Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief VenW inzake transportraad 28 mrt 2000

Gemaakt: 14-4-2000 tijd: 10:26


14


21501-09 Transportraad

nr. 113 Brief van de minister van Verkeer en Waterstaat

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 11 april 2000

Hierbij wil ik u het verslag aanbieden van de Transportraad van 28 maart 2000.

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

T. NetelenbosVERSLAG VAN DE TRANSPORTRAAD VAN 28 MAART 2000

Horizontale onderwerpen

Stand van zaken met betrekking tot GALILEO


- rapportage van de Europese Commissie

Geannoteerde Agenda

Ten aanzien van de definitiefase van het GALILEO-project zal de Commissie aan de Raad rapporteren over de voortgang die sinds de vorige Transportraad is gemaakt. Naar verwachting zal de Commissie met name ingaan op de te reserveren frequenties voor GALILEO (in mei 2000 vindt de Wereld Radio Conferentie plaats waarbij op mondiaal niveau afspraken worden gemaakt over het gebruik van frequenties). Heikel punt in de scenario's die voor GALILEO zijn ontwikkeld, is dat bij bepaalde frequenties storingen in het GALILEO-signaal zouden optreden als gevolg van bestaande luchtvaart radarsystemen en vice versa. Een oplossing voor dit probleem is vooralsnog niet gevonden. Ten tweede is uit de onderhandelingen met de Verenigde Staten en de Russische Federatie nog onvoldoende duidelijk geworden welke mogelijkheden er zijn om bestaande frequenties van GPS en GLONASS (respectievelijk het Amerikaanse en Russische mondiale satelliet navigatie-systeem) te delen. Met de Verenigde Staten en de Russische Federatie hebben inmiddels enkele onderhandelingsronden plaatsgevonden. Vanuit de Verenigde Staten wordt tamelijk terughoudend gereageerd, terwijl vanuit de Russische Federatie een brede interesse bestaat voor samenwerking. Afhankelijk van de ontwikkelingen in de komende weken zal Nederland de Commissie en de Raad er zo nodig op wijzen dat de Europese Unie zich niet door de getoonde Russische belangstelling moeten laten meeslepen in zeer vergaande samenwerkingsscenario's die om politieke en veiligheidsredenen irreëel zijn en dat juist richting de Verenigde Staten meer inspanningen gepleegd zouden moeten worden om samenwerking vorm te geven. Welke mate van samenwerking mogelijk zal zijn, zal gedurende de onderhandelingen moeten blijken.

De Commissie zal verder waarschijnlijk melding maken van de reacties die zij ontvangen heeft op de call for interest , waarmee zij partijen heeft opgeroepen hun belangstelling kenbaar te maken voor gedeeltelijk private financiering van het GALILEO-project. Het is bekend dat zeven consortia hebben gereageerd op deze oproep. De omvang van de mogelijke participaties en de voorwaarden die de consortia voorstellen zijn echter nog niet door de Commissie bekend gemaakt. Nederland zal er op aandringen dat de lidstaten hierover goed geïnformeerd worden. Nederland juicht het principe van publiek-private samenwerking bij dit project toe, zeker gezien het feit dat een fors gedeelte van de geraamde totale kosten momenteel nog ongedekt is. Nederland gaat er nog steeds vanuit dat de Europese Commissie een kosten-baten analyse voor het gehele GALILEO-project zal presenteren. De Transportraad heeft hierom gevraagd in haar resolutie van juni 1999, waarmee goedkeuring werd gegeven aan de definitiefase. In december van dit jaar zal de Transportraad een beslissing dienen te nemen over de ontwikkelingsfase van GALILEO.

Verslag

Commissaris De Palacio heeft in haar voortgangsrapportage aangegeven dat GALILEO een belangrijk project is. Zij onderstreept ten aanzien van het vraagstuk van frequenties het grote belang van de transportministers om ervoor te zorgen dat de EU-lidstaten tijdens de CEPT-vergadering van mei in Istanbul met één stem zullen spreken. Ten aanzien van de onderhandelingen met de Verenigde Staten en de Russische Federatie is vooral voortgang met de Russische Federatie geboekt. Moskou wil tot op zekere hoogte de frequenties van GLONASS delen met de EU. Tot nu toe hebben er ook twee onderhandelingsrondes met de Verenigde Staten plaats gehad. De VS zijn, volgens de Europese Commissie, bezorgd dat GALILEO een succes wordt. Dit zou het GPS-monopolie kunnen bedreigen. Er moet gezorgd worden voor een goede complementariteit van GPS en GALILEO. GPS is echter wel militair en GALILEO wordt ontwikkeld als een vrijwel exclusief civiel systeem. Volgens de Commissie, ligt de ontwikkeling van het GALILEO-systeem op schema en de PPS-mogelijkheden zien er goed uit. De private sector is bereid om tot 1,5 mrd EURO bij te dragen. In dat geval is nog zo'n 740 miljoen EURO vanuit de EU nodig. De ESA zal op dit terrein ook nog met nieuwe voorstellen komen. In april zal het GALILEO Project Office van start gaan, dat het uitvoerende bureau wordt van de Europese Commissie. Tijdens de Transportraad in juni zullen verdere conclusies worden getrokken, ook ten aanzien van de gebruikers. Ook zal er meer aandacht worden besteed aan maritieme veiligheid. Mede op verzoek van de Scandinavische landen zal ESA ook nog naar de reikwijdte van GALILEO kijken om te komen tot een zo goed mogelijk signaal ook op hogere breedtegraden.

