Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Brief Ministerie van Sociale Zaken inzake reïntegratietrajecten in 2000

 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer 
der Staten-Generaal
Binnenhof 1a
2513 AA Den Haag

Uw brief Ons kenmerk Doorkiesnummer

AM/ARV/99/72068
Onderwerp Datum Contactpersoon

Sluitende Aanpak/inzet middelen
reïntegratietrajecten in 2000

Inleiding
Met mijn brief van 24 november 19981heb ik u geïnformeerd over de door het Kabinet geformuleerde ambitie om te komen tot een sluitende aanpak voor de nieuwe instroom van volwassen werkzoekenden. Met de stapsgewijze implementatie van de sluitende aanpak wordt invulling gegeven aan het tweede richtsnoer over de werkgelegenheid dat tijdens de Europese top van november 1997 is vastgesteld. Doel is om aan alle nieuwe volwassen werklozen die niet zelf aan de slag kunnen komen binnen 12 maanden van werkloosheid een arbeidsmarktgericht aanbod te doen2. Door een tijdig aanbod kan langdurige werkloosheid worden voorkomen. Dat deze preventieve aanpak niet ten koste mag gaan van degenen die langdurig werkloos zijn is duidelijk. Het beleid ter bestrijding van langdurig werkloosheid wordt dan ook met kracht voortgezet en geïntensiveerd3.

In 1999 zijn voor het eerst extra middelen voor de sluitende aanpak beschikbaar gesteld. Door verdere intensivering van het beleid wordt naar de situatie toegegroeid dat in 2003 of wellicht al in 2002 sprake is van een volledig sluitende aanpak van de doelgroep. Dit laatste lijkt mij mogelijk nu de werkgelegenheidsontwikkeling zo voorspoedig is. Daarmee lopen we tevens in de pas met de planning voor vijf jaar (1998-2002) die in Europees verband gehanteerd wordt voor de sluitende aanpak.

In deze brief informeer ik u over de voortgang van de sluitende aanpak en ga ik in op de wijze waarop de sluitende aanpak in 2000 wordt uitgevoerd. Voorts wordt een overzicht gegeven van de reïntegratiemiddelen waarover de drie uitvoeringskolommen (gemeenten, Lisv en Arbeidsvoorziening) in 2000 kunnen beschikken. Daarmee kom ik tegemoet aan mijn toezegging als verwoord in mijn brief van 23 augustus j.l. om u te informeren over de aanwending van de beschikbare middelen voor reïntegratie voor het jaar 2000 en tevens aan mijn toezegging gedaan in het planningsoverleg van 3 november j.l. aan mevrouw Noorman-den Uyl.


2. Uitvoering sluitende aanpak in 1999
In 1999 is een bedrag van f 165 mln. aan rijksmiddelen voor de sluitende aanpak beschikbaar gesteld. Hieruit kunnen bijna 25.000 trajecten meer worden gerealiseerd voor de doelgroep t.o.v. de situatie in 19984. De extra middelen5 zijn verdeeld over de gemeenten, Arbeidsvoorziening en het Lisv. Hiervoor is de noodzakelijke regelgeving aangepast. De uitvoerders zijn bovendien uitgebreid over de sluitende aanpak geïnformeerd, o.a. via regionale voorlichtingsbijeenkomsten en een nieuwsbrief, die vier keer per jaar verschijnt.

De verwachting is dat met de extra trajecten dit jaar een grotere mate van sluitendheid kan worden bereikt dan waar aanvankelijk van werd uitgegaan. Dit als gevolg van de gunstige economische omstandigheden waardoor de instroom in de werkloosheid lager is dan geraamd.

De Nederlandse inzet is positief beoordeeld door de Europese Commissie. Nederland is (met het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Zweden, Oostenrijk en Ierland) ingedeeld in de categorie van landen die voorop lopen bij de implementatie. Begin dit jaar hebben Nederland, Denemarken, Engeland en Oostenrijk hun ideeën en werkwijzen met elkaar uitgewisseld en is bekeken wat de verschillende landen van elkaar kunnen leren. De internationale uitwisseling zal ook in 2000 worden voortgezet.

In het navolgende wordt ingegaan op de voortgang van de implementatie van de sluitende aanpak door de drie kolommen.

