Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief VenW inzake verkeerseducatie in de basisvorming
Gemaakt: 11-4-2000 tijd: 14:35


2

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 31 maart 2000

Onderwerp:

Verkeerseducatie in de basisvorming

Hierbij doe ik u toekomen het rapport Aanbod van verkeerseducatie in de basisvorming, opgesteld door de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV).

Tijdens het nota overleg van de Vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat op 15 december 1997 is aan mijn ambtsvoorganger gevraagd hoeveel procent van de leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs kennis maakt met verkeersveiligheid en verkeersregels.

Gegevens over het basisonderwijs zijn door het Cito gepubliceerd in
1998 (Van der Schoot & Verhelst, 1998). Om de vraag voor het voorgezet onderwijs te kunnen beantwoorden, heeft het ministerie van Verkeer en Waterstaat in 1998 de SWOV gevraagd onderzoek te doen naar de rol die verkeerseducatie speelt in de eerste drie leerjaren daarvan (basisvorming). Wordt er verkeerseducatie gegeven (is er aandacht voor?) en zo ja, hoeveel lesuren besteedt men er aan? Verkeerseducatie is geen apart vak in het voortgezet onderwijs. Het kan aan de orde komen bij de vakken aardrijkskunde, natuur- en scheikunde, verzorging, techniek of biologie. Verkeerseducatie omvat alles op het gebied van verkeer en vervoer en kan gaan over zaken als mobiliteit, voertuigtechniek, verkeersveiligheid, transportproblemen enzovoort. Verkeersveiligheidseducatie vormt dus een onderdeel van de verkeerseducatie. Bij verkeersveiligheidseducatie gaat het om de rol die de leerling zelf speelt in het verkeer. Hierbij kan gedacht worden aan verkeersregels, het eigen gedrag op de weg en de houding die men in het verkeer aanneemt.

De SWOV heeft in samenwerking met het Cito het onderzoek uitgevoerd. Hierbij

waren 1200 leerkrachten betrokken. De conclusie is dat de aandacht/aanbod voor verkeerseducatie (en zeker de aandacht voor verkeersveiligheid) in de basisvorming van het voortgezet onderwijs marginaal is. Een leerling krijgt gemiddeld per jaar 5,7 uur verkeerseducatie, waarvan 2 lesuren verkeersveiligheidseducatie. 25% van de leerlingen in een jaar krijgt in het geheel geen verkeerseducatie. De helft van de derde klassen van het Voortgezet Beroeps Onderwijs (VBO) krijgt geen verkeerseducatie. In het algemeen wordt deze leeftijdsgroep als het meest kwetsbaar beschouwd; zij zijn de potentiële bromfietsrijders.

In het kader van het Integraal Veiligheidsprogramma (IVP) staat een actiepunt gemeld dat het Kabinet de mogelijkheden zal bezien om verkeerseducatie voor jongeren van 12 tot 18 jaar te verruimen. Er is reeds overleg gestart tussen het ministerie van Verkeer en Waterstaat en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen teneinde deze mogelijkheden te bezien. Bij het bezien van de mogelijkheden wordt wel rekening gehouden met de overbelasting van de basisvorming, zoals staatssecretaris mevrouw Adelmund reeds aan u heeft gemeld. De voortgang van de besprekingen tussen beide ministeries meld ik u bij de Voortgangsrapportages inzake het IVP.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

T. Netelenbos

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief VenW inzake verkeerseducatie in de basisvorming '




Lees ook