De meeste lidstaten reageren positief op dit verslag van de Commissie. Nederland vraagt nogmaals -gesteund door het Verenigde Koninkrijk- aandacht voor de toegezegde kosten-baten analyse. Deze is nodig om aan het einde van het jaar een besluit te kunnen nemen. Verder moeten er meer landen profijt hebben van de ontwikkeling van GALILEO dan tot nu toe het geval is. Nederland heeft de indruk dat defensie een steeds belangrijkere rol speelt bij de ontwikkeling van GALILEO en verzoekt de Commissie om hier meer inzicht in te verschaffen.

In haar reactie op de interventies uit Commissaris De Palacio haar dankbaarheid voor steun voor een gezamenlijke inzet tijdens de CEPT-vergadering in Istanbul. Ten aanzien van het karakter van het GALILEO-systeem wordt benadrukt dat het gaat om een civiel systeem. Er wordt ook gekeken naar defensie-aspecten, maar het is uitdrukkelijk geen militair project. Het Portugese voorzitterschap sluit het debat af door te stellen dat de Raad kennis heeft genomen van de stand van zaken en de Raad de Commissie opdraagt haar werkzaamheden voort te zetten. De Commissie zal in de juni-Raad een schriftelijke stand van zaken presenteren, waaronder een kosten-baten analyse en een verslag van de onderhandelingen met de Verenigde Staten en de Russische Federatie. De Raad onderkent tot slot het belang om frequenties voor GALILEO te krijgen in de WRC (World Radio Conference) en daarvoor is het belangrijk dat de EU-positie uitgedragen wordt naar derde landen.

Luchtvaart

Mededeling Luchtvaart en Milieu


- oriënterend debat/aanname Raadsconclusies
COM(1999) 640

Geannoteerde Agenda

De Commissie heeft in december de Mededeling Luchtvaart en Milieu uitgebracht. De Mededeling geeft de plannen weer van de Europese Commissie ten aanzien van een nieuwe strategie gericht op een duurzame ontwikkeling van de luchtvaart. In het algemeen streeft de Commissie naar een verbetering van de milieuprestaties van de luchtvaart. Een aantal interessante elementen uit de Mededeling betreft de aanpak van het geluid, aanpak van emissies en de aandacht voor luchthavens.

Voor wat betreft geluid, streeft de Commissie naar aanscherping van de geluidseisen en regels inzake de uitfasering van oude technologie vliegtuigen. De Commissie geeft aan dat deze regels bij voorkeur in internationaal verband (ICAO) getroffen moeten worden. Indien het internationale proces in najaar 2001 (33ste ICAO Assembly) niet tot voldoende resultaat leidt, zijn maatregelen op regionaal en lokaal niveau nodig. Dit onderwerp hangt nauw samen met het `hushkit-dossier'.

Voor wat betreft de luchtverontreinigende emissies geeft de Commissie aan te streven naar alternatieve (betere) emissie certificatiemethoden, waarbij certificatie zich niet alleen uitstrekt tot landing, taxi en start, maar ook tot de kruisvlucht van een vliegtuig. Overigens moet de verbetering ook in internationaal verband nagestreefd worden. De Commissie zal voorts haar inspanning zowel op technisch als institutioneel niveau versterken om verbeteringen te bewerkstelligen in het luchtverkeersleidingssysteem, omdat deze verbeteringen zullen leiden tot meer efficiëntie in de vluchtuitvoering, het geen leidt tot minder brandstofverbruik en daardoor minder emissies. In aanvulling hierop ziet de Commissie de noodzaak in van marktconforme maatregelen om de emissies van de luchtvaart te beperken. Zij ziet daarbij heffingen als belangrijk instrument. Invoering op mondiaal niveau is gewenst. Indien in 2001 zou blijken dat ICAO geen voortgang op dit gebied maakt, kan regionale toepassing overwogen worden. In dit verband kondigt de Commissie aan dat zij voorbereidende werkzaamheden die mogelijk zullen leiden tot voorstellen voor een Europese Luchtvaart Milieuheffing zal voortzetten. Uit een door de Commissie verricht onderzoek, dat op aandrang van Nederland tijdens het voorzitterschap in 1997 is verzocht, blijkt dat Europese invoering van een belasting op kerosine, vanwege bilaterale verdragen praktisch onmogelijk is. Alleen een toepassing op routes intra-Europa voor Europese maatschappijen werkt concurrentievervalsend en heeft slechts beperkte milieuvoordelen. Andere instrumenten, zoals verhandelbare emissierechten verdienen wel nader onderzoek, volgens de Commissie, maar deze geeft vooralsnog de voorkeur aan het verder uitwerken van heffingen. Een interessante optie is de `en route-heffing': een milieugedifferentieerde opslag op de heffing voor Air Traffic Management.

Een nieuw element in de strategie van de Commissie is het feit dat zij naast internationaal te nemen maatregelen zoals bovenvermeld, maatregelen nodig acht op een regionaal c.q lokaal niveau. Onderzoek zal verricht worden de mogelijkheid om bepaalde vliegvelden als geluidsgevoelig te kunnen classificeren. Voor deze luchthavens zouden strengere geluidsnormen toegepast kunnen worden. In dit verband spreekt de Commissie ook van onderzoek naar de mogelijkheid om bij de allocatie van slots op luchthavens rekening te houden met de milieuprestatie van het vliegtuig.

Naar alle waarschijnlijkheid zal de Transportraad conclusies aannemen waarmee de Mededeling op hoofdlijnen onderschreven zal worden. In de Raadsconclusies worden drie terreinen aangegeven waar in ieder geval maatregelen voorbereid moeten worden (en die Nederland van harte kan steunen): Dit zijn:

Aanscherping geluidseisen en uitfasering oude technologie vliegtuigen,

Financieel economische maatregelen voor het terugdringen van de emissies van de luchtvaart (in wezen het vervolg van het debat over de kerosineheffing),

Maatregelen met betrekking tot luchthavens zoals regels voor kenmerken van een luchthaven als «noise sensitive».

