Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
VVA. 2001/3659
datum
11-10-2001

onderwerp
BSE in Nederland
TRC 2001/10159 doorkiesnummer

bijlagen

Geachte Voorzitter,

Hierbij informeer ik u, mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, omtrent een recent geval van BSE. Het betreft een rund van een bedrijf te Berkenwoude. Het betreft het veertiende geval van BSE in Nederland in 2001. Het totaal aantal gevallen dat sinds 1997 in Nederland is vastgesteld komt daarmee op 22.

datum
11-10-2001

kenmerk
VVA. 2001/3659

bijlage

BSE-geval in Berkenwoude
Het rund, geboren op 1 februari 1988, werd op 27 september 2001 ter slacht aangeboden op het slachthuis. De daarop gedane snelle BSE-test bleek positief.
De melkveehouderij, waarvan de koe afkomstig was, is op 29 september verdacht verklaard en klinisch geïnspecteerd. Bij geen van de andere 73 runderen op het bedrijf zijn symptomen van BSE aangetroffen. Op 4 oktober werd de uitslag van de snelle test door nader onderzoek bevestigd.

Op 29 september is tevens het onderzoek gestart naar de verblijfplaatsen van de dieren met een verhoogd risico op BSE, te weten de nakomelingen jonger dan 2 jaar en de runderen uit het geboorte- en voedercohort.
Van de tien geregistreerde nakomelingen verbleef één op een ander bedrijf in Nederland, waren zes geslacht, twee dood gemeld en is één dier wel afgemeld bij afvoer, maar niet aangemeld door de aanvoerder. Het geboortecohort bestond uit 16 runderen. Daarvan zijn 4 geslacht en 12 dieren wel afgemeld bij afvoer, maar niet aangemeld door de aanvoerder.
Het voedercohort1 bestond naast de dieren uit het geboortecohort, uit 605 runderen. Zeven runderen bevonden zich nog op het bedrijf, 360 dieren waren reeds geslacht, één rund was dood gemeld door de eigenaar, 15 geëxporteerd en 222 runderen zijn wel afgemeld bij afvoer, maar niet aangemeld door de aanvoerder.

Ruiming
Sinds 1 juli 2001 is het verplichte ruimen beperkt tot de dieren met een verhoogd risico op BSE. De veehouder wordt de keuze geboden om ook de resterende runderen van zijn bedrijf te laten ruimen, indien gedeeltelijke ruiming een onaanvaardbare beperking voor zijn bedrijfsvoering betekent.
De veehouder uit Berkenwoude heeft voor deze laatste mogelijkheid gekozen. Bijgevolg zijn ook de resterende runderen op het bedrijf geruimd. Alle geruimde runderen worden onderzocht op BSE. De runderen uit de risicogroepen, die inmiddels verblijven op een ander bedrijf in Nederland, zullen ook worden gedood en onderzocht. Landen, die risico-dieren hebben geïmporteerd, zullen daarvan op de hoogte worden gesteld.

Tracering
De AID stelt een onderzoek in naar besmettingen van het veevoeder als mogelijke oorzaak. De AID stelt eveneens een onderzoek in naar de runderen die nog niet getraceerd konden worden.

De minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

mr. L.J. Brinkhorst

Reageren

---

Deel: ' Brief van Brinkhorst aan Tweede Kamer over BSE in Nederland '




Lees ook