Tweede Kamer der Staten Generaal

bzk00000.121 brief min bzk aanbevelingen nationale ombudsman doorwerki ng in beleidsprocessen ministeries
Gemaakt: 8-2-2000 tijd: 22:24

2

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

1 februari 2000

Na het afscheidssymposium van de voormalige Nationale ombudsman, de heer mr. dr. M. Oosting, heeft u mij bij brief van 12 oktober 1999 verzocht bij de verschillende ministeries na te gaan in hoeverre aanbevelingen van de Nationale ombudsman doorwerken in hun beleidsprocessen.

Bijgevoegd treft u een afschrift aan van de brief die ik naar aanleiding van uw verzoek onlangs naar mijn ambtgenoten heb gezonden.

Zodra ik van hen de benodigde informatie heb ontvangen, zal ik u uiteraard nader berichten.

DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,

A. Peper

De ministers

1 februari 2000

Op 27 september 1999 vond het afscheidssymposium plaats van de voormalige Nationale ombudsman, de heer mr. dr. M. Oosting. Tijdens dit symposium werd gediscussieerd over de vraag op welke manier de Tweede Kamer meer inzicht zou kunnen krijgen in de effecten van de aanbevelingen die de Nationale ombudsman aan bestuursorganen doet.

Naar aanleiding van het symposium heeft de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de Tweede Kamer mij verzocht bij alle ministeries te inventariseren in hoeverre aanbevelingen van de Nationale ombudsman doorwerken in de beleidsprocessen. Om de Tweede Kamer naar tevredenheid te rapporteren, verzoek ik u dit voor uw ministerie na te gaan en mij gaarne voor 1 april 2000 over uw bevindingen te informeren.

Voorts vraag ik uw aandacht voor het volgende. Op 1 juli 1999 is hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht («intern klachtrecht») in werking getreden. Dit hoofdstuk bevat een aantal minimumeisen waaraan de behandeling van klachten door bestuursorganen moet voldoen. Volgens artikel 9:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, geeft het bestuursorgaan bij de afhandeling van de klacht aan of de klager zich vervolgens nog kan wenden tot een externe klachtinstantie. Ten aanzien van alle ministeries en hun onderdelen en ten aanzien van de meeste zelfstandige bestuursorganen is de Nationale ombudsman bevoegd. De Nationale ombudsman is derhalve - na de interne procedure - het externe sluitstuk op de klachtbehandeling.

Bij de Tweede-Kamerbehandeling van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht is een motie aanvaard waarin de regering wordt verzocht om te bevorderen dat de bestuursorganen van het Rijk klagers er bovendien op wijzen dat zij zich kunnen wenden tot de Commissies voor de Verzoekschriften (kamerstukken II 1998-1999, 25 837, nr. 8 - bijgevoegd). Graag ziet de Tweede Kamer benadrukt dat een klager die niet tevreden is met de interne klachtafhandeling door een bestuursorgaan van het Rijk, de keuze heeft zich te wenden tot danwel de Nationale ombudsman, danwel de Commissies voor de Verzoekschriften. Bij de Belastingdienst is deze «dubbele verwijzing» reeds bestaande praktijk.

Ik verzoek u om bij de interne klachtafhandeling klagers te wijzen op deze keuzemogelijkheid.

DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,

A. Peper

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief Peper (BiZa) over aanbevelingen Nationale ombudsman '




Lees ook