In de Transportraad zullen de Transportministers gevraagd worden aan te geven: de prioriteiten die zij zien voor de ICAO-vergadering in september 2001 (met betrekking tot geluidsstandaarden) en welke economische maatregelen en wat voor soort beleid voor luchthavens zij wenselijk achten.

Verslag

In het debat over luchtvaart en milieu pleit Nederland voor harmonisatie van luchthavenregels zoals geluidsnormen. Ook vanuit oogpunt van concurrentievervalsing tussen EU-luchthavens is dat van belang. Voor wat betreft geluidstandaarden voor vliegtuigen in ICAO-verband, vindt Nederland afspraken over uitfasering binnen hoofdstuk 3 onlosmakelijk verbonden aan een nieuwe hoofdstuk 4 standaard. Nederland betreurt samen met vier andere lidstaten dat ten aanzien van accijns op kerosine geen voortgang is geboekt en doet een beroep op de Commissie om naar alternatieven te kijken als een emissieheffing of heffing op zitplaatsen.

De Raad heeft unaniem Raadsconclusies aangenomen waarin naast andere elementen een drietal prioritaire acties wordt genoemd:

ontwikkeling en snelle invoering van striktere internationale geluidsnormen in ICAO,

op een volledige analyse gebaseerde voorstellen voor de invoering van economische `incentives' ter beperking van de milieu-effecten,

de verdere ontwikkeling van een algemeen communautair kader van richtsnoeren voor de uit milieuoogpunt duurzame ontwikkeling van luchthavens als objectieve basis voor door de bevoegde autoriteiten te nemen maatregelen om met name aan de wensen van de bevolking rond luchthavens tegemoet te komen.

EASA (European Aviation Safety Authority)


- oriënterend debat

Geannoteerde Agenda

De discussie op de Transportraad van december 1999 over de organisatievorm van EASA -ternationale organisatie of Europees Agentschap- zal een vervolg krijgen. In december wees Commissaris De Palacio op de problemen die lidstaten (Ierland bijvoorbeeld dat aangaf zonder verandering van de grondwet geen directe werking van EASA-regels te kunnen accepteren) met de opzet van het EASA-verdrag hebben. Zij voorzag dat de ratificatie jaren zou gaan duren. Daarom deed zij het voorstel om in plaats van een aparte intergouvernementele organisatie een EU-Agentschap op te zetten. Dat agentschap zou dezelfde taken kunnen krijgen als de EASA. Het onderhandelingscomité met vertegenwoordigers van de lidstaten en de Commissie (Special Committee EASA) richt zich nu op het verduidelijken van de pijnpunten en onderzoekt alternatieve opties voor EASA. De Commissie zal rapporteren over haar discussie met derde landen over het concept EASA-Verdrag om ook van die zijde te horen waar de voorkeur ligt.Tijdens de komende Transportraad zal gerapporteerd worden over de stand van zaken en er zal een oriënterend debat plaatsvinden. De Commissie zal om richting vragen voor verdere ontwikkeling. De meeste Lidstaten hebben echter meer tijd nodig om een definitieve voorkeur voor een organisatievorm te bepalen.

Nederland steunt een snelle totstandkoming van een Europese luchtvaartveiligheidsorganisatie, met een zo groot mogelijk geografisch toepassingsbereik, als forum voor centrale besluit- en beleidsvorming inzake luchtvaart veiligheid. Een dergelijke organisatie, met voldoende expertise, dat efficiënt functioneert, moet de bevoegdheid krijgen type certificaten af te geven die geldig zijn in heel Europa. Een eenmalig certificatie-onderzoek, geldig in heel Europa, kan tot aanzienlijke kostenbesparingen leiden voor de industrie en versterkt de Europese luchtvaart positie. De EASA zou zoveel mogelijk zelfstandig beslissingen en uitvoeringsregels moeten kunnen vaststellen met een duidelijke juridische status. Nederland heeft een lichte voorkeur voor een internationale organisatie (dit zorgt namelijk voor een (geografisch) zo breed mogelijk opgezette veiligheidsorganisatie) maar wil een Agentschapsconstructie overwegen, mits dit de totstandkoming versnelt en inderdaad leidt tot het realiseren van bovengenoemde doelstellingen.

Verslag

De Commissie heeft niet zoals door de Transportraad was gevraagd een volledige uitwerking voorgelegd van de voor- en nadelen van EASA als Agentschap of afzonderlijke internationale organisatie. Het debat over de organisatievorm is dan ook verschoven naar de Transportraad van juni. De Commissie heeft wel aangedrongen om in juni een definitief besluit te nemen, zodat daarna snel de vormgeving van EASA ter hand kan worden genomen. Op dit moment circuleren drie opties die allemaal door enkele lidstaten worden ondersteund: de EASA als Europees Agentschap, de EASA als afzonderlijke nieuwe internationale organisatie en EASA als verbetering c.q. voortzetting van de huidige Joint Aviation Authorities (JAA).