Gemeenten
De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de sluitende aanpak van mensen met uitsluitend een Abw-, Ioaw- of Ioaz-uitkering. In 1999 zijn de 25 grootste steden die betrokken zijn bij het Doorstartconvenant Grote Stedenbeleid begonnen met de sluitende aanpak. Deze gemeenten hebben een voor de doelgroep geoormerkt budget van in totaal f. 50 mln. toegevoegd gekregen aan het scholings- en activeringsbudget van de WIW. Deze middelen zijn vrij besteedbaar, er is geen sprake van verplichte inkoop bij Arbeidsvoorziening. Uit de implementatieplannen die de gemeenten hebben opgesteld over de wijze waarop zij invulling willen geven aan de sluitende aanpak blijkt dat de gemeenten voornemens zijn uit de extra middelen dit jaar ongeveer 7.700 extra trajecten te starten voor de doelgroep van de sluitende aanpak. Ongeveer 2/3 van de trajecten wordt ingezet voor cliënten in fase 4. Bijna de helft van de gemeenten geeft aan met extra trajecten (soms ook met de aanvullende extra trajecten van Arbeidsvoorziening voor de sluitende aanpak) volledige sluitendheid te kunnen realiseren. De inschatting is overigens, dat niet alle gemeenten in staat zullen zijn het voorgenomen aantal trajecten ook dit jaar te realiseren. Diverse gemeenten zijn nog druk bezig de sluitende aanpak in te regelen in de werkprocessen, en met het sluiten van contracten met reïntegratiebedrijven.

Lisv en Uvi's
Het Lisv draagt de verantwoordelijkheid voor de sluitende aanpak van WW-gerechtigden. Hiertoe staan verschillende budgetten ter beschikking. De toeleidingsmogelijkheden van WW-ers zijn in het kader van de sluitende aanpak uitgebreid met artikel 130 WW, op grond waarvan het Lisv ten laste van het Awf trajecten kan inkopen voor de in het "Tijdelijk besluit sluitende aanpak WW" omschreven doelgroep. Het Lisv heeft op grond van artikel 130 WW voor 1999 een budget van f. 40 mln. vastgesteld, waaruit de uvi’s dit jaar op de vrije markt voor tenminste 5000 WW-gerechtigden die onder de sluitende aanpak vallen trajecten kunnen inkopen. Het tekort dat hierdoor in 1999 ontstaat in het Awf (f. 40 mln.) wordt gecompenseerd met de rijksbijdrage.

Het Lisv heeft in zijn beleid vastgelegd dat de uvi’s vanaf 1 juli 1999 de sluitende aanpak volledig moeten uitvoeren, en - met terugwerkende kracht - ook voor personen die tussen 1 januari 1999 en 1 juli 1999 werkloos zijn geworden. Dit beleid geldt nadrukkelijk ook voor fase 4-clienten. Verder wordt van de uvi’s verwacht dat zij alle fase 1-cliënten van wie de WW-duur na 1 juli 1999 voorbij de 6 maanden komt te liggen, voordragen voor herfasering. Als de afstand tot de arbeidsmarkt groter blijkt dan aanvankelijk was ingeschat, dan dienen zij eveneens onmiddellijk een traject te krijgen. Het Lisv verwacht met de inzet van de extra middelen in aanvulling op al bestaande middelen voor de doelgroep, de sluitende aanpak in 1999 al in belangrijke mate te kunnen realiseren.

Arbeidsvoorziening
Met Arbeidsvoorziening is afgesproken dat zij in 1999 11.160 extra trajecten zal verzorgen voor de doelgroep van de sluitende aanpak. De trajecten worden ingezet voor zowel uitkeringsgerechtigden als niet-uitkeringsgerechtigden. De middelen hiervoor, ad. f. 75 mln., zijn toegevoegd aan het prestatiebudget. De inschatting is dat Arbeidsvoorziening het beoogde aantal trajecten voor een belangrijk deel zal realiseren.

Arbeidsvoorziening is in april jongstleden van start gegaan met de uitvoering van de sluitende aanpak. De implementatie bleek bij sommige RBA’s meer tijd te kosten, maar ook zij zijn voor de zomer gestart. Arbeidsvoorziening heeft ervoor gekozen de extra middelen niet te verdelen over alle locaties, maar om deze te concentreren. Hierdoor wordt een aantal locaties al in 1999 volledig sluitend gemaakt met de inzet van de aanvullende middelen van Arbeidsvoorziening. Het blijkt dat de instroom op sommige locaties lager is dan vooraf was ingeschat. Arbeidsvoorziening heeft daarom in de loop van dit jaar het aantal locaties dat sluitend wordt gemaakt uitgebreid.

Arbeidsvoorziening heeft als beleid dat fase 1-cliënten die na 9 maanden nog werkloos zijn worden geherindiceerd. Als zij in een hogere fase worden ingedeeld krijgen zij alsnog binnen 12 maanden van werkloosheid een traject. Ik heb met Arbeidsvoorziening afgesproken dat vanaf het jaar 2000 herindicering al na maximaal 6 maanden plaats gaat vinden.


