspectie HO (Hoger Onderwijs) en het Ministerie van OCenW, is uitwerking gegeven aan de systematiek van toetsing van de kwaliteitszorg bij de aangewezen hogescholen. PAEPON heeft gedefinieerd welke kwaliteitsaspecten men bij de beoordeling van aangewezen opleidingen in het hoger beroepsonderwijs relevant acht.

De voorstellen van de werkgroep zijn op 15 december 1999 besproken en goedgekeurd door de algemene ledenvergadering van PAEPON.

Parallel aan de ontwikkeling van de kwaliteitsaspecten door PAEPON voor de aangesloten hogescholen heeft de Inspectie HO het concepttoetsingskader, dat zij voor het bekostigd hoger onderwijs hanteert, op onderdelen toegesneden op de specifieke situatie van het aangewezen hoger beroepsonderwijs met inachtneming van de wettelijke kwaliteitseisen. In het bestuurlijk overleg met PAEPON over het ontwerp-HOOP 2000 op 1 december 1999 heb ik mij reeds laten informeren over de vorderingen van de werkgroep.

Gezien de bereikte resultaten en producten kom ik tot de conclusie dat er nu een goede basis is voor de verdere concretisering van het stelsel van kwaliteitszorg voor het aangewezen hoger beroepsonderwijs. Dit betekent dat nu wat betreft de PAEPON-leden het implementatietraject kan worden ingezet. In het eerste kwartaal van
2000 zal de nadruk liggen op de vormgeving en hantering van de zelfevaluatie door de aangewezen hogescholen die zijn aangesloten bij PAEPON.

In het kader van het HOOP 2000 heb ik u voorgesteld om in aanvulling op het kwaliteitszorgstelsel het instrument accreditering te ontwikkelen.

In mijn brief van 22 december 1999, kenmerk HBO/SB/1999/54816, heb ik u daarover nader bericht. Daarin heb ik u tevens gemeld dat PAEPON de wens heeft geuit om actief bij de ontwikkeling van accreditering te worden betrokken.

Dit immers biedt het aangewezen hoger beroepsonderwijs de kans om in het implementatietraject voor de kwaliteitszorg van meet af aan de accreditering mee te nemen. Ik bevestig deze conclusie.

De niet bij PAEPON aangesloten aangewezen hogescholen dienen uiteraard ook aan de wettelijke vereisten te voldoen wat betreft de kwaliteitszorg.

Dat betekent dat ook deze instellingen een door een onafhankelijke commissie opgesteld rapport moeten kunnen overleggen ten behoeve van de externe kwaliteitsbeoordeling. Ik zal de niet georganiseerde aangewezen hogescholen op korte termijn informeren over de resultaten van de gezamenlijke werkgroep en hen uitnodigen om binnen een nader, in overleg met de Inspectie HO te stellen termijn, aan te geven op welke wijze men de kwaliteitszorg voor de eigen instelling vorm zal gaan geven.

Ter informatie treft u bijgaand *) het resultaat van de gezamenlijke werkgroep in de vorm van de volgende producten.

A. Systematiek van de individuele en de bestuurlijke hantering van de toetsing van de kwaliteitszorg bij de aangewezen hogescholen aangesloten bij PAEPON

Deze systematiek is, evenals die in het bekostigd hoger onderwijs, gebaseerd op een zelfevaluatie door de instelling, die zowel de product- als de proceszijde omvat. De uitkomst van de zelfevaluatie is de basis voor evaluatie door een onafhankelijke commissie. De rapportage van deze evaluatiecommissie vormt weer de basis voor toetsing door de inspectie conform de procedure voor de meta-evaluatie zoals die voor het bekostigd hoger onderwijs wordt gehanteerd.

B. Kwaliteitsaspecten Aangewezen Hoger Beroepsonderwijs

Ten behoeve van de zelfevaluatie is een lijst van kwaliteitsaspecten opgesteld die daarbij door de aangewezen hogescholen aangesloten bij PAEPON zal worden gehanteerd. Bij het opstellen van het overzicht van relevante kwaliteitsaspecten is rekening gehouden, enerzijds met het toetsingskader dat de inspectie hanteert voor het bekostigd hoger onderwijs, anderzijds met de specifieke kenmerken van het aangewezen hoger beroepsonderwijs. Zo wordt door veel aangewezen hogescholen gebruik gemaakt van ISO-certificering. Waar mogelijk wordt daarom in de zelfevaluatie gebruik gemaakt van reeds beschikbare ISO-gegevens. Het aangewezen hoger beroepsonderwijs wenst bij de kwaliteitsbeoordeling een grotere nadruk te leggen op de relatie met de branche waar studenten toe worden opgeleid. Ook de klanttevredenheid acht men een belangrijk kenmerk. Immers het aanbod beoogt dat studenten een traject kunnen volgen op basis van individuele keuzen in studiepakket, studietempo en studievorm. Toetsing van het kwantitatief rendement is in tegenstelling tot het bekostigd onderwijs slechts in beperkte mate relevant.

Dit is alleen van toepassing op het beperkt aantal studenten met studiefinanciering in het aangewezen hoger beroepsonderwijs.

C. Toetsingskader Aangewezen Hoger Onderwijs


1.1_ Het concepttoetsingskader is een integraal instrument dat de inspectie hanteert bij haar werkzaamheden in het traject van onderwijsevaluaties.


1.2_ Het is zowel een referentiekader (het beschrijft in welke onderdelen kwaliteit van onderwijs wordt uiteengelegd en welke samenhang er tussen deze onderdelen bestaat) als een beoordelingkader (het beschrijft ook op welke wijze uitspraken van de inspectie op het gebied van onderwijskwaliteit tot stand komen). Het aan de kenmerken van het aangewezen hoger beroepsonderwijs aangepaste toetsingskader zal bij de implementatie van de kwaliteitszorg als voorlopig toetsingskader worden gehanteerd.


1.3_ Na evaluatie van de toepassing van dit toetsingskader in het aangewezen hoger beroepsonderwijs en de ervaringen met het toetsingskader in het bekostigd hoger beroepsonderwijs wordt een definitief toetsingskader vastgesteld.

De gezamenlijke werkgroep is van start gegaan met de intentie om snel een inhaalslag te maken om de kwaliteitszorg binnen het aangewezen hoger beroepsonderwijs op het niveau te tillen van de wettelijke eisen hieromtrent. Gezien de voortvarende aanpak en de resultaten die nu zijn gepresenteerd en hierbij door mij zijn geaccordeerd heb ik er alle vertrouwen in dat dit ook inderdaad zal lukken !

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

L.M.L.H.A. Hermans


*) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief OCW kwaliteitszorg hoger onderwijs '




Lees ook