Charter passagiersrechten in de luchtvaart


- presentatie van het werkdocument door de Europese Commissie
Geannoteerde Agenda

Op initiatief van Commissaris De Palacio wordt gewerkt aan een betere bescherming van de rechten van passagiers in de luchtvaart. Het is duidelijk dat voor Commissaris De Palacio de luchtvaart een prioritair thema is. Het Portugees voorzitterschap heeft dit onderwerp als één van de belangrijkste prioriteiten van het Portugese voorzitterschap uitgeroepen. De Commissie wil de discussie stimuleren over alle aspecten van consumentenbelangen, waarbij gezocht wordt naar een evenwicht tussen de behoefte van de consumenten en een concurrerende en innovatieve Europese luchtvaartsector. De Commissie heeft hiertoe allereerst een `publieke consultatie' uitgeschreven. Hiervoor zijn alle betrokken partijen benaderd (o.a. luchtvaartmaatschappijen, belangenorganisaties, consumentenorganisaties) met het verzoek informatie te verschaffen voor 1 maart over de huidige regelingen die passagiers treffen (bijvoorbeeld ticketreserveringen, standaard reisvoorwaarden, verzekeringen, cabine-regels, compensatie bij overboekingen, et cetera). De bedoeling is de rechten van de passagiers te versterken door bijvoorbeeld verplichte pakketverkopen aan te pakken. De Commissie zal vervolgens een Mededeling presenteren met een voorstel voor een Charter voor passagiersrechten in de luchtvaart. Dit zal waarschijnlijk door het Portugese voorzitterschap worden verwerkt in een resolutie, die zou moeten worden aangenomen op de Transportraad van juni. Naar verwachting zal Commissaris De Palacio een eerste indruk geven van de uitkomsten van de publieke consultatie. Wellicht dat zij ook zal aangeven welke maatregelen zij in dit kader zal willen gaan voorstellen.

Verslag

Commissaris De Palacio doet verslag van de resultaten van de consultatieronde onder belanghebbende partijen over mogelijke initiatieven op het gebied van passagiersrechten. De maatschappijen hebben aangegeven weinig te zien in regelgeving. Vrijwillige overeenkomsten en model-contracten zijn voor hen wel bespreekbaar. Ook luchthavens voelen daarvoor. De consultatie is nog niet afgerond. De Commissie werkt aan een Mededeling en wil een debat hierover tijdens de Transportraad van juni. Overigens heeft de Commissie aangekondigd ook ten aanzien van andere vervoersmodaliteiten initiatieven te willen nemen op het gebied van passagiersrechten.

Probleem van het door vliegtuigen veroorzaakte geluid: vooruitzichten op de korte en lange termijn: de hushkits

Geannoteerde Agenda

Naar verwachting zal op de Transportraad gesproken worden over de recente doorbraak in het conflict tussen de Europese Unie (de Commissie) en de Verenigde Staten over de EU-regelgeving met betrekking tot de hushkits.

In 1998 is op voorstel van de Commissie door de Raad een EU-verordening aangenomen die is gericht op het uitfaseren van vliegtuigen die oorspronkelijk als hoofdstuk 2 vliegtuig waren gecertificeerd, maar door uitrusting met een zgn. hushkit marginaal aan de strengere geluidseisen van hoofdstuk 3 voldoen. Deze vliegtuigen zijn veel lawaaiiger dan moderne vliegruigen in de hoofdstuk 3 klasse. Daarom is dit EU voorstel ingediend dat beperkingen oplegt aan de inschrijving van dergelijke vliegtuigen in de registers van de lidstaten en aan operaties met deze toestellen. In het oorspronkelijk voorstel mogen vanaf 1 april 1999 deze vliegtuigen niet meer in de registers van een EU lidstaat worden ingeschreven (vanuit een land buiten de EU). Vanaf 1 april 2002 mogen deze vliegtuigen niet meer op EU-luchthavens komen, tenzij ze al vóór 1 april 1999 op EU luchthavens vlogen. De Verenigde Staten acht de EU-regeling in strijd met ICAO regels en discriminatoir, ten nadele van in de Verenigde Staten geproduceerde vliegtuigen en de fabrikanten van hushkits. De Verenigde Staten heeft eerder met retaliatiemaatregelen gedreigd tegen concorde-vluchten vanuit Europa en heeft onlangs gedreigd met een klachtenprocedure bij de ICAO (conform artikel 84). De Europese Unie heeft de datum van 1 april 1999 twee maal eerder uitgesteld. Op dit moment zal de EU-Verordening op 1 mei 2000 inwerking treden.

Na intensieve onderhandelingen tussen Commissaris van Transport, Loyola De Palacio en de Verenigde Staten is er een principe-akkoord bereikt. Het resultaat zou erop hoofdlijnen als volgt uitzien:

Er wordt een gemeenschappelijke verklaring opgesteld waarin de gezamenlijk inzet van de Europese Unie en de Verenigde Staten om te werken in ICAO-verband aan een nieuwe geluidsstandaard (hoofdstuk 4) en het uitfasen van de lawaaiigste toestellen uit hoofdstuk 3,

De Verenigde Staten zullen voor het moment afzien van een ICAO klacht,

De Europese Commissie zal aan de Raad en het Europees Parlement voorstellen het inwerking treden van de EU-Verordening verder opschorten tot na de bijeenkomst van de ICAO-assemblee in september
2001,

Spoedig na september 2001 zal de Commissie rapporteren aan het Europees Parlement en de Raad over het verloop van de ICAO-onderhandelingen. Indien er een positief resultaat wordt geboekt is aparte Europese wetgeving niet langer meer noodzakelijk. Mocht dit niet het geval zijn dan sluit de Commissie de invoering van de huidige opgeschorte Verordening niet uit.

Het akkoord moet nog door beide partijen bevestigd worden. Commissaris De Palacio voert momenteel overleg met het Europees Parlement en zal op de Transportraad de Europese ministers van Transport om hun instemming vragen. Nederland kan de gevonden oplossingsrichting steunen.