3. Uitvoering sluitende aanpak in 2000
Het beleid van de sluitende aanpak zal worden geintensiveerd. In 2000 komen meer middelen beschikbaar. Ook het aantal gemeenten dat zelf middelen ontvangt voor de sluitende aanpak wordt uitgebreid. Een ander verschil ten opzichte van 1999 is dat in 2000 sprake zal zijn van een meer heldere verantwoordelijkheidsverdeling: Arbeidsvoorziening zal vanuit de extra rijksmiddelen voor de sluitende aanpak verantwoordelijk zijn voor werklozen zonder uitkering en voor personen met een wachtgelduitkering of een uitkering volgens de Algemene Nabestaandenwet, en niet langer voor WW-ers en Abw-ers. In het navolgende wordt ingegaan op het uitvoeringsmodel 2000.

Inzet van de middelen
Voor 2000 is een bedrag van f 202,8 mln. aan rijksmiddelen beschikbaar voor de sluitende aanpak (inclusief BTW-compensatie). De middelen worden als volgt over de kolommen verdeeld: Gemeenten f 87 mln., het Lisv f 64,8 mln. en Arbeidsvoorziening f 51 mln (zie tabel 1).

Tabel 1 Overzicht rijksmiddelen voor de sluitende aanpak (in mln. guldens)

Gemeenten Lisv Arbeidsvoorziening Totaal

1999 50 (G25) 40 75 165

2000 87 (G86) 64,8 51 202,8

Daarnaast kunnen de uitvoerders van de sluitende aanpak gebruikmaken van ESF-3 middelen. Op jaarbasis is in de nieuwe planperiode (2000-2006) een bedrag van gemiddeld f 440 mln per jaar aan ESF beschikbaar voor activerend arbeidsmarktbeleid. Deze middelen zijn niet alleen bedoeld voor de sluitende aanpak, maar ook voor bestrijding van langdurig werkloosheid en voor scholing van werkenden. Er komen binnen het bedrag voor activerend arbeidsmarktbeleid geen schotten tussen deze drie componenten. Dat betekent dat flexibel kan worden omgegegaan met de inzet van de middelen voor de nieuwe instroom en het zittend bestand, en voor scholing van werkenden. Uitgangspunt daarbij is wel dat in de structurele situatie (vanaf 2002) met de inzet van additionele ESF-middelen de sluitende aanpak volledig wordt gerealiseerd. De ramingen uit de nota "langdurige werkloosheid voorkomen" gaan er vanuit dat er dan maximaal f 300 mln. aan ESF-middelen per jaar nodig is voor de sluitende aanpak. In die structurele situatie kan daarnaast f 100 mln. worden ingezet ter bestrijding van langdurig werkloosheid en f 40 mln. voor de scholing van werkenden. Overigens is de huidige inschatting dat, gezien de gunstige economische situatie, met minder ESF-middelen voor de sluitende aanpak kan worden volstaan. In dat geval kunnen meer middelen worden ingezet voor het zittende bestand.

De verhouding van de inzet voor het zittend bestand en de nieuwe instroom zal geleidelijk toegroeien naar de situatie in 2002. Omdat in 2000 (en 2001) nog geen sprake hoeft te zijn van de volledig sluitende aanpak kan in 2000 en 2001 het overgrote deel van de ESF-middelen ingezet worden ten behoeve van langdurig werklozen.

Voor het jaar 2000 hebben de drie kolommen de volgende trekkingsrechten uit de ESF-middelen:


* De G25: f 100 mln.

* Arbeidsvoorziening: f 250 mln. te besteden aan werklozen zonder uitkering, personen met een wachtgelduitkering of een uitkering volgens de Algemene Nabestaandenwet, bijstandsgerechtigden (met voorrang voor personen uit steden buiten de G25) en WW-gerechtigden.
* Lisv: f 50 mln.

Gemeenten
Het aantal gemeenten dat voor de sluitende aanpak extra middelen toegevoegd krijgt aan het scholings- en activeringsbudget van de WIW wordt uitgebreid van de G25 naar de G86. Voor deze gemeenten is in het jaar 2000 f 87 mln. beschikbaar. Deze middelen worden verdeeld conform de verdeelsleutel van het scholings-en activeringsbudget van de WIW. De 25 steden die betrokken zijn bij het Doorstartconvenant Grote Stedenbeleid krijgen in totaal een bedrag van f 62,1 mln. toegevoegd, de 61 andere gemeenten ontvangen f 24,9 mln. Steden buiten de G25 kunnen in contact treden met Arbeidsvoorziening om te bezien welke inzet er vanuit het prestatiebudget en de ESF-3 middelen kan worden gepleegd voor de nieuwe instroom en het zittend bestand.