Verslag

Voor de Transportraad is de overeenkomst ad referendum door de Verenigde Staten van de hand gewezen, waarbij als nieuw feit door de Verenigde Staten bezwaren zijn gemaakt tegen het uitfaseren van de lawaaiigste vliegtuigen uit hoofdstuk 3. De Verenigde Staten heeft op
15 maart 2000 een klacht (ad artikel 84) bij de ICAO ingediend tegen de lidstaten van de Europese Unie over de EU hushkitverordening. Tijdens de lunch van de Transportraad heeft Commissaris De Palacio verslag gedaan van haar besprekingen op 27 maart met de Amerikaanse minister van Transport Slater. De Raad heeft vervolgens conclusies vastgesteld. De strekking hiervan is dat de Europese ministers van transport:

belang hechten aan het bereiken van resultaat met betrekking tot nieuwe geluidstandaarden tijdens de ICAO bijeenkomst van 2001,

de Commissie uitnodigt om de samenwerking met de VS in ICAO-verband hiertoe voort te zetten,

de Commissie verzoekt om in lijn met het eerder overeengekomen compromis met de Verenigde Staten een oplossing te vinden, waarbij de volgende elementen worden benadrukt:

het uitstellen van de toepassing van de EU-hushkitverordening op derde landen in het licht van de te bereiken conclusies tijdens de ICAO-vergadering van 2001,

opschorten van de klacht van de VS bij ICAO,

het aannemen van een gezamenlijke EU-VS verklaring voor samenwerking in het kader van ICAO ten behoeve van de uitfasering van de onderkant van hoofdstuk 3 en het opstellen van een hoofdstuk 4 standaard.

De Raad heeft het Voorzitterschap en de Commissie verzocht het EP over haar positie in te lichten om een gezamenlijk standpunt van de instellingen mogelijk te maken.

Inland vervoer

Interoperabiliteit van het conventionele spoor


- oriënterend debat

COM(1999) 617

Geannoteerde Agenda

In het kader van de discussie in de Transportraad over de ontwikkeling van de Europese spoorwegen is regelmatig de noodzaak beklemtoond om naast de harmonisatie en liberalisering ook de interoperabiliteit van de spoorsystemen te verbeteren. De Transportraad heeft in de Raadsconclusies van 10 december 1999 zich ertoe verbonden:

`om met voorrang het voorstel voor een richtlijn inzake interoperabiliteit van het trans-Europese conventionele spoorwegsysteem te analyseren teneinde voor eind 2000, na ontvangst van het advies van het Europees Parlement, een gemeenschappelijk standpunt aan te nemen waarin met name de prioritaire thema's worden genoemd in verband waarmee vooruitgang noodzakelijk is, alsook de uiterste data voor het opstellen van specificaties hiervoor'.

De Europese Commissie heeft in december 1999 een Mededeling gepresenteerd met daarin opgenomen een concept-richtlijnvoorstel voor het regelen van de interoperabiliteit van het conventionele Trans-Europese spoorwegsysteem. Er is gekozen voor dezelfde systematiek als bij de richtlijn uit 1993 ten behoeve van de interoperabiliteit van het hogesnelheidsnetwerk, die in 1996 door de Gemeenschap is aangenomen.

Het voorstel van de Commissie heeft drie doelen:

het verbeteren van de organisatie van de internationale vervoersdiensten, met name het goederenvervoer,

het bevorderen van interoperabiliteit, of met andere woorden het scheppen van de mogelijkheid van ononderbroken grensoverschrijdend treinverkeer,

bijdragen aan de totstandkoming van een interne markt voor spoorwegmaterieel.

Door het richtlijnvoorstel wordt een raamwerk c.q. procedure geintroduceerd waardoor er Europese standaarden ontwikkeld kunnen gaan worden, de zogeheten TSI's (Technische Specificaties voor Interoperabiliteit) voor verschillende onderdelen van het spoorsysteem. De Commissie noemt de volgende thema's die voor een TSI in aanmerking komen: seingeving en besturing, het rollend materieel, energie, infrastructuur, onderhoud, bedrijfsvoering en informatietechnologie. Voor de ontwikkeling van de standaarden wordt daar waar nodig gebruik gemaakt van Europese normalisatieinstituten zoals de CEN, CENELEC of ETSI. De feitelijke specificaties zullen worden uitgewerkt en opgesteld als deze kaderrichtlijn inwerking is getreden.

Nederland kan op hoofdlijnen de kaderrichtlijn en de aangegeven prioriteiten van de Commissie onderschrijven. De richtlijn zal bijvoorbeeld het algemene veiligheidsniveau van het spoor ten goede komen, als er een Europese standaard voor de (sein)beveiliging is uitgewerkt. Zoals bekend wordt in Nederland gewerkt met het ERTMS beveiligingssysteem. Nederland zou het zeer toejuichen als in dit kader ERTMS de definitieve Europese standaard wordt. Naast maatregelen die de veiligheid ten goede komen, is Nederland ook voorstander van het opstellen van Europese sprecificaties voor het rollend materieel, omdat daarmee ook eisen aan het geluid kunnen worden gesteld. Het realiseren van een interne markt voor rollend materieel is een belangrijke stap die kan leiden tot enorme kostenbesparingen. Eveneens relevant is het opstellen van specificaties voor de procedures bij grensovergangen. In de praktijk is dit nog steeds een grote belemmering voor het internationale goederenvervoer per spoor.

Verslag

Het Voorzitterschap heeft gemeld dat er goede voortgang in de Raadswerkgroep Vervoer is geboekt. De Commissie bevestigt dit en verwijst naar het dubbele belang van interoperabiliteit: een beter product van de spoorwegen en een interne markt voor de leveranciers van spoorweg-materieel. Zonder verdere discussie heeft het Voorzitterschap geconcludeerd dat dit dossier gereed moet worden gemaakt voor besluitvorming tijdens de Transportraad in juni.

Mededeling verkeersveiligheid


- presentatie door de Europese Commissie

Geannoteerde Agenda

Op dit moment is de Commissie een Mededeling aan het voorbereiden over verkeersveiligheid. Naar verwachting zal kort voor de Transportraad de Mededeling door de Commissie worden aangenomen. Het Portugese voorzitterschap heeft aangegeven dit één van de belangrijkste onderwerpen te vinden voor behandeling in de eerste helft van 2000. Mede op basis van het actieprogramma verkeersveiligheid dat onder het Nederlandse voorzitterschap van 1997 is aangenomen, komt de Commissie waarschijnlijk tot de volgende prioriteiten:

verder werken aan de ontwikkeling van het `European New Car Assessment Programme (EuroNCAP)' (dit is vergelijkend onderzoek van nieuwe personenauto's dat gepubliceerd wordt ten behoeve van de consument)

richtsnoeren voor `Black Spot management', aandachtspunten vanuit verkeersveiligheid voor de inrichting van de infrastructuur,

campagnes en wetgeving voor gordels en beveiligingen voor kinderen in voertuigen,

een aanbeveling en informatie over handhaving van `drink drive' regels. De Commissie zal met een aanbeveling komen voor het harmoniseren van het maximum alcoholpromilage op 0,5 promille met de mogelijkheid voor een maximum van 0,2 voor risicogroepen. Gezien het beroep dat sommige lidstaten doen op het subsidiariteitsbeginsel, ziet de Commissie af van een wetgevingsvoorstel, hetgeen Nederland betreurt,

aanzet voor wetgeving met betrekking tot snelheidbegrenzers voor lichte bedrijfswagens

aanzet voor wetgeving voor veiligere voor- en achterfronten van voertuigen met het oog op de veiligheid van voetgangers en fietsers.

Tot slot bevat de Mededeling een (zeer bescheiden) aanbeveling van de Commissie om lidstaten aan te zetten tot het ontwikkelen van berekeningen van de voordelen van verkeersveiligheidsmaatregelen afgezet tegen de maatschappelijke kosten voor onveiligheid/ongelukken.

Tijdens de Transportraad zal de Commissie de Mededeling presenteren. De lidstaten zullen de gelegenheid krijgen voor het geven van een eerste reactie. De prioriteiten van de Commissie zijn sterk in lijn met het Nederlandse verkeersveiligheidsbeleid. Nederland is voorstander van het verder uitwerken van Europese maatregelen, eventueel wetgeving, tegen het gebruik van medicijnen en drugs in het verkeer. Ook praktische verbeteringen kunnen worden afgesproken op Europees niveau, zoals extra buitenspiegels voor vrachtwagens om de dode hoek te verkleinen, Europese regelgeving voor airbags in personenauto's en automatische signalering wanneer de autogordel niet gebruikt wordt. Voor de langere termijn wil Nederland meer (Europese) aandacht voor de relatie voertuig en telematica, zoals de ontwikkeling van intelligente (automatische) snelheidbeïnvloeding. Ook verbeteringen aan stoel- en hoofdsteunconstructies moeten verder onderzocht worden om whiplashes tegen te gaan.

Verslag

Commissaris De Palacio heeft de zeer recent verschenen mededeling over prioriteiten op het gebied van verkeersveiligheid in de EU gepresenteerd. Het betreft zowel een voortgangsrapportage over de implementatie van het in 1997 vastgestelde actieprogramma verkeersveiligheid als een aanzet voor een verdere prioriteitstelling. In een eerste ronde reacties hebben enkele delegaties de Commissie-mededeling verwelkomd. Nederland heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om aandacht op Europese schaal te vragen voor het probleem van de blinde hoek van vracht- en bestelauto's. Een probleem waarvoor in Nederland op vrijwillige basis al geëxperimenteerd wordt met effectieve technische oplossingen. Sinds februari 2000 is een subsidieregeling van kracht voor zichtveld-verbeterende systemen die worden aangebracht op `bestaande' vrachtwagens. De tijd is rijp om de bestaande regelgeving op dit gebied aan te passen aan de nieuwste inzichten. Nederland heeft tevens betreurd dat de Commissie over de beperking van het alcoholgebruik (maar ook drugs en medicijnen) in het verkeer slechts met een aanbeveling komt en niet met regelgeving. Het Portugese Voorzitterschap geeft aan dit thema met voorrang te willen behandelen. Het debat zal worden voortgezet in de juni-Raad. Het is de bedoeling dat de Transportraad dan Raadsconclusies zal aannemen.

Zeevervoer

Maritieme veiligheid - reactie op de `Erika-ramp'


- oriënterend debat

Geannoteerde Agenda

Het ongeluk met de olietanker Erika op 12 december 1999 heeft olievervuiling veroorzaakt op de Franse kust. Commissaris van Transport, Loyola De Palacio, heeft op 18 januari 2000 voor het Europees Parlement toegezegd zo snel mogelijk een aantal wetgevende maatregelen te zullen voorbereiden om de veiligheid van olietankers in de Europese wateren te verbeteren. Het Europees Parlement heeft op 20 januari 2000 een resolutie aangenomen waarin een aantal suggesties zijn gedaan voor het verbeteren van de maritieme veiligheid, zoals het aanscherpen van inspecties en het beter vastleggen van verantwoordelijkheden vanuit het `vervuiler betaalt'-principe. Zij heeft tevens haar zorg uitgesproken over de veroudering van de wereld zeevloot (een zorg die Nederland deelt).

Op de Transportraad van 28 maart zal een eerste gedachtenwisseling plaats vinden op politiek niveau. Het ongeval met de «Erika» is bijzonder te betreuren, maar enige terughoudendheid is geboden ten aanzien van vervolgacties zolang het onderzoek naar de ramp nog niet volledig is afgerond. Dit geldt in het bijzonder ten aanzien van nieuwe regelgeving. Inmiddels zijn er aanwijzingen dat de hoofdoorzaak van het ongeval te maken heeft met onvoldoende langscheepse sterkte van het schip als gevolg van slecht onderhoud.