Lisv
Het Lisv heeft eind oktober j.l. besloten het beleid voor de sluitende aanpak te continueren. Dit betekent dat de uvi’s ook in 2000 de sluitende aanpak volledig moeten uitvoeren. Tot nu toe is het Lisv niet in staat gebleken om in te schatten hoeveel trajecten en hoeveel budget voor de uitvoering van dit beleid nodig is. Staatssecretaris Hoogervorst heeft het Lisv gevraagd om hierover op korte termijn nadere informatie te verstrekken. Ik ga er vanuit dat deze informatie voor de begrotingsbehandeling van mijn departement beschikbaar is.

Ten behoeve van de sluitende aanpak krijgt het Lisv een bedrag van f 64,8 mln. aan rijksmiddelen toegevoegd aan het Awf. Het Lisv krijgt net als vorig jaar een taakstelling voor de uitvoering van de sluitende aanpak opgelegd. Bij het opstellen van die taakstelling zal rekening gehouden worden met de inverdieneffecten die ontstaan als gevolg van succesvolle reintegratie en het trekkingsrecht van het Lisv van f 50 mln. ESF-middelen.

Arbeidsvoorziening
Arbeidsvoorziening zal in 2000 uitsluitend verantwoordelijk zijn voor de sluitende aanpak van werklozen zonder uitkering en voor personen met een wachtgelduitkering en een uitkering volgens de Algemene Nabestaandenwet. Hiermee wordt een duidelijke taakverdeling met de overige twee kolommen (gemeenten en Lisv/uvi’s) bereikt. Hiervoor wordt f 51 mln. toegevoegd aan het prestatiebudget. Arbeidsvoorziening verwacht met deze middelen ongeveer de helft van de in 2000 nieuw ingeschreven niet- en anders uitkeringsgerechtigden, ingedeeld in de fasen 2, 3 en 4, een traject te kunnen bieden. Daarnaast kunnen voor deze doelgroep trajecten worden gefinancierd uit het prestatiebudget en de toegekende ESF-3 middelen. Naast de eigen werkzaamheden in het kader van de sluitende aanpak, kan Arbeidsvoorziening trajecten sluitende aanpak uitvoeren in opdracht van gemeenten en Lisv/uvi’s.


4. Overzicht middelen reïntegratietrajecten in 2000 De onderstaande tabel bevat een overzicht van de middelen die beschikbaar zijn voor reïntegratietrajecten verdeeld over de drie uitvoeringskolommen (exclusief de middelen voor arbeidsgehandicapten).

Tabel 2. Overzicht middelen reïntegratietrajecten in 2000 (in mln. guldens)

Gemeenten Lisv Arbeidsvoorziening

Rijksmiddelen 87 (G86) 64,8 51 sluitende aanpak

ESF-3 100 (G25) 50 250

Prestatiebudget - - 650

Scholings- en 428 - - activeringsbudget
WIW*

Fonds-middelen Awf - p.m. -

Totaal 615 114,8 + p.m. 951


* exclusief REA-middelen, inclusief toevoeging G86-middelen

In vergelijking met voorgaande jaren ontvangen het Lisv en de gemeenten meer middelen voor reïntegratie, die ingezet kunnen worden op de vrije markt. Dit hangt samen met het afschaffen van de verplichte inkoop bij Arbeidsvoorziening (G86-regeling gemeenten en Veegwetbudget), en de toedeling van ESF-middelen.

De Minister van Sociale Zaken

en Werkgelegenheid,

(mr. K.G. de Vries)


----------------------------------------------------------------------------


1. Zie ‘Langdurige Werkloosheid voorkomen; de sluitende aanpak als aanvullende ambitie van het activerend arbeidsmarktbeleid, Kamerstukken II, 1998-99, 23972, nr 30.

2. Voor jongeren onder de 23 jaar is al sprake van een sluitende aanpak, vormgegeven door de WIW. De sluitende aanpak voor arbeidsgehandicapten wordt gerealiseerd via de wet REA. De extra middelen voor de sluitende aanpak hoeven dan ook niet voor jongeren en arbeidsgehandicapten ingezet te worden.

3. Kamerstukken II 1998-1999, 23 972, nr. 37
4. In de Sociale Nota 2000 wordt nog de verwachting uitgesproken dat ongeveer 30.000 trajecten meer worden gerealiseerd. Deze verwachting is enigszins lager bijgesteld nu blijkt dat de gemiddelde trajectprijs die gemeenten hanteren hoger is dan geraamd.

5. Deze bedragen zijn inclusief de technische bijstand, die maximaal 5% kan bedragen.

Deel: ' Brief Sociale Zaken over aanpak reintegratietrajecten 2000 '




Lees ook