De kans op dergelijke ongevallen is te verkleinen door de bestaande regelgeving beter te handhaven. De voorstellen van de Commissie hebben ook betrekking op het beter handhaven van de regels en het vergroten van de transparantie. Als zodanig lijken de voorgestelde maatregelen goed te passen in de eerder door de Commissie ingezette Quality Shipping beleidslijn (die parallel loopt met het door Nederland geïnitieerde Mare Forum traject), en onderstrepen nogmaals het belang van deze lange termijn beleidslijn.

In februari heeft de Commissie een werkdocument gepresenteerd, zoals was toegezegd, met een aantal voorstellen (Op 1 en 2 maart 2000 heeft de Commissie deze voorstellen besproken met de industrie en professionele organisaties, alsmede met vertegenwoordigers van de lidstaten). Deze zijn:

aanscherping van de bepalingen voor Port State Control (scherpere inspecties) (wijziging van de richtlijn 95/21)

Het voorstel voor het verscherpen van Port State Control -inspecties selectiever richten op risicoschepen en risicofactoren bevat goede elementen. De wijze van uitvoering behoeft nog nadere bestudering en aanpassing door experts.

aanscherping van de bepalingen voor klassebureaus (instanties voor de uitgifte van klasse-certificaten beter (laten) controleren) (wijziging van de richtlijn 94/57)

Dit voorstel kan ervoor zorgen dat de klassebureaus meer hun verantwoordelijkheid nemen en hun werk beter uitvoeren en is daarmee een heel belangrijk instrument voor het vergroten van de veiligheid op zee. Hierbij hoort nadrukkelijk dat wordt nagedacht hoe vanuit de EU en de verschillende lidstaten de klassebureaus kunnen worden aangestuurd.

het opzetten van een nieuw wetsvoorstel om versneld standaarden voor dubbele wanden in te voeren voor enkelwandige schepen die van, naar of tussen EU-havens varen.

Indien de eerste twee voorstellen goed worden uitgewerkt en toegepast , heeft het laatste voorstel weinig toegevoegde waarde. Het probleem is eerder de staat van onderhoud in relatie tot de leeftijd van schepen. Bovendien zou ook de «Erika» onder de huidige internationale regels in 2005 niet langer meer als olietanker gebruikt mogen worden, tenzij het schip aan de nieuwste eisen voor een dubbele wand, of equivalent, zou voldoen. Het is voorts zeer de vraag of het betreffende ongeval (in tweeën breken) niet zou zijn gebeurd als het schip dubbelwandig was uitgevoerd. De langscheepse sterkte van een dubbelwandig schip is namelijk niet per definitie groter dan die van een enkelwandig schip. Hier speelt bovendien een belangrijk economisch argument voor de hele Europese Unie: het in afwijking van de internationale regelgeving versneld voorschrijven van een dubbele wand zal leiden tot een capaciteitstekort in het vervoer van olie, omdat deze schepen slechts beperkt beschikbaar zijn. Dit zal gevolgen hebben voor de brandstofprijzen. De economische effecten zullen derhalve eerst nader in kaart moeten worden gebracht. Nederland zou het toejuichen als de Europese Unie deze problematiek in IMO-verband zou aankaarten.

Verslag

De Commissie vraagt de Raad om de aandacht vooral te concentreren op het pakket maatregelen dat de Commissie op 21 maart jongstleden heeft vastgesteld. De hoofdlijnen van deze voorstellen staan in de Geannoteerde Agenda aangegeven. Overige onderwerpen die in de mededeling van de Commissie over de veiligheid van het vervoer van olieprodukten over zee worden aangestipt betreffen verbetering van de gegevensuitwisseling (Equasis databank), beter nautisch beheer van het drukke scheepvaartverkeer langs de Europese kusten, aandacht voor maritieme veiligheid in de toetredingsonderhandelingen met kandidaat-lidstaten, het opzetten van een communautair maritiem agentschap voor de maritieme veiligheid en maatregelen betreffende de verbetering van de aansprakelijkheid bij olierampen. Deze zaken zullen in een volgende fase nader worden uitgewerkt.

Uit het debat blijkt dat de meeste lidstaten op hoofdlijnen kunnen instemmen met de eerste twee voorstellen van de Commissie. De meningen ten aanzien van het derde voorstel, gericht op de uitfasering van enkelwandige tankers, lopen uiteen. Nederland benadrukt het belang om de feiten goed boven tafel te krijgen, zeker ook voor wat betreft de oorzaken van de Erika-ramp. Transparantie in de gehele vervoersketen en de bevordering van `quality shipping' zijn centrale thema's. Op het gebied van maritieme veiligheid kan al veel worden bereikt, indien bestaande regels beter zouden worden toepast en de naleving ervan goed wordt gecontroleerd, waarbij ook passende sancties horen. Nederland steunt op hoofdlijnen de Commissie-voorstellen, maar wenst het voorstel over de uitfasering van enkelwandige olietankers veel meer te beschouwen als agendasetting voor het werk in IMO. Nagenoeg de helft van de lidstaten wil eerst maatregelen in IMO-verband uitwerken, voordat tot unilaterale communautaire actie wordt overgegaan. Nederland heeft goede hoop dat in IMO-kader snel aan deze kwestie gewerkt kan worden, mede gezien de vele positieve reacties tijdens het Quality Shipping Seminar 2000, in Singapore op 24/25 maart jongstleden. Eenzijdig optreden van de EU heeft volgens een zestal lidstaten ook nadelen. Hiermee wordt het probleem verplaatst naar andere regio's doordat enkelwandige olietankers onder niet-EU vlag doorvaren. Deze regio's liggen soms heel dichtbij (Baltische Zee en Middellandse Zee). Bovendien zullen `passanten' onder derde vlag die van de EU-wateren gebruik maken niet onder de Europese regelgeving vallen. Tot slot stelt Nederland voor om afspraken te maken over het snel optreden tijdens en na een ramp, zodat vervuiling van het milieu zo effectief mogelijk wordt tegengegaan. Het Voorzitterschap concludeert dat met grote voortvarendheid de Commissie-voorstellen in behandeling moeten worden genomen, zodat er op de juni-raad conclusies kunnen worden aangenomen. Tegelijkertijd zal er actie worden ondernomen in IMO-kader, waarbij lidstaten onder andere op een gecoördineerde wijze zullen streven naar een substantiële verhoging van het schadevergoedingsbedrag per ongeval in FIPOL (Internationale Fonds voor vergoeding van schade door olieverontreiniging), zodat de milieuschade beter gedekt wordt.

Diversen

Vertragingen in het luchtvervoer/Air Traffic Management


- tussenrapportage over de werkzaamheden van de High Level Group
Geannoteerde Agenda

Als gevolg van de grote vertragingen die zich in het Europese luchtruim voordoen, heeft de Europese Commissie een Mededeling gepresenteerd op de Transportraad van juni 1999 met als titel `A single European sky'. De Commissie is van mening dat technische en operationele maatregelen niet langer voldoende zijn en dat er serieuze acties moeten worden ondernomen om het probleem op te lossen. De Commissie wil onder andere komen tot een collectief luchtruimbeheer, scheiding tussen regelgeving en dienstverlening (zowel bij Eurocontrol als bij de lidstaten) en toepassing van de mededingingsbepalingen op ATC-diensten (Air Traffic Control).

Een High Level Group is daartoe opgericht, die voor het eerst bijeen gekomen is op 27 januari 2000 onder leiding van Commissaris voor Transport, mevrouw De Palacio. De bedoeling is om in de eerste helft van het jaar maatregelen uit te werken en een rapport hierover te presenteren op de Transportraad van juni. Ook de militaire autoriteiten van de lidstaten zijn uitgenodigd om aan de High Level Group deel te nemen, opdat ook de civiel/militaire aspecten van het luchtruimgebruik aan de orde komen. Commissaris De Palacio zal op deze Transportraad een tussenrapportage geven van de werkzaamheden tot nu toe.

Een aantal thema's worden uitgewerkt door (sub)werkgroepen, te weten:

airspace management-1, betreffende de route structuur op Europese schaal;

airspace management-2,betreffende de samenwerking tussen de burger en militaire luchtverkeersdienstverlening;

structures for service provision, betreffende de scheiding tussen de regelgevende functie en de dienstverlening als een eerste stap om te komen tot een marktgerichte ATC-dienstverlening in Europa met gelijke concurrentievoorwaarden;

regulatory framework, betreffende de wijze waarop air traffic management in brede zin moet worden geregeld, nationaal en internationaal. Hierbij komt met name de vraag aan de orde op welke wijze de verantwoordelijkheden tussen de diverse functies zal moeten worden geregeld.

supporting measures and incentives, betreffende de wijze waarop heffingen en tarieven moeten worden geregeld;

human factors, betreffende de invloed van het menselijk handelen en het menselijk kunnen bij de inrichting van Air Traffic Management.

Nederland werkt actief mee in enkele van deze werkgroepen en maakt vanzelfsprekend ook deel uit van de High Level Group zelf.

Verslag

Commissaris De Palacio heeft een korte uiteenzetting over de stand van zaken rond de high level group en de vier subgroepen gegeven. Verheugend is dat ook in de conclusies van de recente Europese Raad in Lissabon het onderwerp ATM vertragingen als belangrijk aandachtspunt wordt genoemd. De Commissie heeft twijfels over ontwikkelingen in Eurocontrol. De beoogde scheiding van dienstverlening en regelgeving gaat niet ver genoeg, evenmin als de beoogde versterking van Eurocontrol. De lidstaten wordt gevraagd mee te werken aan de spoedige toetreding van de EU tot Eurocontrol. Geconcludeerd wordt dat aan de Raad van juni een verslag wordt voorgelegd met aanbevelingen.

Verslag

Extra/nagekomen diversen-punten

Zeevervoer: bevordering van de kustvaart


- Interventie door de Griekse en Nederlandse delegatie
Kort voor de Transportraad heeft de nauwere samenwerking op maritiem gebied tussen Griekenland en Nederland geleid tot het presenteren van een initiatief om de kustvaart te stimuleren. De Raad neemt kennis van een interventie van de Nederlandse en Griekse delegaties waarin zij een gezamenlijke oproep doen aan overige lidstaten en de Commissie om nauw samen te werken bij de bevordering van short sea shipping (kustvaart). In het bijzonder de rol van nationale voorlichtingsbureaus voor de kustvaart en de ontwikkeling van een netwerk tussen deze bureaus verdient de aandacht (zie bijlage). *)

Overvliegrechten Siberië


- informatie van de Europese Commissie

Onverwachts brengt Commissaris De Palacio het probleem van de overvliegheffingen op. De Russische Federatie blijft zich verzet tegen afschaffing van de hoge overvliegrechten. Het verschil van mening is verscherpt, omdat de Russische Federatie ook niet wil praten over het aangeboden alternatief om een deel van de rechten om te zetten in een moderniseringsfonds voor de Russische Air Traffic Control. Hopelijk gaat het na de presidentsverkiezingen beter, anders moet de EU-positie worden heroverwogen. Collega Commissaris Patten heeft hierover aan de Russische Federatie een brief gestuurd en 10 april komt het punt in de EU-RF Samenwerkingsraad aan de orde.


*) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie
Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Brief VenW inzake verslag Transportraad EU '




Lees ook